Home » Persoonlijk

Categorie: Persoonlijk

Onze auteurs delen hier hun persoonlijke verhalen en belevenissen.

Foto van geleidehond Vida in functie

Een wandelende attractie: vooroordelen op straat

Ja, zo voel ik mij regelmatig als ik bijvoorbeeld boodschappen ga doen. En ik snap dat je een vrouw met een blindengeleidehond en een peuter in een draagzak op haar rug niet vaak ziet, toch vind ik wel dat mensen echt eens na moeten denken voor ze het eerste dat in hen opkomt eruit gooien.

Enkele voorbeelden

Onbekende vrouw: “Ben je zo geboren?”
Ik: “Nee, met acht pond en 51cm.”
Onbekende vrouw: “Zeg, wat mankeer je eigenlijk?”
Ik: “Uhm wil je dat echt weten?”
Onbekende vrouw: “Ja graag.”
Ik: “Oké komt ‘i! Het Bardet Biedl Syndroom, Retinitis Pigmentosa, Hypothyreoïdie, geboren met Polydactylie, maar dat is operatief verwijderd en Fibromyalgie.” Toen had ze niks meer te zeggen.

Iemand loopt voorbij en zegt: “Snap niet dat gehandicapten kinderen mogen krijgen.”

En waarom gaan mensen er toch standaard van uit dat als je een lichamelijke beperking hebt, je dan ook een verstandelijke beperking moet hebben? Mijn lijf werkt dan niet altijd mee, maar met mijn verstand is niks mis.

Ook leuke reacties

Gelukkig krijg ik ook leuke reacties. Mensen die het knap vinden hoe ik het allemaal doe. Meestal word ik daar wat ongemakkelijk van. Voor mij is het namelijk zo normaal hoe ik alles doe,dat ik er gewoon niet bij stilsta dat het voor een ander bijzonder is. Meestal gaan die gesprekken over mijn geleidehond Vida en de dingen die ze allemaal voor mij doet. Ik vind het echt niet erg als mensen iets vragen. Het is vaak de toon waarop. Als iemand iets uit interesse vraagt en ik heb tijd, wil ik hun vragen gerust beantwoorden.

Tot slot

Mensen met een beperking willen ook gewoon meedoen indeze maatschappij. Dus tip van mij: Behandel ons zoals je zelf behandeld wilt worden. Want ik ben gewoon Yvonne, een tweeëndertig jarige trotse mama van een peuter. En ja, toevallig ben ik chronisch ziek maar maakt mij dat anders of minder waard dan mensen zonder beperking?

Dit artikel werd geschreven door Yvonne Bleijenberg-Stip

GIF groepsdynamiek

Studeren met een visuele beperking #2 – groepsdynamiek

Nu mijn studie bijna ten einde loopt, vind ik het tijd worden om mijn ervaringen als studente Media, Informatie en Communicatie met een visuele beperking met jullie te delen. In het eerste deel van deze blogserie beschreef ik hoe ik de overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het reguliere hoger beroepsonderwijs ervoer. Nu wordt het tijd voor mijn minst favoriete onderwerp, dat zeg ik jullie eerlijk, het erbij horen: de groepsdynamiek.

Als je een functiebeperking hebt, heb je altijd een achterstand op je medestudenten. Het maakt niet uit hoe hard je je best doet om erbij te horen: je zult net iets trager, net iets minder mentaal aanwezig zijn doordat prikkels van je omgeving anders binnenkomen. Dit is iets waar je niets aan kunt veranderen, maar als je het accepteert valt er prima mee te leven. Ik zie mezelf bijvoorbeeld als een heel sociaal, kletserig persoon, maar wanneer ik tussen vreemde mensen ben die niet zijn zoals ik, die geen beperking hebben die hen remt in hun doen en laten, ben ik stil en afwezig. Hoe dat komt? Ik denk dat het per beperking verschilt. In het geval van de visuele beperking zou ik zeggen dat het komt omdat ik de non-verbale communicatie in de groep niet of nauwelijks mee krijg. De gebaartjes, het oogcontact en misschien zelfs stiekeme kleine briefjes die mijn medestudenten uitwisselen, gaan vrijwel volledig langs me heen. Dat er zo veel non-verbale communicatie is, is logisch: ik heb eens ergens gehoord of gelezen dat tachtig procent van onze communicatie non-verbaal is. Ik zelf merk ook dat ik bepaalde gezichten trek om dingen duidelijk te maken aan anderen, dat ik wijs, knik of met mijn hoofd schud. Dit doe ik automatisch niet bij blinde medemensen, maar dit is niet iets wat ik zou vragen van mijn medestudenten. Ik ben het gewend te communiceren met blinde en zeer slechtziende mensen en weet hoe ik mijn reacties zo verbaal mogelijk moet uitdrukken, maar voor al mijn klasgenoten was ik de eerste slechtziende met wie ze samenwerkten, misschien zelfs de eerste slechtziende die ze ooit ontmoet hebben. En daarom verwijt ik hen niets. Ik lag vaak net een streepje op hen achter, bevond me aan de rand van de groep in plaats van er middenin, maar ik maakte er tenminste wel deel van uit.

