Home » aanpassingen

Tag: aanpassingen

GIF Van rijdende taxi

Taxi-trammelant: wat kan er nou mis gaan?

Reizen met een visuele beperking is zeker niet onmogelijk, het is hooguit iets meer uitzoeken en plannen. En ga je met het OV of met de taxi? Ik zelf neem regelmatig de taxi, omdat het OV met zijn volle treinen, drukke stations en wisselende vertrek/aankomsttijden voor mij te veel stress met zich mee brengt. Er zijn meer mensen die met dit probleem zitten, of door hun beperking niet mobiel genoeg zijn om met het OV te kunnen reizen. Gelukkig rijden er door het hele land taxi’s om, voor een niet al te hoog bedrag, ook deze mensen van A naar B te brengen. Fantastisch natuurlijk en ik ben heel blij dat het er is, maar vaak is het GOED plannen van deze ritten voor veel taxibedrijven nog best een opgave.

Nooit te jong voor taxistress

Vanaf mijn vierde jaar zat ik in de taxi van en naar school, het zogeheten leerlingenvervoer. Ik kreeg een vaste chauffeur, die mij en nog wat andere kinderen uit de buurt ophaalde en weer thuis bracht. Dat ging over het algemeen best in goede harmonie, al vond het taxibedrijf het nodig om zo om de drie jaar een andere chauffeur op onze rit te zetten. En natuurlijk had ik met de ene chauffeur meer een klik dan met de ander, maar dat is logisch. Het werd pas echt een drama als onze chauffeur ziek was en het taxibedrijf een vervanger moest regelen. Vaak waren dit mensen die totaal geen idee hadden hoe ze bij onze school moesten komen, omdat ze het verkeerde adres door hadden gekregen, of geen navigatiesysteem bij zich hadden. Vaak vroegen ze dan aan mij, omdat ik de oudste van ons groepje was, hoe ze moesten rijden. Eh hallo, ik ben blind, weet u nog wel? Mocht je denken dat dit een eenmalig issue was, zal ik je even uit de droom helpen, dit gebeurde zowat elke dag als onze vaste chauffeur niet reed, omdat het taxibedrijf onze rit steeds aan verschillende chauffeurs gaf. Zo doende zaten wij en onze ouders dus elke keer weer in de stress, want kwamen we wel op tijd op school, en kwam er wel weer een taxi om ons naar huis te brengen? Ook dat was namelijk iets dat niet even vanzelfsprekend was. Mijn broer, die toen ook op speciaal onderwijs zat, heeft ook vaak genoeg meegemaakt dat zijn taxi pas heel laat, of gewoon niet op kwam dagen. En zo zijn er vast nog wel meer van ons die het nodige hebben meegemaakt in het leerlingenvervoer. Ik denk dat onze ouders zo nu en dan ook wel hun bedenkingen hadden bij de zooveelste vreemde waar ze hun kinderen aan mee moesten geven.

Rommelige ritten en rammelende bussen

Sinds ik zelfstandiger ben gaan wonen neem ik regelmatig de taxi via een organisatie, die er voor wil zorgen dat ook mensen met een beperking makkelijker door het land kunnen reizen door als een tussenpersoon taxiritten goedkoper aan te bieden. In theorie natuurlijk een super goed en fijn systeem, maar in de praktijk nog wel eens moeilijk na te streven, is mijn ervaring. Goed, ik snap dat er wel eens ritten gecombineerd worden, vind ik ook echt niet erg. Wat ik wel erg vind is dat het logisch plannen van ritten nog steeds iets is waar we vaak alleen maar van kunnen dromen. Zo ben ik een keer door het hele stadshart van Amsterdam gereden in een rolstoelbus, die door zijn gepiep, gekraak en gerammel de indruk wekte dat hij elk moment uit elkaar kon vallen. En de chauffeur was trouwens al niet veel beter. Echt zo’n chagrijn die helemaal, maar dan ook echt helemaal geen zin had in zijn werk. Mijn bestemming was ongeveer een uur rijden vanaf mijn woonplaats en een kwartier rijden vanaf Amsterdam. Ik heb er welgeteld vier uur en een kwartier over gedaan om er te komen. Maar goed, het gebeurt ook vaak genoeg dat ik wel op tijd op mijn bestemming aankom in een goede auto met een vriendelijke chauffeur achter het stuur.

