Home » Mens & Maatschappij

Categorie: Mens & Maatschappij

Sommigen denken nog steeds dat blinden en slechtzienden aan de rand van de maatschappij leven en er nauwelijks aan deelnemen. Wij helpen ze met veel plezier uit de droom.

Foto van geleidehond Vida in functie

Een wandelende attractie: vooroordelen op straat

Ja, zo voel ik mij regelmatig als ik bijvoorbeeld boodschappen ga doen. En ik snap dat je een vrouw met een blindengeleidehond en een peuter in een draagzak op haar rug niet vaak ziet, toch vind ik wel dat mensen echt eens na moeten denken voor ze het eerste dat in hen opkomt eruit gooien.

Enkele voorbeelden

Onbekende vrouw: “Ben je zo geboren?”
Ik: “Nee, met acht pond en 51cm.”
Onbekende vrouw: “Zeg, wat mankeer je eigenlijk?”
Ik: “Uhm wil je dat echt weten?”
Onbekende vrouw: “Ja graag.”
Ik: “Oké komt ‘i! Het Bardet Biedl Syndroom, Retinitis Pigmentosa, Hypothyreoïdie, geboren met Polydactylie, maar dat is operatief verwijderd en Fibromyalgie.” Toen had ze niks meer te zeggen.

Iemand loopt voorbij en zegt: “Snap niet dat gehandicapten kinderen mogen krijgen.”

En waarom gaan mensen er toch standaard van uit dat als je een lichamelijke beperking hebt, je dan ook een verstandelijke beperking moet hebben? Mijn lijf werkt dan niet altijd mee, maar met mijn verstand is niks mis.

Ook leuke reacties

Gelukkig krijg ik ook leuke reacties. Mensen die het knap vinden hoe ik het allemaal doe. Meestal word ik daar wat ongemakkelijk van. Voor mij is het namelijk zo normaal hoe ik alles doe,dat ik er gewoon niet bij stilsta dat het voor een ander bijzonder is. Meestal gaan die gesprekken over mijn geleidehond Vida en de dingen die ze allemaal voor mij doet. Ik vind het echt niet erg als mensen iets vragen. Het is vaak de toon waarop. Als iemand iets uit interesse vraagt en ik heb tijd, wil ik hun vragen gerust beantwoorden.

Tot slot

Mensen met een beperking willen ook gewoon meedoen indeze maatschappij. Dus tip van mij: Behandel ons zoals je zelf behandeld wilt worden. Want ik ben gewoon Yvonne, een tweeëndertig jarige trotse mama van een peuter. En ja, toevallig ben ik chronisch ziek maar maakt mij dat anders of minder waard dan mensen zonder beperking?

Dit artikel werd geschreven door Yvonne Bleijenberg-Stip

GIF groepsdynamiek

Studeren met een visuele beperking #2 – groepsdynamiek

Nu mijn studie bijna ten einde loopt, vind ik het tijd worden om mijn ervaringen als studente Media, Informatie en Communicatie met een visuele beperking met jullie te delen. In het eerste deel van deze blogserie beschreef ik hoe ik de overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het reguliere hoger beroepsonderwijs ervoer. Nu wordt het tijd voor mijn minst favoriete onderwerp, dat zeg ik jullie eerlijk, het erbij horen: de groepsdynamiek.

Als je een functiebeperking hebt, heb je altijd een achterstand op je medestudenten. Het maakt niet uit hoe hard je je best doet om erbij te horen: je zult net iets trager, net iets minder mentaal aanwezig zijn doordat prikkels van je omgeving anders binnenkomen. Dit is iets waar je niets aan kunt veranderen, maar als je het accepteert valt er prima mee te leven. Ik zie mezelf bijvoorbeeld als een heel sociaal, kletserig persoon, maar wanneer ik tussen vreemde mensen ben die niet zijn zoals ik, die geen beperking hebben die hen remt in hun doen en laten, ben ik stil en afwezig. Hoe dat komt? Ik denk dat het per beperking verschilt. In het geval van de visuele beperking zou ik zeggen dat het komt omdat ik de non-verbale communicatie in de groep niet of nauwelijks mee krijg. De gebaartjes, het oogcontact en misschien zelfs stiekeme kleine briefjes die mijn medestudenten uitwisselen, gaan vrijwel volledig langs me heen. Dat er zo veel non-verbale communicatie is, is logisch: ik heb eens ergens gehoord of gelezen dat tachtig procent van onze communicatie non-verbaal is. Ik zelf merk ook dat ik bepaalde gezichten trek om dingen duidelijk te maken aan anderen, dat ik wijs, knik of met mijn hoofd schud. Dit doe ik automatisch niet bij blinde medemensen, maar dit is niet iets wat ik zou vragen van mijn medestudenten. Ik ben het gewend te communiceren met blinde en zeer slechtziende mensen en weet hoe ik mijn reacties zo verbaal mogelijk moet uitdrukken, maar voor al mijn klasgenoten was ik de eerste slechtziende met wie ze samenwerkten, misschien zelfs de eerste slechtziende die ze ooit ontmoet hebben. En daarom verwijt ik hen niets. Ik lag vaak net een streepje op hen achter, bevond me aan de rand van de groep in plaats van er middenin, maar ik maakte er tenminste wel deel van uit.