Wederzijdse communicatie

Dit ligt uiteraard niet alleen aan de non-verbale communicatie van mijn medestudenten. Ik zelf moet ook open blijven over wat ik wel en niet kan, goed communiceren over de tekortkomingen die mijn slechte zicht me oplegt en niet dichtklappen. Daar heb ik soms last van en dat is op z’n zachtst gezegd niet echt handig. Dat dichtklappen gebeurde ook wanneer we groepjes moesten vormen voor een studieproject. Met vlugge blikken en kleine gebaartjes deelden de studenten om me heen zichzelf en elkaar in. Ik zat er een beetje verloren tussen. Moest ik nu door de klas gaan roepen: “wie wil er met mij?” Die zin is op zichzelf al niet echt fraai, en daarbij, ik was er niet goed in om mezelf op te dringen. Ik klapte dicht en als gevolg daarvan restte me niets anders dan te wachten op het beschamende moment dat de docent zag dat ik nog geen groepje had, en me liet aanhaken bij een groepje dat er, voor mijn gevoel althans, niet op zat te wachten.

De voordelen

Laat ik dit stuk afsluiten met een wat positiever geluid: wat voor mij de voordelen zijn van werken in groepjes. Natuurlijk vindt de opleiding het belangrijk: goed leren samenwerken, elkaar feedback geven enzovoort. Daarnaast heeft het voor mij ook bijkomende extra voordelen. Ik werkte voor een bepaalde periode intensief samen met een paar studenten, die ik als gevolg daarvan beter leerde kennen, ook bij naam. Dit maakte dat ik ze makkelijker benaderde als ik een vraag had of iemand nodig had om met me mee te lopen naar het lokaal. Verder merkte ik aan mezelf dat ik opener en actiever ben in een klein groepje waarbij de opstelling van tevoren bepaald is en vaststaat. In dat opzicht was ik dus blij met projectgroepen.

Video over mijn studie-ervaringen

Vorig jaar werd ik door Space of Stories gevraagd om mijn verhaal en ervaringen als slechtziende studente te delen en samen maakten we onderstaande video, waarin ik niet alleen over mijn studie, maar ook over mijn ambities en dromen vertel.

Foto van verhuisdozen - eigen huis

Een eigen huis, een plek onder de zon

De tijd van gaan is gekomen. Het was tijd om te gaan verhuizen. Eerst woonde ik begeleid, samen met een flink aantal huisgenoten. Op naar de volgende stap, een eigen huis. Een appartement met begeleiding op oproepbasis.

Zorgen voor jezelf

’s Ochtends stond ik op met het idee om wat broodjes klaar te maken voor onderweg. De zak was nog dicht, maar ik had geen idee wanneer ik de broodjes ook al weer had gekocht. Laten we er maar aan ruiken. Het rook op zich prima. Ook geen groene puntjes gezien. ’s Middags had ik wel zin in dat lekkere broodje met rookvlees en Boursain. Het smaakte een beetje vreemd. Ach, het was toch goed? Op naar het andere broodje. Toch nog maar een keer kijken dan. Daar waren de kleine boosdoeners die mijn moment van glorie aan het bederven waren. Bederven in de letterlijke zin, want het waren groene puntjes. Mijn maag draaide een paar rondjes, maar vervolgens kwam ik tot de conclusie dat ik in ieder geval met dat ene broodje, niet aan voedselverspilling heb gedaan. Toch mis ik op zo’n moment wel even een paar extra ogen die meekijken.

Een flinke upgrade

Kun je je voorstellen dat je eerst alleen een kamer had waar je alles in had staan, een douche en toilet deelde en vervolgens ineens een eigen huisje met een woonkamer, een slaapkamer, een eigen keuken en het meest bevrijdende van allemaal: een eigen toilet. Ik kon het me totaal niet voorstellen. Wat moet ik met deze ruimte? Heb ik überhaupt wel genoeg ruimte voor m’n spullen?

Het huis inrichten

Natuurlijk had ik genoeg ruimte voor alle spullen. Maar welke spullen had ik nog nodig? Zeg maar gerust: voor mijn gevoel een halve inboedel. Mijn eethoek was het eerste wat er in huis stond. Hoe gek het ook klinkt; een eethoek maakt voor mij een huis, een huis. Het voelde gelijk anders aan. De rest volgde al snel. Gelukkig waren er hele lieve mensen om me heen die wilde helpen.