Tot slot

Ik hoor vaker in mijn omgeving dat taxi-trammelant een veel voorkomend probleem is, dus aan alle grote taxibedrijven: Ik geloof echt dat jullie je best doen, maar zorg alsjeblieft dat de planning van jullie ritten niet een grote chaos wordt en stop niet al te veel mensen bij elkaar in één taxi. Dat bespaard ons als klant een hoop stress en reizen wij met nog meer plezier met jullie taxi’s.

Studeren met een visuele beperking

Studeren met een visuele beperking #1 – van VSO naar HBO

Volgende week is het zover, dan begin ik aan de laatste lootjes van mijn afstudeertraject. Door de coronacrisis en andere omstandigheden die me vertraagden doe ik er drie maanden langer over, maar als het goed is heb ik in november dan eindelijk mijn fel begeerde bachelor behaald. Mensen reageren vaak met de woorden “wat knap” als ze horen dat ik een reguliere hbo-opleiding volg. Wat knap is sowieso een vaak gehoorde term als je als blinde of slechtziende iets onderneemt, maar goed. Het is echt niet onmogelijk om te studeren met een visuele beperking, maar natuurlijk gaat het niet vanzelf. Dingen die mijn studiegenoten met twee vingers in hun neus zouden kunnen doen, waren voor mij soms behoorlijk pittig. In deze blogserie laat ik je veelvoorkomende uitdagingen zien die ik tijdens het studeren tegen ben gekomen, en hoe ik deze ben aangegaan.

Voortgezet speciaal onderwijs (VSO)

Ik bracht mijn tijd op de havo door op een kleine school voor mensen met een visuele beperking in Zeist. Zelf woonde ik in Hengelo, Overijssel, maar deze speciale school was de dichtstbijzijnde. De hoogste klas van de havo had welgeteld twee leerlingen, mezelf meegerekend. Omdat we de kleinste klas van de school waren, werden we samengevoegd met de havo-klas onder ons, waardoor ons groepje uit vijf leerlingen bestond. Deze omvang is vrij normaal voor een klas in het speciaal onderwijs. Al het lesmateriaal was aangepast aan onze beperking. Bijna alle computers hadden speciale hulpsoftware waardoor ook blinde mensen ze konden bedienen. Was je blind, dan was je één van de velen. Slecht zicht was dat wat ons tot één groep maakte, niet iets wat ons onderscheidde van de rest. Het was een plek waar ik me normaal voelde, gelijk aan ieder ander. De school telde bij elkaar zo’n zeventig leerlingen. Iedereen kende elkaar bij naam. Dit zorgde natuurlijk ook voor een hoog roddelgehalte, zowel binnen als buiten de muren van het schoolgebouw, maar goed, dat hield de boel levendig.

En toen…

Onze leraren hadden ons al gewaarschuwd voor het hoger beroepsonderwijs. Immense gebouwen vol lange gangen met voor ons onleesbare aanwijzingen naar het juiste lokaal. Hordes ‘normale’ studenten aan wie je wat je ‘mankeerde’ herhaaldelijk zou moeten uitleggen. Niet-aangepast studiemateriaal waar je dan zelf achteraan moest. Toetsen die aangepast moesten worden. Medelijden en onbegrip van je medestudenten of docenten. Op het VSO was het onderwijs aangepast op iedere leerling en hielden ze, zoals ze zelf zeiden, “je handje vast”. Op het hbo stond je er alleen voor. Dat was het schrikbeeld dat ze schetsten en ik moet zeggen, grotendeels klopt het wel.

