Home » Archieven voor Moortje

Auteur: Moortje

Hi, ik ben Morena, Moortje voor vrienden en bekenden. Ik ben dol op schrijven, lezen, koken, bewegen, Nederlandse stemacteurs en mijn prachtige geleidehond Siërra. Waar ik voornamelijk over zal schrijven: boeken, actuele onderwerpen, lekker eten en andere dingen die mijn interesse hebben en die ik graag met jullie deel!

GIF van Mario video games

Het spelen van video games met weinig visus

Ik moet een jaar of tien geweest zijn toen mijn zusje voor haar verjaardag van mijn ouders een roze Nintendo DS Lite kreeg. Ook kreeg ze daarbij een spelletje waarmee ze voor baby’s kon zorgen. Toen al helemaal gek op zorgen en moederen stortte ze zich op het spel. Bijna iedere dag zag ik haar liefdevol spelen met haar digitale kindertjes. Ik was stiekem een beetje jaloers op hoe ze zich verloor in die wereld en wilde dat ook. Maar helaas, toen ze het me liet proberen ontdekte ik al snel dat het voor mijn drie procent zicht te veel gevraagd was. Te veel tekst, te veel details die ik miste. Later kreeg ze er een spel bij waarmee ze voor hamstertjes zorgde. Dat ging me wat beter af, vooral bepaalde minigames lukten me aardig. Toch dachten zowel mijn ouders als ik dat zo’n apparaatje niets voor mij zou zijn, omdat ik er zo weinig mee zou kunnen en ik misschien last van mijn ogen zou krijgen. Dus met een lichte teleurstelling zei ik de video games vaarwel.

Toen mijn andere zusje ongeveer een jaar later ook een DS Lite kreeg, een groene, nam mijn interesse voor video games weer toe. Zij kreeg er een totaal ander spel bij, namelijk: New Super Mario Bros. DS. Dit 2D Mario-spel waarbij je een klein poppetje door verschillende levels met uiteenlopende vijanden en obstakels moet sturen, was helemaal niet voor me te doen, zo dacht mijn moeder. Maar op een goede dag kreeg ik de DS van mijn zusje te pakken en probeerde ik ook dat spel, waarbij ik tot de verbazingwekkende ontdekking kwam dat ik het best redelijk kon zien, zolang ik de game console maar dicht bij genoeg hield, zo’n 1,5 centimeter van mijn ogen af. Er ging een hele wereld voor me open. De wereld van Super Mario, die lang niet zo ondoenlijk voor me bleek te zijn dan we hadden gedacht. En toen kwam het magische moment dat mijn moeder me op een ochtend in maart 2009 wakker maakte met de alles veranderende mededeling: “er is een witte DS Lite in de aanbieding, ga je mee?”, waarmee mijn leven als video gamer een startsein kreeg.

Gokken en klikken

Het begon met spellen van Super Mario. Deze waren niet al te lastig: er zit bijna geen verhaal in die spellen, dus ik hoefde geen halsbrekende toeren uit te halen om dat mee te krijgen. Hierdoor miste ik wel de plot van een spel als Super Mario 64 DS, maar de talrijke 3D-werelden die je zonder tijdslimiet kon verkennen om Power Stars te verzamelen, maakten dat meer dan goed. In Super Mario Bros. DS zat wel een tijdslimiet, die samen met Mini Mario de meeste problemen gaf. En Mario Kart was ook opvallend goed voor me te doen. Hoewel mijn visus waardeloos is, werkt mijn visuele geheugen wel behoorlijk goed, waardoor ik vrij snel de verschillende kartbanen uit mijn hoofd kende. Het liefst speelde ik als het vrolijke groene draakje, waarvan ik de naam natuurlijk niet kon lezen, dus die ik tot Ditchy gedoopt had, om er veel later achter te komen dat deze eigenlijk Yoshi heette. Internet werd in die tijd mijn grootste vriend en online las ik over de achtergrond van veel Mario personages, waardoor ik het ‘verhaal’ in de spellen beter kon begrijpen.

Mijn Mario Kart 8 deluxe highlights als Witte Yoshi
Meer highlights op een visueel uitdagender baan

Dankzij een schoolvriendinnetje ontdekte ik de wereld van Pokémon. Ik was meteen verkocht toen ze me Pokémon Soul Silver liet zien en wilde dat spel ook spelen. Het spel werd op mijn verzoek op mijn R4-kaartje gedownload, maar helaas was het de Japanse versie. Of nou ja, helaas, ik kon het toch niet lezen. En als extra moeilijkheid hebben de Pokémon spellen wel een uitgebreide verhaallijn. Omdat ik die totaal niet mee kreeg, rommelde ik maar wat aan. Dit had als gevolg dat ik soms tijden vast zat in hetzelfde gebied en maar niet verder kwam. Ik heb het zelfs voor elkaar gekregen om op een gegeven moment mijn sterkste Pokémon te verwijderen en ik kreeg hem met geen mogelijkheid meer terug. Toch had ik er ontzettend veel lol in. Later kreeg ik andere Pokémon spellen, zoals: Pokémon Diamond, die wel in het Engels waren. Ook daarvan was de tekst natuurlijk veel te klein om het verhaal te volgen, maar dit nam ik voor lief. Pokémon gevechten gingen beter, want ik leerde de zetten die mijn Pokémon kenden ook uit mijn hoofd. En zo af en toe vroeg ik iemand in mijn buurt om iets te lezen als ik dacht dat het belangrijk was.

