Home » hulpmiddelen

Tag: hulpmiddelen

wintersport, GIF van schaatser

Op glad ijs: wintersporten met weinig zicht

Geschatte leestijd: 5 minuten

Zie je het al voor je? Een schaatser die zich aan het tuig van zijn geleidehond over het ijs voortbeweegt, of een skiër die met behulp van een taststok de zwarte piste afdaalt? Nee? Goed, dat ligt niet aan jouw vermogen tot inbeelden, de traditionele hulpmiddelen voor visueel beperkten schieten zeer zeker tekort op een gladde, bevroren ondergrond. Dat wil echter niet zeggen dat blinden en slechtzienden niet aan wintersport kunnen doen. In mijn jeugd heb ik zeer regelmatig mogen skiën en schaatsen. Dankzij verschillende stichtingen en mijn eigen school mocht ik meerdere malen proeven van de wintersport en nog steeds ga ik niet snel zo’n ijskoud avontuur uit de weg.

Schaatslessen op kunstijs

Al op jonge leeftijd begon ik met schaatsen. Er werden voor kinderen met een visuele beperking speciale dagen georganiseerd door een stichting, ik weet helaas niet meer welke, waarbij we op ons eigen tempo kennis konden maken met de sport. We kregen dan vaak één op één les van een instructeur, die al zijn tijd, aandacht en geduld aan zijn of haar leerling wijdde. Eerst leerde ik schaatsen aan zo’n rekje dat je voor je uit duwt om niet onderuit te gaan, maar al snel ging ik zonder hulpmiddel over het ijs.

Ook op latere leeftijd, toen ik al op het voortgezet onderwijs zat, werden er speciale schaatsdagen georganiseerd door mijn school. Omdat ik al enige ervaring had ging ik na korte tijd mijn eigen rondjes op de ijsbaan schaatsen. Het voordeel van schaatsen op zo’n baan is dat je niet kunt verdwalen: je kunt maar één kant op en de baan loopt rond, dus je kunt nooit een verkeerde afslag nemen. Het enige waarvoor ik moest oppassen, waren mijn mede-schaatsers die niet mee waren vanuit mijn school. Zij konden in tegenstelling tot mij prima zien, maar zagen niet aan mij dat dit voor mij niet gold. Dat was de reden dat we knalgele hesjes moesten dragen waarop duidelijk stond aangegeven dat we het slecht zagen.

Vorig jaar was er rond deze tijd een kleine ijsbaan vlak bij mijn huidige woonplek. Ik heb toen ook een paar keer geschaatst zonder instructeur, gewoon met vrienden. Inmiddels had ik letterlijk de slag te pakken. Schaatsen verleer je niet zo snel meer, zeker niet als je in je jonge jaren intensief één op één instructie hebt gehad. Of ik bang ben om te vallen? Ach, natuurlijk ga ik wel eens onderuit, maar dit ligt lang niet altijd aan mijn slechte visus. En zo lang de schaatsers om je heen een beetje rekening met je houden komt het meestal wel goed is mijn ervaring.

Schaatsen op natuurijs

Tja, dit is weer een hele andere tak van de wintersport. Als mijn ouders met mijn zussen op het meer vlak bij ons huis gingen schaatsen, deed ik altijd dapper mee en ik hield ze nog bij ook. Toch voelt schaatsen op natuurijs, hoe gaaf het ook is om te doen, een beetje onveilig voor me. Je kunt makkelijker verdwalen als je op open water schaatst, al hielden mijn ouders me natuurlijk goed in de gaten. Daarbij heeft natuurijs genoeg oneffenheden die ik makkelijk over het hoofd kan zien, zeker als er sneeuw op het ijs ligt. Ondanks dat, ga ik graag mee om te schaatsen. Simpelweg omdat ik het heel erg leuk vind. Ik voel me super vrij en wendbaar op mijn schaatsen, zelfs al hebben mijn knieën vaak genoeg een harde ontmoeting met het bevroren wateroppervlak.

Skikamp in Oostenrijk: next-level wintersport

Skiën is voor mij een soortgelijk verhaal. Ik begon als jonkie met speciale één op één skilessen in Snow World, Zoetermeer. Ook dit skiën vond ik heel erg leuk, alleen dat vallen… Natuurlijk, omdat je je over sneeuw voortbeweegt val je zachter, maar het overeind komen duurt door die lange latten een eeuwigheid. Ook het naar boven gaan, we begonnen natuurlijk wel met een kleine heuvel, vergde tijd. Daar tegenover stond dat het van de heuvel af glijden met een behoorlijke vaart, terwijl de ijzige wind door mijn haren woei, een heerlijke beloning voor mijn zwoegen was.

In 2015 ging ik met de bovenbouw van mijn school een week op skikamp. We verbleven in een hostel hoog in de bergen van Oostenrijk. Vaarwel miniheuvels en kunstsneeuw, nu gingen we voor het echie. We begonnen met skiën vanaf het bospad, een vrij makkelijke en niet al te lange route. Daarvoor moesten we wel met de skilift naar boven. Een heuse skilift, waar je heel snel tegenaan moest leunen voordat hij aan je neus voorbij ging. De lift duwde je dan naar boven, dus je moest opletten dat de latten van je ski’s niet over elkaar heen gingen. Voor de mensen die het echt eng vonden werd de lift af en toe stil gezet

Ook het skiën ging hier één op één, er waren genoeg begeleiders mee. Voor degenen die het echt slecht zagen, zoals ik, werd een hulpmiddel gebruikt dat een pilot werd genoemd. Ik hield een soort beugel vast die voor mijn buik werd gehouden. Achter me skiede iemand met goed zicht, die de twee uiteinden van deze beugel vasthield en indien nodig daarmee de richting kon aangeven. Later voelde ik me zeker genoeg om zonder pilot te skiën en aan het eind van de week ging ik de blauwe piste af. Deze vond ik al best eng met van die scherpe bochten. Hier ben ik het vaakst onderuit gegaan en ik vergeet nooit meer dat moment dat de ski’s van mijzelf en mijn begeleider in elkaar gehaakt zaten en we beide niet konden opstaan. We hebben toen flink gelachen en gevloekt.

