Home » Filosofie & Leefstijl

Categorie: Filosofie & Leefstijl

Af en toe even stilstaan en overdenken welke plaats je inneemt in de wereld, dat doet niemand kwaad, toch?

Foto van verhuisdozen - eigen huis

Een eigen huis, een plek onder de zon

De tijd van gaan is gekomen. Het was tijd om te gaan verhuizen. Eerst woonde ik begeleid, samen met een flink aantal huisgenoten. Op naar de volgende stap, een eigen huis. Een appartement met begeleiding op oproepbasis.

Zorgen voor jezelf

’s Ochtends stond ik op met het idee om wat broodjes klaar te maken voor onderweg. De zak was nog dicht, maar ik had geen idee wanneer ik de broodjes ook al weer had gekocht. Laten we er maar aan ruiken. Het rook op zich prima. Ook geen groene puntjes gezien. ’s Middags had ik wel zin in dat lekkere broodje met rookvlees en Boursain. Het smaakte een beetje vreemd. Ach, het was toch goed? Op naar het andere broodje. Toch nog maar een keer kijken dan. Daar waren de kleine boosdoeners die mijn moment van glorie aan het bederven waren. Bederven in de letterlijke zin, want het waren groene puntjes. Mijn maag draaide een paar rondjes, maar vervolgens kwam ik tot de conclusie dat ik in ieder geval met dat ene broodje, niet aan voedselverspilling heb gedaan. Toch mis ik op zo’n moment wel even een paar extra ogen die meekijken.

Een flinke upgrade

Kun je je voorstellen dat je eerst alleen een kamer had waar je alles in had staan, een douche en toilet deelde en vervolgens ineens een eigen huisje met een woonkamer, een slaapkamer, een eigen keuken en het meest bevrijdende van allemaal: een eigen toilet. Ik kon het me totaal niet voorstellen. Wat moet ik met deze ruimte? Heb ik überhaupt wel genoeg ruimte voor m’n spullen?

Het huis inrichten

Natuurlijk had ik genoeg ruimte voor alle spullen. Maar welke spullen had ik nog nodig? Zeg maar gerust: voor mijn gevoel een halve inboedel. Mijn eethoek was het eerste wat er in huis stond. Hoe gek het ook klinkt; een eethoek maakt voor mij een huis, een huis. Het voelde gelijk anders aan. De rest volgde al snel. Gelukkig waren er hele lieve mensen om me heen die wilde helpen.

Wanneer je gewend bent om alles in één kamer te proppen, doe je dat uit gewenning gewoon weer. Ik wilde een hoop van m’n spullen weer in m’n kamer neerzetten en in m’n kast stoppen. Deze kast fungeerde voorheen niet alleen als kledingkast, maar ook als snaaikast, elektronicakast en hobby/creativiteitskast. Er werd me gevraagd wat ik aan het doen was. Er was namelijk genoeg ruimte in huis. Na een paar seconden kortsluiting in m’n hoofd, besefte ik dat bepaalde gewoontes en gewenning er zo ingebrand kunnen zitten. En dat blijkt maar weer uit dit verhaal. Maar we waren er nog niet…

Inkopen doen

Het gaat hier om ‘simpele’ aankopen. Dingen die zo vanzelfsprekend zijn, dat je er gewoon niet op kan komen, zoals: een prullenbak. Misschien ben ik de enige die niet gelijk denkt aan een prullenbak hoor. Ik denk vaak als eerst aan een gevulde koelkast. Zout, peper, schoonmaakmiddelen, spatel, pollepel, knoflookpers, scherpe messen, pedaalemmer zakjes… Natuurlijk kan niet alles in één keer. Maar de basis is wel fijn om te hebben. Had ik maar gelijk gedacht aan een spatel. Dan hoorde ik m’n koekenpan nu tenminste niet huilen vanuit de kast om zijn beschadigde anti-aanbaklaag, omdat hij nogal ontdaan was van de ontmoeting met m’n ijzeren lepel.

