Home » Persoonlijk

Categorie: Persoonlijk

Onze auteurs delen hier hun persoonlijke verhalen en belevenissen.

Foto van Ard achter een piano met een orgel op de achtergrond

Het orgel als inspirerende bron van energie

Geschatte leestijd: 3 minuten

Je hebt ze vast weleens gezien, of beter zelfs weleens gehoord. In de Nederlandse grote steden vind je de mooist klinkende monumenten die al eeuwen hun glans brengen in het centrale gebouw van een stad of dorp. Voor de een is het een centrum van de Nederlandse cultuur, voor de ander is het een kerk. Maar het is en blijft een orgel dat er in staat!

Het pad van improvisatie

Van kinds af aan ben ik gefascineerd door het orgel: de koning der instrumenten. De enorme afmetingen en verscheidene keuzes qua klankkleuren maakte het voor mij één plus één dat ik op les zou gaan om zo’n instrument te leren spelen. Echter, een probleem. Ik kan geen noot visueel lezen. Dit houd in, geen bladmuziek. Dan maar alles zelf bedenken met goede docenten erbij om de juiste bagage toe te voegen om muzikaal vooruit te gaan.

Omdat noten lezen niet mogelijk is ben ik op improvisatieles gegaan. Je leert zo te harmoniseren ( zorgen dat alles muzikaal klopt), je creativiteit gebruiken en techniek toe te passen om het spelen makkelijker en beter te maken.

Verschillende muziekstijlen

Omdat een orgel in een kerk staat speel ik natuurlijk ook kerkelijke muziek, maar ik schuw niet om buiten de lijntjes te gaan. Improviseren op een los thema of op bestaande thema’s zoals filmmuziek of bekende deuntjes is voor mij een leuke afwisseling van het serieuze gedeelte. Maar soms kan je hoofd te vol zitten, dit had ik afgelopen periode. Dit houdt in dat je handen wel willen, maar je hoofd zit nog te vol met thema’s of opgeslagen improvisaties om nieuwe dingen te bedenken.

Leren door te luisteren

Veel mensen met een visuele beperking halen hun steun uit de muziek, of luisteren er graag naar ter ontspanning. Dit ook bij mij: gemiddeld staat de koptelefoon met muziek vijf uur per dag aan en sta en ga ik op met muziek. Ik weet overigens niet of dat gezond is, dat in het midden latend. 😊 Van muziek luisteren word je wijzer, je hoort veel interpretaties, je kan mee luisteren en leren van de grote jongens in de muziekwereld en je kan jezelf beoordelen wat beter kan of goed ging. Dat laatste doe ik veel, met de intentie om er in te blijven, anders blijf je hangen op een niveau. Het niveau van morgen halen is elke dag een doel.

Een eigen album met orgel- en pianomuziek

Omdat het orgel voor mij een plek is waar ik mij thuis voel en mijzelf kan ontplooien heb ik om mijn hoofd vrij te maken voor nieuwe ideeën een eigen album gemaakt genaamd: Opus 1. Dat betekent ‘eerste werk’. Naast orgelmuziek heb ik ook vleugelimprovisaties erbij gevoegd voor de diversiteit. Een eigen album maken is veel werk en kost veel energie en hoewel ik een licht energieprobleem heb in verband met mijn visuele beperking krijg ik van zo’n project juist enorm veel energie en is het voor iets om later trots op te kunnen zijn.

Preview van albumtrack ‘Circus a la Ard”
Preview van albumtrack “Toccatine psalm 33”

Dit artikel werd geschreven door Ard van der Linden

Foto van Moortje voor een vlag: visuele beperking werkveld

Studeren met een visuele beperking #4 – het werkveld in

Geschatte leestijd: 4 minuten

Vandaag word ik officieel uitgeschreven bij Hogeschool Saxion. Vanaf morgen mag ik mezelf dus geen studente meer noemen, want dan… ben ik afgestudeerd! Ik kan het nog steeds maar moeilijk bevatten dat die vier jaar van blunderen en leren, zwoegen en streven en vallen en opstaan zich eindelijk uitbetalen. Ik heb nu gewoon mijn bachelorgraad, mijn diploma! Het heeft me wat bloed, zweet en tranen gekost. De dag dat ik mijn afstudeerproject moest presenteren, een presentatie die zou bepalen of ik wel of niet zou slagen, zit nog vers in mijn geheugen, al is deze alweer drie weken geleden. Ik heb zelden zulke zenuwen gevoeld als toen en hoe ik daar zo kalm kon staan om mijn verhaal te doen zonder een enkele black-out, begrijp ik nog steeds niet helemaal. Maar goed, ik heb het gehaald. En nu? Werk zoeken.

Stage lopen

Ik heb in mijn derde jaar van het werkende leven kunnen proeven via een intensieve stage van vijf maanden. Ik draaide op fulltime basis mee met de internetredactie van Netwerk Mediawijsheid, waar ik erg veel geleerd heb op het gebied van bloggen, SEO, sociale media en, hoe kan het ook anders, mediawijsheid. Ik kan niet op mijn tien vingers tellen hoeveel van andermans artikelen ik onder leiding van collega’s heb gecorrigeerd en in WordPress heb klaargezet zodat deze door de redactie gepubliceerd konden worden. Ik heb zelf ook een paar artikelen voor het blog mogen schrijven, waaronder een artikel over hoe mensen met een visuele beperking sociale media gebruiken.

Behalve de beroepsmatige dingen die ik heb geleerd, heb ik ook belangrijke dingen geleerd op persoonlijk vlak. Zo ontdekte ik door schade en schande dat veertig uur per week werken te veel voor me was en zal blijven. Ik werd er slordiger van en verloor prioriteiten uit het oog. Bij een visuele beperking, zo legde een begeleidster van me uit, verbruik je meer energie dan de meeste mensen. Goed om te weten! Ook merkte ik dat het geen zin had om mijn beperking minder erg te maken dan deze is. Je werkgever gaat er toch een keer achter komen dat je niet alles kunt en niet zo snel kan werken als andere stagiaires. Ik ben erg dankbaar voor het geduld dat mijn toenmalige stagebedrijf met me had en dat ik mijn stage met een acht kon afsluiten.

Solliciteren

Ik probeer nu natuurlijk zo snel mogelijk een betaalde baan te vinden, al moet ik toegeven dat de tijdelijke rust van het zonder directe verplichtingen leven me ook wel goed doet. Toch moet dit niet al te lang duren, om overduidelijke financiële redenen en omdat ik niet te lang kan ‘stilzitten’. Echter, hoewel ik nu in het bezit ben van een HBO-diploma en er veel vraag is naar tekstschrijvers, redacteuren en social media specialisten, de richting waarin ik vacatures zoek, is dat geen garantie voor me dat ik snel aan een baan kom. Met een zware visuele beperking zoals die van mij sta je toch helaas 1-0 achter bij je mede-sollicitanten, zelfs als je een baan kiest die non-visueel kan, zoals tekstschrijver. Dit in verband met vooroordelen die over ons bestaan en het eerder genoemde energieprobleem waarmee de meeste zeer slechtzienden en blinden te kampen hebben. Gelukkig zijn er via het UWV voorzieningen getroffen, bijvoorbeeld dat werkgevers subsidie krijgen wanneer ze iemand met een beperking aannemen, zodat mensen met een beperking net iets makkelijker aan werk kunnen komen. We zullen zien hoe dit voor mij gaat uitpakken.

Terugkijkend op mijn studie

Via deze blogserie heb ik jullie een kijkje gegeven in de woelige wereld van een studente met een visuele beperking. Zo heb ik in deel één een beschrijving gegeven van mijn moeizame overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het hoger beroepsonderwijs, was ik in deel twee open over de problemen die ik soms had bij het communiceren met mijn mede-studenten en vertelde ik in deel drie over één van mijn gaafste studie-ervaringen. Uiteraard zijn alle artikelen in deze serie gebaseerd op persoonlijke ervaringen en vanzelfsprekend verloopt ieder individueel studietraject anders. Ik hoop dat mijn artikelen een visueel beperkte lezer die ook graag wil studeren niet afschrikken. Een studie in het vervolgonderwijs zou ik iedereen aanraden, al moet je wel een beetje sterk in je schoenen staan en kunnen incasseren. Mijn eigen opleiding zou ik niet direct aanbevelen voor mensen die blind of zeer slechtziend zijn, omdat deze behoorlijk visueel ingesteld is en ik het maar net heb gehaald. Kun je wat meer op zicht doen en houd je van creatief bezig zijn, dan is deze opleiding wel echt de moeite waard.