Wat een heerlijke week was dat. We hebben niet alleen op de ski’s gestaan, we gingen ook wandelen en langlaufen. ’s Middags wachtte dan vaak een heerlijke, hete soep op ons in het hostel. Nee, met de juiste begeleiding en aanpassingen zijn deze wintersporten erg leuk voor mensen met een visuele beperking. En tijdens deze week heeft niemand een ledemaat gebroken, dat kun je bij veel skivakanties met grote groepen zienden niet zeggen, toch?

Foto van laptop met schermlezer

De schermlezer als onze digitale gids

Geschatte leestijd: 4 minuten

Of je nu een trouwe lezer van ons blog bent of zo nu en dan een EyeOpener meepikt, als je ons volgt weet je dat blinden en slechtzienden over het algemeen prima met computers en het internet uit de voeten kunnen. Dat is een geruststellende gedachte, want vandaag de dag zijn er nog steeds veel te veel mensen die onterecht geloven dat visueel beperkten volledig afgesneden van het internet leven. Onvoorstelbaar, niet? Ik bedoel, de technologie staat voor niets en wij zijn veelal vindingrijke, oplossingsgerichte denkers. Ook zijn er mensen die wel weten of vermoeden dat wij onze weg online kunnen vinden, maar gewoon niet begrijpen hoe we dat doen. Dat is niet erg, zolang je er niet klakkeloos vanuit gaat dat wij allemaal een stel digibeten zijn leg ik met plezier uit, aan de hand van een situatie die momenteel in mijn leven speelt, hoe blinden en zeer slechtzienden de computer bedienen. Dit doen we met de schermlezer: een stukje super handige software die er voor zorgt dat ik het artikel kan publiceren dat jij nu leest.

Drie manieren van kijken

Globaal gezien kan een schermlezer drie verschillende functies hebben: spraak, braille en vergroting. De spraakfunctie zorgt ervoor dat de tekst op het scherm door een door de computer aangestuurde stem wordt voorgelezen. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de woorden die je typt. De vergrootfunctie vergroot vanzelfsprekend de inhoud op het scherm, maar het is net iets gecompliceerder dan alleen dat. De meeste schermlezers die vergroting ondersteunen bieden de mogelijkheid om alleen bepaalde delen van het scherm te vergroten, de kleuren om te keren of het contrast te verhogen. En uiteraard kun je zelf bepalen hoe zeer je dingen uitvergroot. Als laatste is er nog de braillefunctie. Deze werkt door middel van een brailleleesregel, een klein, smal apparaat dat men voor het toetsenbord plaatst. Het programma vertaalt de woorden die op het scherm te zien zijn naar braille en geeft ze weer op deze brailleleesregel. Natuurlijk past de hele inhoud van een scherm niet altijd op een brailleleesregel en is het onhandig als de spraakfunctie alles voorleest. Daarom werkt een schermlezer met een systeem waarbij steeds een klein deel van de inhoud via braille en spraak aan de gebruiker getoond wordt.

Welke van bovengenoemde functies iemand gebruikt hangt af van diens visus en behoeften. Iemand die volledig blind is heeft bijvoorbeeld geen baad bij vergroting en gebruikt spraak, braille of een combinatie van beide. Ik ben zeer slechtziend en gebruik daarom het liefst alle drie de functies.

Verschillende schermlezers

Zoals het hoort bij een gezonde markt zijn er verschillende schermlezers te verkrijgen, die worden verstrekt door verschillende leveranciers. Een schermlezer is een hulpmiddel en wordt dus in de meeste gevallen vergoed door de zorgverzekeraar of het UWV. En dat is dus precies waar ik momenteel tegenaan loop: welke schermlezer past het best bij mij? Ik dacht de ideale schermlezer gevonden te hebben in Zoomtext Fusion, die spraak, braille en vergroting ondersteunt. Helaas is deze schermlezer een aanslag op de snelheid van mijn pc en zo ook op mijn bloeddruk. Omdat ik alle drie de functies van een schermlezer gebruik, is het programma behoorlijk zwaar en vraagt het veel van het werkgeheugen van mijn laptop. Gelukkig kreeg ik via de leverancier Babbage de mogelijkheid om een demo van de door hen ontwikkelde schermlezer Ultimate Screen Access, kortweg USA, uit te proberen. Dit programma is veel lichter en vertraagt mijn computer nauwelijks. Ik werk er nu al ruim een maand mee en ben zeer tevreden!

Opgelost, zou je denken, maar zo simpel ligt het niet. Zoals ik eerder al schreef worden de schermlezers meestal vergoed, omdat ze vaak aan de prijzige kant zijn. Maar hier zijn wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Het is krap drie jaar gleden dat ik Zoomtext Fusion bij mijn zorgverzekeraar aanvroeg omdat ik gek werd van de schermlezer die ik toentertijd gebruikte. Ik had gehoopt dat Fusion met minder problemen zou werken en mijn computer niet zo ernstig zou vertragen als de andere schermlezer deed. Dit was echter niet het geval. Helaas moet er minstens drie jaar tussen de aanvragen voor gelijksoortige hulpmiddelen zitten, wat natuurlijk ook weer logisch is, omdat je anders kunt blijven wisselen wanneer het jou uitkomt. Het zal er dus om spannen of ik USA vergoed krijg. Maar goed, tot die tijd red ik me met de demo, eventueel Zoomtext Fusion en… had ik al verteld dat de meeste smartphones een ingebouwde schermlezer hebben die super werkt? Je ziet, we redden ons prima online. Als we niet kunnen zien wat er in onze digitale omgeving gebeurt, dan horen of voelen we dat snel genoeg.

GIF non-visueel koken

Tips en trucs voor non-visueel koken

Geschatte leestijd: 17 minuten

Voor veel mensen met een visuele beperking, en helemaal als je (zoals ik) volledig blind bent, kan koken erg moeilijk zijn. Ik ben nu sinds een half jaar actief bezig om non-visueel te leren koken. Hiermee hoop ik dat ik een stuk zelfredzamer kan worden en dat ik ook eens kan zeggen: “mama, ik kook vanavond.” Ik heb de vaardigheden die ik nu al beheers niet geleerd bij begeleid wonen of iets soortgelijks, maar gewoon thuis van mijn moeder. Zij kent me natuurlijk het best en weet hoe ze me dingen moet aanleren. Vaak komt ze ook met handige en soms verrassende tips waar andere mensen niet zo gauw aan zouden denken. Zelf heb ik ook enige handigheidjes ontdekt die sommige dingen die erg lastig lijken toch een stuk makkelijker kunnen maken.

