Home » Mens & Maatschappij

Categorie: Mens & Maatschappij

Sommigen denken nog steeds dat blinden en slechtzienden aan de rand van de maatschappij leven en er nauwelijks aan deelnemen. Wij helpen ze met veel plezier uit de droom.

Stemrecht, foto van stembiljet met podloot

Ontstemd: een heel andere verkiezingsstrijd

Geschatte leestijd: 3 minuten

De afgelopen week stond in het teken van de Tweede Kamerverkiezingen. Ook ik heb, na lang wikken en wegen, het stembiljet met mijn voorkeur ingevuld. Dit heb ik echter niet alleen gedaan. Als de woongroep waar ik nu verblijf niet van die flexibele begeleiders had gehad, of als mijn moeder vier jaar geleden niet in de gelegenheid was geweest om met me mee te gaan, was mijn stem beide keren verloren gegaan. Ja, ongelofelijk maar waar, als je een visuele beperking hebt kun je in de meeste gevallen niet zelfstandig stemmen.

Wij hebben toch ook stemrecht?

Iedere wilsbekwame burger boven de achttien heeft het recht om te stemmen. Volgens het VN-verdrag is de overheid verplicht om iedere stemgerechtigde de mogelijkheid te bieden om te stemmen. Maar aangezien we nog steeds op een enorm papieren vel met minuscule lettertjes een klein rond vakje rood moeten kleuren is zelfstandig stemmen er voor veel blinden en slechtzienden niet bij. Dit leidt logischerwijs tot veel onvrede bij blinden en zeer slechtzienden. Dat blijkt al uit dit artikel van RTV Noord over een slechtziende man die uit principe zijn stempas verscheurde. Ik zou dit zelf niet snel doen, aangezien je dan je stemrecht verscheurt, maar ik snap de frustratie en onmacht erachter heel goed. Natuurlijk is het mogelijk om te gaan stemmen met een begeleider, maar zoals in bovengenoemd artikel ook wordt beschreven doet dat je stemgeheim teniet. Daarbij, met iemand in zo’n klein stemhokje gaan staan is in deze tijd natuurlijk niet al te raadzaam.

Oplossingen

Ik sluit dit enigszins sombere artikel graag af met de mogelijke oplossingen die dit probleem zouden kunnen wegnemen. Om te beginnen is er de stemmal, die het makkelijk maakt voor blinde en slechtziende stemgerechtigden om zelfstandig het juiste rondje in te kleuren. Onderstaande video beschrijft hoe deze stemmal werkt.

Wat mij betreft een prima oplossing, al vinden veel gemeenten het “te duur” om zo’n mal aan te schaffen voor het handje vol visueel beperkte inwoners dat ze hebben. Daarom waren er slechts in zo’n vijftig gemeenten deze mallen aanwezig. Wat mij best verbaasde was dat we in Ermelo niet zo’n mal hadden. Ermelo, mocht je het nog niet weten, is een gemeente met behoorlijk veel blinde en slechtziende inwoners. Er zijn best veel woongroepen in dit dorp en vaak kiezen de mensen die deze woongroepen verlaten er voor om te blijven hangen in het dorp waar ze al een leven hebben opgebouwd. Hoe dan ook, dit bracht de gemeente dus niet op het lumineuze idee om ook zo’n mal aan te schaffen. Ik denk dat het een hele waardevolle investering is om zo’n apparaat in gebruik te nemen. Daarbij, omdat het niet al te vaak gebruikt wordt, gaat het heel lang mee.

Zelf ben ik een groot voorstander van het idee om digitaal te stemmen, al is het alleen al vanwege de tonnen papier die het scheelt. Maar buiten dat, een digitale omgeving om je stem uit te brengen is een stuk makkelijker en goedkoper toegankelijk te maken, mits je weet wat je doet. Ik weet dat zoiets snel fout kan gaan, dat zo’n systeem gehackt kan worden en zo, maar er moet toch wel een manier zijn om het allemaal dicht te timmeren? Ik bedoel, als we zulke gevoelige zaken als bankieren, corresponderen met de belastingdienst en aanvragen indienen bij de gemeente al jaren online kunnen regelen, waarom dit dan niet? Gewoon lekker thuis je stem uitbrengen, nog coronaproof ook.

In het kader van optimistisch naar de toekomst kijken en het teleurstellende verleden achter je laten, zou ik graag een oproep aan onze, nog niet gevormde, regering willen doen. Lieve beleidsmakers. Als jullie je plek op de veroverde zetels eenmaal hebben ingenomen, vraag ik jullie aandacht graag voor het hierboven omschreven probleem. In jullie ogen is het misschien een klein probleem, maar een aanzienlijk deel van de bevolking worstelt hiermee. Stel je voor, duizenden en duizenden mensen die zichzelf in aanloop naar de verkiezingen de vraag stellen hoe en of ze wel kunnen stemmen, in plaats van op welke partij. Laat ons alsjeblieft de volgende verkiezingen niet in de kou staan, niet weer. Jullie willen toch zo graag dat iedereen die mag, gaat stemmen? Geef dan ook iedereen die mogelijkheid en breng deze verkiezingsstrijd, die iedere keer weer oplaait, tot een goed einde. Dank je wel!

Foto van iemand met gesloten ogen

Een onzichtbare blinddoek: als ze niet zien dat jij het niet ziet

Geschatte leestijd: 3 minuten

Het was een zonnige dag en ik was op dat moment bij een goede vriendin. We besloten om een wandeling te gaan maken. Als je het huis uit loopt, vind je daar even later een soort drempel naar beneden. Deze ligt daar al zolang het huis er staat, maar ik had hem nog niet geregistreerd ondanks dat ik daar al meerdere malen langs ben gelopen. Oeps, ik verstapte me. Je hoorde echt een typisch ik val net niet-geluid. We schoten beiden in de lach. Dat had ik makkelijk gezien kunnen hebben, toch? Of is dat toch niet helemaal waar? In dit artikel neem ik jullie mee in mijn belevingswereld. De wereld waarin je zowel onderschat als overschat wordt wat betreft je visuele beperking.

