Home » studie / werk

Tag: studie / werk

Foto van Moortje voor een vlag: visuele beperking werkveld

Studeren met een visuele beperking #4 – het werkveld in

Geschatte leestijd: 4 minuten

Vandaag word ik officieel uitgeschreven bij Hogeschool Saxion. Vanaf morgen mag ik mezelf dus geen studente meer noemen, want dan… ben ik afgestudeerd! Ik kan het nog steeds maar moeilijk bevatten dat die vier jaar van blunderen en leren, zwoegen en streven en vallen en opstaan zich eindelijk uitbetalen. Ik heb nu gewoon mijn bachelorgraad, mijn diploma! Het heeft me wat bloed, zweet en tranen gekost. De dag dat ik mijn afstudeerproject moest presenteren, een presentatie die zou bepalen of ik wel of niet zou slagen, zit nog vers in mijn geheugen, al is deze alweer drie weken geleden. Ik heb zelden zulke zenuwen gevoeld als toen en hoe ik daar zo kalm kon staan om mijn verhaal te doen zonder een enkele black-out, begrijp ik nog steeds niet helemaal. Maar goed, ik heb het gehaald. En nu? Werk zoeken.

Stage lopen

Ik heb in mijn derde jaar van het werkende leven kunnen proeven via een intensieve stage van vijf maanden. Ik draaide op fulltime basis mee met de internetredactie van Netwerk Mediawijsheid, waar ik erg veel geleerd heb op het gebied van bloggen, SEO, sociale media en, hoe kan het ook anders, mediawijsheid. Ik kan niet op mijn tien vingers tellen hoeveel van andermans artikelen ik onder leiding van collega’s heb gecorrigeerd en in WordPress heb klaargezet zodat deze door de redactie gepubliceerd konden worden. Ik heb zelf ook een paar artikelen voor het blog mogen schrijven, waaronder een artikel over hoe mensen met een visuele beperking sociale media gebruiken.

Behalve de beroepsmatige dingen die ik heb geleerd, heb ik ook belangrijke dingen geleerd op persoonlijk vlak. Zo ontdekte ik door schade en schande dat veertig uur per week werken te veel voor me was en zal blijven. Ik werd er slordiger van en verloor prioriteiten uit het oog. Bij een visuele beperking, zo legde een begeleidster van me uit, verbruik je meer energie dan de meeste mensen. Goed om te weten! Ook merkte ik dat het geen zin had om mijn beperking minder erg te maken dan deze is. Je werkgever gaat er toch een keer achter komen dat je niet alles kunt en niet zo snel kan werken als andere stagiaires. Ik ben erg dankbaar voor het geduld dat mijn toenmalige stagebedrijf met me had en dat ik mijn stage met een acht kon afsluiten.

Solliciteren

Ik probeer nu natuurlijk zo snel mogelijk een betaalde baan te vinden, al moet ik toegeven dat de tijdelijke rust van het zonder directe verplichtingen leven me ook wel goed doet. Toch moet dit niet al te lang duren, om overduidelijke financiële redenen en omdat ik niet te lang kan ‘stilzitten’. Echter, hoewel ik nu in het bezit ben van een HBO-diploma en er veel vraag is naar tekstschrijvers, redacteuren en social media specialisten, de richting waarin ik vacatures zoek, is dat geen garantie voor me dat ik snel aan een baan kom. Met een zware visuele beperking zoals die van mij sta je toch helaas 1-0 achter bij je mede-sollicitanten, zelfs als je een baan kiest die non-visueel kan, zoals tekstschrijver. Dit in verband met vooroordelen die over ons bestaan en het eerder genoemde energieprobleem waarmee de meeste zeer slechtzienden en blinden te kampen hebben. Gelukkig zijn er via het UWV voorzieningen getroffen, bijvoorbeeld dat werkgevers subsidie krijgen wanneer ze iemand met een beperking aannemen, zodat mensen met een beperking net iets makkelijker aan werk kunnen komen. We zullen zien hoe dit voor mij gaat uitpakken.