Wederzijdse communicatie

Dit ligt uiteraard niet alleen aan de non-verbale communicatie van mijn medestudenten. Ik zelf moet ook open blijven over wat ik wel en niet kan, goed communiceren over de tekortkomingen die mijn slechte zicht me oplegt en niet dichtklappen. Daar heb ik soms last van en dat is op z’n zachtst gezegd niet echt handig. Dat dichtklappen gebeurde ook wanneer we groepjes moesten vormen voor een studieproject. Met vlugge blikken en kleine gebaartjes deelden de studenten om me heen zichzelf en elkaar in. Ik zat er een beetje verloren tussen. Moest ik nu door de klas gaan roepen: “wie wil er met mij?” Die zin is op zichzelf al niet echt fraai, en daarbij, ik was er niet goed in om mezelf op te dringen. Ik klapte dicht en als gevolg daarvan restte me niets anders dan te wachten op het beschamende moment dat de docent zag dat ik nog geen groepje had, en me liet aanhaken bij een groepje dat er, voor mijn gevoel althans, niet op zat te wachten.

De voordelen

Laat ik dit stuk afsluiten met een wat positiever geluid: wat voor mij de voordelen zijn van werken in groepjes. Natuurlijk vindt de opleiding het belangrijk: goed leren samenwerken, elkaar feedback geven enzovoort. Daarnaast heeft het voor mij ook bijkomende extra voordelen. Ik werkte voor een bepaalde periode intensief samen met een paar studenten, die ik als gevolg daarvan beter leerde kennen, ook bij naam. Dit maakte dat ik ze makkelijker benaderde als ik een vraag had of iemand nodig had om met me mee te lopen naar het lokaal. Verder merkte ik aan mezelf dat ik opener en actiever ben in een klein groepje waarbij de opstelling van tevoren bepaald is en vaststaat. In dat opzicht was ik dus blij met projectgroepen.

Video over mijn studie-ervaringen

Vorig jaar werd ik door Space of Stories gevraagd om mijn verhaal en ervaringen als slechtziende studente te delen en samen maakten we onderstaande video, waarin ik niet alleen over mijn studie, maar ook over mijn ambities en dromen vertel.

GIF Van rijdende taxi

Taxi-trammelant: wat kan er nou mis gaan?

Reizen met een visuele beperking is zeker niet onmogelijk, het is hooguit iets meer uitzoeken en plannen. En ga je met het OV of met de taxi? Ik zelf neem regelmatig de taxi, omdat het OV met zijn volle treinen, drukke stations en wisselende vertrek/aankomsttijden voor mij te veel stress met zich mee brengt. Er zijn meer mensen die met dit probleem zitten, of door hun beperking niet mobiel genoeg zijn om met het OV te kunnen reizen. Gelukkig rijden er door het hele land taxi’s om, voor een niet al te hoog bedrag, ook deze mensen van A naar B te brengen. Fantastisch natuurlijk en ik ben heel blij dat het er is, maar vaak is het GOED plannen van deze ritten voor veel taxibedrijven nog best een opgave.

Nooit te jong voor taxistress

Vanaf mijn vierde jaar zat ik in de taxi van en naar school, het zogeheten leerlingenvervoer. Ik kreeg een vaste chauffeur, die mij en nog wat andere kinderen uit de buurt ophaalde en weer thuis bracht. Dat ging over het algemeen best in goede harmonie, al vond het taxibedrijf het nodig om zo om de drie jaar een andere chauffeur op onze rit te zetten. En natuurlijk had ik met de ene chauffeur meer een klik dan met de ander, maar dat is logisch. Het werd pas echt een drama als onze chauffeur ziek was en het taxibedrijf een vervanger moest regelen. Vaak waren dit mensen die totaal geen idee hadden hoe ze bij onze school moesten komen, omdat ze het verkeerde adres door hadden gekregen, of geen navigatiesysteem bij zich hadden. Vaak vroegen ze dan aan mij, omdat ik de oudste van ons groepje was, hoe ze moesten rijden. Eh hallo, ik ben blind, weet u nog wel? Mocht je denken dat dit een eenmalig issue was, zal ik je even uit de droom helpen, dit gebeurde zowat elke dag als onze vaste chauffeur niet reed, omdat het taxibedrijf onze rit steeds aan verschillende chauffeurs gaf. Zo doende zaten wij en onze ouders dus elke keer weer in de stress, want kwamen we wel op tijd op school, en kwam er wel weer een taxi om ons naar huis te brengen? Ook dat was namelijk iets dat niet even vanzelfsprekend was. Mijn broer, die toen ook op speciaal onderwijs zat, heeft ook vaak genoeg meegemaakt dat zijn taxi pas heel laat, of gewoon niet op kwam dagen. En zo zijn er vast nog wel meer van ons die het nodige hebben meegemaakt in het leerlingenvervoer. Ik denk dat onze ouders zo nu en dan ook wel hun bedenkingen hadden bij de zooveelste vreemde waar ze hun kinderen aan mee moesten geven.