Op het eerste gezicht…

“Ben jij slechtziend dan?” Is de vraag die me vaak gesteld wordt. Het is helemaal niet raar dat mensen die vraag stellen, ondanks dat het me soms mijn neus uitkomt. Ik snap het wel. Als je me van een afstandje bekijkt zal je het ook niet merken. Tot dat je dichterbij komt. Het is me inmiddels goed gelukt om het te kunnen verbergen, maar dit gaat niet meer zodra iemand me in de ogen aankijkt. Dit komt door m’n nystagmus. Dit is er in verschillende varianten, dus wat ik hier schets geldt niet voor iedereen. M’n ogen vergelijk ik af een toe met een flipperkast: mijn ogen zijn soms als het balletje dat alle kanten op vliegt, maar voornamelijk de snelheid waarmee dat gebeurt. Dat is voor mij nystagmus. Ik zie het zelf gebeuren en anderen vragen vaak waarom m’n ogen zo trillen. Ook ben ik met aangeboren staar geboren. Dit houdt in dat ik niks zag toen ik geboren werd. De staar is operatief verwijdert en ik ben weer twee vertelenzen armer. Dit maakt samen mijn slechte zicht.

Overschat of juist onderschat

Of het goed is om je visuele beperking te verbergen, daar valt natuurlijk over te twisten. Dit maakt in mijn situatie ook dat mensen me vaak overschatten. Het heeft ook zijn voordelen. Ik zet me voor 200% in om te kunnen functioneren als iemand met goede ogen. Uit eindelijk heb ik daar de consequenties wel van moeten ondervinden, maar het heeft me wel een aantal mooie ervaringen opgeleverd. Een ander deel dat me overschat zijn de mensen die minder zien dan ik. Voor hen heb ik ‘goede’ ogen. Laten we vooropstellen dat ik zeer tevreden ben dat ik heb wat ik heb, maar dat maakt het des te lastiger om aan te geven dat je iets niet ziet of simpelweg niet kan. Het is niet voor te stellen hoe het is om mijn zicht te hebben en vice versa. Zie daar maar eens een balans in te vinden. De balans tussen zelfacceptatie, aangeven wat je nodig hebt en wat je wel of niet kan doen.

Dit brengt me weer bij de andere kant van de medaille. De mensen die je onderschatten. “Dit kun je beter niet doen, want dat zie je niet”, is een zin die ze wat bij betreft helemaal mogen verwijderen uit het woordenboek. Het mag niet meer mogelijk zijn om die zin te maken. Laat niemand je vertellen wat je wel of niet kunt, maar blijf wel realistisch. We weten allemaal dat ik geen piloot zal worden. Ik loop persoonlijk liever tegen een gigantische muur aan, want dan heb ik het tenminste geprobeerd. Ook hier is weer sprake van een balans. Al moet ik zeggen dat het voor de omgeving misschien ook moeilijk is om die te vinden.

Een goed getraind geheugen

And last but not least. Ik ervaar nog wel één groot voordeel. Tijdens mijn behandeling binnen de GGZ, waar ik al eerder dit artikel over geschreven heb, werken ze heel veel met teksten op papier. Tijdens een sessie wordt er vaak geschreven op een groot vel papier, net zoiets als een schoolbord. Ik kan daar helemaal niets van lezen. Zelfs niet als ik dichterbij ga zitten, want het is immers erg onbeleefd om met je hoofd voor je groepsgenoten te zitten. Waar zij ‘even moeten kijken of het al genoemd was’ onthoud ik wat er al genoemd is. Dat is een grote voorsprong en daarmee neem ik genoegen met mijn onzichtbare blinddo

Foto van Moortje voor een vlag: visuele beperking werkveld

Studeren met een visuele beperking #4 – het werkveld in

Geschatte leestijd: 4 minuten

Vandaag word ik officieel uitgeschreven bij Hogeschool Saxion. Vanaf morgen mag ik mezelf dus geen studente meer noemen, want dan… ben ik afgestudeerd! Ik kan het nog steeds maar moeilijk bevatten dat die vier jaar van blunderen en leren, zwoegen en streven en vallen en opstaan zich eindelijk uitbetalen. Ik heb nu gewoon mijn bachelorgraad, mijn diploma! Het heeft me wat bloed, zweet en tranen gekost. De dag dat ik mijn afstudeerproject moest presenteren, een presentatie die zou bepalen of ik wel of niet zou slagen, zit nog vers in mijn geheugen, al is deze alweer drie weken geleden. Ik heb zelden zulke zenuwen gevoeld als toen en hoe ik daar zo kalm kon staan om mijn verhaal te doen zonder een enkele black-out, begrijp ik nog steeds niet helemaal. Maar goed, ik heb het gehaald. En nu? Werk zoeken.

Stage lopen

Ik heb in mijn derde jaar van het werkende leven kunnen proeven via een intensieve stage van vijf maanden. Ik draaide op fulltime basis mee met de internetredactie van Netwerk Mediawijsheid, waar ik erg veel geleerd heb op het gebied van bloggen, SEO, sociale media en, hoe kan het ook anders, mediawijsheid. Ik kan niet op mijn tien vingers tellen hoeveel van andermans artikelen ik onder leiding van collega’s heb gecorrigeerd en in WordPress heb klaargezet zodat deze door de redactie gepubliceerd konden worden. Ik heb zelf ook een paar artikelen voor het blog mogen schrijven, waaronder een artikel over hoe mensen met een visuele beperking sociale media gebruiken.

Behalve de beroepsmatige dingen die ik heb geleerd, heb ik ook belangrijke dingen geleerd op persoonlijk vlak. Zo ontdekte ik door schade en schande dat veertig uur per week werken te veel voor me was en zal blijven. Ik werd er slordiger van en verloor prioriteiten uit het oog. Bij een visuele beperking, zo legde een begeleidster van me uit, verbruik je meer energie dan de meeste mensen. Goed om te weten! Ook merkte ik dat het geen zin had om mijn beperking minder erg te maken dan deze is. Je werkgever gaat er toch een keer achter komen dat je niet alles kunt en niet zo snel kan werken als andere stagiaires. Ik ben erg dankbaar voor het geduld dat mijn toenmalige stagebedrijf met me had en dat ik mijn stage met een acht kon afsluiten.