Cheaten

Ik was, en ben nog steeds wel, erg streng voor mezelf als het om spelen van video games gaat. Ieder level, ieder gevecht wil ik zelf halen, drie procent zicht of niet. Ik heb de meeste spellen op eigen kracht uit kunnen spelen. Online leg ik het vaak wel af tegen mijn medespelers die niet gehinderd worden door slechte ogen en hoewel online spelen daardoor erg confronterend is, doe ik het wel graag. Af en toe stond ik mezelf toe om voor de lol cheats te activeren via mijn R4-kaart. Voor niet-gamers, cheats zijn codes die de spellen gemakkelijker maken. In Mario wordt je bijvoorbeeld onoverwinnelijk of kun je ongelimiteerd hoog en lang springen, waardoor je over alle obstakels heen vliegt. Er zijn veel verschillende soorten cheats en ik hield ervan om daarmee te spelen, al wiste ik de vorderingen die ik daarmee maakte vrijwel meteen weer. Er was altijd wel een stemmetje in mijn hoofd dat fluisterde dat ik vanwege mijn slechte zicht best wel eens zou mogen cheaten bij zo’n spel, maar dan voelde de prestaties die ik leverde niet als die van mij en maakte ik de voortgang die ik had geboekt vrijwel meteen weer ongedaan.

De beste consoles voor slechtzienden

Door de jaren heen heb ik verschillende consoles versleten. Niet zo zeer omdat ik slordig omga met mijn spullen, ik bedoel, ik heb in die tijd maar één DS Lite in tweeën laten breken. Ik kreeg een DSI, niet alleen om zijn vele nieuwe functies ten opzichte van de Lite, zoals het opnemen en bewerken van korte audiofragmenten waar ik onwijs mee geklooid heb, maar ook en vooral omdat daar een XL-versie van was die veel grotere schermen had. Ik nam in die tijd ook afscheid van de R4-kaart, omdat illegale spellen te veel ellende gaven en je er niet mee online kan gaan. Toen de Nintendo 3DS uitkwam besloot ik bij mijn DSI te blijven, maar ja, de nieuwste spellen kwamen alleen nog maar voor de 3DS uit. Ik baalde hier een beetje van. Aan die 3D-functie, één van de nieuwe mogelijkheden van deze console, had ik niets. Ik hou het apparaat zo dicht bij mijn gezicht dat, als ik 3D aanzet, mijn zicht op het spel wordt gehinderd door lelijke strepen. Gelukkig kun je 3D ook uit laten, en dus zwichtte ik in 2016 en kocht de Nintendo 3DS XL.

En toen kwam de Nintendo Switch uit. Ook tegen die drang om de Switch te kopen heb ik me jarenlang met succes verzet. Uiteindelijk werd ik toch overgehaald en kocht ik de Switch Lite. Deze kan niet aan de televisie verbonden worden, maar in tegenstelling tot wat je misschien zou denken vind ik dit juist fijner. Natuurlijk, een tv heeft een groter scherm, maar dit kun je niet vlak bij je ogen houden. Ook heb ik op de tv geen duidelijk overzicht en met een kleiner scherm wel. Mij wordt regelmatig gevraagd of dat gamen niet zwaar is voor mijn ogen. Bizar genoeg valt dat bij de meeste spellen best mee. Zolang ik niet hoef te lezen of te turen naar voor mij minuscule details, houden mijn ogen het erg lang vol zonder dat ik er last mee krijg.

Met het veranderen van console veranderde ook mijn manier van spelen. Mijn strategie van gokken en klikken volstond niet meer. Ik werd ouder en wilde het verhaal graag beter volgen. Toen ik de 3DS had, had ik daarvoor een vrij omslachtige en vermoeiende maar werkende methode gevonden. Ik gebruikte de camera van mijn telefoon met de vergrootfunctie om zo de tekst te lezen, en later gebruikte ik de app Seeing AI, die met wat gestotter en gehakkel de tekst onder mijn camera kon voorlezen. Toen ik twee maanden geleden de Switch Lite kocht, werd ik getroffen door een positieve verrassing. Deze Switch heeft namelijk een zoomfunctie, waarmee ik het scherm kan vergroten en dus geen hulp van andere apparaten nodig heb om te lezen wat ik doe. Dat zo’n visueel georiënteerd bedrijf als Nintendo dan toch rekening begint te houden met mensen met een visuele beperking ontroert me eerlijk gezegd een beetje. Nu nog een speciale audioconsole voor volledig blinde mensen en dan kunnen ze in mijn ogen niets meer fout doen.

GIF groepsdynamiek

Studeren met een visuele beperking #2 – groepsdynamiek

Nu mijn studie bijna ten einde loopt, vind ik het tijd worden om mijn ervaringen als studente Media, Informatie en Communicatie met een visuele beperking met jullie te delen. In het eerste deel van deze blogserie beschreef ik hoe ik de overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het reguliere hoger beroepsonderwijs ervoer. Nu wordt het tijd voor mijn minst favoriete onderwerp, dat zeg ik jullie eerlijk, het erbij horen: de groepsdynamiek.

Als je een functiebeperking hebt, heb je altijd een achterstand op je medestudenten. Het maakt niet uit hoe hard je je best doet om erbij te horen: je zult net iets trager, net iets minder mentaal aanwezig zijn doordat prikkels van je omgeving anders binnenkomen. Dit is iets waar je niets aan kunt veranderen, maar als je het accepteert valt er prima mee te leven. Ik zie mezelf bijvoorbeeld als een heel sociaal, kletserig persoon, maar wanneer ik tussen vreemde mensen ben die niet zijn zoals ik, die geen beperking hebben die hen remt in hun doen en laten, ben ik stil en afwezig. Hoe dat komt? Ik denk dat het per beperking verschilt. In het geval van de visuele beperking zou ik zeggen dat het komt omdat ik de non-verbale communicatie in de groep niet of nauwelijks mee krijg. De gebaartjes, het oogcontact en misschien zelfs stiekeme kleine briefjes die mijn medestudenten uitwisselen, gaan vrijwel volledig langs me heen. Dat er zo veel non-verbale communicatie is, is logisch: ik heb eens ergens gehoord of gelezen dat tachtig procent van onze communicatie non-verbaal is. Ik zelf merk ook dat ik bepaalde gezichten trek om dingen duidelijk te maken aan anderen, dat ik wijs, knik of met mijn hoofd schud. Dit doe ik automatisch niet bij blinde medemensen, maar dit is niet iets wat ik zou vragen van mijn medestudenten. Ik ben het gewend te communiceren met blinde en zeer slechtziende mensen en weet hoe ik mijn reacties zo verbaal mogelijk moet uitdrukken, maar voor al mijn klasgenoten was ik de eerste slechtziende met wie ze samenwerkten, misschien zelfs de eerste slechtziende die ze ooit ontmoet hebben. En daarom verwijt ik hen niets. Ik lag vaak net een streepje op hen achter, bevond me aan de rand van de groep in plaats van er middenin, maar ik maakte er tenminste wel deel van uit.