Of ik spijt heb van mijn keuze voor deze opleiding? Zeer zeker niet, al is dat natuurlijk makkelijk praten nu ik mijn diploma heb. Ik heb echt af en toe getwijfeld om te stoppen en heb nog steeds spijt van sommige keuzes die ik tijdens mijn studie gemaakt heb. Ook had ik gewild dat ik wat beter op het HBO was voorbereid, maar goed, al met al ben ik blij dat ik deze studierichting gekozen heb en, hoewel ik zeker niet cum laude geslaagd ben, mag het eindresultaat er wat mij betreft zijn.

Ik wil de lezers die mijn serie van begin tot eind gevolgd hebben graag bedanken voor hun steun en interesse. Ik hoop dat deze blogserie op enige wijze een toevoeging aan je leven is geweest, of je er nu van geleerd hebt, er door geamuseerd of geïnspireerd werd.

Gezellige groepsfoto: begeleid wonen

In groepsverband: de ins en outs van begeleid wonen

Geschatte leestijd: 5 minuten

Ongeveer vijf jaar geleden kwam bij mij het besluit om zelfstandiger te willen wonen. Ik woonde toen nog bij mijn ouders en zat nog op het voortgezet speciaal onderwijs (VSO,) ongeveer een uur rijden bij mijn ouders vandaan. Vrienden van mij woonden op een woongroep op het schoolterrein, dus wilde ik daar natuurlijk ook graag heen. Goed, ik wist waar ik wilde wonen, nu nog de juiste stappen zetten om het voor elkaar te krijgen.

In het begin

Na diverse gesprekken met maatschappelijk werk, een rondleiding op de bewuste woongroep en heel wat geharrewar met de gemeente was het dan eindelijk (een jaar later) geregeld. Er was alleen een klein probleem, de groep ging dicht en alle bewoners werden verdeeld over andere groepen. Er was daardoor voorlopig geen plaats meer voor nieuwe bewoners, dus ik moest nog even geduld hebben. Inmiddels zat mijn tijd op het VSO erop en startte ik met een leer/werktraject op een school in Gelderland. Gelukkig was daar in de buurt wel een plek op een geschikte woongroep vrij, dus eindelijk kon ik na lang hopen en wachten verhuizen. Van de gemeente, die voor mij min of meer het begeleid wonen betaalde, mocht ik vier dagen in de week blijven. De rest van de week ging ik terug naar mijn ouders. Dat voelde voor mij in het begin best raar, alsof ik in twee werelden leefde. Het duurde daardoor ook langer voor ik helemaal gewend was aan mijn nieuwe woonomgeving. Gelukkig kwam na een paar maanden het verlossende woord, ik kreeg een indicatie wet langdurige zorg (WLZ). Dit houdt kort gezegd in dat ik zo lang als nodig is binnen de instelling kan blijven wonen. Ik was en ben daar heel blij mee, ik kon daar nu echt een toekomst opbouwen.

Een thuis, geen tehuis

Bij een woongroep zien mensen toch heel snel een soort van ziekenhuisachtig gebouw, ergens ver weg in de bossen voor zich. Aan de ene kant niet heel onterecht, want veel woongroepen waren vroeger ook zo. Gelukkig is dat tegenwoordig een heel stuk minder het geval en staat de woongroep waar ik woon dus ook gewoon midden in een woonwijk. Ook binnen is het alles behalve klinisch. De gemeenschappelijke woonkamer ziet er bijvoorbeeld gewoon uit als de gemiddelde woonkamer, ook zonder hufter proof meubels, want ja, die hebben we niet nodig. Er wonen bij ons enkel mensen met een visuele beperking en we lijden ook niet aan het sloopsyndroom. Nou ja, behalve ik dan in een onhandige bui. Ook nu met de feestdagen in het vooruitzicht wordt alles weer extra gezellig gemaakt, zowel door de begeleiding, als door ons als bewoners. Sowieso hoeft er bij ons niet altijd een reden te zijn voor een gezellige borrel, het weekend is Al een hele goede reden. Toch zijn het kerstdiner en het zomerfeest toch wel de grootste happening en haalt iedereen alles uit de kast om er een gezellige en geslaagde avond van te maken.

Ook mindere kanten

Natuurlijk heeft het wonen op een groep ook z’n mindere kanten. Ik kom uit een rustig gezin, dus was het vooral in het begin erg moeilijk om niet meteen gillend weg te rennen als de groepsdrukte z’n hoogtepunt bereikte tijdens bijvoorbeeld het inruimen van de vaatwasser. Dit komt ook doordat ik door mijn tweede beperking moeilijk tegen stress en drukte kan. Gelukkig zijn mijn huisgenoten en de begeleiding hiervan op de hoogte en ben ik hierin ook wel gegroeid. Ook zijn er natuurlijk bepaalde regels waar je je aan moet houden en met sommige van deze regels ben ik het nog steeds niet helemaal eens, maar gelukkig is er in goed overleg heel veel mogelijk. Ook zorgt het door de organisatie opgelegde coronabeleid voor de nodige spanningen. Maar goed, hopelijk kunnen we dat binnenkort vaarwel zeggen.

Leerdoelen

Op veel woongroepen leer je hoe je zo zelfstandig mogelijk kunt wonen, zo ook op de groep waar ik woon. Je stelt eens in de drie maanden met de begeleiding dingen op die je graag wilt leren, de zogeheten leerdoelen. Deze doelen kies je zelf en als een doel niet is bereikt binnen de drie maanden verlengen ze het net zo lang tot je het helemaal onder de knie hebt. Ik ben wel blij dat dat zo kan, want een doel als bijvoorbeeld leren koken bereik je echt niet binnen drie maanden. Omdat de groep qua mensen nogal groot is kook ik eens in de twee weken. Ik maak dan ook steeds hetzelfde gerecht tot ik de meeste stappen zelf kan uitvoeren. Ik vind deze manier van leren koken erg fijn, want zo kan je op je eigen tempo een gerecht maken en blijven alle handelingen ook beter in je hoofd zitten. Het enige nadeel is wel dat je steeds hetzelfde eet, daarom probeer ik vaak te kiezen voor een gerecht dat qua smaak gevarieerd is. Ik schrijf ook altijd alle stappen op tijdens het koken, zodat ik dat weer kan gebruiken voor later.

Huizenjacht

Inmiddels woon ik bijna vier jaar op deze woongroep en ben ik heel wat zelfstandiger en ook mobieler geworden. Ik ben nu dan ook toe aan de volgende stap: een eigen huis. Het liefst zou ik in mijn huidige woonplaats willen blijven wonen, omdat ik daar helemaal gesetteld ben en dit gewoon een hele fijne omgeving is voor mensen met een visuele beperking. Helaas is het vanwege de woningnood bij de sociale huurwoningen nog niet zo makkelijk om een geschikt huisje te vinden. Ik sta ook op de wachtlijst voor een appartement binnen de organisatie waar ik nu woon, maar ook daar is het nog niet duidelijk wanneer ik aan de beurt ben. Maar goed, komt tijd, komt raad, zullen we maar zeggen.

Tot slot

Ik ben nog altijd heel blij dat ik voor begeleid wonen gekozen heb. Het heeft mijn wereld echt vergroot, zowel op het gebied van zelfstandig wonen als op sociaal gebied. Er bestaan helaas best wel wat vooroordelen over begeleid wonen, zoals dat we betutteld worden en dat we er de rest van ons leven doorbrengen, terwijl we ons er juist ontwikkelen. Ik snap ook zeker dat niet iedereen het ziet zitten om naar een compleet andere omgeving te verhuizen. Toch zou ik de mensen met een (visuele) beperking die hier over twijfelen wel echt aanraden om een keer bij een huis voor begeleid wonen, of bij voorkeur meerdere huizen te gaan kijken. Zo Kan je echt goed kijken en vergelijken of het iets voor je is, want elke groep is ook niet even groot en overal hebben ze weer verschillende manieren om dingen aan te leren.