Die overstap van zo’n klein, informeel schooltje naar een enorme instelling vol onbekende ‘zienden’ was overweldigend kan ik je vertellen. Ik had me er geestelijk al op ingesteld en liet me, half murw geslagen door de nieuwe indrukken, voor de eerste dagen op het Saxion meevoeren op de stroom. Dit gevoel valt het best te omschrijven met het idee dat iedereen rende, en ik stilstond. Alles ging vijf keer zo snel dan dat ik gewend was. Ik verdwaalde, vroeg vaker hulp dan prettig voelde en verloor beetje bij beetje mijn onafhankelijkheidsdrang. Ik wilde alles zelf doen, maar dat kon gewoon niet. Ik moest wel een beetje op mijn medestudenten leunen maar kreeg hierdoor ook vaak afwijzingen te verwerken. Op een goede dag kreeg ik van mijn slb’er de kans om uit te leggen wat mijn beperking inhield. Dat was erg prettig en we hadden een goed gesprek met z’n allen. Toch was er ook een studente die zei dat ze me graag wilde helpen, maar dat ze er niet voor gekozen had met mij in de klas te zitten en dat ze er niet altijd voor me kon zijn. Die opmerking, of meer hoe ze deze verwoordde, kwam hard binnen. Natuurlijk was het een hele redelijke opmerking, maar het herinnerde me er toch weer sterk aan dat ik een last voor mijn medestudenten vormde.

Maar aan de andere kant…

Toch waren er zeker wel studenten die erg leuk met me omgingen en met wie ik graag optrok. Studenten die me hielpen en bij wie ik me op mijn gemak en zelfs normaal voelde. In mijn tweede jaar kreeg ik het compliment dat het groepje waarmee ik toen nauw samenwerkte voor een project, soms vergat dat ik slechtziend was. Wat die opmerking suggereert? Dat ik dus normaal functioneerde in de groep en niet voor al te veel belemmeringen zorgde.

Vooral het eerste jaar was voor mij dus een achtbaan aan emoties. Veel nieuwe indrukken en dagen van hoofdpijn en nervositeit waren soms het gevolg. Toen ik mijn geleidehond, Siérra, kreeg, ging het vaak al wat beter, al kwam dit ook omdat mensen sneller met me gingen praten nu ik een hond had. De overstap van het speciaal onderwijs naar regulier onderwijs was heftig, maar niet zo heftig als ik had gevreesd. Want ja, ik vreesde het hbo, wilde er jaren geleden nog niet eens aan denken om na de havo verder te studeren uit angst dat ik met name het sociale leven daar niet kon bijbenen. Ik leg de schuld hiervoor toch wel een beetje bij mijn oude school. Ik kwam uit een beschermde omgeving, met de duistere waarschuwing van mijn leraren echoënd in mijn oren, maar verder geen enkele fatsoenlijke voorbereiding op het woelige hbo. Daar mogen ze op het VSO best wel wat meer aan doen wat mij betreft, hoe eerder, hoe liever. Een voorbeeld: laat de leerlingen in het laatste jaar van de vmbo of havo meer zelf regelen. Geef ze plotseling een studieboek met veel te kleine lettertjes, ik noem maar wat geks. 🙂

Foto van Annemarieke en paard Lex bij de para-dressuur clinic van bonscoach Joyce

Para-dressuur, een gevoelssport

Het enige dat ik kan en mag besturen

Zeer regelmatig krijg ik te horen: wat knap dat je kunt paardrijden terwijl je blind bent! Dan weet ik nooit zo goed wat ik moet zeggen. Voor mij is het vanzelfsprekend: ik doe het al 15 jaar met veel plezier. Ik heb een aangeboren visuele beperking. Momenteel zie ik nog 0,01%, licht, donker en contouren. Bij paardrijden hoef ik mijn zicht nauwelijks te gebruiken: ik kan voelen wat het paard onder mij doet en welk been hij op welk moment optilt of neerzet. Ik kan het ritme voelen en mee bewegen met het ritme. Een veel voorkomende vraag van instructeurs is ook: voel je het verschil?

Para-dressuur

Het enige lastige is dat ik niet kan zien waar we heen rijden. Dit is van belang bij dressuur, waarbij wordt verwacht dat er rechte lijnen gereden worden op de letter. Vroeger kon ik de letters nog een klein beetje waarnemen, maar tegenwoordig is hier geen sprake meer van. Vorig jaar besefte ik dat ik toch echt hulpmiddelen nodig zal hebben als ik verder wil in de wedstrijdsport. Ik heb mij verdiept in de wereld van de para-dressuur waar ik tot dan nog zeer weinig vanaf wist. Ik kwam te weten dat ik mij kon laten keuren bij een oogarts. Aan de hand van de expertise van de oogarts werd bepaald welke hulpmiddelen ik mag gebruiken tijdens wedstrijden en in welke grade ik ingedeeld zal worden. Dit werd bepaald door NOC*NSF en de Koninklijke Nederlandse Hippysche Sportfederatie. Ik kon snel terecht bij de oogarts van Bartiméus en het traject verliep vlot.

