Home » Archieven voor november 2020

Maand: november 2020

Foto van Moortje voor een vlag: visuele beperking werkveld

Studeren met een visuele beperking #4 – het werkveld in

Geschatte leestijd: 4 minuten

Vandaag word ik officieel uitgeschreven bij Hogeschool Saxion. Vanaf morgen mag ik mezelf dus geen studente meer noemen, want dan… ben ik afgestudeerd! Ik kan het nog steeds maar moeilijk bevatten dat die vier jaar van blunderen en leren, zwoegen en streven en vallen en opstaan zich eindelijk uitbetalen. Ik heb nu gewoon mijn bachelorgraad, mijn diploma! Het heeft me wat bloed, zweet en tranen gekost. De dag dat ik mijn afstudeerproject moest presenteren, een presentatie die zou bepalen of ik wel of niet zou slagen, zit nog vers in mijn geheugen, al is deze alweer drie weken geleden. Ik heb zelden zulke zenuwen gevoeld als toen en hoe ik daar zo kalm kon staan om mijn verhaal te doen zonder een enkele black-out, begrijp ik nog steeds niet helemaal. Maar goed, ik heb het gehaald. En nu? Werk zoeken.

Stage lopen

Ik heb in mijn derde jaar van het werkende leven kunnen proeven via een intensieve stage van vijf maanden. Ik draaide op fulltime basis mee met de internetredactie van Netwerk Mediawijsheid, waar ik erg veel geleerd heb op het gebied van bloggen, SEO, sociale media en, hoe kan het ook anders, mediawijsheid. Ik kan niet op mijn tien vingers tellen hoeveel van andermans artikelen ik onder leiding van collega’s heb gecorrigeerd en in WordPress heb klaargezet zodat deze door de redactie gepubliceerd konden worden. Ik heb zelf ook een paar artikelen voor het blog mogen schrijven, waaronder een artikel over hoe mensen met een visuele beperking sociale media gebruiken.

Behalve de beroepsmatige dingen die ik heb geleerd, heb ik ook belangrijke dingen geleerd op persoonlijk vlak. Zo ontdekte ik door schade en schande dat veertig uur per week werken te veel voor me was en zal blijven. Ik werd er slordiger van en verloor prioriteiten uit het oog. Bij een visuele beperking, zo legde een begeleidster van me uit, verbruik je meer energie dan de meeste mensen. Goed om te weten! Ook merkte ik dat het geen zin had om mijn beperking minder erg te maken dan deze is. Je werkgever gaat er toch een keer achter komen dat je niet alles kunt en niet zo snel kan werken als andere stagiaires. Ik ben erg dankbaar voor het geduld dat mijn toenmalige stagebedrijf met me had en dat ik mijn stage met een acht kon afsluiten.

Solliciteren

Ik probeer nu natuurlijk zo snel mogelijk een betaalde baan te vinden, al moet ik toegeven dat de tijdelijke rust van het zonder directe verplichtingen leven me ook wel goed doet. Toch moet dit niet al te lang duren, om overduidelijke financiële redenen en omdat ik niet te lang kan ‘stilzitten’. Echter, hoewel ik nu in het bezit ben van een HBO-diploma en er veel vraag is naar tekstschrijvers, redacteuren en social media specialisten, de richting waarin ik vacatures zoek, is dat geen garantie voor me dat ik snel aan een baan kom. Met een zware visuele beperking zoals die van mij sta je toch helaas 1-0 achter bij je mede-sollicitanten, zelfs als je een baan kiest die non-visueel kan, zoals tekstschrijver. Dit in verband met vooroordelen die over ons bestaan en het eerder genoemde energieprobleem waarmee de meeste zeer slechtzienden en blinden te kampen hebben. Gelukkig zijn er via het UWV voorzieningen getroffen, bijvoorbeeld dat werkgevers subsidie krijgen wanneer ze iemand met een beperking aannemen, zodat mensen met een beperking net iets makkelijker aan werk kunnen komen. We zullen zien hoe dit voor mij gaat uitpakken.

Terugkijkend op mijn studie

Via deze blogserie heb ik jullie een kijkje gegeven in de woelige wereld van een studente met een visuele beperking. Zo heb ik in deel één een beschrijving gegeven van mijn moeizame overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het hoger beroepsonderwijs, was ik in deel twee open over de problemen die ik soms had bij het communiceren met mijn mede-studenten en vertelde ik in deel drie over één van mijn gaafste studie-ervaringen. Uiteraard zijn alle artikelen in deze serie gebaseerd op persoonlijke ervaringen en vanzelfsprekend verloopt ieder individueel studietraject anders. Ik hoop dat mijn artikelen een visueel beperkte lezer die ook graag wil studeren niet afschrikken. Een studie in het vervolgonderwijs zou ik iedereen aanraden, al moet je wel een beetje sterk in je schoenen staan en kunnen incasseren. Mijn eigen opleiding zou ik niet direct aanbevelen voor mensen die blind of zeer slechtziend zijn, omdat deze behoorlijk visueel ingesteld is en ik het maar net heb gehaald. Kun je wat meer op zicht doen en houd je van creatief bezig zijn, dan is deze opleiding wel echt de moeite waard.

Of ik spijt heb van mijn keuze voor deze opleiding? Zeer zeker niet, al is dat natuurlijk makkelijk praten nu ik mijn diploma heb. Ik heb echt af en toe getwijfeld om te stoppen en heb nog steeds spijt van sommige keuzes die ik tijdens mijn studie gemaakt heb. Ook had ik gewild dat ik wat beter op het HBO was voorbereid, maar goed, al met al ben ik blij dat ik deze studierichting gekozen heb en, hoewel ik zeker niet cum laude geslaagd ben, mag het eindresultaat er wat mij betreft zijn.

Ik wil de lezers die mijn serie van begin tot eind gevolgd hebben graag bedanken voor hun steun en interesse. Ik hoop dat deze blogserie op enige wijze een toevoeging aan je leven is geweest, of je er nu van geleerd hebt, er door geamuseerd of geïnspireerd werd.

Gezellige groepsfoto: begeleid wonen

In groepsverband: de ins en outs van begeleid wonen

Geschatte leestijd: 5 minuten

Ongeveer vijf jaar geleden kwam bij mij het besluit om zelfstandiger te willen wonen. Ik woonde toen nog bij mijn ouders en zat nog op het voortgezet speciaal onderwijs (VSO,) ongeveer een uur rijden bij mijn ouders vandaan. Vrienden van mij woonden op een woongroep op het schoolterrein, dus wilde ik daar natuurlijk ook graag heen. Goed, ik wist waar ik wilde wonen, nu nog de juiste stappen zetten om het voor elkaar te krijgen.

In het begin

Na diverse gesprekken met maatschappelijk werk, een rondleiding op de bewuste woongroep en heel wat geharrewar met de gemeente was het dan eindelijk (een jaar later) geregeld. Er was alleen een klein probleem, de groep ging dicht en alle bewoners werden verdeeld over andere groepen. Er was daardoor voorlopig geen plaats meer voor nieuwe bewoners, dus ik moest nog even geduld hebben. Inmiddels zat mijn tijd op het VSO erop en startte ik met een leer/werktraject op een school in Gelderland. Gelukkig was daar in de buurt wel een plek op een geschikte woongroep vrij, dus eindelijk kon ik na lang hopen en wachten verhuizen. Van de gemeente, die voor mij min of meer het begeleid wonen betaalde, mocht ik vier dagen in de week blijven. De rest van de week ging ik terug naar mijn ouders. Dat voelde voor mij in het begin best raar, alsof ik in twee werelden leefde. Het duurde daardoor ook langer voor ik helemaal gewend was aan mijn nieuwe woonomgeving. Gelukkig kwam na een paar maanden het verlossende woord, ik kreeg een indicatie wet langdurige zorg (WLZ). Dit houdt kort gezegd in dat ik zo lang als nodig is binnen de instelling kan blijven wonen. Ik was en ben daar heel blij mee, ik kon daar nu echt een toekomst opbouwen.