GIF Van rijdende taxi

Taxi-trammelant: wat kan er nou mis gaan?

Reizen met een visuele beperking is zeker niet onmogelijk, het is hooguit iets meer uitzoeken en plannen. En ga je met het OV of met de taxi? Ik zelf neem regelmatig de taxi, omdat het OV met zijn volle treinen, drukke stations en wisselende vertrek/aankomsttijden voor mij te veel stress met zich mee brengt. Er zijn meer mensen die met dit probleem zitten, of door hun beperking niet mobiel genoeg zijn om met het OV te kunnen reizen. Gelukkig rijden er door het hele land taxi’s om, voor een niet al te hoog bedrag, ook deze mensen van A naar B te brengen. Fantastisch natuurlijk en ik ben heel blij dat het er is, maar vaak is het GOED plannen van deze ritten voor veel taxibedrijven nog best een opgave.

Nooit te jong voor taxistress

Vanaf mijn vierde jaar zat ik in de taxi van en naar school, het zogeheten leerlingenvervoer. Ik kreeg een vaste chauffeur, die mij en nog wat andere kinderen uit de buurt ophaalde en weer thuis bracht. Dat ging over het algemeen best in goede harmonie, al vond het taxibedrijf het nodig om zo om de drie jaar een andere chauffeur op onze rit te zetten. En natuurlijk had ik met de ene chauffeur meer een klik dan met de ander, maar dat is logisch. Het werd pas echt een drama als onze chauffeur ziek was en het taxibedrijf een vervanger moest regelen. Vaak waren dit mensen die totaal geen idee hadden hoe ze bij onze school moesten komen, omdat ze het verkeerde adres door hadden gekregen, of geen navigatiesysteem bij zich hadden. Vaak vroegen ze dan aan mij, omdat ik de oudste van ons groepje was, hoe ze moesten rijden. Eh hallo, ik ben blind, weet u nog wel? Mocht je denken dat dit een eenmalig issue was, zal ik je even uit de droom helpen, dit gebeurde zowat elke dag als onze vaste chauffeur niet reed, omdat het taxibedrijf onze rit steeds aan verschillende chauffeurs gaf. Zo doende zaten wij en onze ouders dus elke keer weer in de stress, want kwamen we wel op tijd op school, en kwam er wel weer een taxi om ons naar huis te brengen? Ook dat was namelijk iets dat niet even vanzelfsprekend was. Mijn broer, die toen ook op speciaal onderwijs zat, heeft ook vaak genoeg meegemaakt dat zijn taxi pas heel laat, of gewoon niet op kwam dagen. En zo zijn er vast nog wel meer van ons die het nodige hebben meegemaakt in het leerlingenvervoer. Ik denk dat onze ouders zo nu en dan ook wel hun bedenkingen hadden bij de zooveelste vreemde waar ze hun kinderen aan mee moesten geven.

Rommelige ritten en rammelende bussen

Sinds ik zelfstandiger ben gaan wonen neem ik regelmatig de taxi via een organisatie, die er voor wil zorgen dat ook mensen met een beperking makkelijker door het land kunnen reizen door als een tussenpersoon taxiritten goedkoper aan te bieden. In theorie natuurlijk een super goed en fijn systeem, maar in de praktijk nog wel eens moeilijk na te streven, is mijn ervaring. Goed, ik snap dat er wel eens ritten gecombineerd worden, vind ik ook echt niet erg. Wat ik wel erg vind is dat het logisch plannen van ritten nog steeds iets is waar we vaak alleen maar van kunnen dromen. Zo ben ik een keer door het hele stadshart van Amsterdam gereden in een rolstoelbus, die door zijn gepiep, gekraak en gerammel de indruk wekte dat hij elk moment uit elkaar kon vallen. En de chauffeur was trouwens al niet veel beter. Echt zo’n chagrijn die helemaal, maar dan ook echt helemaal geen zin had in zijn werk. Mijn bestemming was ongeveer een uur rijden vanaf mijn woonplaats en een kwartier rijden vanaf Amsterdam. Ik heb er welgeteld vier uur en een kwartier over gedaan om er te komen. Maar goed, het gebeurt ook vaak genoeg dat ik wel op tijd op mijn bestemming aankom in een goede auto met een vriendelijke chauffeur achter het stuur.