Rommelige ritten en rammelende bussen

Sinds ik zelfstandiger ben gaan wonen neem ik regelmatig de taxi via een organisatie, die er voor wil zorgen dat ook mensen met een beperking makkelijker door het land kunnen reizen door als een tussenpersoon taxiritten goedkoper aan te bieden. In theorie natuurlijk een super goed en fijn systeem, maar in de praktijk nog wel eens moeilijk na te streven, is mijn ervaring. Goed, ik snap dat er wel eens ritten gecombineerd worden, vind ik ook echt niet erg. Wat ik wel erg vind is dat het logisch plannen van ritten nog steeds iets is waar we vaak alleen maar van kunnen dromen. Zo ben ik een keer door het hele stadshart van Amsterdam gereden in een rolstoelbus, die door zijn gepiep, gekraak en gerammel de indruk wekte dat hij elk moment uit elkaar kon vallen. En de chauffeur was trouwens al niet veel beter. Echt zo’n chagrijn die helemaal, maar dan ook echt helemaal geen zin had in zijn werk. Mijn bestemming was ongeveer een uur rijden vanaf mijn woonplaats en een kwartier rijden vanaf Amsterdam. Ik heb er welgeteld vier uur en een kwartier over gedaan om er te komen. Maar goed, het gebeurt ook vaak genoeg dat ik wel op tijd op mijn bestemming aankom in een goede auto met een vriendelijke chauffeur achter het stuur.

Tot slot

Ik hoor vaker in mijn omgeving dat taxi-trammelant een veel voorkomend probleem is, dus aan alle grote taxibedrijven: Ik geloof echt dat jullie je best doen, maar zorg alsjeblieft dat de planning van jullie ritten niet een grote chaos wordt en stop niet al te veel mensen bij elkaar in één taxi. Dat bespaard ons als klant een hoop stress en reizen wij met nog meer plezier met jullie taxi’s.

Studeren met een visuele beperking

Studeren met een visuele beperking #1 – van VSO naar HBO

Volgende week is het zover, dan begin ik aan de laatste lootjes van mijn afstudeertraject. Door de coronacrisis en andere omstandigheden die me vertraagden doe ik er drie maanden langer over, maar als het goed is heb ik in november dan eindelijk mijn fel begeerde bachelor behaald. Mensen reageren vaak met de woorden “wat knap” als ze horen dat ik een reguliere hbo-opleiding volg. Wat knap is sowieso een vaak gehoorde term als je als blinde of slechtziende iets onderneemt, maar goed. Het is echt niet onmogelijk om te studeren met een visuele beperking, maar natuurlijk gaat het niet vanzelf. Dingen die mijn studiegenoten met twee vingers in hun neus zouden kunnen doen, waren voor mij soms behoorlijk pittig. In deze blogserie laat ik je veelvoorkomende uitdagingen zien die ik tijdens het studeren tegen ben gekomen, en hoe ik deze ben aangegaan.

Voortgezet speciaal onderwijs (VSO)

Ik bracht mijn tijd op de havo door op een kleine school voor mensen met een visuele beperking in Zeist. Zelf woonde ik in Hengelo, Overijssel, maar deze speciale school was de dichtstbijzijnde. De hoogste klas van de havo had welgeteld twee leerlingen, mezelf meegerekend. Omdat we de kleinste klas van de school waren, werden we samengevoegd met de havo-klas onder ons, waardoor ons groepje uit vijf leerlingen bestond. Deze omvang is vrij normaal voor een klas in het speciaal onderwijs. Al het lesmateriaal was aangepast aan onze beperking. Bijna alle computers hadden speciale hulpsoftware waardoor ook blinde mensen ze konden bedienen. Was je blind, dan was je één van de velen. Slecht zicht was dat wat ons tot één groep maakte, niet iets wat ons onderscheidde van de rest. Het was een plek waar ik me normaal voelde, gelijk aan ieder ander. De school telde bij elkaar zo’n zeventig leerlingen. Iedereen kende elkaar bij naam. Dit zorgde natuurlijk ook voor een hoog roddelgehalte, zowel binnen als buiten de muren van het schoolgebouw, maar goed, dat hield de boel levendig.

En toen…

Onze leraren hadden ons al gewaarschuwd voor het hoger beroepsonderwijs. Immense gebouwen vol lange gangen met voor ons onleesbare aanwijzingen naar het juiste lokaal. Hordes ‘normale’ studenten aan wie je wat je ‘mankeerde’ herhaaldelijk zou moeten uitleggen. Niet-aangepast studiemateriaal waar je dan zelf achteraan moest. Toetsen die aangepast moesten worden. Medelijden en onbegrip van je medestudenten of docenten. Op het VSO was het onderwijs aangepast op iedere leerling en hielden ze, zoals ze zelf zeiden, “je handje vast”. Op het hbo stond je er alleen voor. Dat was het schrikbeeld dat ze schetsten en ik moet zeggen, grotendeels klopt het wel.