Een thuis, geen tehuis

Bij een woongroep zien mensen toch heel snel een soort van ziekenhuisachtig gebouw, ergens ver weg in de bossen voor zich. Aan de ene kant niet heel onterecht, want veel woongroepen waren vroeger ook zo. Gelukkig is dat tegenwoordig een heel stuk minder het geval en staat de woongroep waar ik woon dus ook gewoon midden in een woonwijk. Ook binnen is het alles behalve klinisch. De gemeenschappelijke woonkamer ziet er bijvoorbeeld gewoon uit als de gemiddelde woonkamer, ook zonder hufter proof meubels, want ja, die hebben we niet nodig. Er wonen bij ons enkel mensen met een visuele beperking en we lijden ook niet aan het sloopsyndroom. Nou ja, behalve ik dan in een onhandige bui. Ook nu met de feestdagen in het vooruitzicht wordt alles weer extra gezellig gemaakt, zowel door de begeleiding, als door ons als bewoners. Sowieso hoeft er bij ons niet altijd een reden te zijn voor een gezellige borrel, het weekend is Al een hele goede reden. Toch zijn het kerstdiner en het zomerfeest toch wel de grootste happening en haalt iedereen alles uit de kast om er een gezellige en geslaagde avond van te maken.

Ook mindere kanten

Natuurlijk heeft het wonen op een groep ook z’n mindere kanten. Ik kom uit een rustig gezin, dus was het vooral in het begin erg moeilijk om niet meteen gillend weg te rennen als de groepsdrukte z’n hoogtepunt bereikte tijdens bijvoorbeeld het inruimen van de vaatwasser. Dit komt ook doordat ik door mijn tweede beperking moeilijk tegen stress en drukte kan. Gelukkig zijn mijn huisgenoten en de begeleiding hiervan op de hoogte en ben ik hierin ook wel gegroeid. Ook zijn er natuurlijk bepaalde regels waar je je aan moet houden en met sommige van deze regels ben ik het nog steeds niet helemaal eens, maar gelukkig is er in goed overleg heel veel mogelijk. Ook zorgt het door de organisatie opgelegde coronabeleid voor de nodige spanningen. Maar goed, hopelijk kunnen we dat binnenkort vaarwel zeggen.

Leerdoelen

Op veel woongroepen leer je hoe je zo zelfstandig mogelijk kunt wonen, zo ook op de groep waar ik woon. Je stelt eens in de drie maanden met de begeleiding dingen op die je graag wilt leren, de zogeheten leerdoelen. Deze doelen kies je zelf en als een doel niet is bereikt binnen de drie maanden verlengen ze het net zo lang tot je het helemaal onder de knie hebt. Ik ben wel blij dat dat zo kan, want een doel als bijvoorbeeld leren koken bereik je echt niet binnen drie maanden. Omdat de groep qua mensen nogal groot is kook ik eens in de twee weken. Ik maak dan ook steeds hetzelfde gerecht tot ik de meeste stappen zelf kan uitvoeren. Ik vind deze manier van leren koken erg fijn, want zo kan je op je eigen tempo een gerecht maken en blijven alle handelingen ook beter in je hoofd zitten. Het enige nadeel is wel dat je steeds hetzelfde eet, daarom probeer ik vaak te kiezen voor een gerecht dat qua smaak gevarieerd is. Ik schrijf ook altijd alle stappen op tijdens het koken, zodat ik dat weer kan gebruiken voor later.

Huizenjacht

Inmiddels woon ik bijna vier jaar op deze woongroep en ben ik heel wat zelfstandiger en ook mobieler geworden. Ik ben nu dan ook toe aan de volgende stap: een eigen huis. Het liefst zou ik in mijn huidige woonplaats willen blijven wonen, omdat ik daar helemaal gesetteld ben en dit gewoon een hele fijne omgeving is voor mensen met een visuele beperking. Helaas is het vanwege de woningnood bij de sociale huurwoningen nog niet zo makkelijk om een geschikt huisje te vinden. Ik sta ook op de wachtlijst voor een appartement binnen de organisatie waar ik nu woon, maar ook daar is het nog niet duidelijk wanneer ik aan de beurt ben. Maar goed, komt tijd, komt raad, zullen we maar zeggen.

Tot slot

Ik ben nog altijd heel blij dat ik voor begeleid wonen gekozen heb. Het heeft mijn wereld echt vergroot, zowel op het gebied van zelfstandig wonen als op sociaal gebied. Er bestaan helaas best wel wat vooroordelen over begeleid wonen, zoals dat we betutteld worden en dat we er de rest van ons leven doorbrengen, terwijl we ons er juist ontwikkelen. Ik snap ook zeker dat niet iedereen het ziet zitten om naar een compleet andere omgeving te verhuizen. Toch zou ik de mensen met een (visuele) beperking die hier over twijfelen wel echt aanraden om een keer bij een huis voor begeleid wonen, of bij voorkeur meerdere huizen te gaan kijken. Zo Kan je echt goed kijken en vergelijken of het iets voor je is, want elke groep is ook niet even groot en overal hebben ze weer verschillende manieren om dingen aan te leren.

Animal Crossing

The Animal Crossing inside me

Geschatte leestijd: 6 minuten

Zeven jaar geleden kwam ik voor het eerst in aanraking met het spel. Althans, toen hoorde ik er voor het eerst van. Ik heb samen met m’n beste vriendin de hele stad afgestruind voor Animal Crossing New Leaf. Zelf dacht ik echt: waarom zoveel moeite voor zo’n stom spel? Man, wat was ze teleurgesteld en haast hysterisch toen we het spel niet konden vinden. Ik heb smakelijk gelachen en het spel weer, letterlijk, naast me neergelegd. Maar ook ik kon de verleiding niet meer weerstaan toen ik van alles voorbij zag komen van Animal Crossing: New Horizons, het nieuwste spel van de serie. Waar zal ik beginnen? Het is zo’n groot spel en er is veel te vertellen. Ik zal jullie een klein kijkje geven in de wereld van Animal Crossing. Neem dat ‘klein’ maar letterlijk, want er is héél veel te ontdekken en het moet na het lezen van dit artikel nog wel leuk zijn om te gaan spelen!

Huisje, boompje… beestje?

Het klopt allemaal. In Animal Crossing draait het letterlijk om huizen, bomen en beestjes. De beestjes zijn je dorpsbewoners. Het is namelijk de bedoeling dat je vanaf onderaan de ladder begint met het creëren van je droomeiland en vijf sterren te behalen. Maar wees niet getreurd. Je begint niet met helemaal niks. In het begin krijg je twee bewoners toegewezen die je komen vergezellen op je eiland. Jammer genoeg heb je daar zelf niets over te zeggen. Je moet dus geluk hebben of de bewoners je aanspreken of niet. Er zijn namelijk verschillende karakters en eigenschappen. Hier kom ik later op terug. Daarnaast krijg je een klein winkeltje en een soort servicebalie. Ook begin je eerst in een tent. Later kun je, je huis upgraden met verschillende kamers, een kelder en een zolder. Máár, dit is niet gratis. Dit kost je aardig wat klingels/bells. Of het klingels of bells zijn, hangt af van of je het spel in het Nederlands of in het Engels speelt.