Tot slot

Ik hoor vaker in mijn omgeving dat taxi-trammelant een veel voorkomend probleem is, dus aan alle grote taxibedrijven: Ik geloof echt dat jullie je best doen, maar zorg alsjeblieft dat de planning van jullie ritten niet een grote chaos wordt en stop niet al te veel mensen bij elkaar in één taxi. Dat bespaard ons als klant een hoop stress en reizen wij met nog meer plezier met jullie taxi’s.

Studeren met een visuele beperking

Studeren met een visuele beperking #1 – van VSO naar HBO

Volgende week is het zover, dan begin ik aan de laatste lootjes van mijn afstudeertraject. Door de coronacrisis en andere omstandigheden die me vertraagden doe ik er drie maanden langer over, maar als het goed is heb ik in november dan eindelijk mijn fel begeerde bachelor behaald. Mensen reageren vaak met de woorden “wat knap” als ze horen dat ik een reguliere hbo-opleiding volg. Wat knap is sowieso een vaak gehoorde term als je als blinde of slechtziende iets onderneemt, maar goed. Het is echt niet onmogelijk om te studeren met een visuele beperking, maar natuurlijk gaat het niet vanzelf. Dingen die mijn studiegenoten met twee vingers in hun neus zouden kunnen doen, waren voor mij soms behoorlijk pittig. In deze blogserie laat ik je veelvoorkomende uitdagingen zien die ik tijdens het studeren tegen ben gekomen, en hoe ik deze ben aangegaan.

Voortgezet speciaal onderwijs (VSO)

Ik bracht mijn tijd op de havo door op een kleine school voor mensen met een visuele beperking in Zeist. Zelf woonde ik in Hengelo, Overijssel, maar deze speciale school was de dichtstbijzijnde. De hoogste klas van de havo had welgeteld twee leerlingen, mezelf meegerekend. Omdat we de kleinste klas van de school waren, werden we samengevoegd met de havo-klas onder ons, waardoor ons groepje uit vijf leerlingen bestond. Deze omvang is vrij normaal voor een klas in het speciaal onderwijs. Al het lesmateriaal was aangepast aan onze beperking. Bijna alle computers hadden speciale hulpsoftware waardoor ook blinde mensen ze konden bedienen. Was je blind, dan was je één van de velen. Slecht zicht was dat wat ons tot één groep maakte, niet iets wat ons onderscheidde van de rest. Het was een plek waar ik me normaal voelde, gelijk aan ieder ander. De school telde bij elkaar zo’n zeventig leerlingen. Iedereen kende elkaar bij naam. Dit zorgde natuurlijk ook voor een hoog roddelgehalte, zowel binnen als buiten de muren van het schoolgebouw, maar goed, dat hield de boel levendig.

En toen…

Onze leraren hadden ons al gewaarschuwd voor het hoger beroepsonderwijs. Immense gebouwen vol lange gangen met voor ons onleesbare aanwijzingen naar het juiste lokaal. Hordes ‘normale’ studenten aan wie je wat je ‘mankeerde’ herhaaldelijk zou moeten uitleggen. Niet-aangepast studiemateriaal waar je dan zelf achteraan moest. Toetsen die aangepast moesten worden. Medelijden en onbegrip van je medestudenten of docenten. Op het VSO was het onderwijs aangepast op iedere leerling en hielden ze, zoals ze zelf zeiden, “je handje vast”. Op het hbo stond je er alleen voor. Dat was het schrikbeeld dat ze schetsten en ik moet zeggen, grotendeels klopt het wel.