Solliciteren

Ik probeer nu natuurlijk zo snel mogelijk een betaalde baan te vinden, al moet ik toegeven dat de tijdelijke rust van het zonder directe verplichtingen leven me ook wel goed doet. Toch moet dit niet al te lang duren, om overduidelijke financiële redenen en omdat ik niet te lang kan ‘stilzitten’. Echter, hoewel ik nu in het bezit ben van een HBO-diploma en er veel vraag is naar tekstschrijvers, redacteuren en social media specialisten, de richting waarin ik vacatures zoek, is dat geen garantie voor me dat ik snel aan een baan kom. Met een zware visuele beperking zoals die van mij sta je toch helaas 1-0 achter bij je mede-sollicitanten, zelfs als je een baan kiest die non-visueel kan, zoals tekstschrijver. Dit in verband met vooroordelen die over ons bestaan en het eerder genoemde energieprobleem waarmee de meeste zeer slechtzienden en blinden te kampen hebben. Gelukkig zijn er via het UWV voorzieningen getroffen, bijvoorbeeld dat werkgevers subsidie krijgen wanneer ze iemand met een beperking aannemen, zodat mensen met een beperking net iets makkelijker aan werk kunnen komen. We zullen zien hoe dit voor mij gaat uitpakken.

Terugkijkend op mijn studie

Via deze blogserie heb ik jullie een kijkje gegeven in de woelige wereld van een studente met een visuele beperking. Zo heb ik in deel één een beschrijving gegeven van mijn moeizame overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het hoger beroepsonderwijs, was ik in deel twee open over de problemen die ik soms had bij het communiceren met mijn mede-studenten en vertelde ik in deel drie over één van mijn gaafste studie-ervaringen. Uiteraard zijn alle artikelen in deze serie gebaseerd op persoonlijke ervaringen en vanzelfsprekend verloopt ieder individueel studietraject anders. Ik hoop dat mijn artikelen een visueel beperkte lezer die ook graag wil studeren niet afschrikken. Een studie in het vervolgonderwijs zou ik iedereen aanraden, al moet je wel een beetje sterk in je schoenen staan en kunnen incasseren. Mijn eigen opleiding zou ik niet direct aanbevelen voor mensen die blind of zeer slechtziend zijn, omdat deze behoorlijk visueel ingesteld is en ik het maar net heb gehaald. Kun je wat meer op zicht doen en houd je van creatief bezig zijn, dan is deze opleiding wel echt de moeite waard.

Of ik spijt heb van mijn keuze voor deze opleiding? Zeer zeker niet, al is dat natuurlijk makkelijk praten nu ik mijn diploma heb. Ik heb echt af en toe getwijfeld om te stoppen en heb nog steeds spijt van sommige keuzes die ik tijdens mijn studie gemaakt heb. Ook had ik gewild dat ik wat beter op het HBO was voorbereid, maar goed, al met al ben ik blij dat ik deze studierichting gekozen heb en, hoewel ik zeker niet cum laude geslaagd ben, mag het eindresultaat er wat mij betreft zijn.

Ik wil de lezers die mijn serie van begin tot eind gevolgd hebben graag bedanken voor hun steun en interesse. Ik hoop dat deze blogserie op enige wijze een toevoeging aan je leven is geweest, of je er nu van geleerd hebt, er door geamuseerd of geïnspireerd werd.

Gezellige groepsfoto: begeleid wonen

In groepsverband: de ins en outs van begeleid wonen

Geschatte leestijd: 5 minuten

Ongeveer vijf jaar geleden kwam bij mij het besluit om zelfstandiger te willen wonen. Ik woonde toen nog bij mijn ouders en zat nog op het voortgezet speciaal onderwijs (VSO,) ongeveer een uur rijden bij mijn ouders vandaan. Vrienden van mij woonden op een woongroep op het schoolterrein, dus wilde ik daar natuurlijk ook graag heen. Goed, ik wist waar ik wilde wonen, nu nog de juiste stappen zetten om het voor elkaar te krijgen.

In het begin

Na diverse gesprekken met maatschappelijk werk, een rondleiding op de bewuste woongroep en heel wat geharrewar met de gemeente was het dan eindelijk (een jaar later) geregeld. Er was alleen een klein probleem, de groep ging dicht en alle bewoners werden verdeeld over andere groepen. Er was daardoor voorlopig geen plaats meer voor nieuwe bewoners, dus ik moest nog even geduld hebben. Inmiddels zat mijn tijd op het VSO erop en startte ik met een leer/werktraject op een school in Gelderland. Gelukkig was daar in de buurt wel een plek op een geschikte woongroep vrij, dus eindelijk kon ik na lang hopen en wachten verhuizen. Van de gemeente, die voor mij min of meer het begeleid wonen betaalde, mocht ik vier dagen in de week blijven. De rest van de week ging ik terug naar mijn ouders. Dat voelde voor mij in het begin best raar, alsof ik in twee werelden leefde. Het duurde daardoor ook langer voor ik helemaal gewend was aan mijn nieuwe woonomgeving. Gelukkig kwam na een paar maanden het verlossende woord, ik kreeg een indicatie wet langdurige zorg (WLZ). Dit houdt kort gezegd in dat ik zo lang als nodig is binnen de instelling kan blijven wonen. Ik was en ben daar heel blij mee, ik kon daar nu echt een toekomst opbouwen.

Een thuis, geen tehuis

Bij een woongroep zien mensen toch heel snel een soort van ziekenhuisachtig gebouw, ergens ver weg in de bossen voor zich. Aan de ene kant niet heel onterecht, want veel woongroepen waren vroeger ook zo. Gelukkig is dat tegenwoordig een heel stuk minder het geval en staat de woongroep waar ik woon dus ook gewoon midden in een woonwijk. Ook binnen is het alles behalve klinisch. De gemeenschappelijke woonkamer ziet er bijvoorbeeld gewoon uit als de gemiddelde woonkamer, ook zonder hufter proof meubels, want ja, die hebben we niet nodig. Er wonen bij ons enkel mensen met een visuele beperking en we lijden ook niet aan het sloopsyndroom. Nou ja, behalve ik dan in een onhandige bui. Ook nu met de feestdagen in het vooruitzicht wordt alles weer extra gezellig gemaakt, zowel door de begeleiding, als door ons als bewoners. Sowieso hoeft er bij ons niet altijd een reden te zijn voor een gezellige borrel, het weekend is Al een hele goede reden. Toch zijn het kerstdiner en het zomerfeest toch wel de grootste happening en haalt iedereen alles uit de kast om er een gezellige en geslaagde avond van te maken.

