Home » Archieven voor Moortje

Auteur: Moortje

Hi, ik ben Morena, Moortje voor vrienden en bekenden. Ik ben dol op schrijven, lezen, koken, bewegen, Nederlandse stemacteurs en mijn prachtige geleidehond Siërra. Waar ik voornamelijk over zal schrijven: boeken, actuele onderwerpen, lekker eten en andere dingen die mijn interesse hebben en die ik graag met jullie deel!

wintersport, GIF van schaatser

Op glad ijs: wintersporten met weinig zicht

Geschatte leestijd: 5 minuten

Zie je het al voor je? Een schaatser die zich aan het tuig van zijn geleidehond over het ijs voortbeweegt, of een skiër die met behulp van een taststok de zwarte piste afdaalt? Nee? Goed, dat ligt niet aan jouw vermogen tot inbeelden, de traditionele hulpmiddelen voor visueel beperkten schieten zeer zeker tekort op een gladde, bevroren ondergrond. Dat wil echter niet zeggen dat blinden en slechtzienden niet aan wintersport kunnen doen. In mijn jeugd heb ik zeer regelmatig mogen skiën en schaatsen. Dankzij verschillende stichtingen en mijn eigen school mocht ik meerdere malen proeven van de wintersport en nog steeds ga ik niet snel zo’n ijskoud avontuur uit de weg.

Schaatslessen op kunstijs

Al op jonge leeftijd begon ik met schaatsen. Er werden voor kinderen met een visuele beperking speciale dagen georganiseerd door een stichting, ik weet helaas niet meer welke, waarbij we op ons eigen tempo kennis konden maken met de sport. We kregen dan vaak één op één les van een instructeur, die al zijn tijd, aandacht en geduld aan zijn of haar leerling wijdde. Eerst leerde ik schaatsen aan zo’n rekje dat je voor je uit duwt om niet onderuit te gaan, maar al snel ging ik zonder hulpmiddel over het ijs.

Ook op latere leeftijd, toen ik al op het voortgezet onderwijs zat, werden er speciale schaatsdagen georganiseerd door mijn school. Omdat ik al enige ervaring had ging ik na korte tijd mijn eigen rondjes op de ijsbaan schaatsen. Het voordeel van schaatsen op zo’n baan is dat je niet kunt verdwalen: je kunt maar één kant op en de baan loopt rond, dus je kunt nooit een verkeerde afslag nemen. Het enige waarvoor ik moest oppassen, waren mijn mede-schaatsers die niet mee waren vanuit mijn school. Zij konden in tegenstelling tot mij prima zien, maar zagen niet aan mij dat dit voor mij niet gold. Dat was de reden dat we knalgele hesjes moesten dragen waarop duidelijk stond aangegeven dat we het slecht zagen.

Vorig jaar was er rond deze tijd een kleine ijsbaan vlak bij mijn huidige woonplek. Ik heb toen ook een paar keer geschaatst zonder instructeur, gewoon met vrienden. Inmiddels had ik letterlijk de slag te pakken. Schaatsen verleer je niet zo snel meer, zeker niet als je in je jonge jaren intensief één op één instructie hebt gehad. Of ik bang ben om te vallen? Ach, natuurlijk ga ik wel eens onderuit, maar dit ligt lang niet altijd aan mijn slechte visus. En zo lang de schaatsers om je heen een beetje rekening met je houden komt het meestal wel goed is mijn ervaring.

Schaatsen op natuurijs

Tja, dit is weer een hele andere tak van de wintersport. Als mijn ouders met mijn zussen op het meer vlak bij ons huis gingen schaatsen, deed ik altijd dapper mee en ik hield ze nog bij ook. Toch voelt schaatsen op natuurijs, hoe gaaf het ook is om te doen, een beetje onveilig voor me. Je kunt makkelijker verdwalen als je op open water schaatst, al hielden mijn ouders me natuurlijk goed in de gaten. Daarbij heeft natuurijs genoeg oneffenheden die ik makkelijk over het hoofd kan zien, zeker als er sneeuw op het ijs ligt. Ondanks dat, ga ik graag mee om te schaatsen. Simpelweg omdat ik het heel erg leuk vind. Ik voel me super vrij en wendbaar op mijn schaatsen, zelfs al hebben mijn knieën vaak genoeg een harde ontmoeting met het bevroren wateroppervlak.

Skikamp in Oostenrijk: next-level wintersport

Skiën is voor mij een soortgelijk verhaal. Ik begon als jonkie met speciale één op één skilessen in Snow World, Zoetermeer. Ook dit skiën vond ik heel erg leuk, alleen dat vallen… Natuurlijk, omdat je je over sneeuw voortbeweegt val je zachter, maar het overeind komen duurt door die lange latten een eeuwigheid. Ook het naar boven gaan, we begonnen natuurlijk wel met een kleine heuvel, vergde tijd. Daar tegenover stond dat het van de heuvel af glijden met een behoorlijke vaart, terwijl de ijzige wind door mijn haren woei, een heerlijke beloning voor mijn zwoegen was.

In 2015 ging ik met de bovenbouw van mijn school een week op skikamp. We verbleven in een hostel hoog in de bergen van Oostenrijk. Vaarwel miniheuvels en kunstsneeuw, nu gingen we voor het echie. We begonnen met skiën vanaf het bospad, een vrij makkelijke en niet al te lange route. Daarvoor moesten we wel met de skilift naar boven. Een heuse skilift, waar je heel snel tegenaan moest leunen voordat hij aan je neus voorbij ging. De lift duwde je dan naar boven, dus je moest opletten dat de latten van je ski’s niet over elkaar heen gingen. Voor de mensen die het echt eng vonden werd de lift af en toe stil gezet

Ook het skiën ging hier één op één, er waren genoeg begeleiders mee. Voor degenen die het echt slecht zagen, zoals ik, werd een hulpmiddel gebruikt dat een pilot werd genoemd. Ik hield een soort beugel vast die voor mijn buik werd gehouden. Achter me skiede iemand met goed zicht, die de twee uiteinden van deze beugel vasthield en indien nodig daarmee de richting kon aangeven. Later voelde ik me zeker genoeg om zonder pilot te skiën en aan het eind van de week ging ik de blauwe piste af. Deze vond ik al best eng met van die scherpe bochten. Hier ben ik het vaakst onderuit gegaan en ik vergeet nooit meer dat moment dat de ski’s van mijzelf en mijn begeleider in elkaar gehaakt zaten en we beide niet konden opstaan. We hebben toen flink gelachen en gevloekt.

Wat een heerlijke week was dat. We hebben niet alleen op de ski’s gestaan, we gingen ook wandelen en langlaufen. ’s Middags wachtte dan vaak een heerlijke, hete soep op ons in het hostel. Nee, met de juiste begeleiding en aanpassingen zijn deze wintersporten erg leuk voor mensen met een visuele beperking. En tijdens deze week heeft niemand een ledemaat gebroken, dat kun je bij veel skivakanties met grote groepen zienden niet zeggen, toch?