Wederzijdse communicatie

Dit ligt uiteraard niet alleen aan de non-verbale communicatie van mijn medestudenten. Ik zelf moet ook open blijven over wat ik wel en niet kan, goed communiceren over de tekortkomingen die mijn slechte zicht me oplegt en niet dichtklappen. Daar heb ik soms last van en dat is op z’n zachtst gezegd niet echt handig. Dat dichtklappen gebeurde ook wanneer we groepjes moesten vormen voor een studieproject. Met vlugge blikken en kleine gebaartjes deelden de studenten om me heen zichzelf en elkaar in. Ik zat er een beetje verloren tussen. Moest ik nu door de klas gaan roepen: “wie wil er met mij?” Die zin is op zichzelf al niet echt fraai, en daarbij, ik was er niet goed in om mezelf op te dringen. Ik klapte dicht en als gevolg daarvan restte me niets anders dan te wachten op het beschamende moment dat de docent zag dat ik nog geen groepje had, en me liet aanhaken bij een groepje dat er, voor mijn gevoel althans, niet op zat te wachten.

De voordelen

Laat ik dit stuk afsluiten met een wat positiever geluid: wat voor mij de voordelen zijn van werken in groepjes. Natuurlijk vindt de opleiding het belangrijk: goed leren samenwerken, elkaar feedback geven enzovoort. Daarnaast heeft het voor mij ook bijkomende extra voordelen. Ik werkte voor een bepaalde periode intensief samen met een paar studenten, die ik als gevolg daarvan beter leerde kennen, ook bij naam. Dit maakte dat ik ze makkelijker benaderde als ik een vraag had of iemand nodig had om met me mee te lopen naar het lokaal. Verder merkte ik aan mezelf dat ik opener en actiever ben in een klein groepje waarbij de opstelling van tevoren bepaald is en vaststaat. In dat opzicht was ik dus blij met projectgroepen.

Video over mijn studie-ervaringen

Vorig jaar werd ik door Space of Stories gevraagd om mijn verhaal en ervaringen als slechtziende studente te delen en samen maakten we onderstaande video, waarin ik niet alleen over mijn studie, maar ook over mijn ambities en dromen vertel.

Hoe ik de gevulde pastasalade tonijn ontdekte

Koken is iets dat ik erg leuk vind om te doen. Momenteel volg ik een leer-woontraject met als doel zelfstandig te kunnen wonen, waarbij ik me de nodige huishoudelijke taken eigen maak. Koken valt daar ook onder. Iedere twee weken kook ik, met een begeleider in de buurt om mogelijke keukenrampen te voorkomen, een door mij zelf uitgekozen recept, net zo lang totdat ik het bereiden van een bepaalde maaltijd volledig beheers. Wanneer dat het geval is is het aan mij om een nieuw recept te kiezen. Ik kies het liefst voor gezonde maaltijden, vegetarisch of met vis. Google is daarbij mijn beste vriend, al heb ik ook wel eens een recept uit een braillekookboek geplukt. Via het internet stuitte ik op een heerlijke pastasalade, die ik afgelopen zomer geregeld heb gemaakt.

Het recept voor de pastasalade

Ik heb het recept via de website van Allerhande. Hier en daar heb ik het wat aangepast aan mijn persoonlijke voorkeuren. De aangegeven hoeveelheden zijn voor vier personen.

Ingrediënten

  • 200 g fusilli
  • 2 middelgrote eieren
  • 1 komkommer
  • 1 rode ui
  • een blikje tonijn op waterbasis
  • Lekker wat zongedroogde tomaten
  • 240 g zwarte olijven in plakjes
  • 2 el kappertjes
  • 1 jazz-appel
  • 2 el yoghurt met mayonaise

Bereidingswijze

Het maken van deze salade spreekt eigenlijk voor zich. Snijd de ui, appel, komkommer en zongedroogde tomaten in kleine stukjes. Kook intussen de pasta en de eieren, zodat deze niet te warm de salade in gaan. Kook de pasta ca. acht minuten tot deze gaar is en de eieren ca. vijf minuten. Doe de gesneden groenten en de appel in een kom en gooi daar de kappertjes, olijven en tonijn bij. Pel en halveer de gekookte eieren en doe ze bij de vulling. Giet de pasta af en doe deze terug in de pan. Schep de vulling er vervolgens goed doorheen en maak het af met de yoghurt-mayonaisedressing. Kruid het geheel eventueel met wat verse peterselie.

En daar is hij dan, een smaakvolle, gezonde pastasalade, klaar om geserveerd en gegeten te worden.