Wanneer je gewend bent om alles in één kamer te proppen, doe je dat uit gewenning gewoon weer. Ik wilde een hoop van m’n spullen weer in m’n kamer neerzetten en in m’n kast stoppen. Deze kast fungeerde voorheen niet alleen als kledingkast, maar ook als snaaikast, elektronicakast en hobby/creativiteitskast. Er werd me gevraagd wat ik aan het doen was. Er was namelijk genoeg ruimte in huis. Na een paar seconden kortsluiting in m’n hoofd, besefte ik dat bepaalde gewoontes en gewenning er zo ingebrand kunnen zitten. En dat blijkt maar weer uit dit verhaal. Maar we waren er nog niet…

Inkopen doen

Het gaat hier om ‘simpele’ aankopen. Dingen die zo vanzelfsprekend zijn, dat je er gewoon niet op kan komen, zoals: een prullenbak. Misschien ben ik de enige die niet gelijk denkt aan een prullenbak hoor. Ik denk vaak als eerst aan een gevulde koelkast. Zout, peper, schoonmaakmiddelen, spatel, pollepel, knoflookpers, scherpe messen, pedaalemmer zakjes… Natuurlijk kan niet alles in één keer. Maar de basis is wel fijn om te hebben. Had ik maar gelijk gedacht aan een spatel. Dan hoorde ik m’n koekenpan nu tenminste niet huilen vanuit de kast om zijn beschadigde anti-aanbaklaag, omdat hij nogal ontdaan was van de ontmoeting met m’n ijzeren lepel.

Studeren met een visuele beperking

Studeren met een visuele beperking #1 – van VSO naar HBO

Volgende week is het zover, dan begin ik aan de laatste lootjes van mijn afstudeertraject. Door de coronacrisis en andere omstandigheden die me vertraagden doe ik er drie maanden langer over, maar als het goed is heb ik in november dan eindelijk mijn fel begeerde bachelor behaald. Mensen reageren vaak met de woorden “wat knap” als ze horen dat ik een reguliere hbo-opleiding volg. Wat knap is sowieso een vaak gehoorde term als je als blinde of slechtziende iets onderneemt, maar goed. Het is echt niet onmogelijk om te studeren met een visuele beperking, maar natuurlijk gaat het niet vanzelf. Dingen die mijn studiegenoten met twee vingers in hun neus zouden kunnen doen, waren voor mij soms behoorlijk pittig. In deze blogserie laat ik je veelvoorkomende uitdagingen zien die ik tijdens het studeren tegen ben gekomen, en hoe ik deze ben aangegaan.

Voortgezet speciaal onderwijs (VSO)

Ik bracht mijn tijd op de havo door op een kleine school voor mensen met een visuele beperking in Zeist. Zelf woonde ik in Hengelo, Overijssel, maar deze speciale school was de dichtstbijzijnde. De hoogste klas van de havo had welgeteld twee leerlingen, mezelf meegerekend. Omdat we de kleinste klas van de school waren, werden we samengevoegd met de havo-klas onder ons, waardoor ons groepje uit vijf leerlingen bestond. Deze omvang is vrij normaal voor een klas in het speciaal onderwijs. Al het lesmateriaal was aangepast aan onze beperking. Bijna alle computers hadden speciale hulpsoftware waardoor ook blinde mensen ze konden bedienen. Was je blind, dan was je één van de velen. Slecht zicht was dat wat ons tot één groep maakte, niet iets wat ons onderscheidde van de rest. Het was een plek waar ik me normaal voelde, gelijk aan ieder ander. De school telde bij elkaar zo’n zeventig leerlingen. Iedereen kende elkaar bij naam. Dit zorgde natuurlijk ook voor een hoog roddelgehalte, zowel binnen als buiten de muren van het schoolgebouw, maar goed, dat hield de boel levendig.

En toen…

Onze leraren hadden ons al gewaarschuwd voor het hoger beroepsonderwijs. Immense gebouwen vol lange gangen met voor ons onleesbare aanwijzingen naar het juiste lokaal. Hordes ‘normale’ studenten aan wie je wat je ‘mankeerde’ herhaaldelijk zou moeten uitleggen. Niet-aangepast studiemateriaal waar je dan zelf achteraan moest. Toetsen die aangepast moesten worden. Medelijden en onbegrip van je medestudenten of docenten. Op het VSO was het onderwijs aangepast op iedere leerling en hielden ze, zoals ze zelf zeiden, “je handje vast”. Op het hbo stond je er alleen voor. Dat was het schrikbeeld dat ze schetsten en ik moet zeggen, grotendeels klopt het wel.

Die overstap van zo’n klein, informeel schooltje naar een enorme instelling vol onbekende ‘zienden’ was overweldigend kan ik je vertellen. Ik had me er geestelijk al op ingesteld en liet me, half murw geslagen door de nieuwe indrukken, voor de eerste dagen op het Saxion meevoeren op de stroom. Dit gevoel valt het best te omschrijven met het idee dat iedereen rende, en ik stilstond. Alles ging vijf keer zo snel dan dat ik gewend was. Ik verdwaalde, vroeg vaker hulp dan prettig voelde en verloor beetje bij beetje mijn onafhankelijkheidsdrang. Ik wilde alles zelf doen, maar dat kon gewoon niet. Ik moest wel een beetje op mijn medestudenten leunen maar kreeg hierdoor ook vaak afwijzingen te verwerken. Op een goede dag kreeg ik van mijn slb’er de kans om uit te leggen wat mijn beperking inhield. Dat was erg prettig en we hadden een goed gesprek met z’n allen. Toch was er ook een studente die zei dat ze me graag wilde helpen, maar dat ze er niet voor gekozen had met mij in de klas te zitten en dat ze er niet altijd voor me kon zijn. Die opmerking, of meer hoe ze deze verwoordde, kwam hard binnen. Natuurlijk was het een hele redelijke opmerking, maar het herinnerde me er toch weer sterk aan dat ik een last voor mijn medestudenten vormde.