Ook mindere kanten

Natuurlijk heeft het wonen op een groep ook z’n mindere kanten. Ik kom uit een rustig gezin, dus was het vooral in het begin erg moeilijk om niet meteen gillend weg te rennen als de groepsdrukte z’n hoogtepunt bereikte tijdens bijvoorbeeld het inruimen van de vaatwasser. Dit komt ook doordat ik door mijn tweede beperking moeilijk tegen stress en drukte kan. Gelukkig zijn mijn huisgenoten en de begeleiding hiervan op de hoogte en ben ik hierin ook wel gegroeid. Ook zijn er natuurlijk bepaalde regels waar je je aan moet houden en met sommige van deze regels ben ik het nog steeds niet helemaal eens, maar gelukkig is er in goed overleg heel veel mogelijk. Ook zorgt het door de organisatie opgelegde coronabeleid voor de nodige spanningen. Maar goed, hopelijk kunnen we dat binnenkort vaarwel zeggen.

Leerdoelen

Op veel woongroepen leer je hoe je zo zelfstandig mogelijk kunt wonen, zo ook op de groep waar ik woon. Je stelt eens in de drie maanden met de begeleiding dingen op die je graag wilt leren, de zogeheten leerdoelen. Deze doelen kies je zelf en als een doel niet is bereikt binnen de drie maanden verlengen ze het net zo lang tot je het helemaal onder de knie hebt. Ik ben wel blij dat dat zo kan, want een doel als bijvoorbeeld leren koken bereik je echt niet binnen drie maanden. Omdat de groep qua mensen nogal groot is kook ik eens in de twee weken. Ik maak dan ook steeds hetzelfde gerecht tot ik de meeste stappen zelf kan uitvoeren. Ik vind deze manier van leren koken erg fijn, want zo kan je op je eigen tempo een gerecht maken en blijven alle handelingen ook beter in je hoofd zitten. Het enige nadeel is wel dat je steeds hetzelfde eet, daarom probeer ik vaak te kiezen voor een gerecht dat qua smaak gevarieerd is. Ik schrijf ook altijd alle stappen op tijdens het koken, zodat ik dat weer kan gebruiken voor later.

Huizenjacht

Inmiddels woon ik bijna vier jaar op deze woongroep en ben ik heel wat zelfstandiger en ook mobieler geworden. Ik ben nu dan ook toe aan de volgende stap: een eigen huis. Het liefst zou ik in mijn huidige woonplaats willen blijven wonen, omdat ik daar helemaal gesetteld ben en dit gewoon een hele fijne omgeving is voor mensen met een visuele beperking. Helaas is het vanwege de woningnood bij de sociale huurwoningen nog niet zo makkelijk om een geschikt huisje te vinden. Ik sta ook op de wachtlijst voor een appartement binnen de organisatie waar ik nu woon, maar ook daar is het nog niet duidelijk wanneer ik aan de beurt ben. Maar goed, komt tijd, komt raad, zullen we maar zeggen.

Tot slot

Ik ben nog altijd heel blij dat ik voor begeleid wonen gekozen heb. Het heeft mijn wereld echt vergroot, zowel op het gebied van zelfstandig wonen als op sociaal gebied. Er bestaan helaas best wel wat vooroordelen over begeleid wonen, zoals dat we betutteld worden en dat we er de rest van ons leven doorbrengen, terwijl we ons er juist ontwikkelen. Ik snap ook zeker dat niet iedereen het ziet zitten om naar een compleet andere omgeving te verhuizen. Toch zou ik de mensen met een (visuele) beperking die hier over twijfelen wel echt aanraden om een keer bij een huis voor begeleid wonen, of bij voorkeur meerdere huizen te gaan kijken. Zo Kan je echt goed kijken en vergelijken of het iets voor je is, want elke groep is ook niet even groot en overal hebben ze weer verschillende manieren om dingen aan te leren.

Foto genomen in een tempel tijdens de minor

Studeren met een visuele beperking #3 – de minor

Geschatte leestijd: 5 minuten

Nu mijn studie ten einde loopt, vind ik het tijd worden om mijn ervaringen als studente Media, Informatie en Communicatie met een visuele beperking met jullie te delen. In het eerste deel van deze blogserie beschreef ik hoe ik de overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het reguliere hoger beroepsonderwijs ervoer en in het tweede deel liet ik zien hoe ik als enige van mijn klas met een functiebeperking mijn best deed om deel uit te maken van de groep. Voor dit artikel verlaten we de inmiddels vertrouwd geworden campus van Saxion hogeschool te Enschede en neem ik jullie mee naar Utrecht, waar ik vijf maanden gestudeerd heb tijdens een intrigerende minor.

Een minor kiezen

Terwijl ik eigenlijk nog met mijn volle aandacht bij mijn stage zat, in die periode liep ik veertig uur per week stage in Hilversum, begon ik op het internet rond te snuffelen op zoek naar een goede minor die echt bij me paste. Een minor is een kleine opleiding van één semester waarvan de studiepunten, in mijn geval moesten dat er dertig zijn, werden opgeteld bij je huidige opleiding. In het geval van mijn opleiding was het volgen van zo’n module verplicht. De minor mocht niet te veel overlap hebben met de stof van mijn huidige opleiding, dus een minor met een compleet ander vakgebied werd toegejuicht. Ik had voor ik aan mijn stage begon al voor mezelf besloten dat ik er één wilde volgen op mijn eigen hogeschool. Daar kende ik immers al redelijk de weg op het terrein en in het hoofdgebouw. Ik ben echter iemand die mezelf dol graag uitdaagt en soms liever de ingewikkelder weg neemt, dus toen het er op aan kwam ging ik kijken op de algemene site KOM Minoren. Na een tijdje rondzoeken, waarbij ik vooral zocht op mijn interesses en de tijdsperiode waar in de minor zou moeten plaatsvinden, stuitte ik op een module die meteen mijn aandacht had: Filosofie. Wereldreligies. Spiritualiteit. Levenskunst voor dé professional. De minor werd gegeven door de Hogeschool Utrecht. Behalve dat de titel en de omschrijving van de minor me aanspraken, dacht ik ook meteen bij mezelf: Utrecht, goed toegankelijk met het openbaar vervoer, niet al te ver reizen vanaf mijn huidige locatie, prima! Enthousiast geworden meldde ik me aan en uiteraard week de minor genoeg af van mijn huidige studie, dus ik kon in februari 2019 probleemloos starten met deze mini-opleiding.