Studeren met een visuele beperking

Studeren met een visuele beperking #1 – van VSO naar HBO

Volgende week is het zover, dan begin ik aan de laatste lootjes van mijn afstudeertraject. Door de coronacrisis en andere omstandigheden die me vertraagden doe ik er drie maanden langer over, maar als het goed is heb ik in november dan eindelijk mijn fel begeerde bachelor behaald. Mensen reageren vaak met de woorden “wat knap” als ze horen dat ik een reguliere hbo-opleiding volg. Wat knap is sowieso een vaak gehoorde term als je als blinde of slechtziende iets onderneemt, maar goed. Het is echt niet onmogelijk om te studeren met een visuele beperking, maar natuurlijk gaat het niet vanzelf. Dingen die mijn studiegenoten met twee vingers in hun neus zouden kunnen doen, waren voor mij soms behoorlijk pittig. In deze blogserie laat ik je veelvoorkomende uitdagingen zien die ik tijdens het studeren tegen ben gekomen, en hoe ik deze ben aangegaan.

Voortgezet speciaal onderwijs (VSO)

Ik bracht mijn tijd op de havo door op een kleine school voor mensen met een visuele beperking in Zeist. Zelf woonde ik in Hengelo, Overijssel, maar deze speciale school was de dichtstbijzijnde. De hoogste klas van de havo had welgeteld twee leerlingen, mezelf meegerekend. Omdat we de kleinste klas van de school waren, werden we samengevoegd met de havo-klas onder ons, waardoor ons groepje uit vijf leerlingen bestond. Deze omvang is vrij normaal voor een klas in het speciaal onderwijs. Al het lesmateriaal was aangepast aan onze beperking. Bijna alle computers hadden speciale hulpsoftware waardoor ook blinde mensen ze konden bedienen. Was je blind, dan was je één van de velen. Slecht zicht was dat wat ons tot één groep maakte, niet iets wat ons onderscheidde van de rest. Het was een plek waar ik me normaal voelde, gelijk aan ieder ander. De school telde bij elkaar zo’n zeventig leerlingen. Iedereen kende elkaar bij naam. Dit zorgde natuurlijk ook voor een hoog roddelgehalte, zowel binnen als buiten de muren van het schoolgebouw, maar goed, dat hield de boel levendig.

En toen…

Onze leraren hadden ons al gewaarschuwd voor het hoger beroepsonderwijs. Immense gebouwen vol lange gangen met voor ons onleesbare aanwijzingen naar het juiste lokaal. Hordes ‘normale’ studenten aan wie je wat je ‘mankeerde’ herhaaldelijk zou moeten uitleggen. Niet-aangepast studiemateriaal waar je dan zelf achteraan moest. Toetsen die aangepast moesten worden. Medelijden en onbegrip van je medestudenten of docenten. Op het VSO was het onderwijs aangepast op iedere leerling en hielden ze, zoals ze zelf zeiden, “je handje vast”. Op het hbo stond je er alleen voor. Dat was het schrikbeeld dat ze schetsten en ik moet zeggen, grotendeels klopt het wel.

Die overstap van zo’n klein, informeel schooltje naar een enorme instelling vol onbekende ‘zienden’ was overweldigend kan ik je vertellen. Ik had me er geestelijk al op ingesteld en liet me, half murw geslagen door de nieuwe indrukken, voor de eerste dagen op het Saxion meevoeren op de stroom. Dit gevoel valt het best te omschrijven met het idee dat iedereen rende, en ik stilstond. Alles ging vijf keer zo snel dan dat ik gewend was. Ik verdwaalde, vroeg vaker hulp dan prettig voelde en verloor beetje bij beetje mijn onafhankelijkheidsdrang. Ik wilde alles zelf doen, maar dat kon gewoon niet. Ik moest wel een beetje op mijn medestudenten leunen maar kreeg hierdoor ook vaak afwijzingen te verwerken. Op een goede dag kreeg ik van mijn slb’er de kans om uit te leggen wat mijn beperking inhield. Dat was erg prettig en we hadden een goed gesprek met z’n allen. Toch was er ook een studente die zei dat ze me graag wilde helpen, maar dat ze er niet voor gekozen had met mij in de klas te zitten en dat ze er niet altijd voor me kon zijn. Die opmerking, of meer hoe ze deze verwoordde, kwam hard binnen. Natuurlijk was het een hele redelijke opmerking, maar het herinnerde me er toch weer sterk aan dat ik een last voor mijn medestudenten vormde.

Maar aan de andere kant…

Toch waren er zeker wel studenten die erg leuk met me omgingen en met wie ik graag optrok. Studenten die me hielpen en bij wie ik me op mijn gemak en zelfs normaal voelde. In mijn tweede jaar kreeg ik het compliment dat het groepje waarmee ik toen nauw samenwerkte voor een project, soms vergat dat ik slechtziend was. Wat die opmerking suggereert? Dat ik dus normaal functioneerde in de groep en niet voor al te veel belemmeringen zorgde.

Vooral het eerste jaar was voor mij dus een achtbaan aan emoties. Veel nieuwe indrukken en dagen van hoofdpijn en nervositeit waren soms het gevolg. Toen ik mijn geleidehond, Siérra, kreeg, ging het vaak al wat beter, al kwam dit ook omdat mensen sneller met me gingen praten nu ik een hond had. De overstap van het speciaal onderwijs naar regulier onderwijs was heftig, maar niet zo heftig als ik had gevreesd. Want ja, ik vreesde het hbo, wilde er jaren geleden nog niet eens aan denken om na de havo verder te studeren uit angst dat ik met name het sociale leven daar niet kon bijbenen. Ik leg de schuld hiervoor toch wel een beetje bij mijn oude school. Ik kwam uit een beschermde omgeving, met de duistere waarschuwing van mijn leraren echoënd in mijn oren, maar verder geen enkele fatsoenlijke voorbereiding op het woelige hbo. Daar mogen ze op het VSO best wel wat meer aan doen wat mij betreft, hoe eerder, hoe liever. Een voorbeeld: laat de leerlingen in het laatste jaar van de vmbo of havo meer zelf regelen. Geef ze plotseling een studieboek met veel te kleine lettertjes, ik noem maar wat geks. 🙂

Omslagfoto perfect match

Boekrecensie: Perfect Match, door Patricia Snel

Ik vind met deze temperatuur niets zo heerlijk als aan de rand van ons kleine zwembad in de tuin te genieten van een boek. Daarom speciaal voor deze warme dagen een nieuwe suggestie voor je: de meeslepende, korte thriller Perfect Match, geschreven door Patricia Snel. Dit boek is net als alle Storytel-originals zowel te lezen als e-book als te luisteren, waarbij het wordt voorgelezen door Peggy Vrijens.