Die overstap van zo’n klein, informeel schooltje naar een enorme instelling vol onbekende ‘zienden’ was overweldigend kan ik je vertellen. Ik had me er geestelijk al op ingesteld en liet me, half murw geslagen door de nieuwe indrukken, voor de eerste dagen op het Saxion meevoeren op de stroom. Dit gevoel valt het best te omschrijven met het idee dat iedereen rende, en ik stilstond. Alles ging vijf keer zo snel dan dat ik gewend was. Ik verdwaalde, vroeg vaker hulp dan prettig voelde en verloor beetje bij beetje mijn onafhankelijkheidsdrang. Ik wilde alles zelf doen, maar dat kon gewoon niet. Ik moest wel een beetje op mijn medestudenten leunen maar kreeg hierdoor ook vaak afwijzingen te verwerken. Op een goede dag kreeg ik van mijn slb’er de kans om uit te leggen wat mijn beperking inhield. Dat was erg prettig en we hadden een goed gesprek met z’n allen. Toch was er ook een studente die zei dat ze me graag wilde helpen, maar dat ze er niet voor gekozen had met mij in de klas te zitten en dat ze er niet altijd voor me kon zijn. Die opmerking, of meer hoe ze deze verwoordde, kwam hard binnen. Natuurlijk was het een hele redelijke opmerking, maar het herinnerde me er toch weer sterk aan dat ik een last voor mijn medestudenten vormde.

Maar aan de andere kant…

Toch waren er zeker wel studenten die erg leuk met me omgingen en met wie ik graag optrok. Studenten die me hielpen en bij wie ik me op mijn gemak en zelfs normaal voelde. In mijn tweede jaar kreeg ik het compliment dat het groepje waarmee ik toen nauw samenwerkte voor een project, soms vergat dat ik slechtziend was. Wat die opmerking suggereert? Dat ik dus normaal functioneerde in de groep en niet voor al te veel belemmeringen zorgde.

Vooral het eerste jaar was voor mij dus een achtbaan aan emoties. Veel nieuwe indrukken en dagen van hoofdpijn en nervositeit waren soms het gevolg. Toen ik mijn geleidehond, Siérra, kreeg, ging het vaak al wat beter, al kwam dit ook omdat mensen sneller met me gingen praten nu ik een hond had. De overstap van het speciaal onderwijs naar regulier onderwijs was heftig, maar niet zo heftig als ik had gevreesd. Want ja, ik vreesde het hbo, wilde er jaren geleden nog niet eens aan denken om na de havo verder te studeren uit angst dat ik met name het sociale leven daar niet kon bijbenen. Ik leg de schuld hiervoor toch wel een beetje bij mijn oude school. Ik kwam uit een beschermde omgeving, met de duistere waarschuwing van mijn leraren echoënd in mijn oren, maar verder geen enkele fatsoenlijke voorbereiding op het woelige hbo. Daar mogen ze op het VSO best wel wat meer aan doen wat mij betreft, hoe eerder, hoe liever. Een voorbeeld: laat de leerlingen in het laatste jaar van de vmbo of havo meer zelf regelen. Geef ze plotseling een studieboek met veel te kleine lettertjes, ik noem maar wat geks. 🙂

Flexitariër - foto van een bord met groenten

De week van een flexitariër

Als ik mensen vertel over mijn eetgewoonte, krijg ik vaak de meest bizarre, beledigende termen naar mijn hoofd geslingerd. De mooiste, meest terugkerende zijn: fakitariër, vage terriër, gelegenheidsvegetariër, nep vegetariër en parttime vegetariër. Ik moet toegeven dat ik die laatste niet eens zo slecht vind en deze zelf ook regelmatig bezig. De officiële term is echter: flexitariër. Ik leg jullie met plezier uit wat dit begrip inhoudt en wat me hiertoe gedreven heeft. Als je dit artikel hebt gelezen, mag je wat mij betreft naar hartenlust de naam eraan geven die je erbij vindt passen.