Kook- en baktips

Ik heb hieronder een aantal tips en handige hulpmiddelen voor in de keuken op een rijtje gezet. Hopelijk worden het er meer als ik beter met potten en pannen leer werken. Ik zal het allemaal zo goed mogelijk proberen uit te leggen, maar soms zal het misschien een beetje omslachtig klinken. De tips zijn vanuit mijn oogpunt, dus zicht speelt hier eigenlijk geen rol. Alvast heel veel lees en daarna kookplezier.

Appels schillen

Voor het schillen van appels heb ik een heel eenvoudig trucje ontdekt. Schil eerst met je dunschiller een strook van boven naar beneden over de appel. Ga dan vanuit het midden van de vrijgemaakte strook rondom de hele appel. Doe dit ook aan de boven en onderkant. Zo heb je in vier halen het grootste gedeelte van de schil verwijdert en hoef je alleen nog maar de kleine overgebleven stukjes weg te schillen.

Het eigeel van het eiwit scheiden

Er bestaat een speciaal apparaatje waarmee je eieren kunt scheiden. Er zijn ook mensen die het doen met twee lepels, maar ik heb een heel eenvoudig trucje dat zeker geschikt is om te gebruiken als je het niet ziet. Waarschuwing, je moet er wel vieze handen voor over hebben. Sla het ei in het midden kapot boven een kommetje, zodat er een barst in komt. Laat het rauwe ei op je ene hand lopen. Houd dan je vingers een klein stukje van elkaar. Je zult nu merken dat het eiwit tussen je vingers uitdruipt en uiteindelijk hou je alleen het eigeel nog in je hand. Hoe makkelijk is dat.

Gehaktballen toevoegen aan je soeppan

Zorg eerst dat je een warmte vaste klem of zelfs een nat washandje aan de handgrepen van je pan hebt hangen. Zo heb je een oriëntatiepunt waaraan je kan zien waar je pan is. Zet het bord met gehaktballen zo dicht mogelijk naast het fornuis neer en vul dan een diepe soeplepel met de gehaktballen. Breng dan, met je oriëntatiepunt en je soeplepel als taststok, de lepel boven je soeppan en laat hem dan zakken totdat je voelt dat hij onder water is. Draai de lepel dan horizontaal met de open kant naar je toe en keer hem dan voorzichtig om. Je voelt het als de gehaktballen eruit zijn gevallen. Nu kun je een volgende lading in de soep laten zakken. Laat alleen wel eerst je lepel afdruipen boven de pan alvorens je hem weer naar het bord verplaatst.

Beschuit smeren

Beschuit smeren is in mijn ervaring soms erg lastig, omdat het oppervlak waar je op moet smeren hard is. Dit is wederom een handigheidje waarvoor je een beetje vieze handen moet overhebben, maar het is wel makkelijk. Leg in het midden van je beschuitje een klontje boter. Smeer het met een mes een beetje uit zodat het op één punt tot de rand komt. Leg dan de wijsvinger van je niet-dominante hand op het beschuitje en laat je vingertop het klontje boter in het midden raken. Draai met je andere hand het beschuitje zodat je de boter over het hele oppervlak kunt verdelen. Je voelt het als ergens te veel of te weinig boter zit. Op deze manier krijg je natuurlijk wel een vieze hand, maar ook een perfect gesmeerd beschuitje. Dit trucje kun je trouwens ook gebruiken voor ander smeerbaar broodbeleg zoals chocolade pasta of jam. Ook kun je dit trucje gebruiken om brood te smeren, al vind ik dat persoonlijk makkelijker met een mes. Een cracker is denk ik het lastigst om te smeren, omdat dat meestal een rechthoek is en je niet zoals bij een beschuitje rond kunt gaan.

Een deegbodem verdelen in een bakvorm

Je leest wel eens in een recept dat wanneer je bijvoorbeeld een zanddeegbodem in een bakvormmoet maken, je de deegbal tot een passende plak moet uitrollen en die dan in de vorm moet leggen. Of er staat bijvoorbeeld: Druk het deeg plat met de bolle kant van een lepel. Er zijn een aantal redenen waarom ik deze manier niet erg handig vind voor mensen met een visuele beperking. Ten eerste, je kan niet zien hoe groot je deegplak moet zijn. Ten tweede, blijft er vaak deeg aan je deegroller plakken of is je plak niet overal dezelfde dikte. En ten derde, als je de plak moet optillen om hem in je vorm te leggen, scheurt hij negen van de tien keer. Ook met een lepel vind ik het niet handig werken, omdat je geen controle hebt over wat je doet en als je een kruimelbodem maakt druk je vaak met de lepel de bodem kapot. Ik heb een veel handiger trucje. Het vergt misschien wat meer werk, maar dan heb je ook een mooie bodem. Neem hiervoor de deegbal in je hand en duw hem plat, maar niet zo plat dat hij kan scheuren. Maak er een soort platte burger van. Leg hem in het midden van je vorm en begin hem dan verder plat te duwen. Het is het handigst als je eerst net zoals bij het beschuit smeren, een punt op de rand van je vorm opzoekt. Als je dat punt hebt gevonden heb je een soort lijn waarna je de rest van het deeg kan gaan uitduwen. Als je ergens niet helemaal tot de rand komt, voel je de bodem af naar een plek waar hij dikker is dan op andere plaatsen. Als je die plek hebt gevonden, zetje de onderkant van je hand net achter dat gedeelte en maak je een soort loop beweging met je hand. Het is een beetje moeilijk uit te leggen zo, maar als je er eenmaal de handigheid in krijgt snap je wel wat ik bedoel. Zo loop je eigenlijk met het teveel aan deeg naar de plek toe waar het nodig is en kun je hem opvullen. Als je denkt dat je het deeg goed verdeeld hebt, kun je met je vinger langs de rand gaan om te kijken of het deeg overal tot aan de rand komt. Dan leg je je hand plat in de vorm en zo kun je voelen of er nog grove ongelijkheden zitten en kun je deze uit het deeg halen en glad strijken. Dit werkt ook goed met een kruimelbodem, al moet je daar iets voorzichtiger zijn zodat de bodem niet kapot gaat. Je kunt ook om taart of zanddeeg gladder te maken het bestrijken met een beetje ei, water of melk. Dan strijk je de overgebleven oneffenheden makkelijk glad. Zo glad als wanneer je het met een deegroller uitrolt krijg je het nooit, maar je hebt nu wel een mooie gelijke bodem die precies in je vorm past.