Beestjes

Er zijn wel 397 verschillende karakters onderverdeeld in 35 verschillende diersoorten. Van een wolf tot een geit en van een geit tot een kat. Je komt van alles tegen. Vandaar de benaming: beestjes. Mijn favorieten zijn de kangoeroes en het beertje: Tutu. Tutu had ik gevonden op een onbewoond eiland toen ik mijn Switch Lite nog had. Vervolgens ging ik over naar de Switch en… Toen was ik haar kwijt. Toen was het nog niet mogelijk om je opgeslagen gegevens mee te nemen naar een ander apparaat. Dit is inmiddels veranderd, whoehoe! Sorry, ik dwaal af. Dit zijn de karakters die je tegen kunt komen in het spel:

  • Chagrijnig
  • Sportief
  • Lui
  • Zelfingenomen
  • Normaal
  • Pittig
  • Zusterlijk
  • Verwaand

Ik ben een enorme fan van de zusterlijke types en totaal niet van de chagrijnige of zelfingenomen types. Maar dit is echt heel persoonlijk. Er zijn mensen die hun eiland het liefst vol hebben met chagrijnen. Dat heeft natuurlijk ook wel wat!

Fossielen, fruit, vissen, insecten, diepzeewezens en DIY’s

Het spel kent zes fruitsoorten, namelijk: kersen, perziken, appels, peren, kokosnoten en sinaasappels. Vanaf het begin krijg je jouw eilandfruit willekeurig toegewezen. Hier vallen kokosnoten trouwens niet onder. Deze kun je bemachtigen bij andere spelers of op een onbewoond eiland met Nook Miles Tickets.

Je krijgt ook te maken met gereedschap; een breekbare bijl, gieter, hengel en een net. Later in het spel krijg je een katapult, schep en een polstok. Op een gegeven moment valt het woordje ‘breekbaar’ ook weg als je beter gereedschap kan kopen dat minder snel kapot gaat. Dit is een groot persoonlijk frustratiepunt. Net zoals in het echte leven gaat hier ook alles tegelijk stuk. Je hebt het heel zwaar zonder gereedschap op je eiland. Je hebt je hengel nodig om te vissen, je gieter voor de bloemen en je schep om te graven en te planten. Dit is nog maar de helft. Vissen, diepzeewezens en fossielen zijn een belangrijk deel uit het spel. Deze verzamel je voor het museum dat je uit eindelijk op je eiland krijgt. Een leuke toevoeging van het spel is: het duiken. Je koopt een duikpak en gooit jezelf de zee in, opzoek naar diepzeewezens. Naast het feit dat je alles aan het museum kunt doneren, is er ook de optie om te verkopen bij Nook’s Hoek. Het kan je aardig wat klingels opleveren namelijk! Op je Nook Phone heb je een encyclopedie waar alle vissen, insecten en diepzeewezens die je hebt gevangen worden opgeslagen.

En dan is nu het moment aangebroken om uit te leggen wat DIY’s zijn. Jullie zullen wel denken: “Héhé, eindelijk.” Nou, dat denk ik ook hoor. DIY staat voor: Do It Yourself. Dit zijn plannen die je op kunt slaan op je Nook Phone. Animal Crossing gaat ook mee met onze generatie door ons te voorzien van een smartphone. Deze plannen bestaan uit meubels, hebbedingetjes, wanden, vloeren, buiten decoratie, kransen en nog veel meer! Maar voor niets gaat de ‘zon’ op. Snap je hem? Goed, je hebt materialen nodig om werk te maken van je plannen, zoals: hout, hardhout, zachthout, ijzerklompjes, kleihompjes, stenen en goudklompjes. Deze verzamel je om de stenen op je eiland ervan langs te geven met je bijl en in bomen hakken.

Servicebalie, winkel & Nook Miles

Deze twee heb ik al eerder genoemd. In je winkel kun je spullen verkopen en kopen. Denk aan bloemzaadjes, DIY’s, exclusieve voorwerpen en… dingen waar je waarschijnlijk niets mee gaat doen. Hier kun je ook je knollen verkopen. Iedere zondag komt Daisy Mae naar je eiland om knollen te verkopen. Je koopt ze van haar en vervolgens probeer je ze te verkopen met winst. Hiervoor kun je naar andere eilanden, of je eigen knollenprijs moet gunstig genoeg zijn. Het is overigens wel een must om een online lidmaatschap te hebben voor dit spel. Anders is het überhaupt niet mogelijk om bij anderen op bezoek te gaan.

Bij de servicebalie vind je de Nook Automaat. Deze is vooral belangrijk als je net begint. In deze automaat kun je o.a spullen kopen van Nook Miles. Nook Miles zijn punten die je krijgt door het voltooien van opdrachten/doelen op je Nook Phone. Verder heb je in de automaat nog de mogelijkheid om klingels te storten en op te nemen van je rekening. De Nook Catalogus mag ik ook niet vergeten. Hierin staan de voorwerpen die je ooit in je handen hebt gehad. Deze kun je nabestellen! Let op: dit geldt niet voor zelfgemaakte voorwerpen.

Het wasbeertje aan de balie moet ook zeker even genoemd worden. De vraag “wat kan ik doen?” Zal je een flink stuk op weg helpen. Bij hem kun je o.a. terecht voor de afbetaling van je huis. Later kun je ook bij hem aankloppen voor de inrichting van je eiland én hij krijgt op een goed moment een assistente. Maar wanneer dat zal zijn, is een verrassing. Voor zover je het een verrassing kunt noemen, aangezien het hele internet bomvol staat met informatie.

Een dierbaar team

Toen ik begon met spelen had ik zoveel vragen en besloot om eens te zoeken naar een Facebook groep. Deze heb ik gevonden! In deze groep worden vragen beantwoord, giveaways gehouden en met elkaar onderhandeld. Een tijdje geleden werd er een oproep geplaatst met de vraag naar een nieuwe moderator. Na wat nadenken besloot ik om te reageren en te kijken of het wat voor me was. Ja, dat was het. Maar niet alleen het moderator gedeelte. Het belangrijkste gedeelte vind ik het team waar ik in terecht ben gekomen. Deze mensen zijn niet alleen goed voor Animal Crossing, maar zijn in een korte tijd ook belangrijk voor me geworden. Je zit immers dagelijks met elkaar opgescheept. Ik doe het met enorm veel plezier en het maakt het spelen nóg leuker.

Ik zal jullie niet langer vervelen met meer uitleg. Ervaar vooral zelf hoe je het spel vind. Alles wat ik hierboven heb beschreven, is nog niet eens de helft van wat het spel te bieden heeft.

GIF non-visueel koken

Tips en trucs voor non-visueel koken

Geschatte leestijd: 17 minuten

Voor veel mensen met een visuele beperking, en helemaal als je (zoals ik) volledig blind bent, kan koken erg moeilijk zijn. Ik ben nu sinds een half jaar actief bezig om non-visueel te leren koken. Hiermee hoop ik dat ik een stuk zelfredzamer kan worden en dat ik ook eens kan zeggen: “mama, ik kook vanavond.” Ik heb de vaardigheden die ik nu al beheers niet geleerd bij begeleid wonen of iets soortgelijks, maar gewoon thuis van mijn moeder. Zij kent me natuurlijk het best en weet hoe ze me dingen moet aanleren. Vaak komt ze ook met handige en soms verrassende tips waar andere mensen niet zo gauw aan zouden denken. Zelf heb ik ook enige handigheidjes ontdekt die sommige dingen die erg lastig lijken toch een stuk makkelijker kunnen maken.

Kook- en baktips

Ik heb hieronder een aantal tips en handige hulpmiddelen voor in de keuken op een rijtje gezet. Hopelijk worden het er meer als ik beter met potten en pannen leer werken. Ik zal het allemaal zo goed mogelijk proberen uit te leggen, maar soms zal het misschien een beetje omslachtig klinken. De tips zijn vanuit mijn oogpunt, dus zicht speelt hier eigenlijk geen rol. Alvast heel veel lees en daarna kookplezier.

Appels schillen

Voor het schillen van appels heb ik een heel eenvoudig trucje ontdekt. Schil eerst met je dunschiller een strook van boven naar beneden over de appel. Ga dan vanuit het midden van de vrijgemaakte strook rondom de hele appel. Doe dit ook aan de boven en onderkant. Zo heb je in vier halen het grootste gedeelte van de schil verwijdert en hoef je alleen nog maar de kleine overgebleven stukjes weg te schillen.