Algemene gegevens van Perfect Match

Verschenen: 11 november 2016
Formaat: e-book en audioboek
Aantal afleveringen: 7
Genre: thriller
Mijn beoordeling: 3 sterren

Het verhaal

Het leven van de 34-jarige Isa is leuk, maar voor haar gevoel nog niet helemaal compleet. Wat ze mist is een leuke man om haar dagen mee te delen. Ook zou ze dol graag in de toekomst een kindje willen. Haar beste vriendin raadt haar Perfect Match aan, een datingsite die serieuzer is dan Tinder en waar volgens haar echt leuke mannen op staan. Isa, die niet zo van het online daten is, besluit de gok te wagen en komt na een iets te enthousiaste Italiaan in contact met de Zweedse Nils. Ze voelt vrijwel meteen een klik met hem en na de eerste date is ze er alleen maar meer van overtuigd dat hij haar perfecte match is. Echter, na een paar weken neemt hun prille relatie een duistere en drastische wending.

Over de voorlezer

Peggy Vrijens leest de audioversie van Perfect Match voor, wat ze echt geweldig doet. Zij behoort sowieso tot de top 5 van mijn favoriete Nederlandse stemacteurs. Haar stem is mooi, erg prettig om naar te luisteren en ze leest met precies de goede dosis emotie voor. Peggy is geboren op 28 oktober 1976 en is behalve een bekend actrice met rollen in Costa, Het huis Anubis en de vijf van het magische zwaard, De mannen van dokter Anne en Julia’s Tango, ook in verschillende jeugdseries zoals Winx Club en Generator Rex als stemactrice te horen.

Mijn mening over het boek

Perfect Match is een boek dat je, omdat het vrij kort is, zo uit hebt. Het begint al heel spannend, er is Isa iets overkomen, maar wat weet je als lezer nog niet. Daar kom je gaandeweg het verhaal achter, maar daardoor zit je er wel meteen middenin. Het einde is behoorlijk huiveringwekkend, maar daar zal ik verder geen uitspraken over doen. Ik raad het je ten zeerste aan om zelf dit verhaal te ontdekken als een lekker leestussendoortje.

Flexitariër - foto van een bord met groenten

De week van een flexitariër

Als ik mensen vertel over mijn eetgewoonte, krijg ik vaak de meest bizarre, beledigende termen naar mijn hoofd geslingerd. De mooiste, meest terugkerende zijn: fakitariër, vage terriër, gelegenheidsvegetariër, nep vegetariër en parttime vegetariër. Ik moet toegeven dat ik die laatste niet eens zo slecht vind en deze zelf ook regelmatig bezig. De officiële term is echter: flexitariër. Ik leg jullie met plezier uit wat dit begrip inhoudt en wat me hiertoe gedreven heeft. Als je dit artikel hebt gelezen, mag je wat mij betreft naar hartenlust de naam eraan geven die je erbij vindt passen.

Wat houdt flexitariër zijn in?

Het woord zegt het eigenlijk al, je eet minder vlees en gaat bewust om met je vleesconsumptie, maar hier ben je wel flexibel in. Het staat je als flexitariër dus vrij om zelf ‘regels’ op te stellen omtrent je vleesconsumptie. Hierbij geldt wel dat je minstens één dag per week vegetarisch eet, een vegadag of vleesloze dag zoals ik deze noem, voor je jezelf flexitariër kunt noemen. De regels die ik voor mezelf heb gesteld zijn: ik eet drie dagen per week vegetarisch. Strikt genomen twee dagen vegetarisch en één dag pescotarisch, dan mag ik van mezelf wel vis eten. Ik hoop dit later, als ik volledig op mezelf woon en iedere dag zelf bepaal wat ik eet, uit te breiden naar vier dagen vegetarisch en één dag pescotarisch.

Verschillende termen

Als ik het met mensen heb over bewust vlees eten en de diëten die daarbij horen, worden sommige termen weleens door elkaar gebruikt. Daarom hier een kort lijstje met de juiste termen bij de juiste betekenis:

  • Vegetariër: iemand die geen vlees of vis eet;
  • Veganist: iemand die helemaal geen dierlijke producten eet of drinkt, dus ook geen kaas, eieren of melk;
  • Flexitariër: wat ik dus ben, iemand die bewust minder vlees eet;
  • Pescotariër: iemand die geen vlees eet, maar wel vis.

Bij alle eetgewoonten heb je natuurlijk verschillende gradaties. Er zijn vegetariërs die ook dierlijke vetten mijden en geen vleesvervangers willen eten die bereid zijn in dezelfde pan als echt vlees, en vegetariërs die daar minder moeilijk over doen. Flexitariërs kunnen ook veganistische dagen hebben… tja, het is natuurlijk een vrij land, dus hoe je het voor jezelf invult is aan jou.

Waarom zou je jezelf dit aandoen?