Ik heb, zoals dat heet, een dispensatiepas ontvangen waar op staat dat ik gebruik mag maken van ‘callers’, één of meerdere personen die in de rijbak staan een de letters opnoemen waar ik langs rijd. Zo kan ik horen waar ik ben en waar ik heen ga.

De para-dressuur bestaat uit vijf grades, dit houd in dat de ernst van de beperking bepaald in welke grade je wordt ingedeeld. Grade één is zeer ernstig beperkt en grade vijf lichtbeperkt. De proeven van grade één zijn veel lichter dan die van grade vijf. Tot mijn verbazing werd ik ingedeeld in grade vijf, blindheid wordt dus als lichte beperking gezien.

Hulpmiddelen

Er is een stichting genaamd DVB Foundation, bestaande uit een netwerk van sponsoren die ruiters met een beperking een warm hart toedragen. Zij sponsoren hulpmiddelen en lessen voor ruiters met een beperking, bijvoorbeeld een aangepast zadel. Ik heb tien paardrijlessen gesponsord gekregen van een  gerenomeerd instructeur. Hier ben ik zeer dankbaar voor.

Eigen paard

Na lang sparen heb ik eind 2019 een eigen paard gekocht. Natuurlijk had ik alles geregeld wat bij een eigen paard komt kijken. Een stal waar hij zal komen te staan enzovoort. Ik heb voor een pensionstal gekozen waar de stal uitgemest wordt en de paarden gevoert worden. Niet omdat ik lui ben, maar een stal uitmesten is praktisch niet te doen voor mij. Op de tast mestballen opsporen, nee bedankt!

Het gaat erg goed met mijn paard Lex en met onze samenwerking. In het begin was het erg wennen. Lex had nog nooit een zeer slechtziende op zijn rug gehad. Ik geloof dat paarden wel merken dat er iets aan de hand is, maar hoe of wat is moeilijk te begrijpen voor hen.

Mooiste ervaring

In augustus heb ik deel genomen aan een clinnic die gegeven werd door de Nederlandse bonscoach van de para-dressuur, Joyce Heuitink. Op een prachtige accomodatie hebben Lex en ik een introductieproef gereden. Deze werd beoordeeld door Joyce Heuitink waarna ik nog les kreeg van haar. Dit was een zeer leerzame ervaring. Lex en ik gaan nog veel oefenen en verbeteren. Mijn droom is om met de Nederlandse kampioenschappen mee te doen, maar plezier is het aller belangrijkste. Aan plezier ontbreekt het niet, iedere dag ga ik met een grote smile op mijn gezicht naar Lex toe. Rijdend op Lex ben ik even onbeperkt.

Dit artikel werd geschreven door Annemarieke van Bloois

Foto: beperkt zicht GGZ

Een kijkje binnen de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

Sommigen vragen zich misschien af hoe het is om met beperkt zicht deel te nemen aan een reguliere behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg, afgekort: GGZ. Zelf volg ik een 3-daagse deeltijdbehandeling in een groep van 7 personen en in dit artikel beantwoord ik een paar essentiële vragen voor hen die het interessant vinden. 

Is het pand toegankelijk?  

Het gebouw is erg groot. De gangen zijn smal en er zijn veel gespreksruimtes, zowel klein als groot. Aan de binnenkant van het gebouw is te zien dat de GGZ niet is berekend op mensen met een vermindert zicht vermogen. Ware het niet dat het zeker mogelijk is om daar je weg in te vinden. Meestal zit je in meerdere vaste ruimtes. Er zijn ook altijd mensen bereid om je de weg te wijzen. Op de deuren staat het nummer van het lokaal, echter maak ik daar persoonlijk geen gebruik van. In het begin is het een doolhof, maar pluk daar de vruchten van, want je bereikt makkelijker de 10.000 stappen op een dag! 

Uit welke therapieën bestaat de behandeling? 