Het eigeel van het eiwit scheiden

Er bestaat een speciaal apparaatje waarmee je eieren kunt scheiden. Er zijn ook mensen die het doen met twee lepels, maar ik heb een heel eenvoudig trucje dat zeker geschikt is om te gebruiken als je het niet ziet. Waarschuwing, je moet er wel vieze handen voor over hebben. Sla het ei in het midden kapot boven een kommetje, zodat er een barst in komt. Laat het rauwe ei op je ene hand lopen. Houd dan je vingers een klein stukje van elkaar. Je zult nu merken dat het eiwit tussen je vingers uitdruipt en uiteindelijk hou je alleen het eigeel nog in je hand. Hoe makkelijk is dat.

Gehaktballen toevoegen aan je soeppan

Zorg eerst dat je een warmte vaste klem of zelfs een nat washandje aan de handgrepen van je pan hebt hangen. Zo heb je een oriëntatiepunt waaraan je kan zien waar je pan is. Zet het bord met gehaktballen zo dicht mogelijk naast het fornuis neer en vul dan een diepe soeplepel met de gehaktballen. Breng dan, met je oriëntatiepunt en je soeplepel als taststok, de lepel boven je soeppan en laat hem dan zakken totdat je voelt dat hij onder water is. Draai de lepel dan horizontaal met de open kant naar je toe en keer hem dan voorzichtig om. Je voelt het als de gehaktballen eruit zijn gevallen. Nu kun je een volgende lading in de soep laten zakken. Laat alleen wel eerst je lepel afdruipen boven de pan alvorens je hem weer naar het bord verplaatst.

Beschuit smeren

Beschuit smeren is in mijn ervaring soms erg lastig, omdat het oppervlak waar je op moet smeren hard is. Dit is wederom een handigheidje waarvoor je een beetje vieze handen moet overhebben, maar het is wel makkelijk. Leg in het midden van je beschuitje een klontje boter. Smeer het met een mes een beetje uit zodat het op één punt tot de rand komt. Leg dan de wijsvinger van je niet-dominante hand op het beschuitje en laat je vingertop het klontje boter in het midden raken. Draai met je andere hand het beschuitje zodat je de boter over het hele oppervlak kunt verdelen. Je voelt het als ergens te veel of te weinig boter zit. Op deze manier krijg je natuurlijk wel een vieze hand, maar ook een perfect gesmeerd beschuitje. Dit trucje kun je trouwens ook gebruiken voor ander smeerbaar broodbeleg zoals chocolade pasta of jam. Ook kun je dit trucje gebruiken om brood te smeren, al vind ik dat persoonlijk makkelijker met een mes. Een cracker is denk ik het lastigst om te smeren, omdat dat meestal een rechthoek is en je niet zoals bij een beschuitje rond kunt gaan.

Een deegbodem verdelen in een bakvorm

Je leest wel eens in een recept dat wanneer je bijvoorbeeld een zanddeegbodem in een bakvormmoet maken, je de deegbal tot een passende plak moet uitrollen en die dan in de vorm moet leggen. Of er staat bijvoorbeeld: Druk het deeg plat met de bolle kant van een lepel. Er zijn een aantal redenen waarom ik deze manier niet erg handig vind voor mensen met een visuele beperking. Ten eerste, je kan niet zien hoe groot je deegplak moet zijn. Ten tweede, blijft er vaak deeg aan je deegroller plakken of is je plak niet overal dezelfde dikte. En ten derde, als je de plak moet optillen om hem in je vorm te leggen, scheurt hij negen van de tien keer. Ook met een lepel vind ik het niet handig werken, omdat je geen controle hebt over wat je doet en als je een kruimelbodem maakt druk je vaak met de lepel de bodem kapot. Ik heb een veel handiger trucje. Het vergt misschien wat meer werk, maar dan heb je ook een mooie bodem. Neem hiervoor de deegbal in je hand en duw hem plat, maar niet zo plat dat hij kan scheuren. Maak er een soort platte burger van. Leg hem in het midden van je vorm en begin hem dan verder plat te duwen. Het is het handigst als je eerst net zoals bij het beschuit smeren, een punt op de rand van je vorm opzoekt. Als je dat punt hebt gevonden heb je een soort lijn waarna je de rest van het deeg kan gaan uitduwen. Als je ergens niet helemaal tot de rand komt, voel je de bodem af naar een plek waar hij dikker is dan op andere plaatsen. Als je die plek hebt gevonden, zetje de onderkant van je hand net achter dat gedeelte en maak je een soort loop beweging met je hand. Het is een beetje moeilijk uit te leggen zo, maar als je er eenmaal de handigheid in krijgt snap je wel wat ik bedoel. Zo loop je eigenlijk met het teveel aan deeg naar de plek toe waar het nodig is en kun je hem opvullen. Als je denkt dat je het deeg goed verdeeld hebt, kun je met je vinger langs de rand gaan om te kijken of het deeg overal tot aan de rand komt. Dan leg je je hand plat in de vorm en zo kun je voelen of er nog grove ongelijkheden zitten en kun je deze uit het deeg halen en glad strijken. Dit werkt ook goed met een kruimelbodem, al moet je daar iets voorzichtiger zijn zodat de bodem niet kapot gaat. Je kunt ook om taart of zanddeeg gladder te maken het bestrijken met een beetje ei, water of melk. Dan strijk je de overgebleven oneffenheden makkelijk glad. Zo glad als wanneer je het met een deegroller uitrolt krijg je het nooit, maar je hebt nu wel een mooie gelijke bodem die precies in je vorm past.

Groente, fruit etc. in blokjes snijden

Als je groente, fruit of ander voedsel in blokjes wilt snijden, heb ik daar een heel makkelijk trucje voor. Hierbij geldt wel dat je het eerst even in je vingers moet krijgen, maar als je het eenmaal weet snijd je als een chef-kok. Als voorbeeld neem ik even een appel. Als je het klokhuis hebt verwijderd, snijd je de appel eerst in reepjes met de dikte van de blokjes die je daarna wilt snijden. Leg een reepje verticaal op de snijplank. Plaats je wijs en middelvinger op het reepje appel en je duim tegen het uiteinde dat het dichtst bij je ligt. Je kan nu het mes op het reepje zetten en met je duim ongeveer voelen hoe groot je het blokje maakt. Snij het reepje dan door op de plek die je hebt gekozen en schuif vervolgens het afgesneden gedeelte met je duim opzij. Je wijs en middelvinger zorgen ervoor dat het overgebleven reepje op zijn plaats blijft liggen. Als je het afgesneden blokje hebt weggeschoven, plaats je je duim opnieuw tegen het uiteinde en herhaal je het proces. Ik garandeer je, als je dit trucje eenmaal kent heb je binnen no time je appel of wat je dan ook wilt snijden in blokjes gehakt.

Zaadlijsten verwijderen uit een paprika

Voor het verwijderen van de zaadlijsten uit een paprika bestaat een heel makkelijk trucje. Allereerst zal ik even uitleggen, voor de mensen die het niet weten hoe een paprika er van binnen uitziet. Een paprika is hol van binnen. De zaadlijsten zitten vast aan het steeltje dat je aan de buitenkant voelt. Ze hangen dus als het ware los in de paprika. Als je nu de paprika net naast het steeltje doormidden snijdt, heb je twee holle helften en in de ene helft hangen de zaadlijsten. Als je je vinger nu achter de zaadlijsten haakt, kun je alle zaadjes met steeltje en al er in één keer uitwippen. Voor het beste resultaat moet je de paprika nog wel even afspoelen om alle zaadjes eruit te krijgen, want die dingen blijven nog wel eens plakken. Dan zitten er nog witte gedeeltes in de paprika die niet zo lekker zijn om te eten. Deze kan je herkennen omdat ze zachter aanvoelen dan de rest van de paprika. Je kunt ze er met een mes uithalen, maar je kan ook met je mes een klein beginnetje maken en de rest van het witte daarna met beleid lostrekken.