Terugkijkend op mijn studie

Via deze blogserie heb ik jullie een kijkje gegeven in de woelige wereld van een studente met een visuele beperking. Zo heb ik in deel één een beschrijving gegeven van mijn moeizame overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het hoger beroepsonderwijs, was ik in deel twee open over de problemen die ik soms had bij het communiceren met mijn mede-studenten en vertelde ik in deel drie over één van mijn gaafste studie-ervaringen. Uiteraard zijn alle artikelen in deze serie gebaseerd op persoonlijke ervaringen en vanzelfsprekend verloopt ieder individueel studietraject anders. Ik hoop dat mijn artikelen een visueel beperkte lezer die ook graag wil studeren niet afschrikken. Een studie in het vervolgonderwijs zou ik iedereen aanraden, al moet je wel een beetje sterk in je schoenen staan en kunnen incasseren. Mijn eigen opleiding zou ik niet direct aanbevelen voor mensen die blind of zeer slechtziend zijn, omdat deze behoorlijk visueel ingesteld is en ik het maar net heb gehaald. Kun je wat meer op zicht doen en houd je van creatief bezig zijn, dan is deze opleiding wel echt de moeite waard.

Of ik spijt heb van mijn keuze voor deze opleiding? Zeer zeker niet, al is dat natuurlijk makkelijk praten nu ik mijn diploma heb. Ik heb echt af en toe getwijfeld om te stoppen en heb nog steeds spijt van sommige keuzes die ik tijdens mijn studie gemaakt heb. Ook had ik gewild dat ik wat beter op het HBO was voorbereid, maar goed, al met al ben ik blij dat ik deze studierichting gekozen heb en, hoewel ik zeker niet cum laude geslaagd ben, mag het eindresultaat er wat mij betreft zijn.

Ik wil de lezers die mijn serie van begin tot eind gevolgd hebben graag bedanken voor hun steun en interesse. Ik hoop dat deze blogserie op enige wijze een toevoeging aan je leven is geweest, of je er nu van geleerd hebt, er door geamuseerd of geïnspireerd werd.

Foto genomen in een tempel tijdens de minor

Studeren met een visuele beperking #3 – de minor

Geschatte leestijd: 5 minuten

Nu mijn studie ten einde loopt, vind ik het tijd worden om mijn ervaringen als studente Media, Informatie en Communicatie met een visuele beperking met jullie te delen. In het eerste deel van deze blogserie beschreef ik hoe ik de overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het reguliere hoger beroepsonderwijs ervoer en in het tweede deel liet ik zien hoe ik als enige van mijn klas met een functiebeperking mijn best deed om deel uit te maken van de groep. Voor dit artikel verlaten we de inmiddels vertrouwd geworden campus van Saxion hogeschool te Enschede en neem ik jullie mee naar Utrecht, waar ik vijf maanden gestudeerd heb tijdens een intrigerende minor.

Een minor kiezen

Terwijl ik eigenlijk nog met mijn volle aandacht bij mijn stage zat, in die periode liep ik veertig uur per week stage in Hilversum, begon ik op het internet rond te snuffelen op zoek naar een goede minor die echt bij me paste. Een minor is een kleine opleiding van één semester waarvan de studiepunten, in mijn geval moesten dat er dertig zijn, werden opgeteld bij je huidige opleiding. In het geval van mijn opleiding was het volgen van zo’n module verplicht. De minor mocht niet te veel overlap hebben met de stof van mijn huidige opleiding, dus een minor met een compleet ander vakgebied werd toegejuicht. Ik had voor ik aan mijn stage begon al voor mezelf besloten dat ik er één wilde volgen op mijn eigen hogeschool. Daar kende ik immers al redelijk de weg op het terrein en in het hoofdgebouw. Ik ben echter iemand die mezelf dol graag uitdaagt en soms liever de ingewikkelder weg neemt, dus toen het er op aan kwam ging ik kijken op de algemene site KOM Minoren. Na een tijdje rondzoeken, waarbij ik vooral zocht op mijn interesses en de tijdsperiode waar in de minor zou moeten plaatsvinden, stuitte ik op een module die meteen mijn aandacht had: Filosofie. Wereldreligies. Spiritualiteit. Levenskunst voor dé professional. De minor werd gegeven door de Hogeschool Utrecht. Behalve dat de titel en de omschrijving van de minor me aanspraken, dacht ik ook meteen bij mezelf: Utrecht, goed toegankelijk met het openbaar vervoer, niet al te ver reizen vanaf mijn huidige locatie, prima! Enthousiast geworden meldde ik me aan en uiteraard week de minor genoeg af van mijn huidige studie, dus ik kon in februari 2019 probleemloos starten met deze mini-opleiding.