Wat houdt flexitariër zijn in?

Het woord zegt het eigenlijk al, je eet minder vlees en gaat bewust om met je vleesconsumptie, maar hier ben je wel flexibel in. Het staat je als flexitariër dus vrij om zelf ‘regels’ op te stellen omtrent je vleesconsumptie. Hierbij geldt wel dat je minstens één dag per week vegetarisch eet, een vegadag of vleesloze dag zoals ik deze noem, voor je jezelf flexitariër kunt noemen. De regels die ik voor mezelf heb gesteld zijn: ik eet drie dagen per week vegetarisch. Strikt genomen twee dagen vegetarisch en één dag pescotarisch, dan mag ik van mezelf wel vis eten. Ik hoop dit later, als ik volledig op mezelf woon en iedere dag zelf bepaal wat ik eet, uit te breiden naar vier dagen vegetarisch en één dag pescotarisch.

Verschillende termen

Als ik het met mensen heb over bewust vlees eten en de diëten die daarbij horen, worden sommige termen weleens door elkaar gebruikt. Daarom hier een kort lijstje met de juiste termen bij de juiste betekenis:

  • Vegetariër: iemand die geen vlees of vis eet;
  • Veganist: iemand die helemaal geen dierlijke producten eet of drinkt, dus ook geen kaas, eieren of melk;
  • Flexitariër: wat ik dus ben, iemand die bewust minder vlees eet;
  • Pescotariër: iemand die geen vlees eet, maar wel vis.

Bij alle eetgewoonten heb je natuurlijk verschillende gradaties. Er zijn vegetariërs die ook dierlijke vetten mijden en geen vleesvervangers willen eten die bereid zijn in dezelfde pan als echt vlees, en vegetariërs die daar minder moeilijk over doen. Flexitariërs kunnen ook veganistische dagen hebben… tja, het is natuurlijk een vrij land, dus hoe je het voor jezelf invult is aan jou.

Waarom zou je jezelf dit aandoen?

Een vraag die ik van menig vleesverslinder voor mijn kiezen krijg. De meest voor de hand liggende reden, dat het vreselijk is voor de ontelbare dieren die jaarlijks worden geslacht voor ons genot, speelt zeker een rol. Maar voor mij is de voornaamste reden, waardoor ik heb besloten te minderen met vlees, toch omdat het beter is voor je gezondheid om af en toe een dagje geen vlees te eten. Ik ken genoeg mensen die hier geen (gehakt)bal van geloven, of liever gezegd dit niet willen geloven. Mensen die denken dat ze een dag zonder vlees nauwelijks zullen overleven. Ik zuig dit echter niet uit mijn duim, lees dit artikel maar eens over de gevolgen voor je lichaam als je stopt met vlees eten. Daarnaast is minder vlees eten ook goed voor het klimaat, minder CO2-uitstoot door de bio-industrie. Helaas is mijn ervaring dat lang niet iedereen dat iets uitmaakt. Verbeter de wereld, begin bij jezelf gaat niet voor hen op. Waarom zou je een wereld willen verbeteren waar je maar zo’n tachtig jaar op doorbrengt? Voor de volgende generatie? Who cares, ik wil geen kinderen.

Waarom dan geen fulltime vegetariër?