Opnieuw beginnen

Goed, probleemloos is misschien een beetje een optimistische term als je voor je gevoel weer helemaal opnieuw moet beginnen. Ik moest weer opnieuw de gebouwen waar ik les had leren kennen, opnieuw aan mijn medestudenten en docenten uitleggen welke beperking ik had, opnieuw achter aanpassingen voor lesstof en tentamens aan… Aan de andere kant, omdat ik dit allemaal al eens gedaan had ging het deze keer makkelijker en voelde het ook een beetje als met een schone lei beginnen. Ik had me van te voren in het gebouw verdiept door er samen met een begeleider naartoe te gaan en ook de rest was snel geregeld, gezegd en gedaan. Bovendien hoefde ik maar één dag in de week naar de school om lessen bij te wonen en was de rest thuisstudie.

Ik ontdekte al snel dat deze minor veel ruimdenkende mensen aantrok. Dit verbaasde me niets, ik bedoel met zo’n alternatieve titel… Dit had als gevolg dat niemand me anders behandelde vanwege mijn slechte ogen en dat ik nauwelijks moeite hoefde te doen om ‘erbij’ te horen. Ik voelde me in deze groep meer welkom dan ik me in alle andere klassen van mijn eigen opleiding had gevoeld. Ook de docenten waren absoluut niet negatief over mijn deelname, dit omdat de minor, in tegenstelling tot mijn eigen opleiding, niet voor een groot deel visueel is ingericht.

De inspiratiedagen

Zoals je wellicht van een opleiding over spiritualiteit en religies mag verwachten, hebben we een hoop bijzondere dingen geleerd, gezien en gedaan. We hebben lessen over meditatie, haptonomie en dans gehad, hoorcolleges over filosofen, de Islam en atheïsme bijgewoond en zelfs les gehad van een echte sjamaan. We gingen ook een paar keer op excursie, waarvan de Inspiratiedagen me het meest zijn bijgebleven. Voor een paar dagen trokken we ons terug in een klooster in Den Haag. Stel je voor, meer dan zestig studenten en een hond die drie dagen gingen wonen tussen de stille muren van een klooster. We hebben gedurende deze dagen kringgesprekken gevoerd met de broeders, verschillende tempels in de stad bezocht waaronder een Hindoetempel en een moskee, en halverwege de excursie kwam er een moment dat we een paar uur muisstil moesten zijn. We mochten intussen van alles doen, lezen, mediteren, slapen, als iedereen maar stil was. Tijdens deze dagen heb ik de waarde van stilte beter leren begrijpen. Wist je bijvoorbeeld dat verscholen in het winkelcentrum Hoog Catharijne een stiltecentrum ligt? Daar begon onze excursie naar het klooster. We kregen daar ook de opdracht om stil door het winkelcentrum te lopen, zonder een bepaald doel voor ogen. Een bizarre ervaring om daar zonder iets te zeggen rond te dwalen, zonder doel, tussen mensen die zich naar verschillende plekken haastten.

Tijdens de Inspiratiedagen had ik twee ongemakkelijke momenten, en dan tel ik mijn hysterische lachbui tijdens een yogales niet eens mee. Mijn geleidehond die de bierbrouwerij van het klooster binnen kwam huppelen terwijl we daar een rondleiding hadden, wat de aanwezige broeder niet echt kon waarderen, of toen ze ging blaffen tijdens het stiltemoment. En dan ons bezoek aan de moskee, waar de hond helemaal niet naar binnen mocht. Waar ze in de Hindoetempel ten minste nog in het voorportaal mocht blijven, mocht dat in de moskee absoluut niet en moest mijn hulpdier alleen in de regen achterblijven. Twee docenten zijn toen nog zo lief geweest om om de beurt een flink stuk met haar door de stad te gaan wandelen zodat ze geen moment alleen was. Als ze dat niet hadden kunnen doen was ik misschien wel buiten gebleven, samen met mijn hondje wachtend in de regen. Maar afgezien daarvan waren de Inspiratiedagen een mooie, onvergetelijke ervaring.

Practicum

Behalve dat ik één dag in de week naar school ging, ging ik ook één dag in de week naar mijn practicum. Dit practicum kun je het best omschrijven als een onbeoordeelde stage waarbij je in een bedrijf dat niet tot de commerciële sector behoorde, je wereldbeeld ging verruimen. Ik liep practicum bij een werkplaats vlak bij huis waar mensen met een beperking dagbestedingsactiviteiten ondernamen. Ik heb erg interessante gesprekken met de deelnemers mogen voeren.

Ik vond het jammer toen de minor in juni tot een einde kwam, al was ik blij dat ik alle vakken in één keer had gehaald en dertig studiepunten bij mijn opleiding mocht optellen. Ik heb er zeker geen spijt van dat ik deze minor gekozen heb en ben de docenten en mijn medestudenten dankbaar voor het feit dat ze zo open voor me stonden en met me mee dachten als ik ergens tegenaan liep.

Lees verder >> Studeren met een visuele beperking #4 – het werkveld in

Foto van geleidehond Vida in functie

Een wandelende attractie: vooroordelen op straat

Geschatte leestijd: 2 minuten

Ja, zo voel ik mij regelmatig als ik bijvoorbeeld boodschappen ga doen. En ik snap dat je een vrouw met een blindengeleidehond en een peuter in een draagzak op haar rug niet vaak ziet, toch vind ik wel dat mensen echt eens na moeten denken voor ze het eerste dat in hen opkomt eruit gooien.

Enkele voorbeelden

Onbekende vrouw: “Ben je zo geboren?”
Ik: “Nee, met acht pond en 51cm.”
Onbekende vrouw: “Zeg, wat mankeer je eigenlijk?”
Ik: “Uhm wil je dat echt weten?”
Onbekende vrouw: “Ja graag.”
Ik: “Oké komt ‘i! Het Bardet Biedl Syndroom, Retinitis Pigmentosa, Hypothyreoïdie, geboren met Polydactylie, maar dat is operatief verwijderd en Fibromyalgie.” Toen had ze niks meer te zeggen.

Iemand loopt voorbij en zegt: “Snap niet dat gehandicapten kinderen mogen krijgen.”

En waarom gaan mensen er toch standaard van uit dat als je een lichamelijke beperking hebt, je dan ook een verstandelijke beperking moet hebben? Mijn lijf werkt dan niet altijd mee, maar met mijn verstand is niks mis.

Ook leuke reacties

Gelukkig krijg ik ook leuke reacties. Mensen die het knap vinden hoe ik het allemaal doe. Meestal word ik daar wat ongemakkelijk van. Voor mij is het namelijk zo normaal hoe ik alles doe,dat ik er gewoon niet bij stilsta dat het voor een ander bijzonder is. Meestal gaan die gesprekken over mijn geleidehond Vida en de dingen die ze allemaal voor mij doet. Ik vind het echt niet erg als mensen iets vragen. Het is vaak de toon waarop. Als iemand iets uit interesse vraagt en ik heb tijd, wil ik hun vragen gerust beantwoorden.