Opnieuw beginnen

Goed, probleemloos is misschien een beetje een optimistische term als je voor je gevoel weer helemaal opnieuw moet beginnen. Ik moest weer opnieuw de gebouwen waar ik les had leren kennen, opnieuw aan mijn medestudenten en docenten uitleggen welke beperking ik had, opnieuw achter aanpassingen voor lesstof en tentamens aan… Aan de andere kant, omdat ik dit allemaal al eens gedaan had ging het deze keer makkelijker en voelde het ook een beetje als met een schone lei beginnen. Ik had me van te voren in het gebouw verdiept door er samen met een begeleider naartoe te gaan en ook de rest was snel geregeld, gezegd en gedaan. Bovendien hoefde ik maar één dag in de week naar de school om lessen bij te wonen en was de rest thuisstudie.

Ik ontdekte al snel dat deze minor veel ruimdenkende mensen aantrok. Dit verbaasde me niets, ik bedoel met zo’n alternatieve titel… Dit had als gevolg dat niemand me anders behandelde vanwege mijn slechte ogen en dat ik nauwelijks moeite hoefde te doen om ‘erbij’ te horen. Ik voelde me in deze groep meer welkom dan ik me in alle andere klassen van mijn eigen opleiding had gevoeld. Ook de docenten waren absoluut niet negatief over mijn deelname, dit omdat de minor, in tegenstelling tot mijn eigen opleiding, niet voor een groot deel visueel is ingericht.

De inspiratiedagen

Zoals je wellicht van een opleiding over spiritualiteit en religies mag verwachten, hebben we een hoop bijzondere dingen geleerd, gezien en gedaan. We hebben lessen over meditatie, haptonomie en dans gehad, hoorcolleges over filosofen, de Islam en atheïsme bijgewoond en zelfs les gehad van een echte sjamaan. We gingen ook een paar keer op excursie, waarvan de Inspiratiedagen me het meest zijn bijgebleven. Voor een paar dagen trokken we ons terug in een klooster in Den Haag. Stel je voor, meer dan zestig studenten en een hond die drie dagen gingen wonen tussen de stille muren van een klooster. We hebben gedurende deze dagen kringgesprekken gevoerd met de broeders, verschillende tempels in de stad bezocht waaronder een Hindoetempel en een moskee, en halverwege de excursie kwam er een moment dat we een paar uur muisstil moesten zijn. We mochten intussen van alles doen, lezen, mediteren, slapen, als iedereen maar stil was. Tijdens deze dagen heb ik de waarde van stilte beter leren begrijpen. Wist je bijvoorbeeld dat verscholen in het winkelcentrum Hoog Catharijne een stiltecentrum ligt? Daar begon onze excursie naar het klooster. We kregen daar ook de opdracht om stil door het winkelcentrum te lopen, zonder een bepaald doel voor ogen. Een bizarre ervaring om daar zonder iets te zeggen rond te dwalen, zonder doel, tussen mensen die zich naar verschillende plekken haastten.

Tijdens de Inspiratiedagen had ik twee ongemakkelijke momenten, en dan tel ik mijn hysterische lachbui tijdens een yogales niet eens mee. Mijn geleidehond die de bierbrouwerij van het klooster binnen kwam huppelen terwijl we daar een rondleiding hadden, wat de aanwezige broeder niet echt kon waarderen, of toen ze ging blaffen tijdens het stiltemoment. En dan ons bezoek aan de moskee, waar de hond helemaal niet naar binnen mocht. Waar ze in de Hindoetempel ten minste nog in het voorportaal mocht blijven, mocht dat in de moskee absoluut niet en moest mijn hulpdier alleen in de regen achterblijven. Twee docenten zijn toen nog zo lief geweest om om de beurt een flink stuk met haar door de stad te gaan wandelen zodat ze geen moment alleen was. Als ze dat niet hadden kunnen doen was ik misschien wel buiten gebleven, samen met mijn hondje wachtend in de regen. Maar afgezien daarvan waren de Inspiratiedagen een mooie, onvergetelijke ervaring.