Groente, fruit etc. in blokjes snijden

Als je groente, fruit of ander voedsel in blokjes wilt snijden, heb ik daar een heel makkelijk trucje voor. Hierbij geldt wel dat je het eerst even in je vingers moet krijgen, maar als je het eenmaal weet snijd je als een chef-kok. Als voorbeeld neem ik even een appel. Als je het klokhuis hebt verwijderd, snijd je de appel eerst in reepjes met de dikte van de blokjes die je daarna wilt snijden. Leg een reepje verticaal op de snijplank. Plaats je wijs en middelvinger op het reepje appel en je duim tegen het uiteinde dat het dichtst bij je ligt. Je kan nu het mes op het reepje zetten en met je duim ongeveer voelen hoe groot je het blokje maakt. Snij het reepje dan door op de plek die je hebt gekozen en schuif vervolgens het afgesneden gedeelte met je duim opzij. Je wijs en middelvinger zorgen ervoor dat het overgebleven reepje op zijn plaats blijft liggen. Als je het afgesneden blokje hebt weggeschoven, plaats je je duim opnieuw tegen het uiteinde en herhaal je het proces. Ik garandeer je, als je dit trucje eenmaal kent heb je binnen no time je appel of wat je dan ook wilt snijden in blokjes gehakt.

Zaadlijsten verwijderen uit een paprika

Voor het verwijderen van de zaadlijsten uit een paprika bestaat een heel makkelijk trucje. Allereerst zal ik even uitleggen, voor de mensen die het niet weten hoe een paprika er van binnen uitziet. Een paprika is hol van binnen. De zaadlijsten zitten vast aan het steeltje dat je aan de buitenkant voelt. Ze hangen dus als het ware los in de paprika. Als je nu de paprika net naast het steeltje doormidden snijdt, heb je twee holle helften en in de ene helft hangen de zaadlijsten. Als je je vinger nu achter de zaadlijsten haakt, kun je alle zaadjes met steeltje en al er in één keer uitwippen. Voor het beste resultaat moet je de paprika nog wel even afspoelen om alle zaadjes eruit te krijgen, want die dingen blijven nog wel eens plakken. Dan zitten er nog witte gedeeltes in de paprika die niet zo lekker zijn om te eten. Deze kan je herkennen omdat ze zachter aanvoelen dan de rest van de paprika. Je kunt ze er met een mes uithalen, maar je kan ook met je mes een klein beginnetje maken en de rest van het witte daarna met beleid lostrekken.

Cake uit de bakvorm halen

Als je een cake hebt gebakken, gebeurt het nog wel eens dat wanneer je de vorm omkeert, de cake er niet vanzelf uitvalt. Je moet dan eerst de zijkanten van de cake lossteken met een mes. Om te voorkomen dat je in je cake snijdt, moet je goed opletten, zeker als je het niet goed ziet. Steek eerst je mes tussen de zijkant van je cake en de bakvorm. Houd je mes nu een beetje schuin, zodat de snijkant van je mes wat meer tegen de binnenkant van de bakvorm aandrukt. Maak vervolgens snijbewegingen, ga op en neer met je mes, terwijl je de kant waarmee je snijdt steeds stevig tegen de bakvorm drukt. Op deze manier snij je nooit in je cake. Doe dit bij alle kanten van de bakvorm. Wedden dat je cake er dan zo uit valt? Je kan dit trucje natuurlijk ook gebruiken bij een taart die nog in de bakvorm zit en het is ook zeker aan te raden eerst de kanten los te steken, als je te maken hebt met een springvorm.

Extra tip: Vet altijd je bakblik goed in voordat je er iets in gaat bakken.

Bakpapier

Voor veel mensen met een visuele beperking zal het recht afknippen van bakpapier een moeilijke opgave zijn. Hier volgen enkele tips om ervoor te zorgen dat ook jij je bakplaat of bakvorm goed met bakpapier kan bedekken. Ten eerste is het goed om te weten dat het niet zo handig is om een rol bakpapier te kopen. Ik bedoel een rol aan één stuk. Er zijn ook rollen bakpapier te koop die al in stukken geknipt zijn, net zoals een rol vuilniszakken bijvoorbeeld. Je trekt er gewoon een vel af en je hoeft je geen zorgen meer te maken over scheef afgeknipte vellen.

Als je wel een rol bakpapier aan één stuk gebruikt is het handig om op het stuk dat je wilt afknippen iets zwaars neer te zetten, zodat het recht blijft liggen en niet verschuift, bijvoorbeeld een pak bloem of een snijplank. Houd dan met je ene hand de rol vast en schuif de schaar aan de ene kant tussen het bakpapier op het punt waar je het wilt afknippen. Houd de rol goed vast en knip langs de rol, zodat je zo recht mogelijk knipt. Het is niet ideaal, maar wel een goede manier om bakpapier zo recht mogelijk af te knippen. Je kan dit trucje ook gebruiken bij bijvoorbeeld cadeaupapier.

De bakplaat

Als je een bakplaat wil bekleden met bakpapier, leg je eerst het afgeknipte stuk of een vel bakpapier op de plaat en zet er dan weer wat zwaars op. Meestal is je stuk papier te groot voor de bakplaat, je moet het dus gaan bijknippen. Leg de linker zijkant van het papier zo dat het precies in de linker boven hoek van je bakplaat ligt. Houd het zo vast met het zware voorwerp. Vouw nu de rechter zijkant naar binnen. Dit kan je heel recht doen omdat je langs de rand van je bakplaat kan vouwen. Maak een scherpe vouw die goed voelbaar is. Nu kan je het papier langs de vouwlijn afknippen en past het precies op de plaat. Doe hetzelfde met het uitstekende stuk papier aan de onderkant van de plaat.