Foto van laptop met schermlezer

De schermlezer als onze digitale gids

Geschatte leestijd: 4 minuten

Of je nu een trouwe lezer van ons blog bent of zo nu en dan een EyeOpener meepikt, als je ons volgt weet je dat blinden en slechtzienden over het algemeen prima met computers en het internet uit de voeten kunnen. Dat is een geruststellende gedachte, want vandaag de dag zijn er nog steeds veel te veel mensen die onterecht geloven dat visueel beperkten volledig afgesneden van het internet leven. Onvoorstelbaar, niet? Ik bedoel, de technologie staat voor niets en wij zijn veelal vindingrijke, oplossingsgerichte denkers. Ook zijn er mensen die wel weten of vermoeden dat wij onze weg online kunnen vinden, maar gewoon niet begrijpen hoe we dat doen. Dat is niet erg, zolang je er niet klakkeloos vanuit gaat dat wij allemaal een stel digibeten zijn leg ik met plezier uit, aan de hand van een situatie die momenteel in mijn leven speelt, hoe blinden en zeer slechtzienden de computer bedienen. Dit doen we met de schermlezer: een stukje super handige software die er voor zorgt dat ik het artikel kan publiceren dat jij nu leest.

Drie manieren van kijken

Globaal gezien kan een schermlezer drie verschillende functies hebben: spraak, braille en vergroting. De spraakfunctie zorgt ervoor dat de tekst op het scherm door een door de computer aangestuurde stem wordt voorgelezen. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de woorden die je typt. De vergrootfunctie vergroot vanzelfsprekend de inhoud op het scherm, maar het is net iets gecompliceerder dan alleen dat. De meeste schermlezers die vergroting ondersteunen bieden de mogelijkheid om alleen bepaalde delen van het scherm te vergroten, de kleuren om te keren of het contrast te verhogen. En uiteraard kun je zelf bepalen hoe zeer je dingen uitvergroot. Als laatste is er nog de braillefunctie. Deze werkt door middel van een brailleleesregel, een klein, smal apparaat dat men voor het toetsenbord plaatst. Het programma vertaalt de woorden die op het scherm te zien zijn naar braille en geeft ze weer op deze brailleleesregel. Natuurlijk past de hele inhoud van een scherm niet altijd op een brailleleesregel en is het onhandig als de spraakfunctie alles voorleest. Daarom werkt een schermlezer met een systeem waarbij steeds een klein deel van de inhoud via braille en spraak aan de gebruiker getoond wordt.

Welke van bovengenoemde functies iemand gebruikt hangt af van diens visus en behoeften. Iemand die volledig blind is heeft bijvoorbeeld geen baad bij vergroting en gebruikt spraak, braille of een combinatie van beide. Ik ben zeer slechtziend en gebruik daarom het liefst alle drie de functies.

Verschillende schermlezers

Zoals het hoort bij een gezonde markt zijn er verschillende schermlezers te verkrijgen, die worden verstrekt door verschillende leveranciers. Een schermlezer is een hulpmiddel en wordt dus in de meeste gevallen vergoed door de zorgverzekeraar of het UWV. En dat is dus precies waar ik momenteel tegenaan loop: welke schermlezer past het best bij mij? Ik dacht de ideale schermlezer gevonden te hebben in Zoomtext Fusion, die spraak, braille en vergroting ondersteunt. Helaas is deze schermlezer een aanslag op de snelheid van mijn pc en zo ook op mijn bloeddruk. Omdat ik alle drie de functies van een schermlezer gebruik, is het programma behoorlijk zwaar en vraagt het veel van het werkgeheugen van mijn laptop. Gelukkig kreeg ik via de leverancier Babbage de mogelijkheid om een demo van de door hen ontwikkelde schermlezer Ultimate Screen Access, kortweg USA, uit te proberen. Dit programma is veel lichter en vertraagt mijn computer nauwelijks. Ik werk er nu al ruim een maand mee en ben zeer tevreden!

Opgelost, zou je denken, maar zo simpel ligt het niet. Zoals ik eerder al schreef worden de schermlezers meestal vergoed, omdat ze vaak aan de prijzige kant zijn. Maar hier zijn wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Het is krap drie jaar gleden dat ik Zoomtext Fusion bij mijn zorgverzekeraar aanvroeg omdat ik gek werd van de schermlezer die ik toentertijd gebruikte. Ik had gehoopt dat Fusion met minder problemen zou werken en mijn computer niet zo ernstig zou vertragen als de andere schermlezer deed. Dit was echter niet het geval. Helaas moet er minstens drie jaar tussen de aanvragen voor gelijksoortige hulpmiddelen zitten, wat natuurlijk ook weer logisch is, omdat je anders kunt blijven wisselen wanneer het jou uitkomt. Het zal er dus om spannen of ik USA vergoed krijg. Maar goed, tot die tijd red ik me met de demo, eventueel Zoomtext Fusion en… had ik al verteld dat de meeste smartphones een ingebouwde schermlezer hebben die super werkt? Je ziet, we redden ons prima online. Als we niet kunnen zien wat er in onze digitale omgeving gebeurt, dan horen of voelen we dat snel genoeg.

Foto van de inhoud van een Magic Box, met o.a. Gehakt, honing en cashewnoten

Wat zit er in jouw Magic Box?

Geschatte leestijd: 3 minuten

Ik ben allergisch voor voedselverspilling. Echt, anders dan dat kan ik het niet omschrijven. Het doet me bijna fysiek pijn als ik zie dat mensen voedsel dat nog prima eetbaar is zonder er verder bij stil te staan wegkeilen. Ook voedsel dat de houdbaarheidsdatum is gepasseerd terwijl dit voorkomen had kunnen worden verdient mijn medelijden. Hoe overdreven dit ook mag klinken, ik kan er echt niet tegen en doe mijn uiterste best om dit zelf te voorkomen. Met deze eigenaardige info over mijn persoon in je achterhoofd kun je je vast en zeker voorstellen hoe positief verrast ik was toen ik een paar jaar geleden de app Too Good To Go ontdekte, die voedselverspilling wil tegengaan. De app creëert eigenlijk een win-winsituatie: door een zogenaamde Magic Box te reserveren kun je een grote hoeveelheid levensmiddelen voor weinig geld kopen. Maar, eet of drink dat wat je krijgt wel snel op, want de producten staan op het punt hun datum des oordeels te overschrijden.

De Magic Box

Dit is hoe het in zijn werk gaat. Too Good To Go is een initiatief waar restaurants, supermarkten en andere verkopers van etenswaren vrijwillig aan kunnen deelnemen. Doormiddel van hun app kun je als consument zien welke winkels er in jouw buurt meedoen. Via zoekfilters kun je zoeken op het soort voedsel en zie je makkelijk de adressen waar nog iets te halen valt. Meestal ’s avonds maken de deelnemende winkels bekend hoe veel Magic Boxen er zijn. In mijn ervaring zijn dit er meestal niet al te veel, twee, drie, en natuurlijk komt het ook wel eens voor dat ze niets over hebben. Daarom moet je er vaak wel snel bij zijn. Je kunt een Magic Box reserveren en die de volgende dag op het aangegeven tijdstip ophalen. De app geeft je een code die je in de winkel kunt laten scannen, waarna je het eten meekrijgt.