Practicum

Behalve dat ik één dag in de week naar school ging, ging ik ook één dag in de week naar mijn practicum. Dit practicum kun je het best omschrijven als een onbeoordeelde stage waarbij je in een bedrijf dat niet tot de commerciële sector behoorde, je wereldbeeld ging verruimen. Ik liep practicum bij een werkplaats vlak bij huis waar mensen met een beperking dagbestedingsactiviteiten ondernamen. Ik heb erg interessante gesprekken met de deelnemers mogen voeren.

Ik vond het jammer toen de minor in juni tot een einde kwam, al was ik blij dat ik alle vakken in één keer had gehaald en dertig studiepunten bij mijn opleiding mocht optellen. Ik heb er zeker geen spijt van dat ik deze minor gekozen heb en ben de docenten en mijn medestudenten dankbaar voor het feit dat ze zo open voor me stonden en met me mee dachten als ik ergens tegenaan liep.

Lees verder >> Studeren met een visuele beperking #4 – het werkveld in

Radio, GIF van audiogolven

Een nieuw geluid: van luisteraar tot radiomaker

Geschatte leestijd: 7 minuten

Al van jongs af aan ben ik geboeid door het medium radio. Je zou zeggen: zeker door het feit dat alles wat je zegt door iedereen die luistert wordt gehoord. Ja, dat speelt ook zeker mee, maar wat me vooral boeit is het feit dat je ik weet niet hoe veel mensen die luisteren kunt voorzien van muziek, nieuws en informatie. Informatie die jij belangrijk vindt om te delen.

Sinds ik een jaar of acht, negen was, luisterde ik altijd naar 3FM. Dj’s als Giel Beelen, Gerard Ekdom, Michiel Veenstra en Rob Stenders vond en vind ik geweldig! Giel wist hoe je een ochtendshow moest neerzetten waar je de volgende dag nog aan liep te denken. Gerard Ekdom en Rob Stenders zijn dj’s die bepaalde nummers zo op hemelden, dat ik die nummers ook zo snel mogelijk wilde hebben. Michiel Veenstra wist met Gerard Ekdom altijd een feest te maken van de vrijdagavond in Ekstra Weekend. En niet te vergeten: Serious Request: gewoon zes dagen niet eten en intussen geld inzamelen voor het goede doel met in die zes dagen prachtige, maar ook hilarische radio.

Zelf radio maken

In tegenstelling tot wat veel beginnende radiomakers doen heb ik geen eigen zendertje gehad. Ik heb geen programma’s gemaakt die niet verder kwamen dan de buren of dan het einde van de straat. Het avontuur begon voor mij in 2014. Ik zat toen op het speciaal onderwijs in Zeist. Er werd toen een mail rond gestuurd dat in het kader van het vak Kunst en Cultuur een aantal radioworkshops gegeven zouden worden door Peter Kroon van Radio 509. Radio 509 kende ik wel, want daar luisterde ik toen af en toe naar. Ook de naam Peter Kroon kende ik.

Tijdens de workshops dacht ik in eerste instantie: Ach, makkelijk zat! Ik heb zo veel radio geluisterd, dus ik lul me hier wel doorheen, maar daar ben ik mooi van terug gekomen. Radio maken is toch echt iets anders dan luisteren en je moet er gevoel voor hebben.

De workshops bestonden uit een deel uitleg over het medium radio en ook uit praktijkoefeningen achter de mobiele studio. Persoonlijk vond ik dat het aller leukste. Achter de studio staan met een koptelefoon op en ook zelf platen instarten, prachtig!

Naar Hilversum

Na een aantal maanden stopten de radioworkshops helaas, maar ik wilde meer! Ik had het gevoel dat ik meer uit mezelf kon halen op radiogebied. Dus vroeg ik Peter of ik een keer naar de studio van Radio 509 in Hilversum mocht komen. Dat mocht. Het was een geweldige dag! De mengtafel daar was nog groter en mooier dan die van de mobiele studio en er waren nog veel meer mogelijkheden.

Eigen programma

Na die ene dag in Hilversum was het me duidelijk. Ik wilde hier beslist mee verder! Ik ben me toen als een gek gaan storten op audiobewerking (nogal handig als je met radio verder wil). Vanuit huis probeerde ik een eigen uur radio in elkaar te zetten. Toevallig kwam ik die uren pas weer tegen in mijn archief. Altijd weer geweldig als ik dat gekloot van toen weer terug hoor! In de tussentijd (2015-2017) deed ik af en toe nog wel eens iets voor Radio 509. Ik heb in die periode een keer live verslag gedaan van The Blind Run en heb een uurtje mee gedraaid op de ZieZo-beurs.