GIF non-visueel koken

Tips en trucs voor non-visueel koken

Geschatte leestijd: 17 minuten

Voor veel mensen met een visuele beperking, en helemaal als je (zoals ik) volledig blind bent, kan koken erg moeilijk zijn. Ik ben nu sinds een half jaar actief bezig om non-visueel te leren koken. Hiermee hoop ik dat ik een stuk zelfredzamer kan worden en dat ik ook eens kan zeggen: “mama, ik kook vanavond.” Ik heb de vaardigheden die ik nu al beheers niet geleerd bij begeleid wonen of iets soortgelijks, maar gewoon thuis van mijn moeder. Zij kent me natuurlijk het best en weet hoe ze me dingen moet aanleren. Vaak komt ze ook met handige en soms verrassende tips waar andere mensen niet zo gauw aan zouden denken. Zelf heb ik ook enige handigheidjes ontdekt die sommige dingen die erg lastig lijken toch een stuk makkelijker kunnen maken.

Kook- en baktips

Ik heb hieronder een aantal tips en handige hulpmiddelen voor in de keuken op een rijtje gezet. Hopelijk worden het er meer als ik beter met potten en pannen leer werken. Ik zal het allemaal zo goed mogelijk proberen uit te leggen, maar soms zal het misschien een beetje omslachtig klinken. De tips zijn vanuit mijn oogpunt, dus zicht speelt hier eigenlijk geen rol. Alvast heel veel lees en daarna kookplezier.

Appels schillen

Voor het schillen van appels heb ik een heel eenvoudig trucje ontdekt. Schil eerst met je dunschiller een strook van boven naar beneden over de appel. Ga dan vanuit het midden van de vrijgemaakte strook rondom de hele appel. Doe dit ook aan de boven en onderkant. Zo heb je in vier halen het grootste gedeelte van de schil verwijdert en hoef je alleen nog maar de kleine overgebleven stukjes weg te schillen.

Het eigeel van het eiwit scheiden

Er bestaat een speciaal apparaatje waarmee je eieren kunt scheiden. Er zijn ook mensen die het doen met twee lepels, maar ik heb een heel eenvoudig trucje dat zeker geschikt is om te gebruiken als je het niet ziet. Waarschuwing, je moet er wel vieze handen voor over hebben. Sla het ei in het midden kapot boven een kommetje, zodat er een barst in komt. Laat het rauwe ei op je ene hand lopen. Houd dan je vingers een klein stukje van elkaar. Je zult nu merken dat het eiwit tussen je vingers uitdruipt en uiteindelijk hou je alleen het eigeel nog in je hand. Hoe makkelijk is dat.

Gehaktballen toevoegen aan je soeppan

Zorg eerst dat je een warmte vaste klem of zelfs een nat washandje aan de handgrepen van je pan hebt hangen. Zo heb je een oriëntatiepunt waaraan je kan zien waar je pan is. Zet het bord met gehaktballen zo dicht mogelijk naast het fornuis neer en vul dan een diepe soeplepel met de gehaktballen. Breng dan, met je oriëntatiepunt en je soeplepel als taststok, de lepel boven je soeppan en laat hem dan zakken totdat je voelt dat hij onder water is. Draai de lepel dan horizontaal met de open kant naar je toe en keer hem dan voorzichtig om. Je voelt het als de gehaktballen eruit zijn gevallen. Nu kun je een volgende lading in de soep laten zakken. Laat alleen wel eerst je lepel afdruipen boven de pan alvorens je hem weer naar het bord verplaatst.

Beschuit smeren

Beschuit smeren is in mijn ervaring soms erg lastig, omdat het oppervlak waar je op moet smeren hard is. Dit is wederom een handigheidje waarvoor je een beetje vieze handen moet overhebben, maar het is wel makkelijk. Leg in het midden van je beschuitje een klontje boter. Smeer het met een mes een beetje uit zodat het op één punt tot de rand komt. Leg dan de wijsvinger van je niet-dominante hand op het beschuitje en laat je vingertop het klontje boter in het midden raken. Draai met je andere hand het beschuitje zodat je de boter over het hele oppervlak kunt verdelen. Je voelt het als ergens te veel of te weinig boter zit. Op deze manier krijg je natuurlijk wel een vieze hand, maar ook een perfect gesmeerd beschuitje. Dit trucje kun je trouwens ook gebruiken voor ander smeerbaar broodbeleg zoals chocolade pasta of jam. Ook kun je dit trucje gebruiken om brood te smeren, al vind ik dat persoonlijk makkelijker met een mes. Een cracker is denk ik het lastigst om te smeren, omdat dat meestal een rechthoek is en je niet zoals bij een beschuitje rond kunt gaan.

Een deegbodem verdelen in een bakvorm

Je leest wel eens in een recept dat wanneer je bijvoorbeeld een zanddeegbodem in een bakvormmoet maken, je de deegbal tot een passende plak moet uitrollen en die dan in de vorm moet leggen. Of er staat bijvoorbeeld: Druk het deeg plat met de bolle kant van een lepel. Er zijn een aantal redenen waarom ik deze manier niet erg handig vind voor mensen met een visuele beperking. Ten eerste, je kan niet zien hoe groot je deegplak moet zijn. Ten tweede, blijft er vaak deeg aan je deegroller plakken of is je plak niet overal dezelfde dikte. En ten derde, als je de plak moet optillen om hem in je vorm te leggen, scheurt hij negen van de tien keer. Ook met een lepel vind ik het niet handig werken, omdat je geen controle hebt over wat je doet en als je een kruimelbodem maakt druk je vaak met de lepel de bodem kapot. Ik heb een veel handiger trucje. Het vergt misschien wat meer werk, maar dan heb je ook een mooie bodem. Neem hiervoor de deegbal in je hand en duw hem plat, maar niet zo plat dat hij kan scheuren. Maak er een soort platte burger van. Leg hem in het midden van je vorm en begin hem dan verder plat te duwen. Het is het handigst als je eerst net zoals bij het beschuit smeren, een punt op de rand van je vorm opzoekt. Als je dat punt hebt gevonden heb je een soort lijn waarna je de rest van het deeg kan gaan uitduwen. Als je ergens niet helemaal tot de rand komt, voel je de bodem af naar een plek waar hij dikker is dan op andere plaatsen. Als je die plek hebt gevonden, zetje de onderkant van je hand net achter dat gedeelte en maak je een soort loop beweging met je hand. Het is een beetje moeilijk uit te leggen zo, maar als je er eenmaal de handigheid in krijgt snap je wel wat ik bedoel. Zo loop je eigenlijk met het teveel aan deeg naar de plek toe waar het nodig is en kun je hem opvullen. Als je denkt dat je het deeg goed verdeeld hebt, kun je met je vinger langs de rand gaan om te kijken of het deeg overal tot aan de rand komt. Dan leg je je hand plat in de vorm en zo kun je voelen of er nog grove ongelijkheden zitten en kun je deze uit het deeg halen en glad strijken. Dit werkt ook goed met een kruimelbodem, al moet je daar iets voorzichtiger zijn zodat de bodem niet kapot gaat. Je kunt ook om taart of zanddeeg gladder te maken het bestrijken met een beetje ei, water of melk. Dan strijk je de overgebleven oneffenheden makkelijk glad. Zo glad als wanneer je het met een deegroller uitrolt krijg je het nooit, maar je hebt nu wel een mooie gelijke bodem die precies in je vorm past.