Als ik het allemaal zo goed denk te weten, waarom ben ik dan geen fulltime vegetariër? Ik merk dat ik soms niet serieus wordt genomen als ik vraag of ik iets zonder vlees mag, bijvoorbeeld als ik op bezoek ben. Ik eis echt geen dure vleesvervangers van mensen, een gerecht waar voor mij geen vlees in zit is wat mij betreft prima. Het punt is dat mensen het niet begrijpen, omdat ik een dag later vrolijk een broodje hamburger naar binnen schuif. Die verwarring begrijp ik, heus. Ik ben wat dat betreft gewoon een zwakkeling die vlees nauwelijks kan weerstaan. Wat heeft het dan voor nut om vleesloze dagen te hebben? Nou, ik geloof dat alle kleine beetjes helpen. Daarbij is het, zoals ik eerder al noemde, goed voor je gezondheid. Ik eet vier dagen per week vlees en krijg dus nog voldoende protaïnen en vitamine B12 binnen, waardoor ik minder hoef terug te vallen op soms schandelijk dure vleesvervangers. Maar goed, ik geloof dus in het motto alle kleine beetjes helpen. Vlees volledig laten staan vinden veel meer mensen moeilijk. Die schrikken terug van het idee om volledig vegetarisch te worden, want je moet altijd rekening houden met wat je eet, creatieve oplossingen verzinnen om vlees te vervangen en anders vleesvervangers kopen die veel duurder zijn dan kiloknallers. Maar stel nou dat driekwart van de mensen erin zou slagen om het vlees minstens drie dagen per week te laten voor wat het is, zou dat echt totaal geen effect hebben? Zou dat echt niet opwegen tegen die kwart van de bevolking (ruwweg, ik heb de cijfers hier niet) die het vlees volledig laten staan? Ik geloof dat wat ik en de andere flexitariërs doen zeker wel effect heeft, niet alleen voor wereldverbetering, maar ook voor onze gezondheid. En ja, het raakt me dus best wel dat mensen er zo laconiek over denken en niet zien waarom ze er rekening mee moeten houden, gezien ik een ‘nep vegetariër’ ben.

Videoland: een doorgekraste afspeelknop

Gestrand in Videoland

Beste makers van Videoland, Allereerst wil ik jullie complimenteren met het hele idee achter dit platform. Zo’n beetje alle films en series van RTL zijn bij jullie te bekijken voor een redelijk bedrag per maand. Er is alleen één ding dat ons, visueel beperkten, nogal dwars zit om van jullie dienst gebruik te maken, en dat is de ontoegankelijkheid van jullie app. Het zal jullie waarschijnlijk niet geheel onbekend zijn dat ook wij gebruik maken van een smartphone en of tablet en dat we deze niet enkel gebruiken om te bellen/gebeld te worden. Nee, wij zitten ook op Facebook, sturen Whatsappjes naar onze familie en vrienden en ja, misschien heel verrassend, maar wij kijken ook films en series. Nu is dit bij de meeste platforms inmiddels geen issue meer, denk hierbij aan Netflix of NlZiet. Deze apps zijn voor ons negenennegentig procent toegankelijk, omdat ze goed samenwerken met de schermlezers op onze smartphones. Jullie app doet dit voor laten we zeggen, twee procent en dat is voor zo’n groot platform best een beetje om te huilen, vinden jullie zelf ook niet? Laat ik eens wat specifieker zijn en jullie meenemen op mijn blinde reis door Videoland, met Apples voiceover als onze gids.

Een reisje door Videoland

Het drama begint, hoe ironisch, al op het beginscherm van de app, waar ik tot mijn grote verbazing zie dat best veel essentiële knoppen ‘grijs’ zijn, ik kan er dus niet op drukken. Goed, niet ideaal, maar ik weet wat ik wil kijken, dus dan maar naar het zoekveld. Yes, dat gaat goed. Even de naam van de des betreffende serie intypen en zoeken maar. Oké dan, ik zie nu wat onzin staan over acteurs en regisseurs, maar de serie die ik wil kijken is in geen velden of wegen te bekennen en ik weet heel zeker dat deze serie hier te vinden is, toch voor de zekerheid probeer ik nogmaals te zoeken, maar deze keer naar een andere serie. Het resultaat is niet erg verrassend en nogal frustrerend, alweer dezelfde ongein over acteurs en regisseurs. Gelukkig is er op het moment iemand met goed zicht in de buurt en vraag ik of er wat materiaal in mijn kijklijst gezet kan worden. Nadat dat is gebeurt probeer ik naar deze lijst te navigeren. Na wat gedoe met knoppen, die ieder zo om hun eigen duistere redenen niet meewerken, ben ik er dan eindelijk en kan ik beginnen met kijken.