Maar aan de andere kant…

Toch waren er zeker wel studenten die erg leuk met me omgingen en met wie ik graag optrok. Studenten die me hielpen en bij wie ik me op mijn gemak en zelfs normaal voelde. In mijn tweede jaar kreeg ik het compliment dat het groepje waarmee ik toen nauw samenwerkte voor een project, soms vergat dat ik slechtziend was. Wat die opmerking suggereert? Dat ik dus normaal functioneerde in de groep en niet voor al te veel belemmeringen zorgde.

Vooral het eerste jaar was voor mij dus een achtbaan aan emoties. Veel nieuwe indrukken en dagen van hoofdpijn en nervositeit waren soms het gevolg. Toen ik mijn geleidehond, Siérra, kreeg, ging het vaak al wat beter, al kwam dit ook omdat mensen sneller met me gingen praten nu ik een hond had. De overstap van het speciaal onderwijs naar regulier onderwijs was heftig, maar niet zo heftig als ik had gevreesd. Want ja, ik vreesde het hbo, wilde er jaren geleden nog niet eens aan denken om na de havo verder te studeren uit angst dat ik met name het sociale leven daar niet kon bijbenen. Ik leg de schuld hiervoor toch wel een beetje bij mijn oude school. Ik kwam uit een beschermde omgeving, met de duistere waarschuwing van mijn leraren echoënd in mijn oren, maar verder geen enkele fatsoenlijke voorbereiding op het woelige hbo. Daar mogen ze op het VSO best wel wat meer aan doen wat mij betreft, hoe eerder, hoe liever. Een voorbeeld: laat de leerlingen in het laatste jaar van de vmbo of havo meer zelf regelen. Geef ze plotseling een studieboek met veel te kleine lettertjes, ik noem maar wat geks. 🙂

Ouderschap met een visuele beperking

Slechtziend en mama? Ja, dat kan!

Even voorstellen, Ik ben Yvonne, 32 jaar, ik ben getrouwd met Nick en wij zijn de trotse ouders van Roan. Ik heb de oogziekte Retinitis Pigmentosa. Hierdoor zie ik met rechts alleen licht en donker. Met links zie ik nog vijf procent in een koker van vijf graden, ik kijk als het ware door een rietje. Daarnaast ben ik nachtblind en heb ik snel last van fel licht. Nick en Roan zien gewoon goed. Ik ben gevraagd om een blog te schrijven over het ouderschap met een visuele beperking. Er bestaan namelijk heel veel misverstanden en vooroordelen over.

Kinderwens

Nick en ik waren het snel eens, wij wilden heel graag een kindje. Gelukkig was de kans dat Roan RP zou krijgen zeer klein, dus toen ik een positieve zwangerschapstest in mijn handen had waren we dolblij.

Vooroordelen

Tijdens de zwangerschap kreeg ik er al mee te maken, mensen die het niet vonden kunnen dat ik een kind zou krijgen. Ik zou niet voor hem kunnen zorgen, het zal wel een ongelukje zijn, je man moet straks alles doen. Dit zijn maar een paar voorbeelden van wat ik heb gehoord. Het ergste vond ik dat iemand zei dat het jammer was dat ik al zo lang zwanger was, want dan kon ik het niet meer laten weghalen.

Roan

Foto van Yvonne met Roan

Op 15 november 2018 na een zwangerschap van 38 weken werd, met een hele snelle bevalling Roan geboren. Hij is perfect, maar dat vind elke ouder van zijn kind. Inmiddels is Roan 21 maanden oud. Hij is een vrolijke, ondernemende dreumes en soms wat eigenwijs, wat hij uiteraard van Nick heeft. Tot nu toe vind ik het super leuk om mama te zijn. Natuurlijk heb ik wel wat uitdagingen gehad, maar daar heb ik steeds een oplossing voor gevonden. Ik kan gewoon volledig voor hem zorgen.

Tips

Tot nu toe heb ik overal een oplossing voor gevonden. Zo neem ik Roan mee in de draagzak of voor kortere stukjes krijgt hij zijn knuffeltuigje om, zodat hij zelf kan lopen. Zorg ervoor dat je een paar mensen in je omgeving hebt waar je op terug kan vallen. Trek je niet teveel aan van wat mensen zeggen. Er is een Facebook groep voor slechtziende en blinde ouders: VIP ouders

Mijn belevenissen volgen?

Wil je mijn belevenissen als slechtziende mama volgen? Je kunt mij op Facebook en Instagram vinden als Mijn Blinde Leven.