Groente, fruit etc. in blokjes snijden

Als je groente, fruit of ander voedsel in blokjes wilt snijden, heb ik daar een heel makkelijk trucje voor. Hierbij geldt wel dat je het eerst even in je vingers moet krijgen, maar als je het eenmaal weet snijd je als een chef-kok. Als voorbeeld neem ik even een appel. Als je het klokhuis hebt verwijderd, snijd je de appel eerst in reepjes met de dikte van de blokjes die je daarna wilt snijden. Leg een reepje verticaal op de snijplank. Plaats je wijs en middelvinger op het reepje appel en je duim tegen het uiteinde dat het dichtst bij je ligt. Je kan nu het mes op het reepje zetten en met je duim ongeveer voelen hoe groot je het blokje maakt. Snij het reepje dan door op de plek die je hebt gekozen en schuif vervolgens het afgesneden gedeelte met je duim opzij. Je wijs en middelvinger zorgen ervoor dat het overgebleven reepje op zijn plaats blijft liggen. Als je het afgesneden blokje hebt weggeschoven, plaats je je duim opnieuw tegen het uiteinde en herhaal je het proces. Ik garandeer je, als je dit trucje eenmaal kent heb je binnen no time je appel of wat je dan ook wilt snijden in blokjes gehakt.

Zaadlijsten verwijderen uit een paprika

Voor het verwijderen van de zaadlijsten uit een paprika bestaat een heel makkelijk trucje. Allereerst zal ik even uitleggen, voor de mensen die het niet weten hoe een paprika er van binnen uitziet. Een paprika is hol van binnen. De zaadlijsten zitten vast aan het steeltje dat je aan de buitenkant voelt. Ze hangen dus als het ware los in de paprika. Als je nu de paprika net naast het steeltje doormidden snijdt, heb je twee holle helften en in de ene helft hangen de zaadlijsten. Als je je vinger nu achter de zaadlijsten haakt, kun je alle zaadjes met steeltje en al er in één keer uitwippen. Voor het beste resultaat moet je de paprika nog wel even afspoelen om alle zaadjes eruit te krijgen, want die dingen blijven nog wel eens plakken. Dan zitten er nog witte gedeeltes in de paprika die niet zo lekker zijn om te eten. Deze kan je herkennen omdat ze zachter aanvoelen dan de rest van de paprika. Je kunt ze er met een mes uithalen, maar je kan ook met je mes een klein beginnetje maken en de rest van het witte daarna met beleid lostrekken.

Cake uit de bakvorm halen

Als je een cake hebt gebakken, gebeurt het nog wel eens dat wanneer je de vorm omkeert, de cake er niet vanzelf uitvalt. Je moet dan eerst de zijkanten van de cake lossteken met een mes. Om te voorkomen dat je in je cake snijdt, moet je goed opletten, zeker als je het niet goed ziet. Steek eerst je mes tussen de zijkant van je cake en de bakvorm. Houd je mes nu een beetje schuin, zodat de snijkant van je mes wat meer tegen de binnenkant van de bakvorm aandrukt. Maak vervolgens snijbewegingen, ga op en neer met je mes, terwijl je de kant waarmee je snijdt steeds stevig tegen de bakvorm drukt. Op deze manier snij je nooit in je cake. Doe dit bij alle kanten van de bakvorm. Wedden dat je cake er dan zo uit valt? Je kan dit trucje natuurlijk ook gebruiken bij een taart die nog in de bakvorm zit en het is ook zeker aan te raden eerst de kanten los te steken, als je te maken hebt met een springvorm.

Extra tip: Vet altijd je bakblik goed in voordat je er iets in gaat bakken.

Bakpapier

Voor veel mensen met een visuele beperking zal het recht afknippen van bakpapier een moeilijke opgave zijn. Hier volgen enkele tips om ervoor te zorgen dat ook jij je bakplaat of bakvorm goed met bakpapier kan bedekken. Ten eerste is het goed om te weten dat het niet zo handig is om een rol bakpapier te kopen. Ik bedoel een rol aan één stuk. Er zijn ook rollen bakpapier te koop die al in stukken geknipt zijn, net zoals een rol vuilniszakken bijvoorbeeld. Je trekt er gewoon een vel af en je hoeft je geen zorgen meer te maken over scheef afgeknipte vellen.

Als je wel een rol bakpapier aan één stuk gebruikt is het handig om op het stuk dat je wilt afknippen iets zwaars neer te zetten, zodat het recht blijft liggen en niet verschuift, bijvoorbeeld een pak bloem of een snijplank. Houd dan met je ene hand de rol vast en schuif de schaar aan de ene kant tussen het bakpapier op het punt waar je het wilt afknippen. Houd de rol goed vast en knip langs de rol, zodat je zo recht mogelijk knipt. Het is niet ideaal, maar wel een goede manier om bakpapier zo recht mogelijk af te knippen. Je kan dit trucje ook gebruiken bij bijvoorbeeld cadeaupapier.

De bakplaat

Als je een bakplaat wil bekleden met bakpapier, leg je eerst het afgeknipte stuk of een vel bakpapier op de plaat en zet er dan weer wat zwaars op. Meestal is je stuk papier te groot voor de bakplaat, je moet het dus gaan bijknippen. Leg de linker zijkant van het papier zo dat het precies in de linker boven hoek van je bakplaat ligt. Houd het zo vast met het zware voorwerp. Vouw nu de rechter zijkant naar binnen. Dit kan je heel recht doen omdat je langs de rand van je bakplaat kan vouwen. Maak een scherpe vouw die goed voelbaar is. Nu kan je het papier langs de vouwlijn afknippen en past het precies op de plaat. Doe hetzelfde met het uitstekende stuk papier aan de onderkant van de plaat.

Bakpapier in een springvorm

een springvorm bekleden met bakpapier is super makkelijk. Als je dit handigheidje nog niet kent, sla je je waarschijnlijk voor je hoofd omdat je er zelf niet op gekomen bent. Maak de rand van de springvorm los van de bodem. Leg nu een vel bakpapier over de bodem van de vorm en let goed op of deze helemaal bedekt is. Zorg dat er geen kreukels in zitten en dat het bakpapier aan alle kanten uitsteekt. Plaats nu de rand van de springvorm weer op de bodem en maak hem vast. Zo is je bodem netjes bedekt met bakpapier en hoef je alleen nog maar het overtollige papier aan de buitenkant weg te knippen.

Vlees bakken

Je hebt misschien wel eens gehoord dat als je een klontje boter smelt op hoog vuur en het sissen wordt minder, dat dan je boter goed genoeg is verwarmd om te gebruiken. Ook een bekende truc is om als je olie verwarmd, een kleine druppel water in je pan te laten vallen. Als de olie dan begint te sissen is hij goed. Allemaal leuk en aardig, maar hoe weet je wanneer je je vlees moet omdraaien of wanneer je vlees gaar is? Nou, volgens mij heb ik nu een handigheidje gevonden dat sommigen waarschijnlijk wel zullen kennen, maar desalniettemin erg handig is. Als je vlees wokt, bijvoorbeeld varkenshaas, verwarm je eerst de wok olie. Als je dan het vlees in de pan doet begint het heftig de sissen. Nu ga je het vlees omscheppen, zodat het aan alle kanten gebakken wordt. Als het sissen steeds minder wordt en uiteindelijk bijna is gestopt, is je vlees gaar. Dit geldt ook als je je vlees in boter bakt, bijvoorbeeld shoarma, of gehakt dat je rul wilt bakken enzovoort. Ook kun je dit handigheidje gebruiken als je vlees aan één stuk bakt, bijvoorbeeld een kipfilet of een hamburger. Als het sissen minder wordt is die kant van je vlees dichtgeschroeid en kun je hem dus omdraaien.

Groente of vlees toevoegen aan een hete pan met boter of olie

Je kent ze misschien wel, snijplanken die je aan de zijkanten omhoog kan klappen zodat je je groenten of vlees makkelijk in de pan kan schuiven. Klinkt makkelijk, maar hierbij heb je twee handen nodig en dat is niet makkelijk voor mensen met weinig zicht, omdat je je dan niet goed kunt oriënteren waar je pan is. Althans dat is mijn ervaring. Ik heb een betere manier geleerd.