Een Magic Box kost bij de meeste supermarkten maar een paar euro. Bij wat luxere restaurants zijn ze vaak wat duurder, maar ik heb ze nooit duurder dan vijftien euro gezien. Wat je voor dit geld krijgt is een complete verrassing. Natuurlijk, bij een sushirestaurant kun je sushi en bij een bakker kun je brood verwachten, maar de exacte inhoud van een Magic Box weet je nooit van te voren. Bij supermarkten is dit dus echt een grote verrassing. De hoeveelheid voedsel die je krijgt verschilt ook per keer. Om het idee van goed bezig zijn voor het milieu nog verder door te voeren wordt je altijd gevraagd zelf tassen mee te nemen om de verkregen levensmiddelen in mee te nemen.

Eigen ervaring

Zelf heb ik al enkele malen de Magic Box gekocht. Hoewel de inhoud ervan per dag en winkel verschilt en dit dus ook tegen kan vallen, heb ik er eigenlijk hele goede ervaring mee. Mijn Bakker Bart box zat vol kraakverse broden en kaasstengels. Het jammere van deze verse producten is dat ze snel oud worden. Hetzelfde geldt voor zuivel uit de supermarkt. Je krijgt zuivel dat tegen de houdbaarheidsdatum aan zit en dus moet het snel op. Ik had een keer in mijn Magic Box twee pakken yoghurt, weliswaar van elkaar verschillend, maar toch moest het allebei snel op. Daarom is een tip die ik zou willen meegeven om de Magic Box onder meerdere personen of huishoudens te verdelen als je hem koopt.

Toegankelijkheid van de app

Too Good To Go is op zich prima te gebruiken voor mensen met een visuele beperking. Je moet er echter wel handigheid in krijgen. In het begin kan de overload aan informatie verwarrend zijn, maar uiteindelijk ga je er een patroon in zien en wordt het overzichtelijker, althans dat is mijn ervaring. De app heeft geen ondrukbare knoppen voor gebruikers van spraak en het meeste is ook goed gelabeld, dus dat zit wel snor. De app heeft een witte achtergrond en een goed leesbaar lettertype. Dus, als je eenmaal door hebt hoe Too Good To Go vor jou het best werkt, zal niets je er meer van weerhouden om te streven voor een betere wereld en voedselverspilling te bestrijden.

Download Too Good To Go hier voor iOS of hier voor Android

Foto van Moortje voor een vlag: visuele beperking werkveld

Studeren met een visuele beperking #4 – het werkveld in

Geschatte leestijd: 4 minuten

Vandaag word ik officieel uitgeschreven bij Hogeschool Saxion. Vanaf morgen mag ik mezelf dus geen studente meer noemen, want dan… ben ik afgestudeerd! Ik kan het nog steeds maar moeilijk bevatten dat die vier jaar van blunderen en leren, zwoegen en streven en vallen en opstaan zich eindelijk uitbetalen. Ik heb nu gewoon mijn bachelorgraad, mijn diploma! Het heeft me wat bloed, zweet en tranen gekost. De dag dat ik mijn afstudeerproject moest presenteren, een presentatie die zou bepalen of ik wel of niet zou slagen, zit nog vers in mijn geheugen, al is deze alweer drie weken geleden. Ik heb zelden zulke zenuwen gevoeld als toen en hoe ik daar zo kalm kon staan om mijn verhaal te doen zonder een enkele black-out, begrijp ik nog steeds niet helemaal. Maar goed, ik heb het gehaald. En nu? Werk zoeken.

Stage lopen

Ik heb in mijn derde jaar van het werkende leven kunnen proeven via een intensieve stage van vijf maanden. Ik draaide op fulltime basis mee met de internetredactie van Netwerk Mediawijsheid, waar ik erg veel geleerd heb op het gebied van bloggen, SEO, sociale media en, hoe kan het ook anders, mediawijsheid. Ik kan niet op mijn tien vingers tellen hoeveel van andermans artikelen ik onder leiding van collega’s heb gecorrigeerd en in WordPress heb klaargezet zodat deze door de redactie gepubliceerd konden worden. Ik heb zelf ook een paar artikelen voor het blog mogen schrijven, waaronder een artikel over hoe mensen met een visuele beperking sociale media gebruiken.

Behalve de beroepsmatige dingen die ik heb geleerd, heb ik ook belangrijke dingen geleerd op persoonlijk vlak. Zo ontdekte ik door schade en schande dat veertig uur per week werken te veel voor me was en zal blijven. Ik werd er slordiger van en verloor prioriteiten uit het oog. Bij een visuele beperking, zo legde een begeleidster van me uit, verbruik je meer energie dan de meeste mensen. Goed om te weten! Ook merkte ik dat het geen zin had om mijn beperking minder erg te maken dan deze is. Je werkgever gaat er toch een keer achter komen dat je niet alles kunt en niet zo snel kan werken als andere stagiaires. Ik ben erg dankbaar voor het geduld dat mijn toenmalige stagebedrijf met me had en dat ik mijn stage met een acht kon afsluiten.

Solliciteren

Ik probeer nu natuurlijk zo snel mogelijk een betaalde baan te vinden, al moet ik toegeven dat de tijdelijke rust van het zonder directe verplichtingen leven me ook wel goed doet. Toch moet dit niet al te lang duren, om overduidelijke financiële redenen en omdat ik niet te lang kan ‘stilzitten’. Echter, hoewel ik nu in het bezit ben van een HBO-diploma en er veel vraag is naar tekstschrijvers, redacteuren en social media specialisten, de richting waarin ik vacatures zoek, is dat geen garantie voor me dat ik snel aan een baan kom. Met een zware visuele beperking zoals die van mij sta je toch helaas 1-0 achter bij je mede-sollicitanten, zelfs als je een baan kiest die non-visueel kan, zoals tekstschrijver. Dit in verband met vooroordelen die over ons bestaan en het eerder genoemde energieprobleem waarmee de meeste zeer slechtzienden en blinden te kampen hebben. Gelukkig zijn er via het UWV voorzieningen getroffen, bijvoorbeeld dat werkgevers subsidie krijgen wanneer ze iemand met een beperking aannemen, zodat mensen met een beperking net iets makkelijker aan werk kunnen komen. We zullen zien hoe dit voor mij gaat uitpakken.

Terugkijkend op mijn studie

Via deze blogserie heb ik jullie een kijkje gegeven in de woelige wereld van een studente met een visuele beperking. Zo heb ik in deel één een beschrijving gegeven van mijn moeizame overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het hoger beroepsonderwijs, was ik in deel twee open over de problemen die ik soms had bij het communiceren met mijn mede-studenten en vertelde ik in deel drie over één van mijn gaafste studie-ervaringen. Uiteraard zijn alle artikelen in deze serie gebaseerd op persoonlijke ervaringen en vanzelfsprekend verloopt ieder individueel studietraject anders. Ik hoop dat mijn artikelen een visueel beperkte lezer die ook graag wil studeren niet afschrikken. Een studie in het vervolgonderwijs zou ik iedereen aanraden, al moet je wel een beetje sterk in je schoenen staan en kunnen incasseren. Mijn eigen opleiding zou ik niet direct aanbevelen voor mensen die blind of zeer slechtziend zijn, omdat deze behoorlijk visueel ingesteld is en ik het maar net heb gehaald. Kun je wat meer op zicht doen en houd je van creatief bezig zijn, dan is deze opleiding wel echt de moeite waard.

