Home » Een onzichtbare blinddoek: als ze niet zien dat jij het niet ziet

Foto van iemand met gesloten ogen

Een onzichtbare blinddoek: als ze niet zien dat jij het niet ziet

Geschatte leestijd: 3 minuten

Het was een zonnige dag en ik was op dat moment bij een goede vriendin. We besloten om een wandeling te gaan maken. Als je het huis uit loopt, vind je daar even later een soort drempel naar beneden. Deze ligt daar al zolang het huis er staat, maar ik had hem nog niet geregistreerd ondanks dat ik daar al meerdere malen langs ben gelopen. Oeps, ik verstapte me. Je hoorde echt een typisch ik val net niet-geluid. We schoten beiden in de lach. Dat had ik makkelijk gezien kunnen hebben, toch? Of is dat toch niet helemaal waar? In dit artikel neem ik jullie mee in mijn belevingswereld. De wereld waarin je zowel onderschat als overschat wordt wat betreft je visuele beperking.

Op het eerste gezicht…

“Ben jij slechtziend dan?” Is de vraag die me vaak gesteld wordt. Het is helemaal niet raar dat mensen die vraag stellen, ondanks dat het me soms mijn neus uitkomt. Ik snap het wel. Als je me van een afstandje bekijkt zal je het ook niet merken. Tot dat je dichterbij komt. Het is me inmiddels goed gelukt om het te kunnen verbergen, maar dit gaat niet meer zodra iemand me in de ogen aankijkt. Dit komt door m’n nystagmus. Dit is er in verschillende varianten, dus wat ik hier schets geldt niet voor iedereen. M’n ogen vergelijk ik af een toe met een flipperkast: mijn ogen zijn soms als het balletje dat alle kanten op vliegt, maar voornamelijk de snelheid waarmee dat gebeurt. Dat is voor mij nystagmus. Ik zie het zelf gebeuren en anderen vragen vaak waarom m’n ogen zo trillen. Ook ben ik met aangeboren staar geboren. Dit houdt in dat ik niks zag toen ik geboren werd. De staar is operatief verwijdert en ik ben weer twee vertelenzen armer. Dit maakt samen mijn slechte zicht.

Overschat of juist onderschat

Of het goed is om je visuele beperking te verbergen, daar valt natuurlijk over te twisten. Dit maakt in mijn situatie ook dat mensen me vaak overschatten. Het heeft ook zijn voordelen. Ik zet me voor 200% in om te kunnen functioneren als iemand met goede ogen. Uit eindelijk heb ik daar de consequenties wel van moeten ondervinden, maar het heeft me wel een aantal mooie ervaringen opgeleverd. Een ander deel dat me overschat zijn de mensen die minder zien dan ik. Voor hen heb ik ‘goede’ ogen. Laten we vooropstellen dat ik zeer tevreden ben dat ik heb wat ik heb, maar dat maakt het des te lastiger om aan te geven dat je iets niet ziet of simpelweg niet kan. Het is niet voor te stellen hoe het is om mijn zicht te hebben en vice versa. Zie daar maar eens een balans in te vinden. De balans tussen zelfacceptatie, aangeven wat je nodig hebt en wat je wel of niet kan doen.

Dit brengt me weer bij de andere kant van de medaille. De mensen die je onderschatten. “Dit kun je beter niet doen, want dat zie je niet”, is een zin die ze wat bij betreft helemaal mogen verwijderen uit het woordenboek. Het mag niet meer mogelijk zijn om die zin te maken. Laat niemand je vertellen wat je wel of niet kunt, maar blijf wel realistisch. We weten allemaal dat ik geen piloot zal worden. Ik loop persoonlijk liever tegen een gigantische muur aan, want dan heb ik het tenminste geprobeerd. Ook hier is weer sprake van een balans. Al moet ik zeggen dat het voor de omgeving misschien ook moeilijk is om die te vinden.

Een goed getraind geheugen

And last but not least. Ik ervaar nog wel één groot voordeel. Tijdens mijn behandeling binnen de GGZ, waar ik al eerder dit artikel over geschreven heb, werken ze heel veel met teksten op papier. Tijdens een sessie wordt er vaak geschreven op een groot vel papier, net zoiets als een schoolbord. Ik kan daar helemaal niets van lezen. Zelfs niet als ik dichterbij ga zitten, want het is immers erg onbeleefd om met je hoofd voor je groepsgenoten te zitten. Waar zij ‘even moeten kijken of het al genoemd was’ onthoud ik wat er al genoemd is. Dat is een grote voorsprong en daarmee neem ik genoegen met mijn onzichtbare blinddo