Foto van een Griekse schotel
Een Griekse schotel met patat, kip en groenten

Gebruik ten eerste als je stukjes groente en/of vlees wil wokken altijd een wok-hapjespan. Die hebben een hoge rand zodat je de inhoud minder snel over de rand kunt scheppen. Zorg er ook weer voor dat het bord of de schaal met ingrediënten vlakbij het fornuis staat. Als je nu de boter of olie goed hebt verwarmd, zet je het vuur laag. Dat geeft je meer tijd om je ingrediënten in de pan te doen. En nu komt het, gebruik een draadspaan. Dit lijkt een beetje op een ronde lepel met een lange steel, alleen is de binnenkant van de lepel een soort ijzeren netje. Het wordt ook wel gebruikt om oliebollen uit het vet te scheppen, omdat het overtollige vet er door dat netje makkelijk afdruipt. Als je dus het vuur laag hebt gezet, vul je de draadspaan met de groente of wat je dan ook aan je pan wilt toevoegen. Houd met je ene hand de steel van je pan vast en voel met de draadspaan waar de pan is. Als je de draadspaan in je pan zet gaat de boter of de olie sissen omdat een gedeelte van de ingrediënten al contact maakt. Je weet nu dat je goed zit en je kunt nu de draadspaan omdraaien. Laat deze nu eerst uitdruipen en sla voor alle zekerheid met de zijkant van de steel tegen de rand van de pan. Nu kan je een volgende lading opscheppen. Omdat je met één hand het eten in de draadspaan moet leggen, is het ook handig als je naast het fornuis een nat doekje neerlegt, zodat je je handen zo nu en dan kunt afvegen. Let er trouwens bij het omscheppen ook op dat je groente of vlees niet allemaal aan één kant van de pan belandt. Ga hiervoor af en toe met je omscheplepel langs de rand van de pan om te controleren of er nergens iets overheen dreigt te vallen.

Thee inschenken

Je hebt vast weleens gehoord van zo’n apparaatje dat je in een glas kunt hangen en dat gaat piepen als het glas vol is. In mijn ervaring zijn die dingen niet echt handig. Bij koude dranken hou ik meestal gewoon een vingertop in het glas en voel wanneer het vol genoeg is. Thee is natuurlijk een ander verhaal. Niemand houdt voor de lol zijn vinger in kokend water. Toch kan je zonder zo’n apparaatje makkelijk thee inschenken als je goed oplet. Gebruik als eerste een theekan of waterkoker met een voelbaar randje onderaan de schenktuit. Ook is het handig om vlak naast een wasbak in te schenken. Als je knoeit heb je namelijk koud water dichtbij en je kunt de waterkoker of theepot, die meestal hoger zijn dan een kopje in de wasbak laten zakken, zodat ze op gelijke hoogte zijn. Zo hoef je de theepot niet gelijk schuin te houden en is de kans op knoeien verminderd. Dit kan natuurlijk ook met een melkpak of bijvoorbeeld een fles frisdrank. Houd dan met je ene hand het kopje vast en ga met de kan op en neer over de rand van het kopje, totdat je het randje onderaan de schenktuit voelt. Zo heb je een steunpunten loop je niet het gevaar dat je kokend water over je hand laat lopen, omdat de bovenkant van de tuit gegarandeerd boven het kopje zit. Nu kun je gaan gieten. Doe dit voorzichtig en niet te snel. Voel af en toe aan de buitenkant van het kopje. Je voelt dat een gedeelte van de buitenkant warm wordt en de rest niet. Zo kan je voelen tot waar het glas vol is. Dit is niet heel erg precies, omdat op een gegeven moment toch het hele kopje warm wordt, maar als je hier handigheid in krijgt kun je zonder moeite en zonder extra hulpmiddelen thee inschenken.

Enkele handige hulpmiddelen

Hieronder heb ik nog een paar keuken-hulpmiddelen die voor mij handig zijn gebleken op een rijtje gezet. Ik geef bij elk hulpmiddel een korte uitleg. Hopelijk werken ze ook voor jou.

Panvergiet

Hiermee bedoel ik een vergiet dat je in je pan kunt zetten, voordat je aardappelen of groente gaat koken. Als je dan wilt afgieten zet je gewoon de pan in de wasbak en tilt het vergiet eruit. Voor mij in ieder geval een stuk minder gedoe en het is nagenoeg onmogelijk dat je heet water over je heen krijgt.

Kookverklikker

Een kookverklikker is een schijfje met een dikke rand dat je in de pan legt als je gaat koken. Als het water kookt gaat hij klepperen. Sommige mensen gebruiken hiervoor ook wel een schoteltje. Het kan ook zijn dat je dit hulpmiddel kent onder de naam melkwacht.

Brede spatel voor het omdraaien van pannenkoeken

Pannenkoeken omdraaien blijft een kunst op zich en helemaal als je het niet ziet. Hoewel ik er nog niet zo handig in ben heb ik wel een makkelijk hulpmiddel gevonden, een soort spatel met een breed, plat vlak, die je makkelijk onder je pannenkoek kunt schuiven. Zo ligt een groot deel van je pannenkoek al op de spatel en wordt het omdraaien makkelijker. Ook vouw je je pannenkoek nu minder snel dubbel. Of het ook voor gebakken eieren werkt moet ik nog uitproberen.

Klemlepel voor het omdraaien van vlees

Klemlepels zijn eigenlijk twee spatels die met de uiteinden aan elkaar vastzitten en met een scharnier uit elkaar en tegen elkaar aan kunnen worden geklapt. Je schuift dus de ene spatel onder het stuk vlees en klemt het vast met de andere spatel. Zo kun je het makkelijk omdraaien en is er eigenlijk geen kans dat het vlees van de spatel glijdt.

Maatschepjes

Maatschepjes vind ik erg handig in gebruik, gewoon omdat ze een opstaande rand hebben en de kruiden, bakpoeder of wat dan ook er niet afglijdt zoals bij een thee of eetlepel.

Antispatdeksel voor op een beslagkom

Het is je vast weleens gebeurd dat als je cakebeslag of slagroom aan het mixen bent, het beslag over de rand van de kom spat of de bloem begint de stuiven. Speciaal om dit tegen te gaan, bestaan er beslagkommen met zogenaamde antispatdeksels. Dit is een deksel die je op de beslagkom vastklikt. In het midden zit een gat waar je de mixer doorheen in de kom kunt zetten. Zo is het spatten met beslag tot een minimum beperkt of je moet wel heel erg wild mixen.

Nicer Dicer plus

Dit is een apparaat dat heel erg handig is om grote hoeveelheden groente te snijden. Het is een rechthoekige bak waar een speciaal soort deksel op zit. Als je het deksel openklapt, zit er een soort houder in waar je een roostertje in kunt vastklikken. Er zitten verschillende roostertjes bij, bijvoorbeeld voor het snijden van reepjes of plakjes, grote en kleine blokjes of partjes (bijvoorbeeld voor eieren.) Je legt gewoon een stuk groente op het roostertje en slaat het deksel dicht. Je slaat als het ware het stuk groente door het roostertje en voilà, het is gesneden. Zeker voor het snijden van ui of prei is dit hulpmiddel heel erg handig. Het is alleen wel een heel werk om dit apparaat weer schoon te krijgen, omdat er altijd wel wat tussen het roostertje of aan het deksel blijft hangen. Ik gebruik hem dan ook eigenlijk alleen als we gaan gourmetten, of als we stoofpot maken waar veel uien in moeten.

Voor het snijden van ui en prei heb ik trouwens nog een andere tip. Er bestaat een mesje waarbij aan het handvat vijf mesjes op een rijtje vastzitten. Zo kun je in één keer vijf plakjes ui of prei snijden. Het is nog altijd een gedoe met die losse ringen, maar het is toch wel makkelijker.

Tot slot

Ik hoop dat ik jullie heb kunnen helpen met deze kooktips. Ik vond het erg leuk om ze te schrijven en een manier te zoeken om ze zo duidelijk mogelijk uit te leggen. Mocht er iets nog niet helemaal duidelijk zijn, dan kun je me altijd vragen stellen. Dit kan via: redactie@eyeopeners.space, Facebook of Twitter. Als ik meer handigheidjes heb geleerd, schrijf ik er zeker weer een blog over. Tot dan alvast veel plezier met het uitproberen van deze trucjes en vooral eet smakelijk!