Een vraag die ik van menig vleesverslinder voor mijn kiezen krijg. De meest voor de hand liggende reden, dat het vreselijk is voor de ontelbare dieren die jaarlijks worden geslacht voor ons genot, speelt zeker een rol. Maar voor mij is de voornaamste reden, waardoor ik heb besloten te minderen met vlees, toch omdat het beter is voor je gezondheid om af en toe een dagje geen vlees te eten. Ik ken genoeg mensen die hier geen (gehakt)bal van geloven, of liever gezegd dit niet willen geloven. Mensen die denken dat ze een dag zonder vlees nauwelijks zullen overleven. Ik zuig dit echter niet uit mijn duim, lees dit artikel maar eens over de gevolgen voor je lichaam als je stopt met vlees eten. Daarnaast is minder vlees eten ook goed voor het klimaat, minder CO2-uitstoot door de bio-industrie. Helaas is mijn ervaring dat lang niet iedereen dat iets uitmaakt. Verbeter de wereld, begin bij jezelf gaat niet voor hen op. Waarom zou je een wereld willen verbeteren waar je maar zo’n tachtig jaar op doorbrengt? Voor de volgende generatie? Who cares, ik wil geen kinderen.

Waarom dan geen fulltime vegetariër?

Als ik het allemaal zo goed denk te weten, waarom ben ik dan geen fulltime vegetariër? Ik merk dat ik soms niet serieus wordt genomen als ik vraag of ik iets zonder vlees mag, bijvoorbeeld als ik op bezoek ben. Ik eis echt geen dure vleesvervangers van mensen, een gerecht waar voor mij geen vlees in zit is wat mij betreft prima. Het punt is dat mensen het niet begrijpen, omdat ik een dag later vrolijk een broodje hamburger naar binnen schuif. Die verwarring begrijp ik, heus. Ik ben wat dat betreft gewoon een zwakkeling die vlees nauwelijks kan weerstaan. Wat heeft het dan voor nut om vleesloze dagen te hebben? Nou, ik geloof dat alle kleine beetjes helpen. Daarbij is het, zoals ik eerder al noemde, goed voor je gezondheid. Ik eet vier dagen per week vlees en krijg dus nog voldoende protaïnen en vitamine B12 binnen, waardoor ik minder hoef terug te vallen op soms schandelijk dure vleesvervangers. Maar goed, ik geloof dus in het motto alle kleine beetjes helpen. Vlees volledig laten staan vinden veel meer mensen moeilijk. Die schrikken terug van het idee om volledig vegetarisch te worden, want je moet altijd rekening houden met wat je eet, creatieve oplossingen verzinnen om vlees te vervangen en anders vleesvervangers kopen die veel duurder zijn dan kiloknallers. Maar stel nou dat driekwart van de mensen erin zou slagen om het vlees minstens drie dagen per week te laten voor wat het is, zou dat echt totaal geen effect hebben? Zou dat echt niet opwegen tegen die kwart van de bevolking (ruwweg, ik heb de cijfers hier niet) die het vlees volledig laten staan? Ik geloof dat wat ik en de andere flexitariërs doen zeker wel effect heeft, niet alleen voor wereldverbetering, maar ook voor onze gezondheid. En ja, het raakt me dus best wel dat mensen er zo laconiek over denken en niet zien waarom ze er rekening mee moeten houden, gezien ik een ‘nep vegetariër’ ben.

Omslag Graviton Marja West

Boekrecensie: Graviton, door Marja West

Nadert jouw vakantie ook met rasse schreden en ben je nog opzoek naar een leuk boek om deze vrije dagen mee door te komen? Als je abonnee bent van Storytel, lees dan vooral verder, want ik heb een zinderende suggestie voor je. Graviton, geschreven door Marja West, is een meeslepende Storytel-original die zich afspeelt in een Frans bergdorpje. Het verhaal bevat bovennatuurlijke elementen, die op een realistische wijze in het leven van de hoofdpersonen verweven worden.

Algemene gegevens van Graviton

Verschenen: 22 januari 2018
Formaat: e-book en audioboek
Aantal afleveringen: 30
Genre: spanning, bovennatuurlijk
Mijn beoordeling: 4 sterren

Het verhaal

Tijdens een routinetest met een deeltjesversneller in Zwitserland, gaat er iets mis. Dit heeft grote gevolgen voor de bewoners van Charroux, een naburig dorpje vlak over de grens met Frankrijk. Er breekt een hevige storm los boven Charroux die het als een bezetene laat bliksemen. Als de storm voorbij is en het dorp weer opgelucht adem kan halen, blijkt dat slechts het begin van een reeks bizarre, niet te bevatten gebeurtenissen.

Over de voorlezer

De luisterboekversie van Graviton wordt ingelezen door Kevin Hassing, een Nederlands stemacteur die meerdere luisterboeken heeft voorgelezen. Ook spreekt hij verschillende rollen in in Nederlandse nasynchronisaties van jeugd- en animatieseries, zoals: Spencer uit iCarly, Smokescreen uit Transformers: Prime, en verscheidene terugkerende gastrollen in Disney-series als Lab Rats en Mighty Med. Hij heeft een warme stem die prettig is om naar te luisteren en die goed bij het verhaal past. Wel vond ik het jammer dat het verhaal niet door meerdere personen werd voorgelezen. Graviton wordt namelijk verteld vanuit het perspectief van drie personages: de tiener Lars, de hoteleigenares Mila en schoolhoofd Adam. Het was leuk geweest als deze rollen door verschillende voorlezers vertolkt werden, wat Storytel vaker doet met zijn originals.

Mijn mening over het boek

Ik heb Graviton erg snel uitgelezen, omdat het verhaal me behoorlijk in zijn greep hield. Naast dat het een bovennatuurlijk, sci-fi-achtig verhaal is waar ik wel van houd, bevat het ook de intrigerende kenmerken van een sociale roman, omdat het boek zich afspeelt in een dorpje waar raadselachtige dingen gebeuren en de inwoners op een gegeven moment geïsoleerd raken van de buitenwereld. Marja West geeft mooi weer wat er met mensen gebeurt als ze door angst en isolatie geteisterd worden. Dus ook als je niet van bovennatuurlijke fenomenen houdt, maar wel dol bent op sociaal-psychologische romans, is dit boek aan te raden.