Dit artikel werd geschreven door Yvonne Bleijenberg – Stip

Foto van Annemarieke en paard Lex bij de para-dressuur clinic van bonscoach Joyce

Para-dressuur, een gevoelssport

Het enige dat ik kan en mag besturen

Zeer regelmatig krijg ik te horen: wat knap dat je kunt paardrijden terwijl je blind bent! Dan weet ik nooit zo goed wat ik moet zeggen. Voor mij is het vanzelfsprekend: ik doe het al 15 jaar met veel plezier. Ik heb een aangeboren visuele beperking. Momenteel zie ik nog 0,01%, licht, donker en contouren. Bij paardrijden hoef ik mijn zicht nauwelijks te gebruiken: ik kan voelen wat het paard onder mij doet en welk been hij op welk moment optilt of neerzet. Ik kan het ritme voelen en mee bewegen met het ritme. Een veel voorkomende vraag van instructeurs is ook: voel je het verschil?

Para-dressuur

Het enige lastige is dat ik niet kan zien waar we heen rijden. Dit is van belang bij dressuur, waarbij wordt verwacht dat er rechte lijnen gereden worden op de letter. Vroeger kon ik de letters nog een klein beetje waarnemen, maar tegenwoordig is hier geen sprake meer van. Vorig jaar besefte ik dat ik toch echt hulpmiddelen nodig zal hebben als ik verder wil in de wedstrijdsport. Ik heb mij verdiept in de wereld van de para-dressuur waar ik tot dan nog zeer weinig vanaf wist. Ik kwam te weten dat ik mij kon laten keuren bij een oogarts. Aan de hand van de expertise van de oogarts werd bepaald welke hulpmiddelen ik mag gebruiken tijdens wedstrijden en in welke grade ik ingedeeld zal worden. Dit werd bepaald door NOC*NSF en de Koninklijke Nederlandse Hippysche Sportfederatie. Ik kon snel terecht bij de oogarts van Bartiméus en het traject verliep vlot.

Ik heb, zoals dat heet, een dispensatiepas ontvangen waar op staat dat ik gebruik mag maken van ‘callers’, één of meerdere personen die in de rijbak staan een de letters opnoemen waar ik langs rijd. Zo kan ik horen waar ik ben en waar ik heen ga.

De para-dressuur bestaat uit vijf grades, dit houd in dat de ernst van de beperking bepaald in welke grade je wordt ingedeeld. Grade één is zeer ernstig beperkt en grade vijf lichtbeperkt. De proeven van grade één zijn veel lichter dan die van grade vijf. Tot mijn verbazing werd ik ingedeeld in grade vijf, blindheid wordt dus als lichte beperking gezien.

Hulpmiddelen

Er is een stichting genaamd DVB Foundation, bestaande uit een netwerk van sponsoren die ruiters met een beperking een warm hart toedragen. Zij sponsoren hulpmiddelen en lessen voor ruiters met een beperking, bijvoorbeeld een aangepast zadel. Ik heb tien paardrijlessen gesponsord gekregen van een  gerenomeerd instructeur. Hier ben ik zeer dankbaar voor.

Eigen paard

Na lang sparen heb ik eind 2019 een eigen paard gekocht. Natuurlijk had ik alles geregeld wat bij een eigen paard komt kijken. Een stal waar hij zal komen te staan enzovoort. Ik heb voor een pensionstal gekozen waar de stal uitgemest wordt en de paarden gevoert worden. Niet omdat ik lui ben, maar een stal uitmesten is praktisch niet te doen voor mij. Op de tast mestballen opsporen, nee bedankt!

Het gaat erg goed met mijn paard Lex en met onze samenwerking. In het begin was het erg wennen. Lex had nog nooit een zeer slechtziende op zijn rug gehad. Ik geloof dat paarden wel merken dat er iets aan de hand is, maar hoe of wat is moeilijk te begrijpen voor hen.

Mooiste ervaring

In augustus heb ik deel genomen aan een clinnic die gegeven werd door de Nederlandse bonscoach van de para-dressuur, Joyce Heuitink. Op een prachtige accomodatie hebben Lex en ik een introductieproef gereden. Deze werd beoordeeld door Joyce Heuitink waarna ik nog les kreeg van haar. Dit was een zeer leerzame ervaring. Lex en ik gaan nog veel oefenen en verbeteren. Mijn droom is om met de Nederlandse kampioenschappen mee te doen, maar plezier is het aller belangrijkste. Aan plezier ontbreekt het niet, iedere dag ga ik met een grote smile op mijn gezicht naar Lex toe. Rijdend op Lex ben ik even onbeperkt.

Dit artikel werd geschreven door Annemarieke van Bloois

Kustlijn Vlissingen, Zeeland

Mijn zomer in Zeeland

In deze vreemde tijd is het al moeilijker om een vakantie te plannen, laat staan het vinden van een leuke bestemming. En blijf je in Nederland, of waag je de gok en kies je voor het buitenland? Persoonlijk ben ik meer het type vakantievierder in eigen land. Niet alleen omdat het minder gedoe is met reizen, maar ook omdat ik vind dat Nederland ons zoveel moois te bieden heeft. En er zijn nog zoveel plekken waar ik nog nooit ben geweest en zoveel steden om te ontdekken. Toch zijn er altijd plekken en of provincies waar ik naar terugkeer en één daarvan is de provincie Zeeland.

Zeeland, de place to be, of toch nie?