Dit artikel werd geschreven door Danique

Foto van geleidehond Vida in functie

Een wandelende attractie: vooroordelen op straat

Geschatte leestijd: 2 minuten

Ja, zo voel ik mij regelmatig als ik bijvoorbeeld boodschappen ga doen. En ik snap dat je een vrouw met een blindengeleidehond en een peuter in een draagzak op haar rug niet vaak ziet, toch vind ik wel dat mensen echt eens na moeten denken voor ze het eerste dat in hen opkomt eruit gooien.

Enkele voorbeelden

Onbekende vrouw: “Ben je zo geboren?”
Ik: “Nee, met acht pond en 51cm.”
Onbekende vrouw: “Zeg, wat mankeer je eigenlijk?”
Ik: “Uhm wil je dat echt weten?”
Onbekende vrouw: “Ja graag.”
Ik: “Oké komt ‘i! Het Bardet Biedl Syndroom, Retinitis Pigmentosa, Hypothyreoïdie, geboren met Polydactylie, maar dat is operatief verwijderd en Fibromyalgie.” Toen had ze niks meer te zeggen.

Iemand loopt voorbij en zegt: “Snap niet dat gehandicapten kinderen mogen krijgen.”

En waarom gaan mensen er toch standaard van uit dat als je een lichamelijke beperking hebt, je dan ook een verstandelijke beperking moet hebben? Mijn lijf werkt dan niet altijd mee, maar met mijn verstand is niks mis.

Ook leuke reacties

Gelukkig krijg ik ook leuke reacties. Mensen die het knap vinden hoe ik het allemaal doe. Meestal word ik daar wat ongemakkelijk van. Voor mij is het namelijk zo normaal hoe ik alles doe,dat ik er gewoon niet bij stilsta dat het voor een ander bijzonder is. Meestal gaan die gesprekken over mijn geleidehond Vida en de dingen die ze allemaal voor mij doet. Ik vind het echt niet erg als mensen iets vragen. Het is vaak de toon waarop. Als iemand iets uit interesse vraagt en ik heb tijd, wil ik hun vragen gerust beantwoorden.

Tot slot

Mensen met een beperking willen ook gewoon meedoen indeze maatschappij. Dus tip van mij: Behandel ons zoals je zelf behandeld wilt worden. Want ik ben gewoon Yvonne, een tweeëndertig jarige trotse mama van een peuter. En ja, toevallig ben ik chronisch ziek maar maakt mij dat anders of minder waard dan mensen zonder beperking?

Dit artikel werd geschreven door Yvonne Bleijenberg-Stip

GIF groepsdynamiek

Studeren met een visuele beperking #2 – groepsdynamiek

Geschatte leestijd: 3 minuten

Nu mijn studie bijna ten einde loopt, vind ik het tijd worden om mijn ervaringen als studente Media, Informatie en Communicatie met een visuele beperking met jullie te delen. In het eerste deel van deze blogserie beschreef ik hoe ik de overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het reguliere hoger beroepsonderwijs ervoer. Nu wordt het tijd voor mijn minst favoriete onderwerp, dat zeg ik jullie eerlijk, het erbij horen: de groepsdynamiek.

Als je een functiebeperking hebt, heb je altijd een achterstand op je medestudenten. Het maakt niet uit hoe hard je je best doet om erbij te horen: je zult net iets trager, net iets minder mentaal aanwezig zijn doordat prikkels van je omgeving anders binnenkomen. Dit is iets waar je niets aan kunt veranderen, maar als je het accepteert valt er prima mee te leven. Ik zie mezelf bijvoorbeeld als een heel sociaal, kletserig persoon, maar wanneer ik tussen vreemde mensen ben die niet zijn zoals ik, die geen beperking hebben die hen remt in hun doen en laten, ben ik stil en afwezig. Hoe dat komt? Ik denk dat het per beperking verschilt. In het geval van de visuele beperking zou ik zeggen dat het komt omdat ik de non-verbale communicatie in de groep niet of nauwelijks mee krijg. De gebaartjes, het oogcontact en misschien zelfs stiekeme kleine briefjes die mijn medestudenten uitwisselen, gaan vrijwel volledig langs me heen. Dat er zo veel non-verbale communicatie is, is logisch: ik heb eens ergens gehoord of gelezen dat tachtig procent van onze communicatie non-verbaal is. Ik zelf merk ook dat ik bepaalde gezichten trek om dingen duidelijk te maken aan anderen, dat ik wijs, knik of met mijn hoofd schud. Dit doe ik automatisch niet bij blinde medemensen, maar dit is niet iets wat ik zou vragen van mijn medestudenten. Ik ben het gewend te communiceren met blinde en zeer slechtziende mensen en weet hoe ik mijn reacties zo verbaal mogelijk moet uitdrukken, maar voor al mijn klasgenoten was ik de eerste slechtziende met wie ze samenwerkten, misschien zelfs de eerste slechtziende die ze ooit ontmoet hebben. En daarom verwijt ik hen niets. Ik lag vaak net een streepje op hen achter, bevond me aan de rand van de groep in plaats van er middenin, maar ik maakte er tenminste wel deel van uit.

Wederzijdse communicatie

Dit ligt uiteraard niet alleen aan de non-verbale communicatie van mijn medestudenten. Ik zelf moet ook open blijven over wat ik wel en niet kan, goed communiceren over de tekortkomingen die mijn slechte zicht me oplegt en niet dichtklappen. Daar heb ik soms last van en dat is op z’n zachtst gezegd niet echt handig. Dat dichtklappen gebeurde ook wanneer we groepjes moesten vormen voor een studieproject. Met vlugge blikken en kleine gebaartjes deelden de studenten om me heen zichzelf en elkaar in. Ik zat er een beetje verloren tussen. Moest ik nu door de klas gaan roepen: “wie wil er met mij?” Die zin is op zichzelf al niet echt fraai, en daarbij, ik was er niet goed in om mezelf op te dringen. Ik klapte dicht en als gevolg daarvan restte me niets anders dan te wachten op het beschamende moment dat de docent zag dat ik nog geen groepje had, en me liet aanhaken bij een groepje dat er, voor mijn gevoel althans, niet op zat te wachten.

De voordelen

Laat ik dit stuk afsluiten met een wat positiever geluid: wat voor mij de voordelen zijn van werken in groepjes. Natuurlijk vindt de opleiding het belangrijk: goed leren samenwerken, elkaar feedback geven enzovoort. Daarnaast heeft het voor mij ook bijkomende extra voordelen. Ik werkte voor een bepaalde periode intensief samen met een paar studenten, die ik als gevolg daarvan beter leerde kennen, ook bij naam. Dit maakte dat ik ze makkelijker benaderde als ik een vraag had of iemand nodig had om met me mee te lopen naar het lokaal. Verder merkte ik aan mezelf dat ik opener en actiever ben in een klein groepje waarbij de opstelling van tevoren bepaald is en vaststaat. In dat opzicht was ik dus blij met projectgroepen.

Video over mijn studie-ervaringen

Vorig jaar werd ik door Space of Stories gevraagd om mijn verhaal en ervaringen als slechtziende studente te delen en samen maakten we onderstaande video, waarin ik niet alleen over mijn studie, maar ook over mijn ambities en dromen vertel.

Foto van verhuisdozen - eigen huis

Een eigen huis, een plek onder de zon

Geschatte leestijd: 3 minuten

De tijd van gaan is gekomen. Het was tijd om te gaan verhuizen. Eerst woonde ik begeleid, samen met een flink aantal huisgenoten. Op naar de volgende stap, een eigen huis. Een appartement met begeleiding op oproepbasis.

Zorgen voor jezelf

’s Ochtends stond ik op met het idee om wat broodjes klaar te maken voor onderweg. De zak was nog dicht, maar ik had geen idee wanneer ik de broodjes ook al weer had gekocht. Laten we er maar aan ruiken. Het rook op zich prima. Ook geen groene puntjes gezien. ’s Middags had ik wel zin in dat lekkere broodje met rookvlees en Boursain. Het smaakte een beetje vreemd. Ach, het was toch goed? Op naar het andere broodje. Toch nog maar een keer kijken dan. Daar waren de kleine boosdoeners die mijn moment van glorie aan het bederven waren. Bederven in de letterlijke zin, want het waren groene puntjes. Mijn maag draaide een paar rondjes, maar vervolgens kwam ik tot de conclusie dat ik in ieder geval met dat ene broodje, niet aan voedselverspilling heb gedaan. Toch mis ik op zo’n moment wel even een paar extra ogen die meekijken.