Die overstap van zo’n klein, informeel schooltje naar een enorme instelling vol onbekende ‘zienden’ was overweldigend kan ik je vertellen. Ik had me er geestelijk al op ingesteld en liet me, half murw geslagen door de nieuwe indrukken, voor de eerste dagen op het Saxion meevoeren op de stroom. Dit gevoel valt het best te omschrijven met het idee dat iedereen rende, en ik stilstond. Alles ging vijf keer zo snel dan dat ik gewend was. Ik verdwaalde, vroeg vaker hulp dan prettig voelde en verloor beetje bij beetje mijn onafhankelijkheidsdrang. Ik wilde alles zelf doen, maar dat kon gewoon niet. Ik moest wel een beetje op mijn medestudenten leunen maar kreeg hierdoor ook vaak afwijzingen te verwerken. Op een goede dag kreeg ik van mijn slb’er de kans om uit te leggen wat mijn beperking inhield. Dat was erg prettig en we hadden een goed gesprek met z’n allen. Toch was er ook een studente die zei dat ze me graag wilde helpen, maar dat ze er niet voor gekozen had met mij in de klas te zitten en dat ze er niet altijd voor me kon zijn. Die opmerking, of meer hoe ze deze verwoordde, kwam hard binnen. Natuurlijk was het een hele redelijke opmerking, maar het herinnerde me er toch weer sterk aan dat ik een last voor mijn medestudenten vormde.

Maar aan de andere kant…

Toch waren er zeker wel studenten die erg leuk met me omgingen en met wie ik graag optrok. Studenten die me hielpen en bij wie ik me op mijn gemak en zelfs normaal voelde. In mijn tweede jaar kreeg ik het compliment dat het groepje waarmee ik toen nauw samenwerkte voor een project, soms vergat dat ik slechtziend was. Wat die opmerking suggereert? Dat ik dus normaal functioneerde in de groep en niet voor al te veel belemmeringen zorgde.

Vooral het eerste jaar was voor mij dus een achtbaan aan emoties. Veel nieuwe indrukken en dagen van hoofdpijn en nervositeit waren soms het gevolg. Toen ik mijn geleidehond, Siérra, kreeg, ging het vaak al wat beter, al kwam dit ook omdat mensen sneller met me gingen praten nu ik een hond had. De overstap van het speciaal onderwijs naar regulier onderwijs was heftig, maar niet zo heftig als ik had gevreesd. Want ja, ik vreesde het hbo, wilde er jaren geleden nog niet eens aan denken om na de havo verder te studeren uit angst dat ik met name het sociale leven daar niet kon bijbenen. Ik leg de schuld hiervoor toch wel een beetje bij mijn oude school. Ik kwam uit een beschermde omgeving, met de duistere waarschuwing van mijn leraren echoënd in mijn oren, maar verder geen enkele fatsoenlijke voorbereiding op het woelige hbo. Daar mogen ze op het VSO best wel wat meer aan doen wat mij betreft, hoe eerder, hoe liever. Een voorbeeld: laat de leerlingen in het laatste jaar van de vmbo of havo meer zelf regelen. Geef ze plotseling een studieboek met veel te kleine lettertjes, ik noem maar wat geks. 🙂

Ouderschap met een visuele beperking

Slechtziend en mama? Ja, dat kan!

Even voorstellen, Ik ben Yvonne, 32 jaar, ik ben getrouwd met Nick en wij zijn de trotse ouders van Roan. Ik heb de oogziekte Retinitis Pigmentosa. Hierdoor zie ik met rechts alleen licht en donker. Met links zie ik nog vijf procent in een koker van vijf graden, ik kijk als het ware door een rietje. Daarnaast ben ik nachtblind en heb ik snel last van fel licht. Nick en Roan zien gewoon goed. Ik ben gevraagd om een blog te schrijven over het ouderschap met een visuele beperking. Er bestaan namelijk heel veel misverstanden en vooroordelen over.

Kinderwens

Nick en ik waren het snel eens, wij wilden heel graag een kindje. Gelukkig was de kans dat Roan RP zou krijgen zeer klein, dus toen ik een positieve zwangerschapstest in mijn handen had waren we dolblij.

Vooroordelen

Tijdens de zwangerschap kreeg ik er al mee te maken, mensen die het niet vonden kunnen dat ik een kind zou krijgen. Ik zou niet voor hem kunnen zorgen, het zal wel een ongelukje zijn, je man moet straks alles doen. Dit zijn maar een paar voorbeelden van wat ik heb gehoord. Het ergste vond ik dat iemand zei dat het jammer was dat ik al zo lang zwanger was, want dan kon ik het niet meer laten weghalen.