Tot slot

Mensen met een beperking willen ook gewoon meedoen indeze maatschappij. Dus tip van mij: Behandel ons zoals je zelf behandeld wilt worden. Want ik ben gewoon Yvonne, een tweeëndertig jarige trotse mama van een peuter. En ja, toevallig ben ik chronisch ziek maar maakt mij dat anders of minder waard dan mensen zonder beperking?

Dit artikel werd geschreven door Yvonne Bleijenberg-Stip

GIF groepsdynamiek

Studeren met een visuele beperking #2 – groepsdynamiek

Geschatte leestijd: 3 minuten

Nu mijn studie bijna ten einde loopt, vind ik het tijd worden om mijn ervaringen als studente Media, Informatie en Communicatie met een visuele beperking met jullie te delen. In het eerste deel van deze blogserie beschreef ik hoe ik de overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het reguliere hoger beroepsonderwijs ervoer. Nu wordt het tijd voor mijn minst favoriete onderwerp, dat zeg ik jullie eerlijk, het erbij horen: de groepsdynamiek.

Als je een functiebeperking hebt, heb je altijd een achterstand op je medestudenten. Het maakt niet uit hoe hard je je best doet om erbij te horen: je zult net iets trager, net iets minder mentaal aanwezig zijn doordat prikkels van je omgeving anders binnenkomen. Dit is iets waar je niets aan kunt veranderen, maar als je het accepteert valt er prima mee te leven. Ik zie mezelf bijvoorbeeld als een heel sociaal, kletserig persoon, maar wanneer ik tussen vreemde mensen ben die niet zijn zoals ik, die geen beperking hebben die hen remt in hun doen en laten, ben ik stil en afwezig. Hoe dat komt? Ik denk dat het per beperking verschilt. In het geval van de visuele beperking zou ik zeggen dat het komt omdat ik de non-verbale communicatie in de groep niet of nauwelijks mee krijg. De gebaartjes, het oogcontact en misschien zelfs stiekeme kleine briefjes die mijn medestudenten uitwisselen, gaan vrijwel volledig langs me heen. Dat er zo veel non-verbale communicatie is, is logisch: ik heb eens ergens gehoord of gelezen dat tachtig procent van onze communicatie non-verbaal is. Ik zelf merk ook dat ik bepaalde gezichten trek om dingen duidelijk te maken aan anderen, dat ik wijs, knik of met mijn hoofd schud. Dit doe ik automatisch niet bij blinde medemensen, maar dit is niet iets wat ik zou vragen van mijn medestudenten. Ik ben het gewend te communiceren met blinde en zeer slechtziende mensen en weet hoe ik mijn reacties zo verbaal mogelijk moet uitdrukken, maar voor al mijn klasgenoten was ik de eerste slechtziende met wie ze samenwerkten, misschien zelfs de eerste slechtziende die ze ooit ontmoet hebben. En daarom verwijt ik hen niets. Ik lag vaak net een streepje op hen achter, bevond me aan de rand van de groep in plaats van er middenin, maar ik maakte er tenminste wel deel van uit.

Wederzijdse communicatie

Dit ligt uiteraard niet alleen aan de non-verbale communicatie van mijn medestudenten. Ik zelf moet ook open blijven over wat ik wel en niet kan, goed communiceren over de tekortkomingen die mijn slechte zicht me oplegt en niet dichtklappen. Daar heb ik soms last van en dat is op z’n zachtst gezegd niet echt handig. Dat dichtklappen gebeurde ook wanneer we groepjes moesten vormen voor een studieproject. Met vlugge blikken en kleine gebaartjes deelden de studenten om me heen zichzelf en elkaar in. Ik zat er een beetje verloren tussen. Moest ik nu door de klas gaan roepen: “wie wil er met mij?” Die zin is op zichzelf al niet echt fraai, en daarbij, ik was er niet goed in om mezelf op te dringen. Ik klapte dicht en als gevolg daarvan restte me niets anders dan te wachten op het beschamende moment dat de docent zag dat ik nog geen groepje had, en me liet aanhaken bij een groepje dat er, voor mijn gevoel althans, niet op zat te wachten.

De voordelen

Laat ik dit stuk afsluiten met een wat positiever geluid: wat voor mij de voordelen zijn van werken in groepjes. Natuurlijk vindt de opleiding het belangrijk: goed leren samenwerken, elkaar feedback geven enzovoort. Daarnaast heeft het voor mij ook bijkomende extra voordelen. Ik werkte voor een bepaalde periode intensief samen met een paar studenten, die ik als gevolg daarvan beter leerde kennen, ook bij naam. Dit maakte dat ik ze makkelijker benaderde als ik een vraag had of iemand nodig had om met me mee te lopen naar het lokaal. Verder merkte ik aan mezelf dat ik opener en actiever ben in een klein groepje waarbij de opstelling van tevoren bepaald is en vaststaat. In dat opzicht was ik dus blij met projectgroepen.

Video over mijn studie-ervaringen

Vorig jaar werd ik door Space of Stories gevraagd om mijn verhaal en ervaringen als slechtziende studente te delen en samen maakten we onderstaande video, waarin ik niet alleen over mijn studie, maar ook over mijn ambities en dromen vertel.

Lees verder >> Studeren met een visuele beperking #3 – de minor

GIF Van rijdende taxi

Taxi-trammelant: wat kan er nou mis gaan?

Geschatte leestijd: 3 minuten

Reizen met een visuele beperking is zeker niet onmogelijk, het is hooguit iets meer uitzoeken en plannen. En ga je met het OV of met de taxi? Ik zelf neem regelmatig de taxi, omdat het OV met zijn volle treinen, drukke stations en wisselende vertrek/aankomsttijden voor mij te veel stress met zich mee brengt. Er zijn meer mensen die met dit probleem zitten, of door hun beperking niet mobiel genoeg zijn om met het OV te kunnen reizen. Gelukkig rijden er door het hele land taxi’s om, voor een niet al te hoog bedrag, ook deze mensen van A naar B te brengen. Fantastisch natuurlijk en ik ben heel blij dat het er is, maar vaak is het GOED plannen van deze ritten voor veel taxibedrijven nog best een opgave.