Weekplanning: dit is officieel gezien geen therapie, maar zeker een belangrijk onderdeel van de behandeling. Hier wordt er besproken hoe jij je week gaat opvullen buiten de behandeldagen en word je je bewust gemaakt van waar je je allemaal mee bezig houdt en gaat houden deze week. Ik had niet verwacht dat ik zo veel aan dit onderdeel zou hebben. Maar niets is minder waar; het helpt voor mij erg goed om stil te staan bij wat je gaat doen de komende week.

Psychotherapie: bij deze therapievorm ga je terug naar belevenissen van het verleden die betrekking hebben op het heden. De reactie die je geeft op gebeurtenissen in het hier en nu, hebben vaak te maken met wat je vroeger mee hebt gemaakt. Een belangrijk onderdeel van deze therapievorm is: het in contact komen met je gevoel. Deze therapie ervaar ik zelf als erg intens en hiermee kom ik het dichtste bij het doel waar ik voor deze behandeling voor ben gaan volgen; het verband kunnen leggen tussen gebeurtenissen uit het verleden en de gevoelens die daarbij komen kijken. Ik was me er niet van bewust dat dit zo’n sterk verband had met elkaar.

Creatieve therapie beeldend: misschien zegt dit je al iets. In deze therapievorm mag je, je creativiteit zijn gang laten gaan. Er wordt gewerkt met thema’s die betrekking hebben op de onderwerpen die zijn besproken in de vorige therapieën. Je kan dit doen door middel van tekenen, schrijven, schilderen, knippen, plakken en kleien. Naderhand laat je zien wat je hebt gemaakt, net zoals de anderen en dan bespreek je het met elkaar. Vaak zie je in de manier van het werkstuk ook wat voor gevoel erbij komt kijken. Veel mensen zijn sceptisch over de therapie. Zelf was ik dit ook, tot die ene oefening. Ik moest mezelf in het midden van een cirkel tekenen en daaromheen hetgeen wat me allemaal in de weg zat in het dagelijks leven. Zonder erbij na te denken tekende ik mezelf in het midden en alles wat me in de weg zat daar heel dicht omheen. De cirkel was helemaal gevuld. Dit bracht me zo’n beklemmend gevoel en vervolgens besefte ik dat dit ook de bedoeling is van deze therapie. Om te kijken hoe het is om hiermee bezig te zijn, wat voor gevoel het bij je oproept en om ineens te beseffen en letterlijk te zien hoe beklemmend het is om in het midden te staan.  

Vaardigheidstraining: Hier worden onder anderen rollenspelen in gedaan om de thema’s die we bespreken in de praktijk bij elkaar toe te passen. Mijn eerste rollenspel was via een video-call vanwege de huidige situatie. Dit ervoer ik eerst als vrij ongemakkelijk, maar al snel kwam ik erachter dat ik daarin niet alleen was en viel het gelukkig mee. Eén van de thema’s die we hebben behandeld is: “Afwijzen”. Hoe wijs je iemand af als je iets niet wilt en wat voor manieren van afwijzen bestaan er? Ik wist helemaal niet dat er iemand is geweest die dat heeft onderzocht en op papier heeft gezet zodat men er bewust van wordt. Is er iemand van jullie die ooit stil heeft gestaan bij de verschillende manieren om “nee” tegen iemand te zeggen?  

Psychomotore therapie: ik maakte de fout om het ‘gymmen” te noemen met een grijns op mijn gezicht toen ik het voor het eerst hoorde. Dit was blijkbaar niet het geval. Er wordt wel degelijk aan een fanatiek potje sport gedaan af en toe, echter is deze therapievorm bedoelt om stil te staan bij wat er van binnen en van buiten gebeurt met je lichaam bij een bepaalde gebeurtenis. Je wordt samen bewust van de signalen die je lichaam afgeeft. Als ik voor mezelf spreek, dan sta ik daar in het dagelijks leven niet altijd bij stil.

Relatie, arbeid en re-integratie: “Hoe ga je om met relaties, zowel op liefdesgebied als op vriendschappelijk gebied? Hoe gaat het op je werk? Voor als je nog geen werk hebt; wat ga je later doen? Ga je een opleiding volgen of gelijk opzoek naar een baan?” Dit zijn een aantal vragen je gesteld kunnen worden. Daarmee hebben jullie gelijk een indicatie van de inhoud van deze therapie.  