Cake uit de bakvorm halen

Als je een cake hebt gebakken, gebeurt het nog wel eens dat wanneer je de vorm omkeert, de cake er niet vanzelf uitvalt. Je moet dan eerst de zijkanten van de cake lossteken met een mes. Om te voorkomen dat je in je cake snijdt, moet je goed opletten, zeker als je het niet goed ziet. Steek eerst je mes tussen de zijkant van je cake en de bakvorm. Houd je mes nu een beetje schuin, zodat de snijkant van je mes wat meer tegen de binnenkant van de bakvorm aandrukt. Maak vervolgens snijbewegingen, ga op en neer met je mes, terwijl je de kant waarmee je snijdt steeds stevig tegen de bakvorm drukt. Op deze manier snij je nooit in je cake. Doe dit bij alle kanten van de bakvorm. Wedden dat je cake er dan zo uit valt? Je kan dit trucje natuurlijk ook gebruiken bij een taart die nog in de bakvorm zit en het is ook zeker aan te raden eerst de kanten los te steken, als je te maken hebt met een springvorm.

Extra tip: Vet altijd je bakblik goed in voordat je er iets in gaat bakken.

Bakpapier

Voor veel mensen met een visuele beperking zal het recht afknippen van bakpapier een moeilijke opgave zijn. Hier volgen enkele tips om ervoor te zorgen dat ook jij je bakplaat of bakvorm goed met bakpapier kan bedekken. Ten eerste is het goed om te weten dat het niet zo handig is om een rol bakpapier te kopen. Ik bedoel een rol aan één stuk. Er zijn ook rollen bakpapier te koop die al in stukken geknipt zijn, net zoals een rol vuilniszakken bijvoorbeeld. Je trekt er gewoon een vel af en je hoeft je geen zorgen meer te maken over scheef afgeknipte vellen.

Als je wel een rol bakpapier aan één stuk gebruikt is het handig om op het stuk dat je wilt afknippen iets zwaars neer te zetten, zodat het recht blijft liggen en niet verschuift, bijvoorbeeld een pak bloem of een snijplank. Houd dan met je ene hand de rol vast en schuif de schaar aan de ene kant tussen het bakpapier op het punt waar je het wilt afknippen. Houd de rol goed vast en knip langs de rol, zodat je zo recht mogelijk knipt. Het is niet ideaal, maar wel een goede manier om bakpapier zo recht mogelijk af te knippen. Je kan dit trucje ook gebruiken bij bijvoorbeeld cadeaupapier.

De bakplaat

Als je een bakplaat wil bekleden met bakpapier, leg je eerst het afgeknipte stuk of een vel bakpapier op de plaat en zet er dan weer wat zwaars op. Meestal is je stuk papier te groot voor de bakplaat, je moet het dus gaan bijknippen. Leg de linker zijkant van het papier zo dat het precies in de linker boven hoek van je bakplaat ligt. Houd het zo vast met het zware voorwerp. Vouw nu de rechter zijkant naar binnen. Dit kan je heel recht doen omdat je langs de rand van je bakplaat kan vouwen. Maak een scherpe vouw die goed voelbaar is. Nu kan je het papier langs de vouwlijn afknippen en past het precies op de plaat. Doe hetzelfde met het uitstekende stuk papier aan de onderkant van de plaat.

Bakpapier in een springvorm

een springvorm bekleden met bakpapier is super makkelijk. Als je dit handigheidje nog niet kent, sla je je waarschijnlijk voor je hoofd omdat je er zelf niet op gekomen bent. Maak de rand van de springvorm los van de bodem. Leg nu een vel bakpapier over de bodem van de vorm en let goed op of deze helemaal bedekt is. Zorg dat er geen kreukels in zitten en dat het bakpapier aan alle kanten uitsteekt. Plaats nu de rand van de springvorm weer op de bodem en maak hem vast. Zo is je bodem netjes bedekt met bakpapier en hoef je alleen nog maar het overtollige papier aan de buitenkant weg te knippen.

Vlees bakken

Je hebt misschien wel eens gehoord dat als je een klontje boter smelt op hoog vuur en het sissen wordt minder, dat dan je boter goed genoeg is verwarmd om te gebruiken. Ook een bekende truc is om als je olie verwarmd, een kleine druppel water in je pan te laten vallen. Als de olie dan begint te sissen is hij goed. Allemaal leuk en aardig, maar hoe weet je wanneer je je vlees moet omdraaien of wanneer je vlees gaar is? Nou, volgens mij heb ik nu een handigheidje gevonden dat sommigen waarschijnlijk wel zullen kennen, maar desalniettemin erg handig is. Als je vlees wokt, bijvoorbeeld varkenshaas, verwarm je eerst de wok olie. Als je dan het vlees in de pan doet begint het heftig de sissen. Nu ga je het vlees omscheppen, zodat het aan alle kanten gebakken wordt. Als het sissen steeds minder wordt en uiteindelijk bijna is gestopt, is je vlees gaar. Dit geldt ook als je je vlees in boter bakt, bijvoorbeeld shoarma, of gehakt dat je rul wilt bakken enzovoort. Ook kun je dit handigheidje gebruiken als je vlees aan één stuk bakt, bijvoorbeeld een kipfilet of een hamburger. Als het sissen minder wordt is die kant van je vlees dichtgeschroeid en kun je hem dus omdraaien.

Groente of vlees toevoegen aan een hete pan met boter of olie

Je kent ze misschien wel, snijplanken die je aan de zijkanten omhoog kan klappen zodat je je groenten of vlees makkelijk in de pan kan schuiven. Klinkt makkelijk, maar hierbij heb je twee handen nodig en dat is niet makkelijk voor mensen met weinig zicht, omdat je je dan niet goed kunt oriënteren waar je pan is. Althans dat is mijn ervaring. Ik heb een betere manier geleerd.

Foto van een Griekse schotel
Een Griekse schotel met patat, kip en groenten

Gebruik ten eerste als je stukjes groente en/of vlees wil wokken altijd een wok-hapjespan. Die hebben een hoge rand zodat je de inhoud minder snel over de rand kunt scheppen. Zorg er ook weer voor dat het bord of de schaal met ingrediënten vlakbij het fornuis staat. Als je nu de boter of olie goed hebt verwarmd, zet je het vuur laag. Dat geeft je meer tijd om je ingrediënten in de pan te doen. En nu komt het, gebruik een draadspaan. Dit lijkt een beetje op een ronde lepel met een lange steel, alleen is de binnenkant van de lepel een soort ijzeren netje. Het wordt ook wel gebruikt om oliebollen uit het vet te scheppen, omdat het overtollige vet er door dat netje makkelijk afdruipt. Als je dus het vuur laag hebt gezet, vul je de draadspaan met de groente of wat je dan ook aan je pan wilt toevoegen. Houd met je ene hand de steel van je pan vast en voel met de draadspaan waar de pan is. Als je de draadspaan in je pan zet gaat de boter of de olie sissen omdat een gedeelte van de ingrediënten al contact maakt. Je weet nu dat je goed zit en je kunt nu de draadspaan omdraaien. Laat deze nu eerst uitdruipen en sla voor alle zekerheid met de zijkant van de steel tegen de rand van de pan. Nu kan je een volgende lading opscheppen. Omdat je met één hand het eten in de draadspaan moet leggen, is het ook handig als je naast het fornuis een nat doekje neerlegt, zodat je je handen zo nu en dan kunt afvegen. Let er trouwens bij het omscheppen ook op dat je groente of vlees niet allemaal aan één kant van de pan belandt. Ga hiervoor af en toe met je omscheplepel langs de rand van de pan om te controleren of er nergens iets overheen dreigt te vallen.