Bakpapier in een springvorm

een springvorm bekleden met bakpapier is super makkelijk. Als je dit handigheidje nog niet kent, sla je je waarschijnlijk voor je hoofd omdat je er zelf niet op gekomen bent. Maak de rand van de springvorm los van de bodem. Leg nu een vel bakpapier over de bodem van de vorm en let goed op of deze helemaal bedekt is. Zorg dat er geen kreukels in zitten en dat het bakpapier aan alle kanten uitsteekt. Plaats nu de rand van de springvorm weer op de bodem en maak hem vast. Zo is je bodem netjes bedekt met bakpapier en hoef je alleen nog maar het overtollige papier aan de buitenkant weg te knippen.

Vlees bakken

Je hebt misschien wel eens gehoord dat als je een klontje boter smelt op hoog vuur en het sissen wordt minder, dat dan je boter goed genoeg is verwarmd om te gebruiken. Ook een bekende truc is om als je olie verwarmd, een kleine druppel water in je pan te laten vallen. Als de olie dan begint te sissen is hij goed. Allemaal leuk en aardig, maar hoe weet je wanneer je je vlees moet omdraaien of wanneer je vlees gaar is? Nou, volgens mij heb ik nu een handigheidje gevonden dat sommigen waarschijnlijk wel zullen kennen, maar desalniettemin erg handig is. Als je vlees wokt, bijvoorbeeld varkenshaas, verwarm je eerst de wok olie. Als je dan het vlees in de pan doet begint het heftig de sissen. Nu ga je het vlees omscheppen, zodat het aan alle kanten gebakken wordt. Als het sissen steeds minder wordt en uiteindelijk bijna is gestopt, is je vlees gaar. Dit geldt ook als je je vlees in boter bakt, bijvoorbeeld shoarma, of gehakt dat je rul wilt bakken enzovoort. Ook kun je dit handigheidje gebruiken als je vlees aan één stuk bakt, bijvoorbeeld een kipfilet of een hamburger. Als het sissen minder wordt is die kant van je vlees dichtgeschroeid en kun je hem dus omdraaien.

Groente of vlees toevoegen aan een hete pan met boter of olie

Je kent ze misschien wel, snijplanken die je aan de zijkanten omhoog kan klappen zodat je je groenten of vlees makkelijk in de pan kan schuiven. Klinkt makkelijk, maar hierbij heb je twee handen nodig en dat is niet makkelijk voor mensen met weinig zicht, omdat je je dan niet goed kunt oriënteren waar je pan is. Althans dat is mijn ervaring. Ik heb een betere manier geleerd.

Foto van een Griekse schotel
Een Griekse schotel met patat, kip en groenten

Gebruik ten eerste als je stukjes groente en/of vlees wil wokken altijd een wok-hapjespan. Die hebben een hoge rand zodat je de inhoud minder snel over de rand kunt scheppen. Zorg er ook weer voor dat het bord of de schaal met ingrediënten vlakbij het fornuis staat. Als je nu de boter of olie goed hebt verwarmd, zet je het vuur laag. Dat geeft je meer tijd om je ingrediënten in de pan te doen. En nu komt het, gebruik een draadspaan. Dit lijkt een beetje op een ronde lepel met een lange steel, alleen is de binnenkant van de lepel een soort ijzeren netje. Het wordt ook wel gebruikt om oliebollen uit het vet te scheppen, omdat het overtollige vet er door dat netje makkelijk afdruipt. Als je dus het vuur laag hebt gezet, vul je de draadspaan met de groente of wat je dan ook aan je pan wilt toevoegen. Houd met je ene hand de steel van je pan vast en voel met de draadspaan waar de pan is. Als je de draadspaan in je pan zet gaat de boter of de olie sissen omdat een gedeelte van de ingrediënten al contact maakt. Je weet nu dat je goed zit en je kunt nu de draadspaan omdraaien. Laat deze nu eerst uitdruipen en sla voor alle zekerheid met de zijkant van de steel tegen de rand van de pan. Nu kan je een volgende lading opscheppen. Omdat je met één hand het eten in de draadspaan moet leggen, is het ook handig als je naast het fornuis een nat doekje neerlegt, zodat je je handen zo nu en dan kunt afvegen. Let er trouwens bij het omscheppen ook op dat je groente of vlees niet allemaal aan één kant van de pan belandt. Ga hiervoor af en toe met je omscheplepel langs de rand van de pan om te controleren of er nergens iets overheen dreigt te vallen.

Thee inschenken

Je hebt vast weleens gehoord van zo’n apparaatje dat je in een glas kunt hangen en dat gaat piepen als het glas vol is. In mijn ervaring zijn die dingen niet echt handig. Bij koude dranken hou ik meestal gewoon een vingertop in het glas en voel wanneer het vol genoeg is. Thee is natuurlijk een ander verhaal. Niemand houdt voor de lol zijn vinger in kokend water. Toch kan je zonder zo’n apparaatje makkelijk thee inschenken als je goed oplet. Gebruik als eerste een theekan of waterkoker met een voelbaar randje onderaan de schenktuit. Ook is het handig om vlak naast een wasbak in te schenken. Als je knoeit heb je namelijk koud water dichtbij en je kunt de waterkoker of theepot, die meestal hoger zijn dan een kopje in de wasbak laten zakken, zodat ze op gelijke hoogte zijn. Zo hoef je de theepot niet gelijk schuin te houden en is de kans op knoeien verminderd. Dit kan natuurlijk ook met een melkpak of bijvoorbeeld een fles frisdrank. Houd dan met je ene hand het kopje vast en ga met de kan op en neer over de rand van het kopje, totdat je het randje onderaan de schenktuit voelt. Zo heb je een steunpunten loop je niet het gevaar dat je kokend water over je hand laat lopen, omdat de bovenkant van de tuit gegarandeerd boven het kopje zit. Nu kun je gaan gieten. Doe dit voorzichtig en niet te snel. Voel af en toe aan de buitenkant van het kopje. Je voelt dat een gedeelte van de buitenkant warm wordt en de rest niet. Zo kan je voelen tot waar het glas vol is. Dit is niet heel erg precies, omdat op een gegeven moment toch het hele kopje warm wordt, maar als je hier handigheid in krijgt kun je zonder moeite en zonder extra hulpmiddelen thee inschenken.