Weeksluiting:  Het woord zegt het al; weeksluiting. Het einde van de week is in zicht en het is tijd voor een paar therapie loze dagen. Eigenlijk ben je nooit helemaal klaar met je therapie als je naar huis gaat. Je neemt het mee, verwerkt de gesprekken en werkt aan de doelen die je op hebt gesteld. Buiten de groep is er namelijk ook genoeg oefenmateriaal! In dit onderdeel bespreek je hoe je de komende dagen gaat vullen en of je eventueel een planning hebt gemaakt. Let op: een planning maken is niet verplicht, maar word je wel aangeraden.   

Zijn de therapieën toegankelijk? 

Deze vraag zet mij zelf tot stilstand. Eigenlijk is deze vraag moeilijk te beantwoorden, aangezien ieder persoon anders is. Als ik het vanuit mijn perspectief bekijk, dan is de inhoud redelijk toegankelijk. Redelijk, omdat wij met papieren A2-flappen werken. Hier staan onze problemen, doelen en acties op. Deze hangen wij in iedere ruimte op waar we komen, zodat het goed te zien is waar iedereen aan wil werken. Waarschijnlijk voel je ‘m al aankomen: dit is niet goed leesbaar. Het is dus van groot belang om goed te luisteren wat de anderen zeggen en om zo nu en dan te vragen wat er te lezen is op de grote flappen.  

Dit geldt eigenlijk voor alles binnen de behandeling. Met wat passen en meten en veel vragen kom je enorm ver.  

Visuele beperking coronatijd: foto van cel COVID-19

Met een visuele beperking in coronatijd: een uitzichtloze situatie?

Het is vandaag, 1 juni 2020, een bijzondere, misschien zelfs historische dag. Na bijna drie maanden van stilstaan en aarzelend stapjes vooruit gaan, komt ons land weer een beetje op gang. De terrassen gaan weer open en zo ook het voortgezet onderwijs. We gaan over van een intelligente lockdown naar de anderhalvemetersamenleving. Dat wil zeggen, als alles de komende weken goed blijft gaan en er niet weer een nieuwe golf van het virus komt. Net als bij iedereen heeft de epidemie mijn leven de afgelopen maanden behoorlijk overhoop gegooid. Nu we balanceren op de scheidslijn tussen overgangsfase en controlefase, leek het me een mooi moment om zowel terug te blikken op als vooruit te kijken naar wat ons te wachten staat. En dan met namen hoe mensen met een visuele beperking zich in coronatijd moeten gaan redden.

De intelligente lockdown

Er was eens een tijd, voor mijn gevoel langer geleden dan werkelijk het geval is, dat COVID-19 een ver-van-je-bed-show was. In het verre China worstelde men er mee, maar wij Europeanen hadden niets te vrezen. Toch sijpelde het virus heel geleidelijk ook ons veilig lijkende landje binnen. Ik weet nog hoe ongelovig ik reageerde toen onze eigen minister-president ons met klem afraadde om nog langer handen te schudden. Iets zo vanzelfsprekends, wat bij de cultuur hoort en wat ik van jongs af aan in mijn opvoeding had meegekregen, werd plotseling fout en misplaatst. Nu kwam ik in die tijd gelukkig amper nieuwe mensen tegen, dus was handen schudden niet aan de orde. Toch kwam corona toen wel heel dichtbij. En plotseling, als donderslag bij heldere hemel, werden grootschalige evenementen afgelast, en een paar dagen later ging alle horeca dicht. Waar ik eerst nogal laconiek was ten opzichte van het virus, werd het plotseling bittere ernst. Het land ging op slot, reizen met het openbaar vervoer werd afgeraden, terwijl ik afhankelijk ben van het ov. Ook de speciale taxi voor mensen met een mobiliteitsbeperking waar ik anders mee reisde, staakte het vervoer. De ‘intelligente lockdown’ was begonnen.