Thee inschenken

Je hebt vast weleens gehoord van zo’n apparaatje dat je in een glas kunt hangen en dat gaat piepen als het glas vol is. In mijn ervaring zijn die dingen niet echt handig. Bij koude dranken hou ik meestal gewoon een vingertop in het glas en voel wanneer het vol genoeg is. Thee is natuurlijk een ander verhaal. Niemand houdt voor de lol zijn vinger in kokend water. Toch kan je zonder zo’n apparaatje makkelijk thee inschenken als je goed oplet. Gebruik als eerste een theekan of waterkoker met een voelbaar randje onderaan de schenktuit. Ook is het handig om vlak naast een wasbak in te schenken. Als je knoeit heb je namelijk koud water dichtbij en je kunt de waterkoker of theepot, die meestal hoger zijn dan een kopje in de wasbak laten zakken, zodat ze op gelijke hoogte zijn. Zo hoef je de theepot niet gelijk schuin te houden en is de kans op knoeien verminderd. Dit kan natuurlijk ook met een melkpak of bijvoorbeeld een fles frisdrank. Houd dan met je ene hand het kopje vast en ga met de kan op en neer over de rand van het kopje, totdat je het randje onderaan de schenktuit voelt. Zo heb je een steunpunten loop je niet het gevaar dat je kokend water over je hand laat lopen, omdat de bovenkant van de tuit gegarandeerd boven het kopje zit. Nu kun je gaan gieten. Doe dit voorzichtig en niet te snel. Voel af en toe aan de buitenkant van het kopje. Je voelt dat een gedeelte van de buitenkant warm wordt en de rest niet. Zo kan je voelen tot waar het glas vol is. Dit is niet heel erg precies, omdat op een gegeven moment toch het hele kopje warm wordt, maar als je hier handigheid in krijgt kun je zonder moeite en zonder extra hulpmiddelen thee inschenken.

Enkele handige hulpmiddelen

Hieronder heb ik nog een paar keuken-hulpmiddelen die voor mij handig zijn gebleken op een rijtje gezet. Ik geef bij elk hulpmiddel een korte uitleg. Hopelijk werken ze ook voor jou.

Panvergiet

Hiermee bedoel ik een vergiet dat je in je pan kunt zetten, voordat je aardappelen of groente gaat koken. Als je dan wilt afgieten zet je gewoon de pan in de wasbak en tilt het vergiet eruit. Voor mij in ieder geval een stuk minder gedoe en het is nagenoeg onmogelijk dat je heet water over je heen krijgt.

Kookverklikker

Een kookverklikker is een schijfje met een dikke rand dat je in de pan legt als je gaat koken. Als het water kookt gaat hij klepperen. Sommige mensen gebruiken hiervoor ook wel een schoteltje. Het kan ook zijn dat je dit hulpmiddel kent onder de naam melkwacht.

Brede spatel voor het omdraaien van pannenkoeken

Pannenkoeken omdraaien blijft een kunst op zich en helemaal als je het niet ziet. Hoewel ik er nog niet zo handig in ben heb ik wel een makkelijk hulpmiddel gevonden, een soort spatel met een breed, plat vlak, die je makkelijk onder je pannenkoek kunt schuiven. Zo ligt een groot deel van je pannenkoek al op de spatel en wordt het omdraaien makkelijker. Ook vouw je je pannenkoek nu minder snel dubbel. Of het ook voor gebakken eieren werkt moet ik nog uitproberen.

Klemlepel voor het omdraaien van vlees

Klemlepels zijn eigenlijk twee spatels die met de uiteinden aan elkaar vastzitten en met een scharnier uit elkaar en tegen elkaar aan kunnen worden geklapt. Je schuift dus de ene spatel onder het stuk vlees en klemt het vast met de andere spatel. Zo kun je het makkelijk omdraaien en is er eigenlijk geen kans dat het vlees van de spatel glijdt.

Maatschepjes

Maatschepjes vind ik erg handig in gebruik, gewoon omdat ze een opstaande rand hebben en de kruiden, bakpoeder of wat dan ook er niet afglijdt zoals bij een thee of eetlepel.

Antispatdeksel voor op een beslagkom

Het is je vast weleens gebeurd dat als je cakebeslag of slagroom aan het mixen bent, het beslag over de rand van de kom spat of de bloem begint de stuiven. Speciaal om dit tegen te gaan, bestaan er beslagkommen met zogenaamde antispatdeksels. Dit is een deksel die je op de beslagkom vastklikt. In het midden zit een gat waar je de mixer doorheen in de kom kunt zetten. Zo is het spatten met beslag tot een minimum beperkt of je moet wel heel erg wild mixen.

Nicer Dicer plus

Dit is een apparaat dat heel erg handig is om grote hoeveelheden groente te snijden. Het is een rechthoekige bak waar een speciaal soort deksel op zit. Als je het deksel openklapt, zit er een soort houder in waar je een roostertje in kunt vastklikken. Er zitten verschillende roostertjes bij, bijvoorbeeld voor het snijden van reepjes of plakjes, grote en kleine blokjes of partjes (bijvoorbeeld voor eieren.) Je legt gewoon een stuk groente op het roostertje en slaat het deksel dicht. Je slaat als het ware het stuk groente door het roostertje en voilà, het is gesneden. Zeker voor het snijden van ui of prei is dit hulpmiddel heel erg handig. Het is alleen wel een heel werk om dit apparaat weer schoon te krijgen, omdat er altijd wel wat tussen het roostertje of aan het deksel blijft hangen. Ik gebruik hem dan ook eigenlijk alleen als we gaan gourmetten, of als we stoofpot maken waar veel uien in moeten.

Voor het snijden van ui en prei heb ik trouwens nog een andere tip. Er bestaat een mesje waarbij aan het handvat vijf mesjes op een rijtje vastzitten. Zo kun je in één keer vijf plakjes ui of prei snijden. Het is nog altijd een gedoe met die losse ringen, maar het is toch wel makkelijker.

Tot slot

Ik hoop dat ik jullie heb kunnen helpen met deze kooktips. Ik vond het erg leuk om ze te schrijven en een manier te zoeken om ze zo duidelijk mogelijk uit te leggen. Mocht er iets nog niet helemaal duidelijk zijn, dan kun je me altijd vragen stellen. Dit kan via: redactie@eyeopeners.space, Facebook of Twitter. Als ik meer handigheidjes heb geleerd, schrijf ik er zeker weer een blog over. Tot dan alvast veel plezier met het uitproberen van deze trucjes en vooral eet smakelijk!

Dit artikel werd geschreven door Danique

Foto genomen in een tempel tijdens de minor

Studeren met een visuele beperking #3 – de minor

Geschatte leestijd: 5 minuten

Nu mijn studie ten einde loopt, vind ik het tijd worden om mijn ervaringen als studente Media, Informatie en Communicatie met een visuele beperking met jullie te delen. In het eerste deel van deze blogserie beschreef ik hoe ik de overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het reguliere hoger beroepsonderwijs ervoer en in het tweede deel liet ik zien hoe ik als enige van mijn klas met een functiebeperking mijn best deed om deel uit te maken van de groep. Voor dit artikel verlaten we de inmiddels vertrouwd geworden campus van Saxion hogeschool te Enschede en neem ik jullie mee naar Utrecht, waar ik vijf maanden gestudeerd heb tijdens een intrigerende minor.