Begin 2017 zag ik dat Radio 509 verslag zou gaan doen van het Outdoor Showdowntoernooi in Apeldoorn. Toen heb ik een mail die kant op gestuurd met de vraag of ze nog mensen nodig hadden om verslag te gaan doen. Peter mailde toen terug: Ik zit eigenlijk meer te denken aan Lieftinck is los, elke vrijdagavond van 20 tot 22 uur! De eerste Lieftinck is los was op vrijdag 24 februari 2017. Ik was van te voren enorm nerveus en hoopte dat het programma een beetje aan zou slaan. Maar als je wil dat iets een succes wordt, moet je er zelf iets voor doen. Je moet zelf proberen om origineel te zijn en geen kopie te worden van een radioheld van vroeger. Toe gegeven, in het begin praatte ik net zo snel als de dj’s bij 538. Dat is even leuk, maar na verloop van tijd zit je gewoon je kunstje te doen.

Drie jaar later

Eind mei 2020 had ik het gevoel dat de rek een beetje uit Lieftinck is los was. Ik had in die drie jaar ook redelijk wat gedaan. Zo had ik platen uitgezonden die je zelfs in de slechtste programma’s niet meer hoorde en was ik begonnen met het uitzenden van erotische verhalen. Waarom? Gewoon omdat de mogelijkheid er was! Intussen had ik ook 2 uur op zondag gekregen waarin ik wat serieuzer was. Net toen ik eens rustig wilde gaan bedenken of er wellicht een mogelijkheid was om andere uren binnen 509 te gaan vullen, belde Peter me op. Ik vertelde waar ik aan zat te denken en dat ik vond dat de rek een beetje uit het programma aan het gaan was. Peter heeft me toen een prachtige kans gegeven, waar ik hem nog steeds dankbaar voor ben. Het kwam er op neer dat hij me een dagelijks programma wilde geven, zes dagen per week een uurtje van 18 tot 19 uur. Deze mogelijkheid heb ik met beide handen aangegrepen. Op 26 juni maakte ik live vanuit Hilversum de laatste Lieftinck is los. Een geweldige uitzending die ik altijd zal bewaren!

No Limits Network

Je zou misschien verwachten dat ik in al die jaren keurig netjes bij 509 ben gebleven. Ja, dat is ook zo, maar ik heb daarnaast nog wat uitstapjes gemaakt. Eind 2015 werd bij de KRO-NCRV een platform opgericht voor jongeren die wel een beperking hebben, maar zich absoluut niet beperkt voelen. Onder de naam No Limits Network zouden de jongeren zowel radio als video’s voor het Youtube-kanaal gaan maken. En dat alles onder begeleiding van Ruud de Wild. Ik zat nog niet bij de eerste lichting, maar in januari 2016 zag ik een bericht langs komen dat No Limits Network op zoek was naar nieuwe “reporters”. Ik heb toen direct een mail die kant op gestuurd, want radio maken onder begeleiding van Ruud de Wild leek me super vet! Naar aanleiding van mijn mail werd ik uitgenodigd voor The almost blind auditions op zaterdag 23 januari in Hilversum. Ze werden gehouden in het zelfde pand waar tot eind 2019 de uitzendingen van NPO Radio 2 en 5 vandaan kwamen. Ik was redelijk zenuwachtig. Auditie doen voor onder meer Ruud de Wild, als dat maar goed ging! Het ging uiteindelijk ook goed. Ik heb voor de jury allemaal typetjes en de meest maffe voice-overs opgezet, maar blijkbaar was het goed. Na een paar weken later nog een gesprek gevoerd te hebben was het zeker, ik was 1 van de nieuwe reporters. In eerste instantie was het alleen maar mee presenteren, maar al snel mocht ik samen met een collega-reporter een eigen uurtje gaan vullen dat we ook helemaal naar eigen inzicht mochten indelen. Dit heeft tot eind juli 2016 gelopen. Toen werd de radiotak helaas afgestoten. Ik heb toen nog een paar video’s gemaakt. Ook dat was leuk. Zo was een keer de opdracht om winkels in te lopen en daar te vragen naar producten die daar helemaal niet te koop waren.