Enkele handige hulpmiddelen

Hieronder heb ik nog een paar keuken-hulpmiddelen die voor mij handig zijn gebleken op een rijtje gezet. Ik geef bij elk hulpmiddel een korte uitleg. Hopelijk werken ze ook voor jou.

Panvergiet

Hiermee bedoel ik een vergiet dat je in je pan kunt zetten, voordat je aardappelen of groente gaat koken. Als je dan wilt afgieten zet je gewoon de pan in de wasbak en tilt het vergiet eruit. Voor mij in ieder geval een stuk minder gedoe en het is nagenoeg onmogelijk dat je heet water over je heen krijgt.

Kookverklikker

Een kookverklikker is een schijfje met een dikke rand dat je in de pan legt als je gaat koken. Als het water kookt gaat hij klepperen. Sommige mensen gebruiken hiervoor ook wel een schoteltje. Het kan ook zijn dat je dit hulpmiddel kent onder de naam melkwacht.

Brede spatel voor het omdraaien van pannenkoeken

Pannenkoeken omdraaien blijft een kunst op zich en helemaal als je het niet ziet. Hoewel ik er nog niet zo handig in ben heb ik wel een makkelijk hulpmiddel gevonden, een soort spatel met een breed, plat vlak, die je makkelijk onder je pannenkoek kunt schuiven. Zo ligt een groot deel van je pannenkoek al op de spatel en wordt het omdraaien makkelijker. Ook vouw je je pannenkoek nu minder snel dubbel. Of het ook voor gebakken eieren werkt moet ik nog uitproberen.

Klemlepel voor het omdraaien van vlees

Klemlepels zijn eigenlijk twee spatels die met de uiteinden aan elkaar vastzitten en met een scharnier uit elkaar en tegen elkaar aan kunnen worden geklapt. Je schuift dus de ene spatel onder het stuk vlees en klemt het vast met de andere spatel. Zo kun je het makkelijk omdraaien en is er eigenlijk geen kans dat het vlees van de spatel glijdt.

Maatschepjes

Maatschepjes vind ik erg handig in gebruik, gewoon omdat ze een opstaande rand hebben en de kruiden, bakpoeder of wat dan ook er niet afglijdt zoals bij een thee of eetlepel.

Antispatdeksel voor op een beslagkom

Het is je vast weleens gebeurd dat als je cakebeslag of slagroom aan het mixen bent, het beslag over de rand van de kom spat of de bloem begint de stuiven. Speciaal om dit tegen te gaan, bestaan er beslagkommen met zogenaamde antispatdeksels. Dit is een deksel die je op de beslagkom vastklikt. In het midden zit een gat waar je de mixer doorheen in de kom kunt zetten. Zo is het spatten met beslag tot een minimum beperkt of je moet wel heel erg wild mixen.

Nicer Dicer plus

Dit is een apparaat dat heel erg handig is om grote hoeveelheden groente te snijden. Het is een rechthoekige bak waar een speciaal soort deksel op zit. Als je het deksel openklapt, zit er een soort houder in waar je een roostertje in kunt vastklikken. Er zitten verschillende roostertjes bij, bijvoorbeeld voor het snijden van reepjes of plakjes, grote en kleine blokjes of partjes (bijvoorbeeld voor eieren.) Je legt gewoon een stuk groente op het roostertje en slaat het deksel dicht. Je slaat als het ware het stuk groente door het roostertje en voilà, het is gesneden. Zeker voor het snijden van ui of prei is dit hulpmiddel heel erg handig. Het is alleen wel een heel werk om dit apparaat weer schoon te krijgen, omdat er altijd wel wat tussen het roostertje of aan het deksel blijft hangen. Ik gebruik hem dan ook eigenlijk alleen als we gaan gourmetten, of als we stoofpot maken waar veel uien in moeten.

Voor het snijden van ui en prei heb ik trouwens nog een andere tip. Er bestaat een mesje waarbij aan het handvat vijf mesjes op een rijtje vastzitten. Zo kun je in één keer vijf plakjes ui of prei snijden. Het is nog altijd een gedoe met die losse ringen, maar het is toch wel makkelijker.

Tot slot

Ik hoop dat ik jullie heb kunnen helpen met deze kooktips. Ik vond het erg leuk om ze te schrijven en een manier te zoeken om ze zo duidelijk mogelijk uit te leggen. Mocht er iets nog niet helemaal duidelijk zijn, dan kun je me altijd vragen stellen. Dit kan via: redactie@eyeopeners.space, Facebook of Twitter. Als ik meer handigheidjes heb geleerd, schrijf ik er zeker weer een blog over. Tot dan alvast veel plezier met het uitproberen van deze trucjes en vooral eet smakelijk!

Dit artikel werd geschreven door Danique

Foto van Annemarieke en paard Lex bij de para-dressuur clinic van bonscoach Joyce

Para-dressuur, een gevoelssport

Geschatte leestijd: 3 minuten

Het enige dat ik kan en mag besturen

Zeer regelmatig krijg ik te horen: wat knap dat je kunt paardrijden terwijl je blind bent! Dan weet ik nooit zo goed wat ik moet zeggen. Voor mij is het vanzelfsprekend: ik doe het al 15 jaar met veel plezier. Ik heb een aangeboren visuele beperking. Momenteel zie ik nog 0,01%, licht, donker en contouren. Bij paardrijden hoef ik mijn zicht nauwelijks te gebruiken: ik kan voelen wat het paard onder mij doet en welk been hij op welk moment optilt of neerzet. Ik kan het ritme voelen en mee bewegen met het ritme. Een veel voorkomende vraag van instructeurs is ook: voel je het verschil?