Een minor kiezen

Terwijl ik eigenlijk nog met mijn volle aandacht bij mijn stage zat, in die periode liep ik veertig uur per week stage in Hilversum, begon ik op het internet rond te snuffelen op zoek naar een goede minor die echt bij me paste. Een minor is een kleine opleiding van één semester waarvan de studiepunten, in mijn geval moesten dat er dertig zijn, werden opgeteld bij je huidige opleiding. In het geval van mijn opleiding was het volgen van zo’n module verplicht. De minor mocht niet te veel overlap hebben met de stof van mijn huidige opleiding, dus een minor met een compleet ander vakgebied werd toegejuicht. Ik had voor ik aan mijn stage begon al voor mezelf besloten dat ik er één wilde volgen op mijn eigen hogeschool. Daar kende ik immers al redelijk de weg op het terrein en in het hoofdgebouw. Ik ben echter iemand die mezelf dol graag uitdaagt en soms liever de ingewikkelder weg neemt, dus toen het er op aan kwam ging ik kijken op de algemene site KOM Minoren. Na een tijdje rondzoeken, waarbij ik vooral zocht op mijn interesses en de tijdsperiode waar in de minor zou moeten plaatsvinden, stuitte ik op een module die meteen mijn aandacht had: Filosofie. Wereldreligies. Spiritualiteit. Levenskunst voor dé professional. De minor werd gegeven door de Hogeschool Utrecht. Behalve dat de titel en de omschrijving van de minor me aanspraken, dacht ik ook meteen bij mezelf: Utrecht, goed toegankelijk met het openbaar vervoer, niet al te ver reizen vanaf mijn huidige locatie, prima! Enthousiast geworden meldde ik me aan en uiteraard week de minor genoeg af van mijn huidige studie, dus ik kon in februari 2019 probleemloos starten met deze mini-opleiding.

Opnieuw beginnen

Goed, probleemloos is misschien een beetje een optimistische term als je voor je gevoel weer helemaal opnieuw moet beginnen. Ik moest weer opnieuw de gebouwen waar ik les had leren kennen, opnieuw aan mijn medestudenten en docenten uitleggen welke beperking ik had, opnieuw achter aanpassingen voor lesstof en tentamens aan… Aan de andere kant, omdat ik dit allemaal al eens gedaan had ging het deze keer makkelijker en voelde het ook een beetje als met een schone lei beginnen. Ik had me van te voren in het gebouw verdiept door er samen met een begeleider naartoe te gaan en ook de rest was snel geregeld, gezegd en gedaan. Bovendien hoefde ik maar één dag in de week naar de school om lessen bij te wonen en was de rest thuisstudie.

Ik ontdekte al snel dat deze minor veel ruimdenkende mensen aantrok. Dit verbaasde me niets, ik bedoel met zo’n alternatieve titel… Dit had als gevolg dat niemand me anders behandelde vanwege mijn slechte ogen en dat ik nauwelijks moeite hoefde te doen om ‘erbij’ te horen. Ik voelde me in deze groep meer welkom dan ik me in alle andere klassen van mijn eigen opleiding had gevoeld. Ook de docenten waren absoluut niet negatief over mijn deelname, dit omdat de minor, in tegenstelling tot mijn eigen opleiding, niet voor een groot deel visueel is ingericht.

De inspiratiedagen

Zoals je wellicht van een opleiding over spiritualiteit en religies mag verwachten, hebben we een hoop bijzondere dingen geleerd, gezien en gedaan. We hebben lessen over meditatie, haptonomie en dans gehad, hoorcolleges over filosofen, de Islam en atheïsme bijgewoond en zelfs les gehad van een echte sjamaan. We gingen ook een paar keer op excursie, waarvan de Inspiratiedagen me het meest zijn bijgebleven. Voor een paar dagen trokken we ons terug in een klooster in Den Haag. Stel je voor, meer dan zestig studenten en een hond die drie dagen gingen wonen tussen de stille muren van een klooster. We hebben gedurende deze dagen kringgesprekken gevoerd met de broeders, verschillende tempels in de stad bezocht waaronder een Hindoetempel en een moskee, en halverwege de excursie kwam er een moment dat we een paar uur muisstil moesten zijn. We mochten intussen van alles doen, lezen, mediteren, slapen, als iedereen maar stil was. Tijdens deze dagen heb ik de waarde van stilte beter leren begrijpen. Wist je bijvoorbeeld dat verscholen in het winkelcentrum Hoog Catharijne een stiltecentrum ligt? Daar begon onze excursie naar het klooster. We kregen daar ook de opdracht om stil door het winkelcentrum te lopen, zonder een bepaald doel voor ogen. Een bizarre ervaring om daar zonder iets te zeggen rond te dwalen, zonder doel, tussen mensen die zich naar verschillende plekken haastten.

Tijdens de Inspiratiedagen had ik twee ongemakkelijke momenten, en dan tel ik mijn hysterische lachbui tijdens een yogales niet eens mee. Mijn geleidehond die de bierbrouwerij van het klooster binnen kwam huppelen terwijl we daar een rondleiding hadden, wat de aanwezige broeder niet echt kon waarderen, of toen ze ging blaffen tijdens het stiltemoment. En dan ons bezoek aan de moskee, waar de hond helemaal niet naar binnen mocht. Waar ze in de Hindoetempel ten minste nog in het voorportaal mocht blijven, mocht dat in de moskee absoluut niet en moest mijn hulpdier alleen in de regen achterblijven. Twee docenten zijn toen nog zo lief geweest om om de beurt een flink stuk met haar door de stad te gaan wandelen zodat ze geen moment alleen was. Als ze dat niet hadden kunnen doen was ik misschien wel buiten gebleven, samen met mijn hondje wachtend in de regen. Maar afgezien daarvan waren de Inspiratiedagen een mooie, onvergetelijke ervaring.

Practicum

Behalve dat ik één dag in de week naar school ging, ging ik ook één dag in de week naar mijn practicum. Dit practicum kun je het best omschrijven als een onbeoordeelde stage waarbij je in een bedrijf dat niet tot de commerciële sector behoorde, je wereldbeeld ging verruimen. Ik liep practicum bij een werkplaats vlak bij huis waar mensen met een beperking dagbestedingsactiviteiten ondernamen. Ik heb erg interessante gesprekken met de deelnemers mogen voeren.

Ik vond het jammer toen de minor in juni tot een einde kwam, al was ik blij dat ik alle vakken in één keer had gehaald en dertig studiepunten bij mijn opleiding mocht optellen. Ik heb er zeker geen spijt van dat ik deze minor gekozen heb en ben de docenten en mijn medestudenten dankbaar voor het feit dat ze zo open voor me stonden en met me mee dachten als ik ergens tegenaan liep.

Lees verder >> Studeren met een visuele beperking #4 – het werkveld in

Radio, GIF van audiogolven

Een nieuw geluid: van luisteraar tot radiomaker

Geschatte leestijd: 7 minuten

Al van jongs af aan ben ik geboeid door het medium radio. Je zou zeggen: zeker door het feit dat alles wat je zegt door iedereen die luistert wordt gehoord. Ja, dat speelt ook zeker mee, maar wat me vooral boeit is het feit dat je ik weet niet hoe veel mensen die luisteren kunt voorzien van muziek, nieuws en informatie. Informatie die jij belangrijk vindt om te delen.

Sinds ik een jaar of acht, negen was, luisterde ik altijd naar 3FM. Dj’s als Giel Beelen, Gerard Ekdom, Michiel Veenstra en Rob Stenders vond en vind ik geweldig! Giel wist hoe je een ochtendshow moest neerzetten waar je de volgende dag nog aan liep te denken. Gerard Ekdom en Rob Stenders zijn dj’s die bepaalde nummers zo op hemelden, dat ik die nummers ook zo snel mogelijk wilde hebben. Michiel Veenstra wist met Gerard Ekdom altijd een feest te maken van de vrijdagavond in Ekstra Weekend. En niet te vergeten: Serious Request: gewoon zes dagen niet eten en intussen geld inzamelen voor het goede doel met in die zes dagen prachtige, maar ook hilarische radio.

Zelf radio maken

In tegenstelling tot wat veel beginnende radiomakers doen heb ik geen eigen zendertje gehad. Ik heb geen programma’s gemaakt die niet verder kwamen dan de buren of dan het einde van de straat. Het avontuur begon voor mij in 2014. Ik zat toen op het speciaal onderwijs in Zeist. Er werd toen een mail rond gestuurd dat in het kader van het vak Kunst en Cultuur een aantal radioworkshops gegeven zouden worden door Peter Kroon van Radio 509. Radio 509 kende ik wel, want daar luisterde ik toen af en toe naar. Ook de naam Peter Kroon kende ik.