Roan

Foto van Yvonne met Roan

Op 15 november 2018 na een zwangerschap van 38 weken werd, met een hele snelle bevalling Roan geboren. Hij is perfect, maar dat vind elke ouder van zijn kind. Inmiddels is Roan 21 maanden oud. Hij is een vrolijke, ondernemende dreumes en soms wat eigenwijs, wat hij uiteraard van Nick heeft. Tot nu toe vind ik het super leuk om mama te zijn. Natuurlijk heb ik wel wat uitdagingen gehad, maar daar heb ik steeds een oplossing voor gevonden. Ik kan gewoon volledig voor hem zorgen.

Tips

Tot nu toe heb ik overal een oplossing voor gevonden. Zo neem ik Roan mee in de draagzak of voor kortere stukjes krijgt hij zijn knuffeltuigje om, zodat hij zelf kan lopen. Zorg ervoor dat je een paar mensen in je omgeving hebt waar je op terug kan vallen. Trek je niet teveel aan van wat mensen zeggen. Er is een Facebook groep voor slechtziende en blinde ouders: VIP ouders

Mijn belevenissen volgen?

Wil je mijn belevenissen als slechtziende mama volgen? Je kunt mij op Facebook en Instagram vinden als Mijn Blinde Leven.

Dit artikel werd geschreven door Yvonne Bleijenberg – Stip

Blindengeleidehond Siërra

Vier veel voorkomende vergissingen bij de blindengeleidehond

Blindengeleidehonden en hun baasjes kun je overal tegenkomen: op straat, in de trein, rennend en spelend met andere honden in het park. Het komt vaak genoeg voor dat mensen verward en onzeker op mijn hond reageren, niet weten wat ze moeten doen als hun hond met mijn hond wil spelen, geen idee hebben wat een blindengeleidehond precies doet en hoe ze zelf met de hond moeten omgaan. Logisch, want afgezien van die enkele keer dat ze een blindengeleidehond in het openbaar tegenkomen, hebben de meeste mensen er niet veel mee te maken. Daarom hier een paar misverstanden die ik vaak tegenkom als ik met mijn hond op straat loop, plus opheldering.

Die mag ik niet aaien, toch?

Die vraag wordt me zo vaak gesteld, en ironisch genoeg het vaakst als mijn hond niet in functie is. Wanneer ze vrolijk kwispelstaartend naar de voorbijganger kijkt of snuffelend achter diens hond aan loopt en het overduidelijk is dat ze niet in functie is. Als mijn hond in functie is en haar tuig om heeft, gedraagt ze zich heel anders. Dan staat ze met neutraal naar beneden hangende staart naast me en besteedt ze vrijwel geen aandacht aan haar omgeving. Als ze rond rent, achter andere honden aan zit en door het gras rolt, is het toch overduidelijk dat ze zich als een ‘normale’ hond gedraagt en zo mag ze dan ook behandeld worden. Iedere baas heeft er natuurlijk zijn eigen regels voor, maar in het algemeen geldt: als de hond het tuig draagt is deze aan het werk en mag hij of zij niet door anderen geaaid worden, maar als de hond los is mag dat wel.

Verboden voor honden

Helaas is dit voor veel geleidehondgebruikers nog steeds een al te bekend probleem: restaurants of andere openbare gelegenheden die stug volhouden dat ze geen enkele hond toelaten. Nee, ze maken geen uitzondering voor assistentiehonden. Er kunnen veel verschillende redenen zijn, zoals hygiënemaatregelen, angst voor overlast met ontevreden klanten als gevolg, angst voor honden van de eigenaar zelf. Argumenten dat onze honden getraind zijn om zich goed te gedragen in het openbaar en dat we de honden schoon en vlovrij houden, mogen niet baten. Er zijn in het verleden behoorlijk wat acties geweest om kenbaar te maken dat onze geleidehond niet voor de sier is, dat de dieren als onze ogen fungeren en dat we ze echt nodig hebben. Toch hebben met namen restaurants er nog steeds een handje van om geleidehonden en hun gebruikers de deur te wijzen. Ongelofelijk, zeker als je bedenkt dat openbare voorzieningen sinds het VN-verdrag van 2016 verplicht zijn om professioneel getrainde assistentiehonden toe te laten.

Gratis met de blindengeleidehond in de trein

Heel af en toe wordt me, als ik in het openbaar vervoer zit, nog wel eens gevraagd of ik ook een kaartje voor mijn hond moet kopen. Dit is niet zo, een geleidehond mag gratis mee. Het zou toch wat zijn als je zou moeten betalen om je ogen mee te nemen. Oké, de ogen van de meeste mensen hijgen en kwijlen niet en nemen geen extra ruimte in, maar verder is het praktisch hetzelfde. Als de conducteur langskomt en ziet dat ik een tuig bij me heb, vaak doe ik het tuig namelijk af als we lang in de trein zitten zodat ze ontspannener kan liggen en zich beter op kan krullen, vraagt hij ook niet naar een kaartje. Dat gaat dus vaak wel goed.