Muzikale vrijheid

Ik krijg regelmatig de vraag of ik mijn muziek zelf mag uitkiezen. Het antwoord op die vraag is: ja zeker! Toen ik net bij 509 kwam, heb ik wel eventjes met een playlist gewerkt. Dat is ook logisch, want als een station een bepaald format heeft moet je dat eerst in je vingers krijgen. Maar al na een paar maanden ben ik mijn shows zelf gaan samen stellen. Ook bij No Limits Network heb ik altijd honderd procent muzikale vrijheid gehad. En die vrijheid geef ik ook niet zomaar op.

Inspreekwerk

Regelmatig hoorde ik van mensen dat ik zo’n goede stem heb. Een tijdje geleden ben ik toch maar eens gaan kijken of inspreekwerk iets voor mij is. Uiteindelijk ben ik met een aantal mensen in contact gekomen die me hier mee verder konden helpen. Dit heeft tot nu toe al hele leuke inspreekklussen opgeleverd. Mijn stem is inzetbaar voor jingles en commercials. Daarnaast ben ik een verzamelaar van radiojingles en tunes.

Tot slot wil ik graag nog wat tips mee geven. Als je pas radio maakt, let er dan heel goed op dat je niet een kopie wordt van je radioheld van vroeger! Hoe erg je ook op Jeroen van Inkel of Edwin Evers wil lijken, je bent Jeroen van Inkel of Edwin Evers niet. Je bent jezelf en blijf dat ook vooral. Probeer zo natuurlijk mogelijk te praten op zender. Ga niet ineens heel snel praten, maar blijf rustig. Op die manier hou je ook je luisteraars vast. Hoe leuk radiojingles van vroeger ook kunnen zijn, ga deze niet gebruiken voor eigen items. Probeer creatief te denken en gebruik je fantasie.

Dit artikel werd geschreven door Bram Lieftinck

GIF groepsdynamiek

Studeren met een visuele beperking #2 – groepsdynamiek

Geschatte leestijd: 3 minuten

Nu mijn studie bijna ten einde loopt, vind ik het tijd worden om mijn ervaringen als studente Media, Informatie en Communicatie met een visuele beperking met jullie te delen. In het eerste deel van deze blogserie beschreef ik hoe ik de overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het reguliere hoger beroepsonderwijs ervoer. Nu wordt het tijd voor mijn minst favoriete onderwerp, dat zeg ik jullie eerlijk, het erbij horen: de groepsdynamiek.

Als je een functiebeperking hebt, heb je altijd een achterstand op je medestudenten. Het maakt niet uit hoe hard je je best doet om erbij te horen: je zult net iets trager, net iets minder mentaal aanwezig zijn doordat prikkels van je omgeving anders binnenkomen. Dit is iets waar je niets aan kunt veranderen, maar als je het accepteert valt er prima mee te leven. Ik zie mezelf bijvoorbeeld als een heel sociaal, kletserig persoon, maar wanneer ik tussen vreemde mensen ben die niet zijn zoals ik, die geen beperking hebben die hen remt in hun doen en laten, ben ik stil en afwezig. Hoe dat komt? Ik denk dat het per beperking verschilt. In het geval van de visuele beperking zou ik zeggen dat het komt omdat ik de non-verbale communicatie in de groep niet of nauwelijks mee krijg. De gebaartjes, het oogcontact en misschien zelfs stiekeme kleine briefjes die mijn medestudenten uitwisselen, gaan vrijwel volledig langs me heen. Dat er zo veel non-verbale communicatie is, is logisch: ik heb eens ergens gehoord of gelezen dat tachtig procent van onze communicatie non-verbaal is. Ik zelf merk ook dat ik bepaalde gezichten trek om dingen duidelijk te maken aan anderen, dat ik wijs, knik of met mijn hoofd schud. Dit doe ik automatisch niet bij blinde medemensen, maar dit is niet iets wat ik zou vragen van mijn medestudenten. Ik ben het gewend te communiceren met blinde en zeer slechtziende mensen en weet hoe ik mijn reacties zo verbaal mogelijk moet uitdrukken, maar voor al mijn klasgenoten was ik de eerste slechtziende met wie ze samenwerkten, misschien zelfs de eerste slechtziende die ze ooit ontmoet hebben. En daarom verwijt ik hen niets. Ik lag vaak net een streepje op hen achter, bevond me aan de rand van de groep in plaats van er middenin, maar ik maakte er tenminste wel deel van uit.