Persoonlijk ben ik echt helemaal fan van deze provincie met zijn mooie natuur, schone stranden en gezellige dorpen en steden. Ik ervaar hier echt het vakantiegevoel, helemaal als ik door een winkelstraat loop, op het strand ben of geniet van een drankje op een terras. Toch zijn er ook mensen die Zeeland echt de saaiste provincie van Nederland vinden, omdat ze er bijvoorbeeld als kind elke vakantie naartoe zijn geweest, of omdat ze het er te rustig vinden. Ja, het is geen Amsterdam of Utrecht, maar ondanks dat het er rustiger is, kan je in de steden en op de stranden ook genoeg vertier vinden. Ik zal hieronder mijn favoriete plaatsen met je delen.

Vlissingen

Ondanks dat ik hier maar één keer geweest ben is dit toch wel mijn favoriet. Alles wat je zoekt op het gebied van winkels, terrasjes en strand komt hier zo mooi bij elkaar. Vooral de boulevard vind ik een erg fijne plek. Als ik in de buurt zou wonen, zou ik daar regelmatig te vinden zijn, op een bankje luisterend naar het rustgevende geluid van de golven van de zee. Verder is er qua restaurants en winkels ook een groot aanbod, dus is het denk ik moeilijk om je snel te vervelen in deze stad.

Sluis

Dit gezellige vestingstadje is de ultieme bestemming voor een dagje shoppen. Ik kom hier regelmatig en het verveeld eigenlijk nooit. Even tussendoor een terrasje pakken, succes met kiezen! Sluis is namelijk niet alleen populair door z’n grote hoeveelheid winkels, maar ook om de vele restaurants die je er kunt vinden.

Goes

Goes is wat mij betreft ook een stad waar je echt een keer geweest moet zijn. Niet alleen behoort de stad door zijn vele winkels, net als Sluis en Middelburg tot de drie belangrijkste winkelsteden van Zeeland, ook door de gezellige markten is Goes erg populair. Het is dus denk ik heel moeilijk om met lege handen thuis te komen na een dagje Goes. Mij is het in ieder geval niet gelukt.

Groede

Strandgangers opgelet! Aan de kust, nabij dit schilderachtige dorp is het echt genieten met een hoofdletter G. Ga lekker zonnen op één van de schoonste stranden van Zeeland, neem een frisse duik in de zee, of geniet op het terras bij het strandpaviljoen van een hapje en een drankje. Ik ben hier vorig jaar geweest en was meteen op mijn gemak door de fijne sfeer. Als je op zoek bent naar het ultieme vakantiegevoel, ga je het in Groede zeker vinden.

Plekken die ik nog wil ontdekken

Toch zijn er ook in Zeeland genoeg plekken waar ik nog niet ben geweest en graag naartoe zou willen, zoals Zierikzee, Renesse, Middelburg en Zoutelande. Ook voor mij dus nog genoeg te ontdekken. Zo zie je maar, je hoeft geen verre en dure reizen te maken voor een fijne vakantie, je kunt ook gewoon naar Zeeland.

Flexitariër - foto van een bord met groenten

De week van een flexitariër

Als ik mensen vertel over mijn eetgewoonte, krijg ik vaak de meest bizarre, beledigende termen naar mijn hoofd geslingerd. De mooiste, meest terugkerende zijn: fakitariër, vage terriër, gelegenheidsvegetariër, nep vegetariër en parttime vegetariër. Ik moet toegeven dat ik die laatste niet eens zo slecht vind en deze zelf ook regelmatig bezig. De officiële term is echter: flexitariër. Ik leg jullie met plezier uit wat dit begrip inhoudt en wat me hiertoe gedreven heeft. Als je dit artikel hebt gelezen, mag je wat mij betreft naar hartenlust de naam eraan geven die je erbij vindt passen.

Wat houdt flexitariër zijn in?

Het woord zegt het eigenlijk al, je eet minder vlees en gaat bewust om met je vleesconsumptie, maar hier ben je wel flexibel in. Het staat je als flexitariër dus vrij om zelf ‘regels’ op te stellen omtrent je vleesconsumptie. Hierbij geldt wel dat je minstens één dag per week vegetarisch eet, een vegadag of vleesloze dag zoals ik deze noem, voor je jezelf flexitariër kunt noemen. De regels die ik voor mezelf heb gesteld zijn: ik eet drie dagen per week vegetarisch. Strikt genomen twee dagen vegetarisch en één dag pescotarisch, dan mag ik van mezelf wel vis eten. Ik hoop dit later, als ik volledig op mezelf woon en iedere dag zelf bepaal wat ik eet, uit te breiden naar vier dagen vegetarisch en één dag pescotarisch.

Verschillende termen

Als ik het met mensen heb over bewust vlees eten en de diëten die daarbij horen, worden sommige termen weleens door elkaar gebruikt. Daarom hier een kort lijstje met de juiste termen bij de juiste betekenis:

  • Vegetariër: iemand die geen vlees of vis eet;
  • Veganist: iemand die helemaal geen dierlijke producten eet of drinkt, dus ook geen kaas, eieren of melk;
  • Flexitariër: wat ik dus ben, iemand die bewust minder vlees eet;
  • Pescotariër: iemand die geen vlees eet, maar wel vis.