Het verhaal kabbelt rustig voort, maar de doorlopende spanning en plotselinge, bizarre gebeurtenissen houden je bij de les. Je zult je aan sommige personages gaan hechten en anderen verafschuwen. Kortom: het is wat mij betreft een heerlijk boek om je vrije tijd mee door te komen.

Blindengeleidehond Siërra

Vier veel voorkomende vergissingen bij de blindengeleidehond

Blindengeleidehonden en hun baasjes kun je overal tegenkomen: op straat, in de trein, rennend en spelend met andere honden in het park. Het komt vaak genoeg voor dat mensen verward en onzeker op mijn hond reageren, niet weten wat ze moeten doen als hun hond met mijn hond wil spelen, geen idee hebben wat een blindengeleidehond precies doet en hoe ze zelf met de hond moeten omgaan. Logisch, want afgezien van die enkele keer dat ze een blindengeleidehond in het openbaar tegenkomen, hebben de meeste mensen er niet veel mee te maken. Daarom hier een paar misverstanden die ik vaak tegenkom als ik met mijn hond op straat loop, plus opheldering.

Die mag ik niet aaien, toch?

Die vraag wordt me zo vaak gesteld, en ironisch genoeg het vaakst als mijn hond niet in functie is. Wanneer ze vrolijk kwispelstaartend naar de voorbijganger kijkt of snuffelend achter diens hond aan loopt en het overduidelijk is dat ze niet in functie is. Als mijn hond in functie is en haar tuig om heeft, gedraagt ze zich heel anders. Dan staat ze met neutraal naar beneden hangende staart naast me en besteedt ze vrijwel geen aandacht aan haar omgeving. Als ze rond rent, achter andere honden aan zit en door het gras rolt, is het toch overduidelijk dat ze zich als een ‘normale’ hond gedraagt en zo mag ze dan ook behandeld worden. Iedere baas heeft er natuurlijk zijn eigen regels voor, maar in het algemeen geldt: als de hond het tuig draagt is deze aan het werk en mag hij of zij niet door anderen geaaid worden, maar als de hond los is mag dat wel.

Verboden voor honden

Helaas is dit voor veel geleidehondgebruikers nog steeds een al te bekend probleem: restaurants of andere openbare gelegenheden die stug volhouden dat ze geen enkele hond toelaten. Nee, ze maken geen uitzondering voor assistentiehonden. Er kunnen veel verschillende redenen zijn, zoals hygiënemaatregelen, angst voor overlast met ontevreden klanten als gevolg, angst voor honden van de eigenaar zelf. Argumenten dat onze honden getraind zijn om zich goed te gedragen in het openbaar en dat we de honden schoon en vlovrij houden, mogen niet baten. Er zijn in het verleden behoorlijk wat acties geweest om kenbaar te maken dat onze geleidehond niet voor de sier is, dat de dieren als onze ogen fungeren en dat we ze echt nodig hebben. Toch hebben met namen restaurants er nog steeds een handje van om geleidehonden en hun gebruikers de deur te wijzen. Ongelofelijk, zeker als je bedenkt dat openbare voorzieningen sinds het VN-verdrag van 2016 verplicht zijn om professioneel getrainde assistentiehonden toe te laten.

Gratis met de blindengeleidehond in de trein

Heel af en toe wordt me, als ik in het openbaar vervoer zit, nog wel eens gevraagd of ik ook een kaartje voor mijn hond moet kopen. Dit is niet zo, een geleidehond mag gratis mee. Het zou toch wat zijn als je zou moeten betalen om je ogen mee te nemen. Oké, de ogen van de meeste mensen hijgen en kwijlen niet en nemen geen extra ruimte in, maar verder is het praktisch hetzelfde. Als de conducteur langskomt en ziet dat ik een tuig bij me heb, vaak doe ik het tuig namelijk af als we lang in de trein zitten zodat ze ontspannener kan liggen en zich beter op kan krullen, vraagt hij ook niet naar een kaartje. Dat gaat dus vaak wel goed.

Mooie naam, zelf verzonnen?

In de meeste gevallen komt een geleidehond pas bij zijn of haar baasje terecht nadat de opleiding is voltooid. Het dier is dan zo’n anderhalf jaar oud. Dus, tenzij een geleidehondgebruiker de hond zelf onder begeleiding heeft opgeleid, wat vrij zeldzaam is, is de naam van de hond door anderen bedacht. Mijn hond heet Siërra, wat ik een schitterende naam vind, maar ik kan dus niet zeggen dat ik hem zelf verzonnen heb.

Coverfoto van mijn boek 'Bontgenoot'

In mijn roman ‘Bontgenoot‘, die gaat over iemand die zelf een blindengeleidehond krijgt, heb ik mijn eigen ervaringen verwerkt en ook hoe het in zijn werk gaat om zo’n hond te krijgen. Ook lees je hoe een geleidehond het leven van zijn of haar baasje verandert en wat de taakomschrijving van de hond is, mocht je meer informatie willen over geleidehonden om zo te voorkomen dat je zelf bij zo’n misverstand betrokken raakt!

Visuele beperking coronatijd: foto van cel COVID-19

Met een visuele beperking in coronatijd: een uitzichtloze situatie?

Het is vandaag, 1 juni 2020, een bijzondere, misschien zelfs historische dag. Na bijna drie maanden van stilstaan en aarzelend stapjes vooruit gaan, komt ons land weer een beetje op gang. De terrassen gaan weer open en zo ook het voortgezet onderwijs. We gaan over van een intelligente lockdown naar de anderhalvemetersamenleving. Dat wil zeggen, als alles de komende weken goed blijft gaan en er niet weer een nieuwe golf van het virus komt. Net als bij iedereen heeft de epidemie mijn leven de afgelopen maanden behoorlijk overhoop gegooid. Nu we balanceren op de scheidslijn tussen overgangsfase en controlefase, leek het me een mooi moment om zowel terug te blikken op als vooruit te kijken naar wat ons te wachten staat. En dan met namen hoe mensen met een visuele beperking zich in coronatijd moeten gaan redden.