Nooit te jong voor taxistress

Vanaf mijn vierde jaar zat ik in de taxi van en naar school, het zogeheten leerlingenvervoer. Ik kreeg een vaste chauffeur, die mij en nog wat andere kinderen uit de buurt ophaalde en weer thuis bracht. Dat ging over het algemeen best in goede harmonie, al vond het taxibedrijf het nodig om zo om de drie jaar een andere chauffeur op onze rit te zetten. En natuurlijk had ik met de ene chauffeur meer een klik dan met de ander, maar dat is logisch. Het werd pas echt een drama als onze chauffeur ziek was en het taxibedrijf een vervanger moest regelen. Vaak waren dit mensen die totaal geen idee hadden hoe ze bij onze school moesten komen, omdat ze het verkeerde adres door hadden gekregen, of geen navigatiesysteem bij zich hadden. Vaak vroegen ze dan aan mij, omdat ik de oudste van ons groepje was, hoe ze moesten rijden. Eh hallo, ik ben blind, weet u nog wel? Mocht je denken dat dit een eenmalig issue was, zal ik je even uit de droom helpen, dit gebeurde zowat elke dag als onze vaste chauffeur niet reed, omdat het taxibedrijf onze rit steeds aan verschillende chauffeurs gaf. Zo doende zaten wij en onze ouders dus elke keer weer in de stress, want kwamen we wel op tijd op school, en kwam er wel weer een taxi om ons naar huis te brengen? Ook dat was namelijk iets dat niet even vanzelfsprekend was. Mijn broer, die toen ook op speciaal onderwijs zat, heeft ook vaak genoeg meegemaakt dat zijn taxi pas heel laat, of gewoon niet op kwam dagen. En zo zijn er vast nog wel meer van ons die het nodige hebben meegemaakt in het leerlingenvervoer. Ik denk dat onze ouders zo nu en dan ook wel hun bedenkingen hadden bij de zooveelste vreemde waar ze hun kinderen aan mee moesten geven.

Rommelige ritten en rammelende bussen

Sinds ik zelfstandiger ben gaan wonen neem ik regelmatig de taxi via een organisatie, die er voor wil zorgen dat ook mensen met een beperking makkelijker door het land kunnen reizen door als een tussenpersoon taxiritten goedkoper aan te bieden. In theorie natuurlijk een super goed en fijn systeem, maar in de praktijk nog wel eens moeilijk na te streven, is mijn ervaring. Goed, ik snap dat er wel eens ritten gecombineerd worden, vind ik ook echt niet erg. Wat ik wel erg vind is dat het logisch plannen van ritten nog steeds iets is waar we vaak alleen maar van kunnen dromen. Zo ben ik een keer door het hele stadshart van Amsterdam gereden in een rolstoelbus, die door zijn gepiep, gekraak en gerammel de indruk wekte dat hij elk moment uit elkaar kon vallen. En de chauffeur was trouwens al niet veel beter. Echt zo’n chagrijn die helemaal, maar dan ook echt helemaal geen zin had in zijn werk. Mijn bestemming was ongeveer een uur rijden vanaf mijn woonplaats en een kwartier rijden vanaf Amsterdam. Ik heb er welgeteld vier uur en een kwartier over gedaan om er te komen. Maar goed, het gebeurt ook vaak genoeg dat ik wel op tijd op mijn bestemming aankom in een goede auto met een vriendelijke chauffeur achter het stuur.

Tot slot

Ik hoor vaker in mijn omgeving dat taxi-trammelant een veel voorkomend probleem is, dus aan alle grote taxibedrijven: Ik geloof echt dat jullie je best doen, maar zorg alsjeblieft dat de planning van jullie ritten niet een grote chaos wordt en stop niet al te veel mensen bij elkaar in één taxi. Dat bespaard ons als klant een hoop stress en reizen wij met nog meer plezier met jullie taxi’s.

Studeren met een visuele beperking

Studeren met een visuele beperking #1 – van VSO naar HBO

Geschatte leestijd: 4 minuten

Volgende week is het zover, dan begin ik aan de laatste lootjes van mijn afstudeertraject. Door de coronacrisis en andere omstandigheden die me vertraagden doe ik er drie maanden langer over, maar als het goed is heb ik in november dan eindelijk mijn fel begeerde bachelor behaald. Mensen reageren vaak met de woorden “wat knap” als ze horen dat ik een reguliere hbo-opleiding volg. Wat knap is sowieso een vaak gehoorde term als je als blinde of slechtziende iets onderneemt, maar goed. Het is echt niet onmogelijk om te studeren met een visuele beperking, maar natuurlijk gaat het niet vanzelf. Dingen die mijn studiegenoten met twee vingers in hun neus zouden kunnen doen, waren voor mij soms behoorlijk pittig. In deze blogserie laat ik je veelvoorkomende uitdagingen zien die ik tijdens het studeren tegen ben gekomen, en hoe ik deze ben aangegaan.

Voortgezet speciaal onderwijs (VSO)

Ik bracht mijn tijd op de havo door op een kleine school voor mensen met een visuele beperking in Zeist. Zelf woonde ik in Hengelo, Overijssel, maar deze speciale school was de dichtstbijzijnde. De hoogste klas van de havo had welgeteld twee leerlingen, mezelf meegerekend. Omdat we de kleinste klas van de school waren, werden we samengevoegd met de havo-klas onder ons, waardoor ons groepje uit vijf leerlingen bestond. Deze omvang is vrij normaal voor een klas in het speciaal onderwijs. Al het lesmateriaal was aangepast aan onze beperking. Bijna alle computers hadden speciale hulpsoftware waardoor ook blinde mensen ze konden bedienen. Was je blind, dan was je één van de velen. Slecht zicht was dat wat ons tot één groep maakte, niet iets wat ons onderscheidde van de rest. Het was een plek waar ik me normaal voelde, gelijk aan ieder ander. De school telde bij elkaar zo’n zeventig leerlingen. Iedereen kende elkaar bij naam. Dit zorgde natuurlijk ook voor een hoog roddelgehalte, zowel binnen als buiten de muren van het schoolgebouw, maar goed, dat hield de boel levendig.

En toen…

Onze leraren hadden ons al gewaarschuwd voor het hoger beroepsonderwijs. Immense gebouwen vol lange gangen met voor ons onleesbare aanwijzingen naar het juiste lokaal. Hordes ‘normale’ studenten aan wie je wat je ‘mankeerde’ herhaaldelijk zou moeten uitleggen. Niet-aangepast studiemateriaal waar je dan zelf achteraan moest. Toetsen die aangepast moesten worden. Medelijden en onbegrip van je medestudenten of docenten. Op het VSO was het onderwijs aangepast op iedere leerling en hielden ze, zoals ze zelf zeiden, “je handje vast”. Op het hbo stond je er alleen voor. Dat was het schrikbeeld dat ze schetsten en ik moet zeggen, grotendeels klopt het wel.