Wederzijdse communicatie

Dit ligt uiteraard niet alleen aan de non-verbale communicatie van mijn medestudenten. Ik zelf moet ook open blijven over wat ik wel en niet kan, goed communiceren over de tekortkomingen die mijn slechte zicht me oplegt en niet dichtklappen. Daar heb ik soms last van en dat is op z’n zachtst gezegd niet echt handig. Dat dichtklappen gebeurde ook wanneer we groepjes moesten vormen voor een studieproject. Met vlugge blikken en kleine gebaartjes deelden de studenten om me heen zichzelf en elkaar in. Ik zat er een beetje verloren tussen. Moest ik nu door de klas gaan roepen: “wie wil er met mij?” Die zin is op zichzelf al niet echt fraai, en daarbij, ik was er niet goed in om mezelf op te dringen. Ik klapte dicht en als gevolg daarvan restte me niets anders dan te wachten op het beschamende moment dat de docent zag dat ik nog geen groepje had, en me liet aanhaken bij een groepje dat er, voor mijn gevoel althans, niet op zat te wachten.

De voordelen

Laat ik dit stuk afsluiten met een wat positiever geluid: wat voor mij de voordelen zijn van werken in groepjes. Natuurlijk vindt de opleiding het belangrijk: goed leren samenwerken, elkaar feedback geven enzovoort. Daarnaast heeft het voor mij ook bijkomende extra voordelen. Ik werkte voor een bepaalde periode intensief samen met een paar studenten, die ik als gevolg daarvan beter leerde kennen, ook bij naam. Dit maakte dat ik ze makkelijker benaderde als ik een vraag had of iemand nodig had om met me mee te lopen naar het lokaal. Verder merkte ik aan mezelf dat ik opener en actiever ben in een klein groepje waarbij de opstelling van tevoren bepaald is en vaststaat. In dat opzicht was ik dus blij met projectgroepen.

Video over mijn studie-ervaringen

Vorig jaar werd ik door Space of Stories gevraagd om mijn verhaal en ervaringen als slechtziende studente te delen en samen maakten we onderstaande video, waarin ik niet alleen over mijn studie, maar ook over mijn ambities en dromen vertel.

Lees verder >> Studeren met een visuele beperking #3 – de minor

Studeren met een visuele beperking

Studeren met een visuele beperking #1 – van VSO naar HBO

Geschatte leestijd: 4 minuten

Volgende week is het zover, dan begin ik aan de laatste lootjes van mijn afstudeertraject. Door de coronacrisis en andere omstandigheden die me vertraagden doe ik er drie maanden langer over, maar als het goed is heb ik in november dan eindelijk mijn fel begeerde bachelor behaald. Mensen reageren vaak met de woorden “wat knap” als ze horen dat ik een reguliere hbo-opleiding volg. Wat knap is sowieso een vaak gehoorde term als je als blinde of slechtziende iets onderneemt, maar goed. Het is echt niet onmogelijk om te studeren met een visuele beperking, maar natuurlijk gaat het niet vanzelf. Dingen die mijn studiegenoten met twee vingers in hun neus zouden kunnen doen, waren voor mij soms behoorlijk pittig. In deze blogserie laat ik je veelvoorkomende uitdagingen zien die ik tijdens het studeren tegen ben gekomen, en hoe ik deze ben aangegaan.

Voortgezet speciaal onderwijs (VSO)

Ik bracht mijn tijd op de havo door op een kleine school voor mensen met een visuele beperking in Zeist. Zelf woonde ik in Hengelo, Overijssel, maar deze speciale school was de dichtstbijzijnde. De hoogste klas van de havo had welgeteld twee leerlingen, mezelf meegerekend. Omdat we de kleinste klas van de school waren, werden we samengevoegd met de havo-klas onder ons, waardoor ons groepje uit vijf leerlingen bestond. Deze omvang is vrij normaal voor een klas in het speciaal onderwijs. Al het lesmateriaal was aangepast aan onze beperking. Bijna alle computers hadden speciale hulpsoftware waardoor ook blinde mensen ze konden bedienen. Was je blind, dan was je één van de velen. Slecht zicht was dat wat ons tot één groep maakte, niet iets wat ons onderscheidde van de rest. Het was een plek waar ik me normaal voelde, gelijk aan ieder ander. De school telde bij elkaar zo’n zeventig leerlingen. Iedereen kende elkaar bij naam. Dit zorgde natuurlijk ook voor een hoog roddelgehalte, zowel binnen als buiten de muren van het schoolgebouw, maar goed, dat hield de boel levendig.