Of ik spijt heb van mijn keuze voor deze opleiding? Zeer zeker niet, al is dat natuurlijk makkelijk praten nu ik mijn diploma heb. Ik heb echt af en toe getwijfeld om te stoppen en heb nog steeds spijt van sommige keuzes die ik tijdens mijn studie gemaakt heb. Ook had ik gewild dat ik wat beter op het HBO was voorbereid, maar goed, al met al ben ik blij dat ik deze studierichting gekozen heb en, hoewel ik zeker niet cum laude geslaagd ben, mag het eindresultaat er wat mij betreft zijn.

Ik wil de lezers die mijn serie van begin tot eind gevolgd hebben graag bedanken voor hun steun en interesse. Ik hoop dat deze blogserie op enige wijze een toevoeging aan je leven is geweest, of je er nu van geleerd hebt, er door geamuseerd of geïnspireerd werd.

Foto genomen in een tempel tijdens de minor

Studeren met een visuele beperking #3 – de minor

Geschatte leestijd: 5 minuten

Nu mijn studie ten einde loopt, vind ik het tijd worden om mijn ervaringen als studente Media, Informatie en Communicatie met een visuele beperking met jullie te delen. In het eerste deel van deze blogserie beschreef ik hoe ik de overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het reguliere hoger beroepsonderwijs ervoer en in het tweede deel liet ik zien hoe ik als enige van mijn klas met een functiebeperking mijn best deed om deel uit te maken van de groep. Voor dit artikel verlaten we de inmiddels vertrouwd geworden campus van Saxion hogeschool te Enschede en neem ik jullie mee naar Utrecht, waar ik vijf maanden gestudeerd heb tijdens een intrigerende minor.

Een minor kiezen

Terwijl ik eigenlijk nog met mijn volle aandacht bij mijn stage zat, in die periode liep ik veertig uur per week stage in Hilversum, begon ik op het internet rond te snuffelen op zoek naar een goede minor die echt bij me paste. Een minor is een kleine opleiding van één semester waarvan de studiepunten, in mijn geval moesten dat er dertig zijn, werden opgeteld bij je huidige opleiding. In het geval van mijn opleiding was het volgen van zo’n module verplicht. De minor mocht niet te veel overlap hebben met de stof van mijn huidige opleiding, dus een minor met een compleet ander vakgebied werd toegejuicht. Ik had voor ik aan mijn stage begon al voor mezelf besloten dat ik er één wilde volgen op mijn eigen hogeschool. Daar kende ik immers al redelijk de weg op het terrein en in het hoofdgebouw. Ik ben echter iemand die mezelf dol graag uitdaagt en soms liever de ingewikkelder weg neemt, dus toen het er op aan kwam ging ik kijken op de algemene site KOM Minoren. Na een tijdje rondzoeken, waarbij ik vooral zocht op mijn interesses en de tijdsperiode waar in de minor zou moeten plaatsvinden, stuitte ik op een module die meteen mijn aandacht had: Filosofie. Wereldreligies. Spiritualiteit. Levenskunst voor dé professional. De minor werd gegeven door de Hogeschool Utrecht. Behalve dat de titel en de omschrijving van de minor me aanspraken, dacht ik ook meteen bij mezelf: Utrecht, goed toegankelijk met het openbaar vervoer, niet al te ver reizen vanaf mijn huidige locatie, prima! Enthousiast geworden meldde ik me aan en uiteraard week de minor genoeg af van mijn huidige studie, dus ik kon in februari 2019 probleemloos starten met deze mini-opleiding.

Opnieuw beginnen

Goed, probleemloos is misschien een beetje een optimistische term als je voor je gevoel weer helemaal opnieuw moet beginnen. Ik moest weer opnieuw de gebouwen waar ik les had leren kennen, opnieuw aan mijn medestudenten en docenten uitleggen welke beperking ik had, opnieuw achter aanpassingen voor lesstof en tentamens aan… Aan de andere kant, omdat ik dit allemaal al eens gedaan had ging het deze keer makkelijker en voelde het ook een beetje als met een schone lei beginnen. Ik had me van te voren in het gebouw verdiept door er samen met een begeleider naartoe te gaan en ook de rest was snel geregeld, gezegd en gedaan. Bovendien hoefde ik maar één dag in de week naar de school om lessen bij te wonen en was de rest thuisstudie.

Ik ontdekte al snel dat deze minor veel ruimdenkende mensen aantrok. Dit verbaasde me niets, ik bedoel met zo’n alternatieve titel… Dit had als gevolg dat niemand me anders behandelde vanwege mijn slechte ogen en dat ik nauwelijks moeite hoefde te doen om ‘erbij’ te horen. Ik voelde me in deze groep meer welkom dan ik me in alle andere klassen van mijn eigen opleiding had gevoeld. Ook de docenten waren absoluut niet negatief over mijn deelname, dit omdat de minor, in tegenstelling tot mijn eigen opleiding, niet voor een groot deel visueel is ingericht.

De inspiratiedagen

Zoals je wellicht van een opleiding over spiritualiteit en religies mag verwachten, hebben we een hoop bijzondere dingen geleerd, gezien en gedaan. We hebben lessen over meditatie, haptonomie en dans gehad, hoorcolleges over filosofen, de Islam en atheïsme bijgewoond en zelfs les gehad van een echte sjamaan. We gingen ook een paar keer op excursie, waarvan de Inspiratiedagen me het meest zijn bijgebleven. Voor een paar dagen trokken we ons terug in een klooster in Den Haag. Stel je voor, meer dan zestig studenten en een hond die drie dagen gingen wonen tussen de stille muren van een klooster. We hebben gedurende deze dagen kringgesprekken gevoerd met de broeders, verschillende tempels in de stad bezocht waaronder een Hindoetempel en een moskee, en halverwege de excursie kwam er een moment dat we een paar uur muisstil moesten zijn. We mochten intussen van alles doen, lezen, mediteren, slapen, als iedereen maar stil was. Tijdens deze dagen heb ik de waarde van stilte beter leren begrijpen. Wist je bijvoorbeeld dat verscholen in het winkelcentrum Hoog Catharijne een stiltecentrum ligt? Daar begon onze excursie naar het klooster. We kregen daar ook de opdracht om stil door het winkelcentrum te lopen, zonder een bepaald doel voor ogen. Een bizarre ervaring om daar zonder iets te zeggen rond te dwalen, zonder doel, tussen mensen die zich naar verschillende plekken haastten.