Mooie naam, zelf verzonnen?

In de meeste gevallen komt een geleidehond pas bij zijn of haar baasje terecht nadat de opleiding is voltooid. Het dier is dan zo’n anderhalf jaar oud. Dus, tenzij een geleidehondgebruiker de hond zelf onder begeleiding heeft opgeleid, wat vrij zeldzaam is, is de naam van de hond door anderen bedacht. Mijn hond heet Siërra, wat ik een schitterende naam vind, maar ik kan dus niet zeggen dat ik hem zelf verzonnen heb.

Coverfoto van mijn boek 'Bontgenoot'

In mijn roman ‘Bontgenoot‘, die gaat over iemand die zelf een blindengeleidehond krijgt, heb ik mijn eigen ervaringen verwerkt en ook hoe het in zijn werk gaat om zo’n hond te krijgen. Ook lees je hoe een geleidehond het leven van zijn of haar baasje verandert en wat de taakomschrijving van de hond is, mocht je meer informatie willen over geleidehonden om zo te voorkomen dat je zelf bij zo’n misverstand betrokken raakt!

Foto: beperkt zicht GGZ

Een kijkje binnen de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

Sommigen vragen zich misschien af hoe het is om met beperkt zicht deel te nemen aan een reguliere behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg, afgekort: GGZ. Zelf volg ik een 3-daagse deeltijdbehandeling in een groep van 7 personen en in dit artikel beantwoord ik een paar essentiële vragen voor hen die het interessant vinden. 

Is het pand toegankelijk?  

Het gebouw is erg groot. De gangen zijn smal en er zijn veel gespreksruimtes, zowel klein als groot. Aan de binnenkant van het gebouw is te zien dat de GGZ niet is berekend op mensen met een vermindert zicht vermogen. Ware het niet dat het zeker mogelijk is om daar je weg in te vinden. Meestal zit je in meerdere vaste ruimtes. Er zijn ook altijd mensen bereid om je de weg te wijzen. Op de deuren staat het nummer van het lokaal, echter maak ik daar persoonlijk geen gebruik van. In het begin is het een doolhof, maar pluk daar de vruchten van, want je bereikt makkelijker de 10.000 stappen op een dag! 

Uit welke therapieën bestaat de behandeling? 

Weekplanning: dit is officieel gezien geen therapie, maar zeker een belangrijk onderdeel van de behandeling. Hier wordt er besproken hoe jij je week gaat opvullen buiten de behandeldagen en word je je bewust gemaakt van waar je je allemaal mee bezig houdt en gaat houden deze week. Ik had niet verwacht dat ik zo veel aan dit onderdeel zou hebben. Maar niets is minder waar; het helpt voor mij erg goed om stil te staan bij wat je gaat doen de komende week.

Psychotherapie: bij deze therapievorm ga je terug naar belevenissen van het verleden die betrekking hebben op het heden. De reactie die je geeft op gebeurtenissen in het hier en nu, hebben vaak te maken met wat je vroeger mee hebt gemaakt. Een belangrijk onderdeel van deze therapievorm is: het in contact komen met je gevoel. Deze therapie ervaar ik zelf als erg intens en hiermee kom ik het dichtste bij het doel waar ik voor deze behandeling voor ben gaan volgen; het verband kunnen leggen tussen gebeurtenissen uit het verleden en de gevoelens die daarbij komen kijken. Ik was me er niet van bewust dat dit zo’n sterk verband had met elkaar.

Creatieve therapie beeldend: misschien zegt dit je al iets. In deze therapievorm mag je, je creativiteit zijn gang laten gaan. Er wordt gewerkt met thema’s die betrekking hebben op de onderwerpen die zijn besproken in de vorige therapieën. Je kan dit doen door middel van tekenen, schrijven, schilderen, knippen, plakken en kleien. Naderhand laat je zien wat je hebt gemaakt, net zoals de anderen en dan bespreek je het met elkaar. Vaak zie je in de manier van het werkstuk ook wat voor gevoel erbij komt kijken. Veel mensen zijn sceptisch over de therapie. Zelf was ik dit ook, tot die ene oefening. Ik moest mezelf in het midden van een cirkel tekenen en daaromheen hetgeen wat me allemaal in de weg zat in het dagelijks leven. Zonder erbij na te denken tekende ik mezelf in het midden en alles wat me in de weg zat daar heel dicht omheen. De cirkel was helemaal gevuld. Dit bracht me zo’n beklemmend gevoel en vervolgens besefte ik dat dit ook de bedoeling is van deze therapie. Om te kijken hoe het is om hiermee bezig te zijn, wat voor gevoel het bij je oproept en om ineens te beseffen en letterlijk te zien hoe beklemmend het is om in het midden te staan.  