Para-dressuur

Het enige lastige is dat ik niet kan zien waar we heen rijden. Dit is van belang bij dressuur, waarbij wordt verwacht dat er rechte lijnen gereden worden op de letter. Vroeger kon ik de letters nog een klein beetje waarnemen, maar tegenwoordig is hier geen sprake meer van. Vorig jaar besefte ik dat ik toch echt hulpmiddelen nodig zal hebben als ik verder wil in de wedstrijdsport. Ik heb mij verdiept in de wereld van de para-dressuur waar ik tot dan nog zeer weinig vanaf wist. Ik kwam te weten dat ik mij kon laten keuren bij een oogarts. Aan de hand van de expertise van de oogarts werd bepaald welke hulpmiddelen ik mag gebruiken tijdens wedstrijden en in welke grade ik ingedeeld zal worden. Dit werd bepaald door NOC*NSF en de Koninklijke Nederlandse Hippysche Sportfederatie. Ik kon snel terecht bij de oogarts van Bartiméus en het traject verliep vlot.

Ik heb, zoals dat heet, een dispensatiepas ontvangen waar op staat dat ik gebruik mag maken van ‘callers’, één of meerdere personen die in de rijbak staan een de letters opnoemen waar ik langs rijd. Zo kan ik horen waar ik ben en waar ik heen ga.

De para-dressuur bestaat uit vijf grades, dit houd in dat de ernst van de beperking bepaald in welke grade je wordt ingedeeld. Grade één is zeer ernstig beperkt en grade vijf lichtbeperkt. De proeven van grade één zijn veel lichter dan die van grade vijf. Tot mijn verbazing werd ik ingedeeld in grade vijf, blindheid wordt dus als lichte beperking gezien.

Hulpmiddelen

Er is een stichting genaamd DVB Foundation, bestaande uit een netwerk van sponsoren die ruiters met een beperking een warm hart toedragen. Zij sponsoren hulpmiddelen en lessen voor ruiters met een beperking, bijvoorbeeld een aangepast zadel. Ik heb tien paardrijlessen gesponsord gekregen van een  gerenomeerd instructeur. Hier ben ik zeer dankbaar voor.

Eigen paard

Na lang sparen heb ik eind 2019 een eigen paard gekocht. Natuurlijk had ik alles geregeld wat bij een eigen paard komt kijken. Een stal waar hij zal komen te staan enzovoort. Ik heb voor een pensionstal gekozen waar de stal uitgemest wordt en de paarden gevoert worden. Niet omdat ik lui ben, maar een stal uitmesten is praktisch niet te doen voor mij. Op de tast mestballen opsporen, nee bedankt!

Het gaat erg goed met mijn paard Lex en met onze samenwerking. In het begin was het erg wennen. Lex had nog nooit een zeer slechtziende op zijn rug gehad. Ik geloof dat paarden wel merken dat er iets aan de hand is, maar hoe of wat is moeilijk te begrijpen voor hen.

Mooiste ervaring

In augustus heb ik deel genomen aan een clinnic die gegeven werd door de Nederlandse bonscoach van de para-dressuur, Joyce Heuitink. Op een prachtige accomodatie hebben Lex en ik een introductieproef gereden. Deze werd beoordeeld door Joyce Heuitink waarna ik nog les kreeg van haar. Dit was een zeer leerzame ervaring. Lex en ik gaan nog veel oefenen en verbeteren. Mijn droom is om met de Nederlandse kampioenschappen mee te doen, maar plezier is het aller belangrijkste. Aan plezier ontbreekt het niet, iedere dag ga ik met een grote smile op mijn gezicht naar Lex toe. Rijdend op Lex ben ik even onbeperkt.

Dit artikel werd geschreven door Annemarieke van Bloois

Foto van een kustlijn

Op vakantie met een visuele beperking

Geschatte leestijd: 3 minuten

“Maar hoe red je je dan op vakantie?”
Deze vraag krijgen volgens mij vrij veel mensen met een visuele beperking. En toch, Als je visueel beperkt bent kan je ook prima op vakantie gaan. Vakantie is leuk, maar ook vermoeiend, helemaal met slecht zicht, dus kun je volgens mij het best kiezen voor een vakantieplek waar je alles kent.

De camping

Ik ben vaak als klein kind bij mijn opa en oma op de camping geweest. Die waren altijd erg bezorgd omdat er veel auto’s rijden. Dit zou voor gevaarlijke situaties kunnen zorgen, want ik zag ze immers niet. Je kunt ze echter wel goed horen, dus was er bijna geen gevaar. Uiteindelijk liep ik zelfstandig over de camping, ik vond dit altijd geweldig. De camping is voor mij al een vakantie. Lekker zwemmen, lopen en ik vond de oudere mensen altijd erg gezellig. Als je je afvraagt of ik daar ook met kinderen van rond mijn eigen leeftijd omging, dan is mijn antwoord, ja zeker. Ik had een beste vriend, met hem speelde ik veel. Nu zoveel jaren later ga ik nog steeds graag naar deze camping, ik ging hier laatst ook met een goede vriendin naartoe. Zij is blind en ik slechtziend. Wij redde ons hier erg goed, want als je zoals ik in een woongroep woont, leer je om zelfstandig te leven. Mijn moeder gaf ons eten mee, en dezelfde dag dat wij daar aankwamen hadden we nog wat extra boodschappen gedaan. Ook is er vlak bij de camping een restaurant dat ik makkelijk kan vinden, waar we een paar keer zijn gaan eten. Zo konden we lekker eten, zonder dat we veel hulp hoefden te vragen. Omdat ik daar al goed de weg ken gingen wij bij mijn opa en oma op bezoek, en zij hielpen ook als het nodig was.

Het hotel

Er zijn ook andere mogelijkheden om op vakantie te gaan, zoals in een Hotel. Ik ben naar een hotel gegaan met iemand, dit hotel heet de Heerlijkheid van Ermelo. Ja je raadt het al, het hotel is in Ermelo. Het personeel is erg vriendelijk en helpt je erg goed. Toen ze ons voor de eerste keer naar een kamer hielpen, vond ik de weg daarna best snel. Heb je hulp nodig? Dan hoef je maar te bellen naar de receptie en ze staan voor je klaar. Het restaurant is erg goed en het personeel is klantvriendelijk. Het eten is ook erg lekker. De weg in het hotel is ook makkelijk te vinden. Als je het ontbijt op de kamer wil, dan regelen ze dat voor je. Dit hotel is erg geschikt voor mensen met een visuele beperking.