Tijdens de Inspiratiedagen had ik twee ongemakkelijke momenten, en dan tel ik mijn hysterische lachbui tijdens een yogales niet eens mee. Mijn geleidehond die de bierbrouwerij van het klooster binnen kwam huppelen terwijl we daar een rondleiding hadden, wat de aanwezige broeder niet echt kon waarderen, of toen ze ging blaffen tijdens het stiltemoment. En dan ons bezoek aan de moskee, waar de hond helemaal niet naar binnen mocht. Waar ze in de Hindoetempel ten minste nog in het voorportaal mocht blijven, mocht dat in de moskee absoluut niet en moest mijn hulpdier alleen in de regen achterblijven. Twee docenten zijn toen nog zo lief geweest om om de beurt een flink stuk met haar door de stad te gaan wandelen zodat ze geen moment alleen was. Als ze dat niet hadden kunnen doen was ik misschien wel buiten gebleven, samen met mijn hondje wachtend in de regen. Maar afgezien daarvan waren de Inspiratiedagen een mooie, onvergetelijke ervaring.

Practicum

Behalve dat ik één dag in de week naar school ging, ging ik ook één dag in de week naar mijn practicum. Dit practicum kun je het best omschrijven als een onbeoordeelde stage waarbij je in een bedrijf dat niet tot de commerciële sector behoorde, je wereldbeeld ging verruimen. Ik liep practicum bij een werkplaats vlak bij huis waar mensen met een beperking dagbestedingsactiviteiten ondernamen. Ik heb erg interessante gesprekken met de deelnemers mogen voeren.

Ik vond het jammer toen de minor in juni tot een einde kwam, al was ik blij dat ik alle vakken in één keer had gehaald en dertig studiepunten bij mijn opleiding mocht optellen. Ik heb er zeker geen spijt van dat ik deze minor gekozen heb en ben de docenten en mijn medestudenten dankbaar voor het feit dat ze zo open voor me stonden en met me mee dachten als ik ergens tegenaan liep.

Lees verder >> Studeren met een visuele beperking #4 – het werkveld in

Omslagfoto van Zwarte ster

Boekrecensie: Zwarte ster, door Jesper en Joakim Ersgàrd

Geschatte leestijd: 2 minuten

Als sci-filiefhebber ben ik dol op verhalen over buitenaardse beschavingen en fantasierijke omschrijvingen van andere planeten. Ik heb dan ook veel jeugdboeken met dat thema verslonden, zoals de Lux-serie van Jennifer L. Armentrout en uiteraard de zeer bekende reeks Het transgalactisch liftershandboek van Douglas Adams. Om een boek voor volwassenen te lezen met dit onderwerp was een geheel nieuwe ervaring, maar Zwarte ster van Jesper en Joakim Ersgàrd liet me zien dat dit genre met een volwassen insteek erg goed kan werken.

Algemene gegevens van Zwarte ster

Verschenen: 19 december 2016
Formaat: e-book en audioboek
Aantal afleveringen: 30
Genre: science-fiction
Mijn beoordeling: 4 sterren

Het verhaal

Net zoals een aantal personages aan het begin van de serie een wormgat in worden gezogen, wordt jij als lezer het verhaal in getrokken. Een passagiersvliegtuig verdwijnt op mysterieuze wijze van de radar. Er blijkt meer aan de hand te zijn dan een gewone crash, dus Ruimteonderzoeker Thana ‘Monty’ Montgomery, ex-defensieman Henry Jäger en NASA-deskundige Dr. Hyman worden naar de plaats des onheils gestuurd om de verdwijning te onderzoeken. Voor ze het weten belanden ze in een bizarre wereld waar onbekende gevaren op de loer liggen. Langzaam daalt het besef in dat ze op een andere planeet zitten. En dat niet alleen, ze zijn ook nog eens middenin een intergalactische strijd tussen werelden terecht gekomen. Komen ze ooit nog terug op hun eigen planeet? En zo ja, wie zal hun verhaal geloven en de naderende dreiging die ze aankondigen serieus nemen?

Over de voorlezer

Roel Fooij is de stem die Zwarte ster tot leven brengt. Naast voorlezer voor Storytel is hij ook bezig met ander stemwerk en heeft hij een studio aan huis. Ook is hij regelmatig werkzaam als voice-over, onder andere in seizoen 2 van het programma Ik wed dat ik het kan. Zijn stem past naar mijn mening erg goed bij het verhaal. De nuchtere manier waarop hij het boek voorleest maakt dit krankzinnige verhaal des te geloofwaardiger. En als bonus toverde de manier waarop hij de namen van de auteurs uitspreekt iedere keer weer een glimlach op mijn gezicht.

Mijn mening over het boek

Ondanks dat Zwarte ster een vliegende start maakt met de verdwijning van het SAS-vliegtuig, kabbelt het verhaal daarna wat rustiger door. Hoewel het soms moeilijk is om je gedachten erbij te houden, weten de schrijvers wel hoe ze ervoor moeten zorgen dat je blijft lezen. Niet alleen de verkenning van een onbekende planeet is zeer interessant, ook de futuristische technologie die wordt beschreven en de mysterieuze gave van hoofdpersoon Monty houden de lezer bezig. Al met al is het dus echt een boek om een kans te geven, zelfs als je niet van het science-fictiongenre houdt.

GIF van Mario video games

Het spelen van video games met weinig visus

Geschatte leestijd: 6 minuten

Ik moet een jaar of tien geweest zijn toen mijn zusje voor haar verjaardag van mijn ouders een roze Nintendo DS Lite kreeg. Ook kreeg ze daarbij een spelletje waarmee ze voor baby’s kon zorgen. Toen al helemaal gek op zorgen en moederen stortte ze zich op het spel. Bijna iedere dag zag ik haar liefdevol spelen met haar digitale kindertjes. Ik was stiekem een beetje jaloers op hoe ze zich verloor in die wereld en wilde dat ook. Maar helaas, toen ze het me liet proberen ontdekte ik al snel dat het voor mijn drie procent zicht te veel gevraagd was. Te veel tekst, te veel details die ik miste. Later kreeg ze er een spel bij waarmee ze voor hamstertjes zorgde. Dat ging me wat beter af, vooral bepaalde minigames lukten me aardig. Toch dachten zowel mijn ouders als ik dat zo’n apparaatje niets voor mij zou zijn, omdat ik er zo weinig mee zou kunnen en ik misschien last van mijn ogen zou krijgen. Dus met een lichte teleurstelling zei ik de video games vaarwel.

Toen mijn andere zusje ongeveer een jaar later ook een DS Lite kreeg, een groene, nam mijn interesse voor video games weer toe. Zij kreeg er een totaal ander spel bij, namelijk: New Super Mario Bros. DS. Dit 2D Mario-spel waarbij je een klein poppetje door verschillende levels met uiteenlopende vijanden en obstakels moet sturen, was helemaal niet voor me te doen, zo dacht mijn moeder. Maar op een goede dag kreeg ik de DS van mijn zusje te pakken en probeerde ik ook dat spel, waarbij ik tot de verbazingwekkende ontdekking kwam dat ik het best redelijk kon zien, zolang ik de game console maar dicht bij genoeg hield, zo’n 1,5 centimeter van mijn ogen af. Er ging een hele wereld voor me open. De wereld van Super Mario, die lang niet zo ondoenlijk voor me bleek te zijn dan we hadden gedacht. En toen kwam het magische moment dat mijn moeder me op een ochtend in maart 2009 wakker maakte met de alles veranderende mededeling: “er is een witte DS Lite in de aanbieding, ga je mee?”, waarmee mijn leven als video gamer een startsein kreeg.