Bij alle eetgewoonten heb je natuurlijk verschillende gradaties. Er zijn vegetariërs die ook dierlijke vetten mijden en geen vleesvervangers willen eten die bereid zijn in dezelfde pan als echt vlees, en vegetariërs die daar minder moeilijk over doen. Flexitariërs kunnen ook veganistische dagen hebben… tja, het is natuurlijk een vrij land, dus hoe je het voor jezelf invult is aan jou.

Waarom zou je jezelf dit aandoen?

Een vraag die ik van menig vleesverslinder voor mijn kiezen krijg. De meest voor de hand liggende reden, dat het vreselijk is voor de ontelbare dieren die jaarlijks worden geslacht voor ons genot, speelt zeker een rol. Maar voor mij is de voornaamste reden, waardoor ik heb besloten te minderen met vlees, toch omdat het beter is voor je gezondheid om af en toe een dagje geen vlees te eten. Ik ken genoeg mensen die hier geen (gehakt)bal van geloven, of liever gezegd dit niet willen geloven. Mensen die denken dat ze een dag zonder vlees nauwelijks zullen overleven. Ik zuig dit echter niet uit mijn duim, lees dit artikel maar eens over de gevolgen voor je lichaam als je stopt met vlees eten. Daarnaast is minder vlees eten ook goed voor het klimaat, minder CO2-uitstoot door de bio-industrie. Helaas is mijn ervaring dat lang niet iedereen dat iets uitmaakt. Verbeter de wereld, begin bij jezelf gaat niet voor hen op. Waarom zou je een wereld willen verbeteren waar je maar zo’n tachtig jaar op doorbrengt? Voor de volgende generatie? Who cares, ik wil geen kinderen.

Waarom dan geen fulltime vegetariër?

Als ik het allemaal zo goed denk te weten, waarom ben ik dan geen fulltime vegetariër? Ik merk dat ik soms niet serieus wordt genomen als ik vraag of ik iets zonder vlees mag, bijvoorbeeld als ik op bezoek ben. Ik eis echt geen dure vleesvervangers van mensen, een gerecht waar voor mij geen vlees in zit is wat mij betreft prima. Het punt is dat mensen het niet begrijpen, omdat ik een dag later vrolijk een broodje hamburger naar binnen schuif. Die verwarring begrijp ik, heus. Ik ben wat dat betreft gewoon een zwakkeling die vlees nauwelijks kan weerstaan. Wat heeft het dan voor nut om vleesloze dagen te hebben? Nou, ik geloof dat alle kleine beetjes helpen. Daarbij is het, zoals ik eerder al noemde, goed voor je gezondheid. Ik eet vier dagen per week vlees en krijg dus nog voldoende protaïnen en vitamine B12 binnen, waardoor ik minder hoef terug te vallen op soms schandelijk dure vleesvervangers. Maar goed, ik geloof dus in het motto alle kleine beetjes helpen. Vlees volledig laten staan vinden veel meer mensen moeilijk. Die schrikken terug van het idee om volledig vegetarisch te worden, want je moet altijd rekening houden met wat je eet, creatieve oplossingen verzinnen om vlees te vervangen en anders vleesvervangers kopen die veel duurder zijn dan kiloknallers. Maar stel nou dat driekwart van de mensen erin zou slagen om het vlees minstens drie dagen per week te laten voor wat het is, zou dat echt totaal geen effect hebben? Zou dat echt niet opwegen tegen die kwart van de bevolking (ruwweg, ik heb de cijfers hier niet) die het vlees volledig laten staan? Ik geloof dat wat ik en de andere flexitariërs doen zeker wel effect heeft, niet alleen voor wereldverbetering, maar ook voor onze gezondheid. En ja, het raakt me dus best wel dat mensen er zo laconiek over denken en niet zien waarom ze er rekening mee moeten houden, gezien ik een ‘nep vegetariër’ ben.

Foto van een kustlijn

Op vakantie met een visuele beperking

“Maar hoe red je je dan op vakantie?”
Deze vraag krijgen volgens mij vrij veel mensen met een visuele beperking. En toch, Als je visueel beperkt bent kan je ook prima op vakantie gaan. Vakantie is leuk, maar ook vermoeiend, helemaal met slecht zicht, dus kun je volgens mij het best kiezen voor een vakantieplek waar je alles kent.