Twin Travel

Logo Twin Travel, vakantie visuele beperking

Twin Travel is een reisorganisatie die mensen met een visuele beperking helpt om op vakantie te gaan, waarbij je een hoop kan zien en beleven. Je reist met een groep blinden en slechtzienden, plus een even grote groep begeleiders. Tenzij je een eigen begeleider meeneemt, betaal je de helft van de reissom voor één van deze vrijwilligers, en jouw eigen vakantie helemaal. Dit is dus wel wat duurder, maar je beleeft wel wat. Ik ben zelf met een vriendin naar Ierland geweest, dit was erg mooi. In acht dagen tijd heb ik veel van Ierland gezien en gehoord. Je krijgt elke dag een andere begeleider, dus leer je ook weer andere mensen kennen. Het was een erg leuke en leerzame vakantie, dus ook een aanrader.

Slot

Dus nu weet je een beetje hoe mensen met een visuele beperking op vakantie kunnen gaan. Natuurlijk zijn er nog andere manieren, maar als ik die allemaal moet opnoemen wordt dit eerder een boek dan een blogpost. Wij kunnen dus best goed op vakantie, net zo goed als goed ziende mensen, met soms wat meer hulp en soms ook niet.

Dit artikel werd geschreven door Alex van der Sleen. Ook gastauteur worden? Klik hier

Blindengeleidehond Siërra

Vier veel voorkomende vergissingen bij de blindengeleidehond

Geschatte leestijd: 4 minuten

Blindengeleidehonden en hun baasjes kun je overal tegenkomen: op straat, in de trein, rennend en spelend met andere honden in het park. Het komt vaak genoeg voor dat mensen verward en onzeker op mijn hond reageren, niet weten wat ze moeten doen als hun hond met mijn hond wil spelen, geen idee hebben wat een blindengeleidehond precies doet en hoe ze zelf met de hond moeten omgaan. Logisch, want afgezien van die enkele keer dat ze een blindengeleidehond in het openbaar tegenkomen, hebben de meeste mensen er niet veel mee te maken. Daarom hier een paar misverstanden die ik vaak tegenkom als ik met mijn hond op straat loop, plus opheldering.

Die mag ik niet aaien, toch?

Die vraag wordt me zo vaak gesteld, en ironisch genoeg het vaakst als mijn hond niet in functie is. Wanneer ze vrolijk kwispelstaartend naar de voorbijganger kijkt of snuffelend achter diens hond aan loopt en het overduidelijk is dat ze niet in functie is. Als mijn hond in functie is en haar tuig om heeft, gedraagt ze zich heel anders. Dan staat ze met neutraal naar beneden hangende staart naast me en besteedt ze vrijwel geen aandacht aan haar omgeving. Als ze rond rent, achter andere honden aan zit en door het gras rolt, is het toch overduidelijk dat ze zich als een ‘normale’ hond gedraagt en zo mag ze dan ook behandeld worden. Iedere baas heeft er natuurlijk zijn eigen regels voor, maar in het algemeen geldt: als de hond het tuig draagt is deze aan het werk en mag hij of zij niet door anderen geaaid worden, maar als de hond los is mag dat wel.

Verboden voor honden

Helaas is dit voor veel geleidehondgebruikers nog steeds een al te bekend probleem: restaurants of andere openbare gelegenheden die stug volhouden dat ze geen enkele hond toelaten. Nee, ze maken geen uitzondering voor assistentiehonden. Er kunnen veel verschillende redenen zijn, zoals hygiënemaatregelen, angst voor overlast met ontevreden klanten als gevolg, angst voor honden van de eigenaar zelf. Argumenten dat onze honden getraind zijn om zich goed te gedragen in het openbaar en dat we de honden schoon en vlovrij houden, mogen niet baten. Er zijn in het verleden behoorlijk wat acties geweest om kenbaar te maken dat onze geleidehond niet voor de sier is, dat de dieren als onze ogen fungeren en dat we ze echt nodig hebben. Toch hebben met namen restaurants er nog steeds een handje van om geleidehonden en hun gebruikers de deur te wijzen. Ongelofelijk, zeker als je bedenkt dat openbare voorzieningen sinds het VN-verdrag van 2016 verplicht zijn om professioneel getrainde assistentiehonden toe te laten.

Gratis met de blindengeleidehond in de trein

Heel af en toe wordt me, als ik in het openbaar vervoer zit, nog wel eens gevraagd of ik ook een kaartje voor mijn hond moet kopen. Dit is niet zo, een geleidehond mag gratis mee. Het zou toch wat zijn als je zou moeten betalen om je ogen mee te nemen. Oké, de ogen van de meeste mensen hijgen en kwijlen niet en nemen geen extra ruimte in, maar verder is het praktisch hetzelfde. Als de conducteur langskomt en ziet dat ik een tuig bij me heb, vaak doe ik het tuig namelijk af als we lang in de trein zitten zodat ze ontspannener kan liggen en zich beter op kan krullen, vraagt hij ook niet naar een kaartje. Dat gaat dus vaak wel goed.

Mooie naam, zelf verzonnen?

In de meeste gevallen komt een geleidehond pas bij zijn of haar baasje terecht nadat de opleiding is voltooid. Het dier is dan zo’n anderhalf jaar oud. Dus, tenzij een geleidehondgebruiker de hond zelf onder begeleiding heeft opgeleid, wat vrij zeldzaam is, is de naam van de hond door anderen bedacht. Mijn hond heet Siërra, wat ik een schitterende naam vind, maar ik kan dus niet zeggen dat ik hem zelf verzonnen heb.

Coverfoto van mijn boek 'Bontgenoot'

In mijn roman ‘Bontgenoot‘, die gaat over iemand die zelf een blindengeleidehond krijgt, heb ik mijn eigen ervaringen verwerkt en ook hoe het in zijn werk gaat om zo’n hond te krijgen. Ook lees je hoe een geleidehond het leven van zijn of haar baasje verandert en wat de taakomschrijving van de hond is, mocht je meer informatie willen over geleidehonden om zo te voorkomen dat je zelf bij zo’n misverstand betrokken raakt!