En toen…

Onze leraren hadden ons al gewaarschuwd voor het hoger beroepsonderwijs. Immense gebouwen vol lange gangen met voor ons onleesbare aanwijzingen naar het juiste lokaal. Hordes ‘normale’ studenten aan wie je wat je ‘mankeerde’ herhaaldelijk zou moeten uitleggen. Niet-aangepast studiemateriaal waar je dan zelf achteraan moest. Toetsen die aangepast moesten worden. Medelijden en onbegrip van je medestudenten of docenten. Op het VSO was het onderwijs aangepast op iedere leerling en hielden ze, zoals ze zelf zeiden, “je handje vast”. Op het hbo stond je er alleen voor. Dat was het schrikbeeld dat ze schetsten en ik moet zeggen, grotendeels klopt het wel.

Die overstap van zo’n klein, informeel schooltje naar een enorme instelling vol onbekende ‘zienden’ was overweldigend kan ik je vertellen. Ik had me er geestelijk al op ingesteld en liet me, half murw geslagen door de nieuwe indrukken, voor de eerste dagen op het Saxion meevoeren op de stroom. Dit gevoel valt het best te omschrijven met het idee dat iedereen rende, en ik stilstond. Alles ging vijf keer zo snel dan dat ik gewend was. Ik verdwaalde, vroeg vaker hulp dan prettig voelde en verloor beetje bij beetje mijn onafhankelijkheidsdrang. Ik wilde alles zelf doen, maar dat kon gewoon niet. Ik moest wel een beetje op mijn medestudenten leunen maar kreeg hierdoor ook vaak afwijzingen te verwerken. Op een goede dag kreeg ik van mijn slb’er de kans om uit te leggen wat mijn beperking inhield. Dat was erg prettig en we hadden een goed gesprek met z’n allen. Toch was er ook een studente die zei dat ze me graag wilde helpen, maar dat ze er niet voor gekozen had met mij in de klas te zitten en dat ze er niet altijd voor me kon zijn. Die opmerking, of meer hoe ze deze verwoordde, kwam hard binnen. Natuurlijk was het een hele redelijke opmerking, maar het herinnerde me er toch weer sterk aan dat ik een last voor mijn medestudenten vormde.

Maar aan de andere kant…

Toch waren er zeker wel studenten die erg leuk met me omgingen en met wie ik graag optrok. Studenten die me hielpen en bij wie ik me op mijn gemak en zelfs normaal voelde. In mijn tweede jaar kreeg ik het compliment dat het groepje waarmee ik toen nauw samenwerkte voor een project, soms vergat dat ik slechtziend was. Wat die opmerking suggereert? Dat ik dus normaal functioneerde in de groep en niet voor al te veel belemmeringen zorgde.

Vooral het eerste jaar was voor mij dus een achtbaan aan emoties. Veel nieuwe indrukken en dagen van hoofdpijn en nervositeit waren soms het gevolg. Toen ik mijn geleidehond, Siérra, kreeg, ging het vaak al wat beter, al kwam dit ook omdat mensen sneller met me gingen praten nu ik een hond had. De overstap van het speciaal onderwijs naar regulier onderwijs was heftig, maar niet zo heftig als ik had gevreesd. Want ja, ik vreesde het hbo, wilde er jaren geleden nog niet eens aan denken om na de havo verder te studeren uit angst dat ik met name het sociale leven daar niet kon bijbenen. Ik leg de schuld hiervoor toch wel een beetje bij mijn oude school. Ik kwam uit een beschermde omgeving, met de duistere waarschuwing van mijn leraren echoënd in mijn oren, maar verder geen enkele fatsoenlijke voorbereiding op het woelige hbo. Daar mogen ze op het VSO best wel wat meer aan doen wat mij betreft, hoe eerder, hoe liever. Een voorbeeld: laat de leerlingen in het laatste jaar van de vmbo of havo meer zelf regelen. Geef ze plotseling een studieboek met veel te kleine lettertjes, ik noem maar wat geks. 🙂

Lees verder >> Studeren met een visuele beperking #2 – groepsdynamiek