De camping

Ik ben vaak als klein kind bij mijn opa en oma op de camping geweest. Die waren altijd erg bezorgd omdat er veel auto’s rijden. Dit zou voor gevaarlijke situaties kunnen zorgen, want ik zag ze immers niet. Je kunt ze echter wel goed horen, dus was er bijna geen gevaar. Uiteindelijk liep ik zelfstandig over de camping, ik vond dit altijd geweldig. De camping is voor mij al een vakantie. Lekker zwemmen, lopen en ik vond de oudere mensen altijd erg gezellig. Als je je afvraagt of ik daar ook met kinderen van rond mijn eigen leeftijd omging, dan is mijn antwoord, ja zeker. Ik had een beste vriend, met hem speelde ik veel. Nu zoveel jaren later ga ik nog steeds graag naar deze camping, ik ging hier laatst ook met een goede vriendin naartoe. Zij is blind en ik slechtziend. Wij redde ons hier erg goed, want als je zoals ik in een woongroep woont, leer je om zelfstandig te leven. Mijn moeder gaf ons eten mee, en dezelfde dag dat wij daar aankwamen hadden we nog wat extra boodschappen gedaan. Ook is er vlak bij de camping een restaurant dat ik makkelijk kan vinden, waar we een paar keer zijn gaan eten. Zo konden we lekker eten, zonder dat we veel hulp hoefden te vragen. Omdat ik daar al goed de weg ken gingen wij bij mijn opa en oma op bezoek, en zij hielpen ook als het nodig was.

Het hotel

Er zijn ook andere mogelijkheden om op vakantie te gaan, zoals in een Hotel. Ik ben naar een hotel gegaan met iemand, dit hotel heet de Heerlijkheid van Ermelo. Ja je raadt het al, het hotel is in Ermelo. Het personeel is erg vriendelijk en helpt je erg goed. Toen ze ons voor de eerste keer naar een kamer hielpen, vond ik de weg daarna best snel. Heb je hulp nodig? Dan hoef je maar te bellen naar de receptie en ze staan voor je klaar. Het restaurant is erg goed en het personeel is klantvriendelijk. Het eten is ook erg lekker. De weg in het hotel is ook makkelijk te vinden. Als je het ontbijt op de kamer wil, dan regelen ze dat voor je. Dit hotel is erg geschikt voor mensen met een visuele beperking.

Twin Travel

Logo Twin Travel, vakantie visuele beperking

Twin Travel is een reisorganisatie die mensen met een visuele beperking helpt om op vakantie te gaan, waarbij je een hoop kan zien en beleven. Je reist met een groep blinden en slechtzienden, plus een even grote groep begeleiders. Tenzij je een eigen begeleider meeneemt, betaal je de helft van de reissom voor één van deze vrijwilligers, en jouw eigen vakantie helemaal. Dit is dus wel wat duurder, maar je beleeft wel wat. Ik ben zelf met een vriendin naar Ierland geweest, dit was erg mooi. In acht dagen tijd heb ik veel van Ierland gezien en gehoord. Je krijgt elke dag een andere begeleider, dus leer je ook weer andere mensen kennen. Het was een erg leuke en leerzame vakantie, dus ook een aanrader.

Slot

Dus nu weet je een beetje hoe mensen met een visuele beperking op vakantie kunnen gaan. Natuurlijk zijn er nog andere manieren, maar als ik die allemaal moet opnoemen wordt dit eerder een boek dan een blogpost. Wij kunnen dus best goed op vakantie, net zo goed als goed ziende mensen, met soms wat meer hulp en soms ook niet.

Dit artikel werd geschreven door Alex van der Sleen

De stem van de stad: het leven van een opkomend beiaardier

Het is twaalf uur ’s middags. Je loopt door het centrum van de stad. De lucht is vervuld van verschillende geluiden: pratende mensen, de bel van een tram, en Plotseling komen daar klinkende klokken bij. Misschien let je er niet op. Leuk, zo’n geautomatiseerd klokkenspel. Dit is soms waar, maar wist je dat het soms ook een echt persoon is, de beiaardier genaamd, die letterlijk en figuurlijk inspeelt op het moment? Die het carillon bedient en de stad van een extra dimensie van geluid voorziet?

Hoe word je beiaardier?

Toen ik een jaar of drie was hoorde ik een klokkenspel in Doorn. Ik begon me af te vragen hoe dat werkte en toen ik jaren later mijn eerste laptop kreeg, zocht ik het internet af naar het antwoord op die vraag en ontdekte ik dat het instrument de beiaard heet en degene die het bespeelt, de beiaardier. Na wat contact zoeken met verschillende beiaardiers mocht ik zelf een keer op de beiaard spelen om uit te proberen hoe het was. In de video hieronder zie je mijn eerste keer op de beiaard.

Dit sprak me zo aan, dat ik na een aantal jaar de beiaardopleiding in Amersfoort ben gaan doen. Na twee jaar ben ik overgestapt naar een opleiding in Meggelen (België), waar ik nog steeds met veel plezier studeer. Mijn droom is om een leuke, klankrijke carrière op te bouwen. Af en toe geef ik al beiaardconcerten door het land, maar ik hoop hier mijn werk van te kunnen maken.

Hoe hoor je het verschil?

Wanneer je over straat loopt en kerkklokken weer hoort luiden, hoe kun je dan weten of een mens het carillon bespeelt of het gewoon een automaat is? Simpel, een beiaardier legt veel nuance in zijn spel, met soms zachte, soms harde tonen tussendoor. Ook wordt er vaak ingespeeld op de actualiteit, terwijl een automaat vaak dezelfde deuntjes speelt en dat allemaal op hetzelfde volume.

Bekijk ook deze video waarin ik wat meer over mezelf vertel en over wat me drijft.

Dit artikel werd geschreven door Robert Hutten