De intelligente lockdown

Er was eens een tijd, voor mijn gevoel langer geleden dan werkelijk het geval is, dat COVID-19 een ver-van-je-bed-show was. In het verre China worstelde men er mee, maar wij Europeanen hadden niets te vrezen. Toch sijpelde het virus heel geleidelijk ook ons veilig lijkende landje binnen. Ik weet nog hoe ongelovig ik reageerde toen onze eigen minister-president ons met klem afraadde om nog langer handen te schudden. Iets zo vanzelfsprekends, wat bij de cultuur hoort en wat ik van jongs af aan in mijn opvoeding had meegekregen, werd plotseling fout en misplaatst. Nu kwam ik in die tijd gelukkig amper nieuwe mensen tegen, dus was handen schudden niet aan de orde. Toch kwam corona toen wel heel dichtbij. En plotseling, als donderslag bij heldere hemel, werden grootschalige evenementen afgelast, en een paar dagen later ging alle horeca dicht. Waar ik eerst nogal laconiek was ten opzichte van het virus, werd het plotseling bittere ernst. Het land ging op slot, reizen met het openbaar vervoer werd afgeraden, terwijl ik afhankelijk ben van het ov. Ook de speciale taxi voor mensen met een mobiliteitsbeperking waar ik anders mee reisde, staakte het vervoer. De ‘intelligente lockdown’ was begonnen.

Met een visuele beperking in coronatijd

De afgelopen tijd kwam ik in de media veel berichten tegen over eenzaamheid die bij mensen met een beperking optrad tijdens deze quarantainetijd. In dit artikel is zelfs te lezen dat sommige blinden en slechtzienden het huis niet meer uit durven vanwege corona en de daaropvolgende maatregelen. Hoewel ik daar zelf geen last van heb, kan ik me dit wel indenken. Onze visuele beperking zorgt er natuurlijk niet voor dat we vatbaarder zijn, ik bedoel, onze ogen werken slecht en dat heeft als ik mijn biologielessen mag geloven verder niks met je holtes en luchtwegen te maken. Echter hebben behoorlijk wat mensen met een visuele beperking er een tweede beperking bij die wel voor meer vatbaarheid kan zorgen. Niet alleen dat, als je slechtziend of blind bent is het soms lastig om voldoende afstand te bewaren tussen anderen. Niet iedereen gaat begripvol aan de kant en geeft je de ruimte als je met een stok of geleidehond komt aanlopen. Sommigen wel hoor, dat moet ik niet vergeten erbij te zeggen.

Hoewel ik een ander niet graag wil besmetten en me dus zo veel mogelijk aan de regels houd, heb ik zelf niet een tweede beperking of aandoening waardoor ik vatbaarder ben voor het coronavirus. Wat betreft eenzaamheid had ik ook niks te klagen. Ik zat ten slotte in quarantaine met een groepje gezellige huis- en tevens leeftijdsgenoten. En ik hoefde me ook niet te vervelen, aangezien ik vanuit huis gewoon kon en nog steeds kan werken aan mijn afstudeeropdracht. Het enige wat mij dwarszit is het verlies van mijn vrijheid en het daarmee gepaard gaande gevoel van afhankelijkheid.

Het ‘nieuwe normaal’

Foto van tekst op de straattegels: “geef elkaar de ruimte, ook onderweg”

Wij visueel beperkten doen veel op gevoel, letterlijk en figuurlijk. Onze tastzin is in veel gevallen sterk ontwikkeld om ons zicht te vervangen. Ik lees bijvoorbeeld met mijn vingers en hou ervan om dingen aan te raken om ze te identificeren. Het is niet vanzelfsprekend dat we dan ook gelijk van aanrakingen van anderen houden. Ik als persoon vind het wel fijn om arm in arm met iemand te lopen, dan voel ik de nabijheid van iemand en ga ik niet steeds opzij kijken of mijn gezelschap nog bij me loopt, wat ook weer inspannend voor mijn ogen is. Als ik mijn geleidehond bij me heb en ze in functie is, is dat weer anders, want zij houdt graag de roedel bij elkaar en zorgt er wel voor dat ik bij mijn gezelschap blijf. Maar hoe dan ook, als ik nu arm in arm loop, wekt dat toch bepaalde reacties op. Ik voel de blikken van de omstanders bijna als ik zo over straat loop. Ook wordt het in deze tijd niet gewaardeerd als ik uitvoerig producten uit de schappen van winkels haal om deze dichtbij mijn ogen te houden en zo te kunnen zien wat ik vast heb. En die aanduidingen op de grond en in de bus en trein zijn leuk en aardig, maar ik kan er niet zo veel mee.

Dus ja, het wordt hier en daar een beetje zoeken naar een manier om op onze vertrouwde wijze nog mee te draaien in de maatschappij. Daarom vind ik het zo teleurstellend dat ik daar in geen enkele persconferentie van het kabinet iets over heb gehoord. Ja, ik begrijp dat ze niet elke groep die aanpassingen nodig heeft apart gaan benoemen, maar toch blijft het frustrerend om zo genegeerd te worden, want zo voelt het wel. Wij kunnen en willen echt een hoop, maar soms vraagt dat hier en daar om wat medewerking van de maatschappij. Hoewel dit allemaal misschien een beetje somber klinkt, ben ik niet somber gestemd. We leven in een land waar mensen over het algemeen best vaak naar elkaar omkijken en daarbij zijn we een creatief volkje. We hebben het er allemaal op onze eigen manier moeilijk mee en leren er op onze eigen manier mee om te gaan. Het enige verschil is dat voor ons, mensen met een zware visuele beperking, vanwege bovengenoemde belemmeringen het nieuwe normaal nooit normaal zal worden.