Een korte pauze…?

Als ik even later op de bank helemaal verdiept ben in mijn serie, gaat ineens de bel. Oké, even naar de pauzeknop zoeken, maar waar zit dat ding? Dan valt het me op dat het kijkscherm er nogal vreemd uitziet. Er zijn iets van twee knoppen en geen van die knoppen is de pauzeknop. Degene die voor de deur staat heeft kennelijk geen geduld, want de bel gaat nog een keer. Nou, dan maar helemaal uit de app gaan en mijn iPhone vergrendelen. Hè hè, dat helpt, maar wat een gedoe zeg. Na de nodige plichtplegingen bij de voordeur wil ik weer verder gaan met kijken en wonder boven wonder, dat lukt ook nog zonder de nodige frustraties. Laat ik het alleen maar niet hebben over de capriolen die ik later moest uithalen om weer uit het kijkscherm te komen en een andere serie op te zoeken. Conclusie: De app van Videoland is voor visueel beperkten echt een ontoegankelijk en onoverzichtelijk drama en ik heb me laten vertellen dat de website er al niet beter aan toe is en ook mensen met goed zicht regelmatig verdwalen in dit doolhof van knopjes en icoontjes.

Veel betere kijk apps

Zelf ben ik groot fan van de apps van NLZiet, Netflix en Disney+. Deze apps zijn over het algemeen erg toegankelijk, al zijn bij NLZiet sommige knoppen nogal vreemd of gewoon niet gelabeld, maar ze doen het wel en als je eenmaal de functie van de knoppen weet is het prima te doen. Verder is het jammer dat je bij de Apple devices de ondertiteling bij films en series niet kan laten voorlezen, iets dat bij Netflix en Disney+ wel mogelijk is. Maar goed, dit weegt niet op tegen alle nadelen die de app en website van Videoland ons te bieden hebben. Ik heb gehoord dat het vanaf september verplicht is dat alle apps voor iedereen toegankelijk moeten zijn, dus, beste makers van Videoland, er is werk aan de winkel, want op deze manier slaan jullie behoorlijk de plank mis bij een vrij grote doelgroep. Mijn advies: ga eens brainstormen met wat ervaringsdeskundigen, dat levert vast wat op.

Openbare toiletten

Ik moet iets kwijt: over de ongemakken van openbare toiletten

Vorige week besloten een vriendin en ik om een terrasje te pakken op een warme, zonnige dag. Echter zat er een rauw randje aan het einde van ons bezoek. Beiden moesten we een bezoek brengen aan het toilet. Er viel me iets op; het mannen toilet had alleen maar urinoirs. Er was geen wc te vinden waar je op kon zitten. Ik, als transman, wist daar op dat moment geen raad mee. Voor mij is staand plassen geen optie en dat gaat ook geen optie worden. Ik besloot om naar het vrouwen toilet te gaan. Toen ik de deur gedachteloos open zwaaide stond daar een mevrouw die mijn komst niet helemaal op de planning had staan. Ik begrijp haar wel, maar de reactie had wat minder bot gekund. Het enige wat ze uitbracht was: “Uhhhh?”. Waarop ik antwoordde dat staand plassen voor mij geen optie is. Ze heeft haar excuses aangeboden, maar feitelijk gezien is het, het restaurant die ons in deze ongemakkelijke situatie heeft gebracht. Naar aanleiding van deze situatie ga ik mezelf in dit artikel uitlaten over de openbare toiletten in Nederland. Al weet ik dat het voor sommigen wat ongebruikelijk is.