Een flinke upgrade

Kun je je voorstellen dat je eerst alleen een kamer had waar je alles in had staan, een douche en toilet deelde en vervolgens ineens een eigen huisje met een woonkamer, een slaapkamer, een eigen keuken en het meest bevrijdende van allemaal: een eigen toilet. Ik kon het me totaal niet voorstellen. Wat moet ik met deze ruimte? Heb ik überhaupt wel genoeg ruimte voor m’n spullen?

Het huis inrichten

Natuurlijk had ik genoeg ruimte voor alle spullen. Maar welke spullen had ik nog nodig? Zeg maar gerust: voor mijn gevoel een halve inboedel. Mijn eethoek was het eerste wat er in huis stond. Hoe gek het ook klinkt; een eethoek maakt voor mij een huis, een huis. Het voelde gelijk anders aan. De rest volgde al snel. Gelukkig waren er hele lieve mensen om me heen die wilde helpen.

Wanneer je gewend bent om alles in één kamer te proppen, doe je dat uit gewenning gewoon weer. Ik wilde een hoop van m’n spullen weer in m’n kamer neerzetten en in m’n kast stoppen. Deze kast fungeerde voorheen niet alleen als kledingkast, maar ook als snaaikast, elektronicakast en hobby/creativiteitskast. Er werd me gevraagd wat ik aan het doen was. Er was namelijk genoeg ruimte in huis. Na een paar seconden kortsluiting in m’n hoofd, besefte ik dat bepaalde gewoontes en gewenning er zo ingebrand kunnen zitten. En dat blijkt maar weer uit dit verhaal. Maar we waren er nog niet…

Inkopen doen

Het gaat hier om ‘simpele’ aankopen. Dingen die zo vanzelfsprekend zijn, dat je er gewoon niet op kan komen, zoals: een prullenbak. Misschien ben ik de enige die niet gelijk denkt aan een prullenbak hoor. Ik denk vaak als eerst aan een gevulde koelkast. Zout, peper, schoonmaakmiddelen, spatel, pollepel, knoflookpers, scherpe messen, pedaalemmer zakjes… Natuurlijk kan niet alles in één keer. Maar de basis is wel fijn om te hebben. Had ik maar gelijk gedacht aan een spatel. Dan hoorde ik m’n koekenpan nu tenminste niet huilen vanuit de kast om zijn beschadigde anti-aanbaklaag, omdat hij nogal ontdaan was van de ontmoeting met m’n ijzeren lepel.

Studeren met een visuele beperking

Studeren met een visuele beperking #1 – van VSO naar HBO

Geschatte leestijd: 4 minuten

Volgende week is het zover, dan begin ik aan de laatste lootjes van mijn afstudeertraject. Door de coronacrisis en andere omstandigheden die me vertraagden doe ik er drie maanden langer over, maar als het goed is heb ik in november dan eindelijk mijn fel begeerde bachelor behaald. Mensen reageren vaak met de woorden “wat knap” als ze horen dat ik een reguliere hbo-opleiding volg. Wat knap is sowieso een vaak gehoorde term als je als blinde of slechtziende iets onderneemt, maar goed. Het is echt niet onmogelijk om te studeren met een visuele beperking, maar natuurlijk gaat het niet vanzelf. Dingen die mijn studiegenoten met twee vingers in hun neus zouden kunnen doen, waren voor mij soms behoorlijk pittig. In deze blogserie laat ik je veelvoorkomende uitdagingen zien die ik tijdens het studeren tegen ben gekomen, en hoe ik deze ben aangegaan.

Voortgezet speciaal onderwijs (VSO)

Ik bracht mijn tijd op de havo door op een kleine school voor mensen met een visuele beperking in Zeist. Zelf woonde ik in Hengelo, Overijssel, maar deze speciale school was de dichtstbijzijnde. De hoogste klas van de havo had welgeteld twee leerlingen, mezelf meegerekend. Omdat we de kleinste klas van de school waren, werden we samengevoegd met de havo-klas onder ons, waardoor ons groepje uit vijf leerlingen bestond. Deze omvang is vrij normaal voor een klas in het speciaal onderwijs. Al het lesmateriaal was aangepast aan onze beperking. Bijna alle computers hadden speciale hulpsoftware waardoor ook blinde mensen ze konden bedienen. Was je blind, dan was je één van de velen. Slecht zicht was dat wat ons tot één groep maakte, niet iets wat ons onderscheidde van de rest. Het was een plek waar ik me normaal voelde, gelijk aan ieder ander. De school telde bij elkaar zo’n zeventig leerlingen. Iedereen kende elkaar bij naam. Dit zorgde natuurlijk ook voor een hoog roddelgehalte, zowel binnen als buiten de muren van het schoolgebouw, maar goed, dat hield de boel levendig.

En toen…

Onze leraren hadden ons al gewaarschuwd voor het hoger beroepsonderwijs. Immense gebouwen vol lange gangen met voor ons onleesbare aanwijzingen naar het juiste lokaal. Hordes ‘normale’ studenten aan wie je wat je ‘mankeerde’ herhaaldelijk zou moeten uitleggen. Niet-aangepast studiemateriaal waar je dan zelf achteraan moest. Toetsen die aangepast moesten worden. Medelijden en onbegrip van je medestudenten of docenten. Op het VSO was het onderwijs aangepast op iedere leerling en hielden ze, zoals ze zelf zeiden, “je handje vast”. Op het hbo stond je er alleen voor. Dat was het schrikbeeld dat ze schetsten en ik moet zeggen, grotendeels klopt het wel.

Die overstap van zo’n klein, informeel schooltje naar een enorme instelling vol onbekende ‘zienden’ was overweldigend kan ik je vertellen. Ik had me er geestelijk al op ingesteld en liet me, half murw geslagen door de nieuwe indrukken, voor de eerste dagen op het Saxion meevoeren op de stroom. Dit gevoel valt het best te omschrijven met het idee dat iedereen rende, en ik stilstond. Alles ging vijf keer zo snel dan dat ik gewend was. Ik verdwaalde, vroeg vaker hulp dan prettig voelde en verloor beetje bij beetje mijn onafhankelijkheidsdrang. Ik wilde alles zelf doen, maar dat kon gewoon niet. Ik moest wel een beetje op mijn medestudenten leunen maar kreeg hierdoor ook vaak afwijzingen te verwerken. Op een goede dag kreeg ik van mijn slb’er de kans om uit te leggen wat mijn beperking inhield. Dat was erg prettig en we hadden een goed gesprek met z’n allen. Toch was er ook een studente die zei dat ze me graag wilde helpen, maar dat ze er niet voor gekozen had met mij in de klas te zitten en dat ze er niet altijd voor me kon zijn. Die opmerking, of meer hoe ze deze verwoordde, kwam hard binnen. Natuurlijk was het een hele redelijke opmerking, maar het herinnerde me er toch weer sterk aan dat ik een last voor mijn medestudenten vormde.

Maar aan de andere kant…

Toch waren er zeker wel studenten die erg leuk met me omgingen en met wie ik graag optrok. Studenten die me hielpen en bij wie ik me op mijn gemak en zelfs normaal voelde. In mijn tweede jaar kreeg ik het compliment dat het groepje waarmee ik toen nauw samenwerkte voor een project, soms vergat dat ik slechtziend was. Wat die opmerking suggereert? Dat ik dus normaal functioneerde in de groep en niet voor al te veel belemmeringen zorgde.