Gokken en klikken

Het begon met spellen van Super Mario. Deze waren niet al te lastig: er zit bijna geen verhaal in die spellen, dus ik hoefde geen halsbrekende toeren uit te halen om dat mee te krijgen. Hierdoor miste ik wel de plot van een spel als Super Mario 64 DS, maar de talrijke 3D-werelden die je zonder tijdslimiet kon verkennen om Power Stars te verzamelen, maakten dat meer dan goed. In Super Mario Bros. DS zat wel een tijdslimiet, die samen met Mini Mario de meeste problemen gaf. En Mario Kart was ook opvallend goed voor me te doen. Hoewel mijn visus waardeloos is, werkt mijn visuele geheugen wel behoorlijk goed, waardoor ik vrij snel de verschillende kartbanen uit mijn hoofd kende. Het liefst speelde ik als het vrolijke groene draakje, waarvan ik de naam natuurlijk niet kon lezen, dus die ik tot Ditchy gedoopt had, om er veel later achter te komen dat deze eigenlijk Yoshi heette. Internet werd in die tijd mijn grootste vriend en online las ik over de achtergrond van veel Mario personages, waardoor ik het ‘verhaal’ in de spellen beter kon begrijpen.

Mijn Mario Kart 8 deluxe highlights als Witte Yoshi
Meer highlights op een visueel uitdagender baan

Dankzij een schoolvriendinnetje ontdekte ik de wereld van Pokémon. Ik was meteen verkocht toen ze me Pokémon Soul Silver liet zien en wilde dat spel ook spelen. Het spel werd op mijn verzoek op mijn R4-kaartje gedownload, maar helaas was het de Japanse versie. Of nou ja, helaas, ik kon het toch niet lezen. En als extra moeilijkheid hebben de Pokémon spellen wel een uitgebreide verhaallijn. Omdat ik die totaal niet mee kreeg, rommelde ik maar wat aan. Dit had als gevolg dat ik soms tijden vast zat in hetzelfde gebied en maar niet verder kwam. Ik heb het zelfs voor elkaar gekregen om op een gegeven moment mijn sterkste Pokémon te verwijderen en ik kreeg hem met geen mogelijkheid meer terug. Toch had ik er ontzettend veel lol in. Later kreeg ik andere Pokémon spellen, zoals: Pokémon Diamond, die wel in het Engels waren. Ook daarvan was de tekst natuurlijk veel te klein om het verhaal te volgen, maar dit nam ik voor lief. Pokémon gevechten gingen beter, want ik leerde de zetten die mijn Pokémon kenden ook uit mijn hoofd. En zo af en toe vroeg ik iemand in mijn buurt om iets te lezen als ik dacht dat het belangrijk was.

Cheaten

Ik was, en ben nog steeds wel, erg streng voor mezelf als het om spelen van video games gaat. Ieder level, ieder gevecht wil ik zelf halen, drie procent zicht of niet. Ik heb de meeste spellen op eigen kracht uit kunnen spelen. Online leg ik het vaak wel af tegen mijn medespelers die niet gehinderd worden door slechte ogen en hoewel online spelen daardoor erg confronterend is, doe ik het wel graag. Af en toe stond ik mezelf toe om voor de lol cheats te activeren via mijn R4-kaart. Voor niet-gamers, cheats zijn codes die de spellen gemakkelijker maken. In Mario wordt je bijvoorbeeld onoverwinnelijk of kun je ongelimiteerd hoog en lang springen, waardoor je over alle obstakels heen vliegt. Er zijn veel verschillende soorten cheats en ik hield ervan om daarmee te spelen, al wiste ik de vorderingen die ik daarmee maakte vrijwel meteen weer. Er was altijd wel een stemmetje in mijn hoofd dat fluisterde dat ik vanwege mijn slechte zicht best wel eens zou mogen cheaten bij zo’n spel, maar dan voelde de prestaties die ik leverde niet als die van mij en maakte ik de voortgang die ik had geboekt vrijwel meteen weer ongedaan.

De beste consoles voor slechtzienden

Door de jaren heen heb ik verschillende consoles versleten. Niet zo zeer omdat ik slordig omga met mijn spullen, ik bedoel, ik heb in die tijd maar één DS Lite in tweeën laten breken. Ik kreeg een DSI, niet alleen om zijn vele nieuwe functies ten opzichte van de Lite, zoals het opnemen en bewerken van korte audiofragmenten waar ik onwijs mee geklooid heb, maar ook en vooral omdat daar een XL-versie van was die veel grotere schermen had. Ik nam in die tijd ook afscheid van de R4-kaart, omdat illegale spellen te veel ellende gaven en je er niet mee online kan gaan. Toen de Nintendo 3DS uitkwam besloot ik bij mijn DSI te blijven, maar ja, de nieuwste spellen kwamen alleen nog maar voor de 3DS uit. Ik baalde hier een beetje van. Aan die 3D-functie, één van de nieuwe mogelijkheden van deze console, had ik niets. Ik hou het apparaat zo dicht bij mijn gezicht dat, als ik 3D aanzet, mijn zicht op het spel wordt gehinderd door lelijke strepen. Gelukkig kun je 3D ook uit laten, en dus zwichtte ik in 2016 en kocht de Nintendo 3DS XL.

En toen kwam de Nintendo Switch uit. Ook tegen die drang om de Switch te kopen heb ik me jarenlang met succes verzet. Uiteindelijk werd ik toch overgehaald en kocht ik de Switch Lite. Deze kan niet aan de televisie verbonden worden, maar in tegenstelling tot wat je misschien zou denken vind ik dit juist fijner. Natuurlijk, een tv heeft een groter scherm, maar dit kun je niet vlak bij je ogen houden. Ook heb ik op de tv geen duidelijk overzicht en met een kleiner scherm wel. Mij wordt regelmatig gevraagd of dat gamen niet zwaar is voor mijn ogen. Bizar genoeg valt dat bij de meeste spellen best mee. Zolang ik niet hoef te lezen of te turen naar voor mij minuscule details, houden mijn ogen het erg lang vol zonder dat ik er last mee krijg.