Die overstap van zo’n klein, informeel schooltje naar een enorme instelling vol onbekende ‘zienden’ was overweldigend kan ik je vertellen. Ik had me er geestelijk al op ingesteld en liet me, half murw geslagen door de nieuwe indrukken, voor de eerste dagen op het Saxion meevoeren op de stroom. Dit gevoel valt het best te omschrijven met het idee dat iedereen rende, en ik stilstond. Alles ging vijf keer zo snel dan dat ik gewend was. Ik verdwaalde, vroeg vaker hulp dan prettig voelde en verloor beetje bij beetje mijn onafhankelijkheidsdrang. Ik wilde alles zelf doen, maar dat kon gewoon niet. Ik moest wel een beetje op mijn medestudenten leunen maar kreeg hierdoor ook vaak afwijzingen te verwerken. Op een goede dag kreeg ik van mijn slb’er de kans om uit te leggen wat mijn beperking inhield. Dat was erg prettig en we hadden een goed gesprek met z’n allen. Toch was er ook een studente die zei dat ze me graag wilde helpen, maar dat ze er niet voor gekozen had met mij in de klas te zitten en dat ze er niet altijd voor me kon zijn. Die opmerking, of meer hoe ze deze verwoordde, kwam hard binnen. Natuurlijk was het een hele redelijke opmerking, maar het herinnerde me er toch weer sterk aan dat ik een last voor mijn medestudenten vormde.

Maar aan de andere kant…

Toch waren er zeker wel studenten die erg leuk met me omgingen en met wie ik graag optrok. Studenten die me hielpen en bij wie ik me op mijn gemak en zelfs normaal voelde. In mijn tweede jaar kreeg ik het compliment dat het groepje waarmee ik toen nauw samenwerkte voor een project, soms vergat dat ik slechtziend was. Wat die opmerking suggereert? Dat ik dus normaal functioneerde in de groep en niet voor al te veel belemmeringen zorgde.

Vooral het eerste jaar was voor mij dus een achtbaan aan emoties. Veel nieuwe indrukken en dagen van hoofdpijn en nervositeit waren soms het gevolg. Toen ik mijn geleidehond, Siérra, kreeg, ging het vaak al wat beter, al kwam dit ook omdat mensen sneller met me gingen praten nu ik een hond had. De overstap van het speciaal onderwijs naar regulier onderwijs was heftig, maar niet zo heftig als ik had gevreesd. Want ja, ik vreesde het hbo, wilde er jaren geleden nog niet eens aan denken om na de havo verder te studeren uit angst dat ik met name het sociale leven daar niet kon bijbenen. Ik leg de schuld hiervoor toch wel een beetje bij mijn oude school. Ik kwam uit een beschermde omgeving, met de duistere waarschuwing van mijn leraren echoënd in mijn oren, maar verder geen enkele fatsoenlijke voorbereiding op het woelige hbo. Daar mogen ze op het VSO best wel wat meer aan doen wat mij betreft, hoe eerder, hoe liever. Een voorbeeld: laat de leerlingen in het laatste jaar van de vmbo of havo meer zelf regelen. Geef ze plotseling een studieboek met veel te kleine lettertjes, ik noem maar wat geks. 🙂

Lees verder >> Studeren met een visuele beperking #2 – groepsdynamiek

Ouderschap met een visuele beperking

Slechtziend en mama? Ja, dat kan!

Geschatte leestijd: 2 minuten

Even voorstellen, Ik ben Yvonne, 32 jaar, ik ben getrouwd met Nick en wij zijn de trotse ouders van Roan. Ik heb de oogziekte Retinitis Pigmentosa. Hierdoor zie ik met rechts alleen licht en donker. Met links zie ik nog vijf procent in een koker van vijf graden, ik kijk als het ware door een rietje. Daarnaast ben ik nachtblind en heb ik snel last van fel licht. Nick en Roan zien gewoon goed. Ik ben gevraagd om een blog te schrijven over het ouderschap met een visuele beperking. Er bestaan namelijk heel veel misverstanden en vooroordelen over.

Kinderwens

Nick en ik waren het snel eens, wij wilden heel graag een kindje. Gelukkig was de kans dat Roan RP zou krijgen zeer klein, dus toen ik een positieve zwangerschapstest in mijn handen had waren we dolblij.

Vooroordelen

Tijdens de zwangerschap kreeg ik er al mee te maken, mensen die het niet vonden kunnen dat ik een kind zou krijgen. Ik zou niet voor hem kunnen zorgen, het zal wel een ongelukje zijn, je man moet straks alles doen. Dit zijn maar een paar voorbeelden van wat ik heb gehoord. Het ergste vond ik dat iemand zei dat het jammer was dat ik al zo lang zwanger was, want dan kon ik het niet meer laten weghalen.

Roan

Foto van Yvonne met Roan

Op 15 november 2018 na een zwangerschap van 38 weken werd, met een hele snelle bevalling Roan geboren. Hij is perfect, maar dat vind elke ouder van zijn kind. Inmiddels is Roan 21 maanden oud. Hij is een vrolijke, ondernemende dreumes en soms wat eigenwijs, wat hij uiteraard van Nick heeft. Tot nu toe vind ik het super leuk om mama te zijn. Natuurlijk heb ik wel wat uitdagingen gehad, maar daar heb ik steeds een oplossing voor gevonden. Ik kan gewoon volledig voor hem zorgen.

Tips

Tot nu toe heb ik overal een oplossing voor gevonden. Zo neem ik Roan mee in de draagzak of voor kortere stukjes krijgt hij zijn knuffeltuigje om, zodat hij zelf kan lopen. Zorg ervoor dat je een paar mensen in je omgeving hebt waar je op terug kan vallen. Trek je niet teveel aan van wat mensen zeggen. Er is een Facebook groep voor slechtziende en blinde ouders: VIP ouders

Mijn belevenissen volgen?

Wil je mijn belevenissen als slechtziende mama volgen? Je kunt mij op Facebook en Instagram vinden als Mijn Blinde Leven.

Dit artikel werd geschreven door Yvonne Bleijenberg – Stip