Vooral het eerste jaar was voor mij dus een achtbaan aan emoties. Veel nieuwe indrukken en dagen van hoofdpijn en nervositeit waren soms het gevolg. Toen ik mijn geleidehond, Siérra, kreeg, ging het vaak al wat beter, al kwam dit ook omdat mensen sneller met me gingen praten nu ik een hond had. De overstap van het speciaal onderwijs naar regulier onderwijs was heftig, maar niet zo heftig als ik had gevreesd. Want ja, ik vreesde het hbo, wilde er jaren geleden nog niet eens aan denken om na de havo verder te studeren uit angst dat ik met name het sociale leven daar niet kon bijbenen. Ik leg de schuld hiervoor toch wel een beetje bij mijn oude school. Ik kwam uit een beschermde omgeving, met de duistere waarschuwing van mijn leraren echoënd in mijn oren, maar verder geen enkele fatsoenlijke voorbereiding op het woelige hbo. Daar mogen ze op het VSO best wel wat meer aan doen wat mij betreft, hoe eerder, hoe liever. Een voorbeeld: laat de leerlingen in het laatste jaar van de vmbo of havo meer zelf regelen. Geef ze plotseling een studieboek met veel te kleine lettertjes, ik noem maar wat geks. 🙂

Ouderschap met een visuele beperking

Slechtziend en mama? Ja, dat kan!

Geschatte leestijd: 2 minuten

Even voorstellen, Ik ben Yvonne, 32 jaar, ik ben getrouwd met Nick en wij zijn de trotse ouders van Roan. Ik heb de oogziekte Retinitis Pigmentosa. Hierdoor zie ik met rechts alleen licht en donker. Met links zie ik nog vijf procent in een koker van vijf graden, ik kijk als het ware door een rietje. Daarnaast ben ik nachtblind en heb ik snel last van fel licht. Nick en Roan zien gewoon goed. Ik ben gevraagd om een blog te schrijven over het ouderschap met een visuele beperking. Er bestaan namelijk heel veel misverstanden en vooroordelen over.

Kinderwens

Nick en ik waren het snel eens, wij wilden heel graag een kindje. Gelukkig was de kans dat Roan RP zou krijgen zeer klein, dus toen ik een positieve zwangerschapstest in mijn handen had waren we dolblij.

Vooroordelen

Tijdens de zwangerschap kreeg ik er al mee te maken, mensen die het niet vonden kunnen dat ik een kind zou krijgen. Ik zou niet voor hem kunnen zorgen, het zal wel een ongelukje zijn, je man moet straks alles doen. Dit zijn maar een paar voorbeelden van wat ik heb gehoord. Het ergste vond ik dat iemand zei dat het jammer was dat ik al zo lang zwanger was, want dan kon ik het niet meer laten weghalen.

Roan

Foto van Yvonne met Roan

Op 15 november 2018 na een zwangerschap van 38 weken werd, met een hele snelle bevalling Roan geboren. Hij is perfect, maar dat vind elke ouder van zijn kind. Inmiddels is Roan 21 maanden oud. Hij is een vrolijke, ondernemende dreumes en soms wat eigenwijs, wat hij uiteraard van Nick heeft. Tot nu toe vind ik het super leuk om mama te zijn. Natuurlijk heb ik wel wat uitdagingen gehad, maar daar heb ik steeds een oplossing voor gevonden. Ik kan gewoon volledig voor hem zorgen.

Tips

Tot nu toe heb ik overal een oplossing voor gevonden. Zo neem ik Roan mee in de draagzak of voor kortere stukjes krijgt hij zijn knuffeltuigje om, zodat hij zelf kan lopen. Zorg ervoor dat je een paar mensen in je omgeving hebt waar je op terug kan vallen. Trek je niet teveel aan van wat mensen zeggen. Er is een Facebook groep voor slechtziende en blinde ouders: VIP ouders

Mijn belevenissen volgen?

Wil je mijn belevenissen als slechtziende mama volgen? Je kunt mij op Facebook en Instagram vinden als Mijn Blinde Leven.

Dit artikel werd geschreven door Yvonne Bleijenberg – Stip

Foto van Annemarieke en paard Lex bij de para-dressuur clinic van bonscoach Joyce

Para-dressuur, een gevoelssport

Geschatte leestijd: 3 minuten

Het enige dat ik kan en mag besturen

Zeer regelmatig krijg ik te horen: wat knap dat je kunt paardrijden terwijl je blind bent! Dan weet ik nooit zo goed wat ik moet zeggen. Voor mij is het vanzelfsprekend: ik doe het al 15 jaar met veel plezier. Ik heb een aangeboren visuele beperking. Momenteel zie ik nog 0,01%, licht, donker en contouren. Bij paardrijden hoef ik mijn zicht nauwelijks te gebruiken: ik kan voelen wat het paard onder mij doet en welk been hij op welk moment optilt of neerzet. Ik kan het ritme voelen en mee bewegen met het ritme. Een veel voorkomende vraag van instructeurs is ook: voel je het verschil?

Para-dressuur

Het enige lastige is dat ik niet kan zien waar we heen rijden. Dit is van belang bij dressuur, waarbij wordt verwacht dat er rechte lijnen gereden worden op de letter. Vroeger kon ik de letters nog een klein beetje waarnemen, maar tegenwoordig is hier geen sprake meer van. Vorig jaar besefte ik dat ik toch echt hulpmiddelen nodig zal hebben als ik verder wil in de wedstrijdsport. Ik heb mij verdiept in de wereld van de para-dressuur waar ik tot dan nog zeer weinig vanaf wist. Ik kwam te weten dat ik mij kon laten keuren bij een oogarts. Aan de hand van de expertise van de oogarts werd bepaald welke hulpmiddelen ik mag gebruiken tijdens wedstrijden en in welke grade ik ingedeeld zal worden. Dit werd bepaald door NOC*NSF en de Koninklijke Nederlandse Hippysche Sportfederatie. Ik kon snel terecht bij de oogarts van Bartiméus en het traject verliep vlot.

Ik heb, zoals dat heet, een dispensatiepas ontvangen waar op staat dat ik gebruik mag maken van ‘callers’, één of meerdere personen die in de rijbak staan een de letters opnoemen waar ik langs rijd. Zo kan ik horen waar ik ben en waar ik heen ga.

De para-dressuur bestaat uit vijf grades, dit houd in dat de ernst van de beperking bepaald in welke grade je wordt ingedeeld. Grade één is zeer ernstig beperkt en grade vijf lichtbeperkt. De proeven van grade één zijn veel lichter dan die van grade vijf. Tot mijn verbazing werd ik ingedeeld in grade vijf, blindheid wordt dus als lichte beperking gezien.

Hulpmiddelen

Er is een stichting genaamd DVB Foundation, bestaande uit een netwerk van sponsoren die ruiters met een beperking een warm hart toedragen. Zij sponsoren hulpmiddelen en lessen voor ruiters met een beperking, bijvoorbeeld een aangepast zadel. Ik heb tien paardrijlessen gesponsord gekregen van een  gerenomeerd instructeur. Hier ben ik zeer dankbaar voor.

Eigen paard

Na lang sparen heb ik eind 2019 een eigen paard gekocht. Natuurlijk had ik alles geregeld wat bij een eigen paard komt kijken. Een stal waar hij zal komen te staan enzovoort. Ik heb voor een pensionstal gekozen waar de stal uitgemest wordt en de paarden gevoert worden. Niet omdat ik lui ben, maar een stal uitmesten is praktisch niet te doen voor mij. Op de tast mestballen opsporen, nee bedankt!

Het gaat erg goed met mijn paard Lex en met onze samenwerking. In het begin was het erg wennen. Lex had nog nooit een zeer slechtziende op zijn rug gehad. Ik geloof dat paarden wel merken dat er iets aan de hand is, maar hoe of wat is moeilijk te begrijpen voor hen.

Mooiste ervaring

In augustus heb ik deel genomen aan een clinnic die gegeven werd door de Nederlandse bonscoach van de para-dressuur, Joyce Heuitink. Op een prachtige accomodatie hebben Lex en ik een introductieproef gereden. Deze werd beoordeeld door Joyce Heuitink waarna ik nog les kreeg van haar. Dit was een zeer leerzame ervaring. Lex en ik gaan nog veel oefenen en verbeteren. Mijn droom is om met de Nederlandse kampioenschappen mee te doen, maar plezier is het aller belangrijkste. Aan plezier ontbreekt het niet, iedere dag ga ik met een grote smile op mijn gezicht naar Lex toe. Rijdend op Lex ben ik even onbeperkt.

Dit artikel werd geschreven door Annemarieke van Bloois