Met het veranderen van console veranderde ook mijn manier van spelen. Mijn strategie van gokken en klikken volstond niet meer. Ik werd ouder en wilde het verhaal graag beter volgen. Toen ik de 3DS had, had ik daarvoor een vrij omslachtige en vermoeiende maar werkende methode gevonden. Ik gebruikte de camera van mijn telefoon met de vergrootfunctie om zo de tekst te lezen, en later gebruikte ik de app Seeing AI, die met wat gestotter en gehakkel de tekst onder mijn camera kon voorlezen. Toen ik twee maanden geleden de Switch Lite kocht, werd ik getroffen door een positieve verrassing. Deze Switch heeft namelijk een zoomfunctie, waarmee ik het scherm kan vergroten en dus geen hulp van andere apparaten nodig heb om te lezen wat ik doe. Dat zo’n visueel georiënteerd bedrijf als Nintendo dan toch rekening begint te houden met mensen met een visuele beperking ontroert me eerlijk gezegd een beetje. Nu nog een speciale audioconsole voor volledig blinde mensen en dan kunnen ze in mijn ogen niets meer fout doen.

GIF groepsdynamiek

Studeren met een visuele beperking #2 – groepsdynamiek

Geschatte leestijd: 3 minuten

Nu mijn studie bijna ten einde loopt, vind ik het tijd worden om mijn ervaringen als studente Media, Informatie en Communicatie met een visuele beperking met jullie te delen. In het eerste deel van deze blogserie beschreef ik hoe ik de overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het reguliere hoger beroepsonderwijs ervoer. Nu wordt het tijd voor mijn minst favoriete onderwerp, dat zeg ik jullie eerlijk, het erbij horen: de groepsdynamiek.

Als je een functiebeperking hebt, heb je altijd een achterstand op je medestudenten. Het maakt niet uit hoe hard je je best doet om erbij te horen: je zult net iets trager, net iets minder mentaal aanwezig zijn doordat prikkels van je omgeving anders binnenkomen. Dit is iets waar je niets aan kunt veranderen, maar als je het accepteert valt er prima mee te leven. Ik zie mezelf bijvoorbeeld als een heel sociaal, kletserig persoon, maar wanneer ik tussen vreemde mensen ben die niet zijn zoals ik, die geen beperking hebben die hen remt in hun doen en laten, ben ik stil en afwezig. Hoe dat komt? Ik denk dat het per beperking verschilt. In het geval van de visuele beperking zou ik zeggen dat het komt omdat ik de non-verbale communicatie in de groep niet of nauwelijks mee krijg. De gebaartjes, het oogcontact en misschien zelfs stiekeme kleine briefjes die mijn medestudenten uitwisselen, gaan vrijwel volledig langs me heen. Dat er zo veel non-verbale communicatie is, is logisch: ik heb eens ergens gehoord of gelezen dat tachtig procent van onze communicatie non-verbaal is. Ik zelf merk ook dat ik bepaalde gezichten trek om dingen duidelijk te maken aan anderen, dat ik wijs, knik of met mijn hoofd schud. Dit doe ik automatisch niet bij blinde medemensen, maar dit is niet iets wat ik zou vragen van mijn medestudenten. Ik ben het gewend te communiceren met blinde en zeer slechtziende mensen en weet hoe ik mijn reacties zo verbaal mogelijk moet uitdrukken, maar voor al mijn klasgenoten was ik de eerste slechtziende met wie ze samenwerkten, misschien zelfs de eerste slechtziende die ze ooit ontmoet hebben. En daarom verwijt ik hen niets. Ik lag vaak net een streepje op hen achter, bevond me aan de rand van de groep in plaats van er middenin, maar ik maakte er tenminste wel deel van uit.

Wederzijdse communicatie

Dit ligt uiteraard niet alleen aan de non-verbale communicatie van mijn medestudenten. Ik zelf moet ook open blijven over wat ik wel en niet kan, goed communiceren over de tekortkomingen die mijn slechte zicht me oplegt en niet dichtklappen. Daar heb ik soms last van en dat is op z’n zachtst gezegd niet echt handig. Dat dichtklappen gebeurde ook wanneer we groepjes moesten vormen voor een studieproject. Met vlugge blikken en kleine gebaartjes deelden de studenten om me heen zichzelf en elkaar in. Ik zat er een beetje verloren tussen. Moest ik nu door de klas gaan roepen: “wie wil er met mij?” Die zin is op zichzelf al niet echt fraai, en daarbij, ik was er niet goed in om mezelf op te dringen. Ik klapte dicht en als gevolg daarvan restte me niets anders dan te wachten op het beschamende moment dat de docent zag dat ik nog geen groepje had, en me liet aanhaken bij een groepje dat er, voor mijn gevoel althans, niet op zat te wachten.

De voordelen

Laat ik dit stuk afsluiten met een wat positiever geluid: wat voor mij de voordelen zijn van werken in groepjes. Natuurlijk vindt de opleiding het belangrijk: goed leren samenwerken, elkaar feedback geven enzovoort. Daarnaast heeft het voor mij ook bijkomende extra voordelen. Ik werkte voor een bepaalde periode intensief samen met een paar studenten, die ik als gevolg daarvan beter leerde kennen, ook bij naam. Dit maakte dat ik ze makkelijker benaderde als ik een vraag had of iemand nodig had om met me mee te lopen naar het lokaal. Verder merkte ik aan mezelf dat ik opener en actiever ben in een klein groepje waarbij de opstelling van tevoren bepaald is en vaststaat. In dat opzicht was ik dus blij met projectgroepen.

Video over mijn studie-ervaringen

Vorig jaar werd ik door Space of Stories gevraagd om mijn verhaal en ervaringen als slechtziende studente te delen en samen maakten we onderstaande video, waarin ik niet alleen over mijn studie, maar ook over mijn ambities en dromen vertel.

Lees verder >> Studeren met een visuele beperking #3 – de minor

Hoe ik de gevulde pastasalade tonijn ontdekte

Geschatte leestijd: 2 minuten

Koken is iets dat ik erg leuk vind om te doen. Momenteel volg ik een leer-woontraject met als doel zelfstandig te kunnen wonen, waarbij ik me de nodige huishoudelijke taken eigen maak. Koken valt daar ook onder. Iedere twee weken kook ik, met een begeleider in de buurt om mogelijke keukenrampen te voorkomen, een door mij zelf uitgekozen recept, net zo lang totdat ik het bereiden van een bepaalde maaltijd volledig beheers. Wanneer dat het geval is is het aan mij om een nieuw recept te kiezen. Ik kies het liefst voor gezonde maaltijden, vegetarisch of met vis. Google is daarbij mijn beste vriend, al heb ik ook wel eens een recept uit een braillekookboek geplukt. Via het internet stuitte ik op een heerlijke pastasalade, die ik afgelopen zomer geregeld heb gemaakt.

Het recept voor de pastasalade

Ik heb het recept via de website van Allerhande. Hier en daar heb ik het wat aangepast aan mijn persoonlijke voorkeuren. De aangegeven hoeveelheden zijn voor vier personen.