Vaardigheidstraining: Hier worden onder anderen rollenspelen in gedaan om de thema’s die we bespreken in de praktijk bij elkaar toe te passen. Mijn eerste rollenspel was via een video-call vanwege de huidige situatie. Dit ervoer ik eerst als vrij ongemakkelijk, maar al snel kwam ik erachter dat ik daarin niet alleen was en viel het gelukkig mee. Eén van de thema’s die we hebben behandeld is: “Afwijzen”. Hoe wijs je iemand af als je iets niet wilt en wat voor manieren van afwijzen bestaan er? Ik wist helemaal niet dat er iemand is geweest die dat heeft onderzocht en op papier heeft gezet zodat men er bewust van wordt. Is er iemand van jullie die ooit stil heeft gestaan bij de verschillende manieren om “nee” tegen iemand te zeggen?  

Psychomotore therapie: ik maakte de fout om het ‘gymmen” te noemen met een grijns op mijn gezicht toen ik het voor het eerst hoorde. Dit was blijkbaar niet het geval. Er wordt wel degelijk aan een fanatiek potje sport gedaan af en toe, echter is deze therapievorm bedoelt om stil te staan bij wat er van binnen en van buiten gebeurt met je lichaam bij een bepaalde gebeurtenis. Je wordt samen bewust van de signalen die je lichaam afgeeft. Als ik voor mezelf spreek, dan sta ik daar in het dagelijks leven niet altijd bij stil.

Relatie, arbeid en re-integratie: “Hoe ga je om met relaties, zowel op liefdesgebied als op vriendschappelijk gebied? Hoe gaat het op je werk? Voor als je nog geen werk hebt; wat ga je later doen? Ga je een opleiding volgen of gelijk opzoek naar een baan?” Dit zijn een aantal vragen je gesteld kunnen worden. Daarmee hebben jullie gelijk een indicatie van de inhoud van deze therapie.  

Weeksluiting:  Het woord zegt het al; weeksluiting. Het einde van de week is in zicht en het is tijd voor een paar therapie loze dagen. Eigenlijk ben je nooit helemaal klaar met je therapie als je naar huis gaat. Je neemt het mee, verwerkt de gesprekken en werkt aan de doelen die je op hebt gesteld. Buiten de groep is er namelijk ook genoeg oefenmateriaal! In dit onderdeel bespreek je hoe je de komende dagen gaat vullen en of je eventueel een planning hebt gemaakt. Let op: een planning maken is niet verplicht, maar word je wel aangeraden.   

Zijn de therapieën toegankelijk? 

Deze vraag zet mij zelf tot stilstand. Eigenlijk is deze vraag moeilijk te beantwoorden, aangezien ieder persoon anders is. Als ik het vanuit mijn perspectief bekijk, dan is de inhoud redelijk toegankelijk. Redelijk, omdat wij met papieren A2-flappen werken. Hier staan onze problemen, doelen en acties op. Deze hangen wij in iedere ruimte op waar we komen, zodat het goed te zien is waar iedereen aan wil werken. Waarschijnlijk voel je ‘m al aankomen: dit is niet goed leesbaar. Het is dus van groot belang om goed te luisteren wat de anderen zeggen en om zo nu en dan te vragen wat er te lezen is op de grote flappen.  

Dit geldt eigenlijk voor alles binnen de behandeling. Met wat passen en meten en veel vragen kom je enorm ver.  

Visuele beperking coronatijd: foto van cel COVID-19

Met een visuele beperking in coronatijd: een uitzichtloze situatie?

Het is vandaag, 1 juni 2020, een bijzondere, misschien zelfs historische dag. Na bijna drie maanden van stilstaan en aarzelend stapjes vooruit gaan, komt ons land weer een beetje op gang. De terrassen gaan weer open en zo ook het voortgezet onderwijs. We gaan over van een intelligente lockdown naar de anderhalvemetersamenleving. Dat wil zeggen, als alles de komende weken goed blijft gaan en er niet weer een nieuwe golf van het virus komt. Net als bij iedereen heeft de epidemie mijn leven de afgelopen maanden behoorlijk overhoop gegooid. Nu we balanceren op de scheidslijn tussen overgangsfase en controlefase, leek het me een mooi moment om zowel terug te blikken op als vooruit te kijken naar wat ons te wachten staat. En dan met namen hoe mensen met een visuele beperking zich in coronatijd moeten gaan redden.

De intelligente lockdown

Er was eens een tijd, voor mijn gevoel langer geleden dan werkelijk het geval is, dat COVID-19 een ver-van-je-bed-show was. In het verre China worstelde men er mee, maar wij Europeanen hadden niets te vrezen. Toch sijpelde het virus heel geleidelijk ook ons veilig lijkende landje binnen. Ik weet nog hoe ongelovig ik reageerde toen onze eigen minister-president ons met klem afraadde om nog langer handen te schudden. Iets zo vanzelfsprekends, wat bij de cultuur hoort en wat ik van jongs af aan in mijn opvoeding had meegekregen, werd plotseling fout en misplaatst. Nu kwam ik in die tijd gelukkig amper nieuwe mensen tegen, dus was handen schudden niet aan de orde. Toch kwam corona toen wel heel dichtbij. En plotseling, als donderslag bij heldere hemel, werden grootschalige evenementen afgelast, en een paar dagen later ging alle horeca dicht. Waar ik eerst nogal laconiek was ten opzichte van het virus, werd het plotseling bittere ernst. Het land ging op slot, reizen met het openbaar vervoer werd afgeraden, terwijl ik afhankelijk ben van het ov. Ook de speciale taxi voor mensen met een mobiliteitsbeperking waar ik anders mee reisde, staakte het vervoer. De ‘intelligente lockdown’ was begonnen.