Met een visuele beperking in coronatijd

De afgelopen tijd kwam ik in de media veel berichten tegen over eenzaamheid die bij mensen met een beperking optrad tijdens deze quarantainetijd. In dit artikel is zelfs te lezen dat sommige blinden en slechtzienden het huis niet meer uit durven vanwege corona en de daaropvolgende maatregelen. Hoewel ik daar zelf geen last van heb, kan ik me dit wel indenken. Onze visuele beperking zorgt er natuurlijk niet voor dat we vatbaarder zijn, ik bedoel, onze ogen werken slecht en dat heeft als ik mijn biologielessen mag geloven verder niks met je holtes en luchtwegen te maken. Echter hebben behoorlijk wat mensen met een visuele beperking er een tweede beperking bij die wel voor meer vatbaarheid kan zorgen. Niet alleen dat, als je slechtziend of blind bent is het soms lastig om voldoende afstand te bewaren tussen anderen. Niet iedereen gaat begripvol aan de kant en geeft je de ruimte als je met een stok of geleidehond komt aanlopen. Sommigen wel hoor, dat moet ik niet vergeten erbij te zeggen.

Hoewel ik een ander niet graag wil besmetten en me dus zo veel mogelijk aan de regels houd, heb ik zelf niet een tweede beperking of aandoening waardoor ik vatbaarder ben voor het coronavirus. Wat betreft eenzaamheid had ik ook niks te klagen. Ik zat ten slotte in quarantaine met een groepje gezellige huis- en tevens leeftijdsgenoten. En ik hoefde me ook niet te vervelen, aangezien ik vanuit huis gewoon kon en nog steeds kan werken aan mijn afstudeeropdracht. Het enige wat mij dwarszit is het verlies van mijn vrijheid en het daarmee gepaard gaande gevoel van afhankelijkheid.

Het ‘nieuwe normaal’

Foto van tekst op de straattegels: “geef elkaar de ruimte, ook onderweg”

Wij visueel beperkten doen veel op gevoel, letterlijk en figuurlijk. Onze tastzin is in veel gevallen sterk ontwikkeld om ons zicht te vervangen. Ik lees bijvoorbeeld met mijn vingers en hou ervan om dingen aan te raken om ze te identificeren. Het is niet vanzelfsprekend dat we dan ook gelijk van aanrakingen van anderen houden. Ik als persoon vind het wel fijn om arm in arm met iemand te lopen, dan voel ik de nabijheid van iemand en ga ik niet steeds opzij kijken of mijn gezelschap nog bij me loopt, wat ook weer inspannend voor mijn ogen is. Als ik mijn geleidehond bij me heb en ze in functie is, is dat weer anders, want zij houdt graag de roedel bij elkaar en zorgt er wel voor dat ik bij mijn gezelschap blijf. Maar hoe dan ook, als ik nu arm in arm loop, wekt dat toch bepaalde reacties op. Ik voel de blikken van de omstanders bijna als ik zo over straat loop. Ook wordt het in deze tijd niet gewaardeerd als ik uitvoerig producten uit de schappen van winkels haal om deze dichtbij mijn ogen te houden en zo te kunnen zien wat ik vast heb. En die aanduidingen op de grond en in de bus en trein zijn leuk en aardig, maar ik kan er niet zo veel mee.

Dus ja, het wordt hier en daar een beetje zoeken naar een manier om op onze vertrouwde wijze nog mee te draaien in de maatschappij. Daarom vind ik het zo teleurstellend dat ik daar in geen enkele persconferentie van het kabinet iets over heb gehoord. Ja, ik begrijp dat ze niet elke groep die aanpassingen nodig heeft apart gaan benoemen, maar toch blijft het frustrerend om zo genegeerd te worden, want zo voelt het wel. Wij kunnen en willen echt een hoop, maar soms vraagt dat hier en daar om wat medewerking van de maatschappij. Hoewel dit allemaal misschien een beetje somber klinkt, ben ik niet somber gestemd. We leven in een land waar mensen over het algemeen best vaak naar elkaar omkijken en daarbij zijn we een creatief volkje. We hebben het er allemaal op onze eigen manier moeilijk mee en leren er op onze eigen manier mee om te gaan. Het enige verschil is dat voor ons, mensen met een zware visuele beperking, vanwege bovengenoemde belemmeringen het nieuwe normaal nooit normaal zal worden.