Genderneutraal of niet?

Persoonlijk denk ik dat het een goede optie is om de toiletten genderneutraal te maken. Alleen al om wat hierboven beschreven is. Daarnaast zijn er mensen die zich geen man en geen vrouw voelen en hier veel baat bij zouden hebben. Ik vraag me sowieso af waarom er scheidingen zijn tussen vrouwen en mannentoiletten. Er zit nauwelijks verschil in. Het enige verschil is dat er op een mannentoilet urinoirs staan en op een vrouwentoilet staat een prullenbakje voor de vrouwen in hun maandelijkse periode. Wellicht is het aanstootgevend voor vrouwen om mannen te zien urineren bij een urinoir, maar daar valt ongetwijfeld iets voor te bedenken, zoals: een scherm naast de urinoirs of een aparte doorgang. Naast de ophef die dit thema met zich mee heeft gebracht en gaat brengen denk ik dat het niet schadelijk is voor zowel de bezoekers van een openbare faciliteit, als voor het bedrijf.

Betalen of niet?

Dit punt frustreert me enorm als de nood hoog is onderweg. Tegenwoordig kan je op een station of tankstation wel met je bankpas betalen, maar in sommige gevallen wordt er nog steeds om kleingeld gevraagd. Overigens gaat het ook nog eens om contactloos betalen als je met je bankpas betaalt. Je zou het in de tijd van nu niet denken, maar er zijn mensen die niet beschikken over de optie contactloos betalen. Als de hygiëne in het toilet goed is, dan is er misschien nog één haartje op m’n hoofd die het er mee eens kan zijn dat ik moet betalen voor een openbaar toilet. Als dit niet het geval is, dan is het bonnetje ter waarde van 0,50 cent het minste wat ze me toe kunnen stoppen na het bezoek aan een toilet in een tankstation…

Een paar jaar geleden kwam ik in een overdekt winkelcentrum en m’n blaas moest geleegd worden, want ik had het immers al een poosje opgehouden. Er zat daar een persoon, met voor zich een schoteltje met kleingeld. In eerste instantie had ik dat helemaal niet gezien, dus ik liep gehaast verder, echter werd ik onderbroken door een stem die me zei dat ik wel eerst moest betalen. Mijn blaas stond op knappen en ik heb meestal geen kleingeld bij me, omdat ik dat niet prettig vind. Haastig zocht ik in mijn portemonnee of er wat muntjes te vinden waren. Och, wat fijn. Het was net genoeg. Ik mocht, eindelijk! Natuurlijk kan de persoon in kwestie die daar zit, er helemaal niks aan doen. Het lijkt me verschrikkelijk om daar de hele dag te zitten, te wachten, schoon te maken en te vragen of mensen willen betalen voor hun dagelijkse behoeften.

De hygiëne in openbare toiletten

Stel je voor dat je buiten aan het eten bent bij een goed restaurant. Het eten is enorm lekker, de sfeer is goed en het personeel is zeer vriendelijk. Maar dan komt het moment dat je gebruik wil maken van het toilet. Geen probleem en betalen is ook niet nodig. Je loopt het restaurant binnen en ook dat ziet er netjes uit. Heel warm, gezellig en schoon. Daarop volgt een trap naar beneden, naar het hol van de leeuw. Je doet de deur open en daar tref je een hokje waar een strookje wc-papier zijn weg heeft gevonden op het toilet. Daarnaast vind je nog een aantal strookjes op de grond en als kers op de taart zitten er druppels op de wc-bril.  
Is dit bovenstaande bepalend voor jouw bezoek aan een restaurant? Voor mij ligt het er enorm aan hoe ik het bezoek verder heb ervaren. Het kan namelijk wel erg bepalend zijn en ik kan niet ontkennen dat ik dit soort dingen niet vergeet bij een volgend bezoek aan het desbetreffende restaurant. Echter doet dat niets af aan het eten en de sfeer.