Met een visuele beperking in coronatijd

De afgelopen tijd kwam ik in de media veel berichten tegen over eenzaamheid die bij mensen met een beperking optrad tijdens deze quarantainetijd. In dit artikel is zelfs te lezen dat sommige blinden en slechtzienden het huis niet meer uit durven vanwege corona en de daaropvolgende maatregelen. Hoewel ik daar zelf geen last van heb, kan ik me dit wel indenken. Onze visuele beperking zorgt er natuurlijk niet voor dat we vatbaarder zijn, ik bedoel, onze ogen werken slecht en dat heeft als ik mijn biologielessen mag geloven verder niks met je holtes en luchtwegen te maken. Echter hebben behoorlijk wat mensen met een visuele beperking er een tweede beperking bij die wel voor meer vatbaarheid kan zorgen. Niet alleen dat, als je slechtziend of blind bent is het soms lastig om voldoende afstand te bewaren tussen anderen. Niet iedereen gaat begripvol aan de kant en geeft je de ruimte als je met een stok of geleidehond komt aanlopen. Sommigen wel hoor, dat moet ik niet vergeten erbij te zeggen.

Hoewel ik een ander niet graag wil besmetten en me dus zo veel mogelijk aan de regels houd, heb ik zelf niet een tweede beperking of aandoening waardoor ik vatbaarder ben voor het coronavirus. Wat betreft eenzaamheid had ik ook niks te klagen. Ik zat ten slotte in quarantaine met een groepje gezellige huis- en tevens leeftijdsgenoten. En ik hoefde me ook niet te vervelen, aangezien ik vanuit huis gewoon kon en nog steeds kan werken aan mijn afstudeeropdracht. Het enige wat mij dwarszit is het verlies van mijn vrijheid en het daarmee gepaard gaande gevoel van afhankelijkheid.

Het ‘nieuwe normaal’

Foto van tekst op de straattegels: “geef elkaar de ruimte, ook onderweg”

Wij visueel beperkten doen veel op gevoel, letterlijk en figuurlijk. Onze tastzin is in veel gevallen sterk ontwikkeld om ons zicht te vervangen. Ik lees bijvoorbeeld met mijn vingers en hou ervan om dingen aan te raken om ze te identificeren. Het is niet vanzelfsprekend dat we dan ook gelijk van aanrakingen van anderen houden. Ik als persoon vind het wel fijn om arm in arm met iemand te lopen, dan voel ik de nabijheid van iemand en ga ik niet steeds opzij kijken of mijn gezelschap nog bij me loopt, wat ook weer inspannend voor mijn ogen is. Als ik mijn geleidehond bij me heb en ze in functie is, is dat weer anders, want zij houdt graag de roedel bij elkaar en zorgt er wel voor dat ik bij mijn gezelschap blijf. Maar hoe dan ook, als ik nu arm in arm loop, wekt dat toch bepaalde reacties op. Ik voel de blikken van de omstanders bijna als ik zo over straat loop. Ook wordt het in deze tijd niet gewaardeerd als ik uitvoerig producten uit de schappen van winkels haal om deze dichtbij mijn ogen te houden en zo te kunnen zien wat ik vast heb. En die aanduidingen op de grond en in de bus en trein zijn leuk en aardig, maar ik kan er niet zo veel mee.

Dus ja, het wordt hier en daar een beetje zoeken naar een manier om op onze vertrouwde wijze nog mee te draaien in de maatschappij. Daarom vind ik het zo teleurstellend dat ik daar in geen enkele persconferentie van het kabinet iets over heb gehoord. Ja, ik begrijp dat ze niet elke groep die aanpassingen nodig heeft apart gaan benoemen, maar toch blijft het frustrerend om zo genegeerd te worden, want zo voelt het wel. Wij kunnen en willen echt een hoop, maar soms vraagt dat hier en daar om wat medewerking van de maatschappij. Hoewel dit allemaal misschien een beetje somber klinkt, ben ik niet somber gestemd. We leven in een land waar mensen over het algemeen best vaak naar elkaar omkijken en daarbij zijn we een creatief volkje. We hebben het er allemaal op onze eigen manier moeilijk mee en leren er op onze eigen manier mee om te gaan. Het enige verschil is dat voor ons, mensen met een zware visuele beperking, vanwege bovengenoemde belemmeringen het nieuwe normaal nooit normaal zal worden.