Ingrediënten

  • 200 g fusilli
  • 2 middelgrote eieren
  • 1 komkommer
  • 1 rode ui
  • een blikje tonijn op waterbasis
  • Lekker wat zongedroogde tomaten
  • 240 g zwarte olijven in plakjes
  • 2 el kappertjes
  • 1 jazz-appel
  • 2 el yoghurt met mayonaise

Bereidingswijze

Het maken van deze salade spreekt eigenlijk voor zich. Snijd de ui, appel, komkommer en zongedroogde tomaten in kleine stukjes. Kook intussen de pasta en de eieren, zodat deze niet te warm de salade in gaan. Kook de pasta ca. acht minuten tot deze gaar is en de eieren ca. vijf minuten. Doe de gesneden groenten en de appel in een kom en gooi daar de kappertjes, olijven en tonijn bij. Pel en halveer de gekookte eieren en doe ze bij de vulling. Giet de pasta af en doe deze terug in de pan. Schep de vulling er vervolgens goed doorheen en maak het af met de yoghurt-mayonaisedressing. Kruid het geheel eventueel met wat verse peterselie.

En daar is hij dan, een smaakvolle, gezonde pastasalade, klaar om geserveerd en gegeten te worden.

Studeren met een visuele beperking

Studeren met een visuele beperking #1 – van VSO naar HBO

Geschatte leestijd: 4 minuten

Volgende week is het zover, dan begin ik aan de laatste lootjes van mijn afstudeertraject. Door de coronacrisis en andere omstandigheden die me vertraagden doe ik er drie maanden langer over, maar als het goed is heb ik in november dan eindelijk mijn fel begeerde bachelor behaald. Mensen reageren vaak met de woorden “wat knap” als ze horen dat ik een reguliere hbo-opleiding volg. Wat knap is sowieso een vaak gehoorde term als je als blinde of slechtziende iets onderneemt, maar goed. Het is echt niet onmogelijk om te studeren met een visuele beperking, maar natuurlijk gaat het niet vanzelf. Dingen die mijn studiegenoten met twee vingers in hun neus zouden kunnen doen, waren voor mij soms behoorlijk pittig. In deze blogserie laat ik je veelvoorkomende uitdagingen zien die ik tijdens het studeren tegen ben gekomen, en hoe ik deze ben aangegaan.

Voortgezet speciaal onderwijs (VSO)

Ik bracht mijn tijd op de havo door op een kleine school voor mensen met een visuele beperking in Zeist. Zelf woonde ik in Hengelo, Overijssel, maar deze speciale school was de dichtstbijzijnde. De hoogste klas van de havo had welgeteld twee leerlingen, mezelf meegerekend. Omdat we de kleinste klas van de school waren, werden we samengevoegd met de havo-klas onder ons, waardoor ons groepje uit vijf leerlingen bestond. Deze omvang is vrij normaal voor een klas in het speciaal onderwijs. Al het lesmateriaal was aangepast aan onze beperking. Bijna alle computers hadden speciale hulpsoftware waardoor ook blinde mensen ze konden bedienen. Was je blind, dan was je één van de velen. Slecht zicht was dat wat ons tot één groep maakte, niet iets wat ons onderscheidde van de rest. Het was een plek waar ik me normaal voelde, gelijk aan ieder ander. De school telde bij elkaar zo’n zeventig leerlingen. Iedereen kende elkaar bij naam. Dit zorgde natuurlijk ook voor een hoog roddelgehalte, zowel binnen als buiten de muren van het schoolgebouw, maar goed, dat hield de boel levendig.

En toen…

Onze leraren hadden ons al gewaarschuwd voor het hoger beroepsonderwijs. Immense gebouwen vol lange gangen met voor ons onleesbare aanwijzingen naar het juiste lokaal. Hordes ‘normale’ studenten aan wie je wat je ‘mankeerde’ herhaaldelijk zou moeten uitleggen. Niet-aangepast studiemateriaal waar je dan zelf achteraan moest. Toetsen die aangepast moesten worden. Medelijden en onbegrip van je medestudenten of docenten. Op het VSO was het onderwijs aangepast op iedere leerling en hielden ze, zoals ze zelf zeiden, “je handje vast”. Op het hbo stond je er alleen voor. Dat was het schrikbeeld dat ze schetsten en ik moet zeggen, grotendeels klopt het wel.

Die overstap van zo’n klein, informeel schooltje naar een enorme instelling vol onbekende ‘zienden’ was overweldigend kan ik je vertellen. Ik had me er geestelijk al op ingesteld en liet me, half murw geslagen door de nieuwe indrukken, voor de eerste dagen op het Saxion meevoeren op de stroom. Dit gevoel valt het best te omschrijven met het idee dat iedereen rende, en ik stilstond. Alles ging vijf keer zo snel dan dat ik gewend was. Ik verdwaalde, vroeg vaker hulp dan prettig voelde en verloor beetje bij beetje mijn onafhankelijkheidsdrang. Ik wilde alles zelf doen, maar dat kon gewoon niet. Ik moest wel een beetje op mijn medestudenten leunen maar kreeg hierdoor ook vaak afwijzingen te verwerken. Op een goede dag kreeg ik van mijn slb’er de kans om uit te leggen wat mijn beperking inhield. Dat was erg prettig en we hadden een goed gesprek met z’n allen. Toch was er ook een studente die zei dat ze me graag wilde helpen, maar dat ze er niet voor gekozen had met mij in de klas te zitten en dat ze er niet altijd voor me kon zijn. Die opmerking, of meer hoe ze deze verwoordde, kwam hard binnen. Natuurlijk was het een hele redelijke opmerking, maar het herinnerde me er toch weer sterk aan dat ik een last voor mijn medestudenten vormde.

Maar aan de andere kant…

Toch waren er zeker wel studenten die erg leuk met me omgingen en met wie ik graag optrok. Studenten die me hielpen en bij wie ik me op mijn gemak en zelfs normaal voelde. In mijn tweede jaar kreeg ik het compliment dat het groepje waarmee ik toen nauw samenwerkte voor een project, soms vergat dat ik slechtziend was. Wat die opmerking suggereert? Dat ik dus normaal functioneerde in de groep en niet voor al te veel belemmeringen zorgde.

Vooral het eerste jaar was voor mij dus een achtbaan aan emoties. Veel nieuwe indrukken en dagen van hoofdpijn en nervositeit waren soms het gevolg. Toen ik mijn geleidehond, Siérra, kreeg, ging het vaak al wat beter, al kwam dit ook omdat mensen sneller met me gingen praten nu ik een hond had. De overstap van het speciaal onderwijs naar regulier onderwijs was heftig, maar niet zo heftig als ik had gevreesd. Want ja, ik vreesde het hbo, wilde er jaren geleden nog niet eens aan denken om na de havo verder te studeren uit angst dat ik met name het sociale leven daar niet kon bijbenen. Ik leg de schuld hiervoor toch wel een beetje bij mijn oude school. Ik kwam uit een beschermde omgeving, met de duistere waarschuwing van mijn leraren echoënd in mijn oren, maar verder geen enkele fatsoenlijke voorbereiding op het woelige hbo. Daar mogen ze op het VSO best wel wat meer aan doen wat mij betreft, hoe eerder, hoe liever. Een voorbeeld: laat de leerlingen in het laatste jaar van de vmbo of havo meer zelf regelen. Geef ze plotseling een studieboek met veel te kleine lettertjes, ik noem maar wat geks. 🙂

Lees verder >> Studeren met een visuele beperking #2 – groepsdynamiek