Tijdens de workshops dacht ik in eerste instantie: Ach, makkelijk zat! Ik heb zo veel radio geluisterd, dus ik lul me hier wel doorheen, maar daar ben ik mooi van terug gekomen. Radio maken is toch echt iets anders dan luisteren en je moet er gevoel voor hebben.

De workshops bestonden uit een deel uitleg over het medium radio en ook uit praktijkoefeningen achter de mobiele studio. Persoonlijk vond ik dat het aller leukste. Achter de studio staan met een koptelefoon op en ook zelf platen instarten, prachtig!

Naar Hilversum

Na een aantal maanden stopten de radioworkshops helaas, maar ik wilde meer! Ik had het gevoel dat ik meer uit mezelf kon halen op radiogebied. Dus vroeg ik Peter of ik een keer naar de studio van Radio 509 in Hilversum mocht komen. Dat mocht. Het was een geweldige dag! De mengtafel daar was nog groter en mooier dan die van de mobiele studio en er waren nog veel meer mogelijkheden.

Eigen programma

Na die ene dag in Hilversum was het me duidelijk. Ik wilde hier beslist mee verder! Ik ben me toen als een gek gaan storten op audiobewerking (nogal handig als je met radio verder wil). Vanuit huis probeerde ik een eigen uur radio in elkaar te zetten. Toevallig kwam ik die uren pas weer tegen in mijn archief. Altijd weer geweldig als ik dat gekloot van toen weer terug hoor! In de tussentijd (2015-2017) deed ik af en toe nog wel eens iets voor Radio 509. Ik heb in die periode een keer live verslag gedaan van The Blind Run en heb een uurtje mee gedraaid op de ZieZo-beurs.

Begin 2017 zag ik dat Radio 509 verslag zou gaan doen van het Outdoor Showdowntoernooi in Apeldoorn. Toen heb ik een mail die kant op gestuurd met de vraag of ze nog mensen nodig hadden om verslag te gaan doen. Peter mailde toen terug: Ik zit eigenlijk meer te denken aan Lieftinck is los, elke vrijdagavond van 20 tot 22 uur! De eerste Lieftinck is los was op vrijdag 24 februari 2017. Ik was van te voren enorm nerveus en hoopte dat het programma een beetje aan zou slaan. Maar als je wil dat iets een succes wordt, moet je er zelf iets voor doen. Je moet zelf proberen om origineel te zijn en geen kopie te worden van een radioheld van vroeger. Toe gegeven, in het begin praatte ik net zo snel als de dj’s bij 538. Dat is even leuk, maar na verloop van tijd zit je gewoon je kunstje te doen.

Drie jaar later

Eind mei 2020 had ik het gevoel dat de rek een beetje uit Lieftinck is los was. Ik had in die drie jaar ook redelijk wat gedaan. Zo had ik platen uitgezonden die je zelfs in de slechtste programma’s niet meer hoorde en was ik begonnen met het uitzenden van erotische verhalen. Waarom? Gewoon omdat de mogelijkheid er was! Intussen had ik ook 2 uur op zondag gekregen waarin ik wat serieuzer was. Net toen ik eens rustig wilde gaan bedenken of er wellicht een mogelijkheid was om andere uren binnen 509 te gaan vullen, belde Peter me op. Ik vertelde waar ik aan zat te denken en dat ik vond dat de rek een beetje uit het programma aan het gaan was. Peter heeft me toen een prachtige kans gegeven, waar ik hem nog steeds dankbaar voor ben. Het kwam er op neer dat hij me een dagelijks programma wilde geven, zes dagen per week een uurtje van 18 tot 19 uur. Deze mogelijkheid heb ik met beide handen aangegrepen. Op 26 juni maakte ik live vanuit Hilversum de laatste Lieftinck is los. Een geweldige uitzending die ik altijd zal bewaren!

No Limits Network

Je zou misschien verwachten dat ik in al die jaren keurig netjes bij 509 ben gebleven. Ja, dat is ook zo, maar ik heb daarnaast nog wat uitstapjes gemaakt. Eind 2015 werd bij de KRO-NCRV een platform opgericht voor jongeren die wel een beperking hebben, maar zich absoluut niet beperkt voelen. Onder de naam No Limits Network zouden de jongeren zowel radio als video’s voor het Youtube-kanaal gaan maken. En dat alles onder begeleiding van Ruud de Wild. Ik zat nog niet bij de eerste lichting, maar in januari 2016 zag ik een bericht langs komen dat No Limits Network op zoek was naar nieuwe “reporters”. Ik heb toen direct een mail die kant op gestuurd, want radio maken onder begeleiding van Ruud de Wild leek me super vet! Naar aanleiding van mijn mail werd ik uitgenodigd voor The almost blind auditions op zaterdag 23 januari in Hilversum. Ze werden gehouden in het zelfde pand waar tot eind 2019 de uitzendingen van NPO Radio 2 en 5 vandaan kwamen. Ik was redelijk zenuwachtig. Auditie doen voor onder meer Ruud de Wild, als dat maar goed ging! Het ging uiteindelijk ook goed. Ik heb voor de jury allemaal typetjes en de meest maffe voice-overs opgezet, maar blijkbaar was het goed. Na een paar weken later nog een gesprek gevoerd te hebben was het zeker, ik was 1 van de nieuwe reporters. In eerste instantie was het alleen maar mee presenteren, maar al snel mocht ik samen met een collega-reporter een eigen uurtje gaan vullen dat we ook helemaal naar eigen inzicht mochten indelen. Dit heeft tot eind juli 2016 gelopen. Toen werd de radiotak helaas afgestoten. Ik heb toen nog een paar video’s gemaakt. Ook dat was leuk. Zo was een keer de opdracht om winkels in te lopen en daar te vragen naar producten die daar helemaal niet te koop waren.

Muzikale vrijheid

Ik krijg regelmatig de vraag of ik mijn muziek zelf mag uitkiezen. Het antwoord op die vraag is: ja zeker! Toen ik net bij 509 kwam, heb ik wel eventjes met een playlist gewerkt. Dat is ook logisch, want als een station een bepaald format heeft moet je dat eerst in je vingers krijgen. Maar al na een paar maanden ben ik mijn shows zelf gaan samen stellen. Ook bij No Limits Network heb ik altijd honderd procent muzikale vrijheid gehad. En die vrijheid geef ik ook niet zomaar op.

Inspreekwerk

Regelmatig hoorde ik van mensen dat ik zo’n goede stem heb. Een tijdje geleden ben ik toch maar eens gaan kijken of inspreekwerk iets voor mij is. Uiteindelijk ben ik met een aantal mensen in contact gekomen die me hier mee verder konden helpen. Dit heeft tot nu toe al hele leuke inspreekklussen opgeleverd. Mijn stem is inzetbaar voor jingles en commercials. Daarnaast ben ik een verzamelaar van radiojingles en tunes.

Tot slot wil ik graag nog wat tips mee geven. Als je pas radio maakt, let er dan heel goed op dat je niet een kopie wordt van je radioheld van vroeger! Hoe erg je ook op Jeroen van Inkel of Edwin Evers wil lijken, je bent Jeroen van Inkel of Edwin Evers niet. Je bent jezelf en blijf dat ook vooral. Probeer zo natuurlijk mogelijk te praten op zender. Ga niet ineens heel snel praten, maar blijf rustig. Op die manier hou je ook je luisteraars vast. Hoe leuk radiojingles van vroeger ook kunnen zijn, ga deze niet gebruiken voor eigen items. Probeer creatief te denken en gebruik je fantasie.

Dit artikel werd geschreven door Bram Lieftinck