Home » visuele beperking

Tag: visuele beperking

Stemrecht, foto van stembiljet met podloot

Ontstemd: een heel andere verkiezingsstrijd

Geschatte leestijd: 3 minuten

De afgelopen week stond in het teken van de Tweede Kamerverkiezingen. Ook ik heb, na lang wikken en wegen, het stembiljet met mijn voorkeur ingevuld. Dit heb ik echter niet alleen gedaan. Als de woongroep waar ik nu verblijf niet van die flexibele begeleiders had gehad, of als mijn moeder vier jaar geleden niet in de gelegenheid was geweest om met me mee te gaan, was mijn stem beide keren verloren gegaan. Ja, ongelofelijk maar waar, als je een visuele beperking hebt kun je in de meeste gevallen niet zelfstandig stemmen.

Wij hebben toch ook stemrecht?

Iedere wilsbekwame burger boven de achttien heeft het recht om te stemmen. Volgens het VN-verdrag is de overheid verplicht om iedere stemgerechtigde de mogelijkheid te bieden om te stemmen. Maar aangezien we nog steeds op een enorm papieren vel met minuscule lettertjes een klein rond vakje rood moeten kleuren is zelfstandig stemmen er voor veel blinden en slechtzienden niet bij. Dit leidt logischerwijs tot veel onvrede bij blinden en zeer slechtzienden. Dat blijkt al uit dit artikel van RTV Noord over een slechtziende man die uit principe zijn stempas verscheurde. Ik zou dit zelf niet snel doen, aangezien je dan je stemrecht verscheurt, maar ik snap de frustratie en onmacht erachter heel goed. Natuurlijk is het mogelijk om te gaan stemmen met een begeleider, maar zoals in bovengenoemd artikel ook wordt beschreven doet dat je stemgeheim teniet. Daarbij, met iemand in zo’n klein stemhokje gaan staan is in deze tijd natuurlijk niet al te raadzaam.

Oplossingen

Ik sluit dit enigszins sombere artikel graag af met de mogelijke oplossingen die dit probleem zouden kunnen wegnemen. Om te beginnen is er de stemmal, die het makkelijk maakt voor blinde en slechtziende stemgerechtigden om zelfstandig het juiste rondje in te kleuren. Onderstaande video beschrijft hoe deze stemmal werkt.

Wat mij betreft een prima oplossing, al vinden veel gemeenten het “te duur” om zo’n mal aan te schaffen voor het handje vol visueel beperkte inwoners dat ze hebben. Daarom waren er slechts in zo’n vijftig gemeenten deze mallen aanwezig. Wat mij best verbaasde was dat we in Ermelo niet zo’n mal hadden. Ermelo, mocht je het nog niet weten, is een gemeente met behoorlijk veel blinde en slechtziende inwoners. Er zijn best veel woongroepen in dit dorp en vaak kiezen de mensen die deze woongroepen verlaten er voor om te blijven hangen in het dorp waar ze al een leven hebben opgebouwd. Hoe dan ook, dit bracht de gemeente dus niet op het lumineuze idee om ook zo’n mal aan te schaffen. Ik denk dat het een hele waardevolle investering is om zo’n apparaat in gebruik te nemen. Daarbij, omdat het niet al te vaak gebruikt wordt, gaat het heel lang mee.

Zelf ben ik een groot voorstander van het idee om digitaal te stemmen, al is het alleen al vanwege de tonnen papier die het scheelt. Maar buiten dat, een digitale omgeving om je stem uit te brengen is een stuk makkelijker en goedkoper toegankelijk te maken, mits je weet wat je doet. Ik weet dat zoiets snel fout kan gaan, dat zo’n systeem gehackt kan worden en zo, maar er moet toch wel een manier zijn om het allemaal dicht te timmeren? Ik bedoel, als we zulke gevoelige zaken als bankieren, corresponderen met de belastingdienst en aanvragen indienen bij de gemeente al jaren online kunnen regelen, waarom dit dan niet? Gewoon lekker thuis je stem uitbrengen, nog coronaproof ook.

In het kader van optimistisch naar de toekomst kijken en het teleurstellende verleden achter je laten, zou ik graag een oproep aan onze, nog niet gevormde, regering willen doen. Lieve beleidsmakers. Als jullie je plek op de veroverde zetels eenmaal hebben ingenomen, vraag ik jullie aandacht graag voor het hierboven omschreven probleem. In jullie ogen is het misschien een klein probleem, maar een aanzienlijk deel van de bevolking worstelt hiermee. Stel je voor, duizenden en duizenden mensen die zichzelf in aanloop naar de verkiezingen de vraag stellen hoe en of ze wel kunnen stemmen, in plaats van op welke partij. Laat ons alsjeblieft de volgende verkiezingen niet in de kou staan, niet weer. Jullie willen toch zo graag dat iedereen die mag, gaat stemmen? Geef dan ook iedereen die mogelijkheid en breng deze verkiezingsstrijd, die iedere keer weer oplaait, tot een goed einde. Dank je wel!

Omslagfoto van Koning Eenoog

Boekrecensie: Koning Eenoog, door Jakub Cwiek

Geschatte leestijd: 3 minuten

Hoe zou de wereld er uit zien als zicht niet het primaire zintuig was? Als iedereen een visuele beperking had en net zo veel of minder zag dan ik? Ja, die vraag stel ik mezelf vaak, eerder uit nieuwsgierigheid dan door een grimmig verlangen dat het echt zo zou zijn. Ik kan me namelijk niet voorstellen hoe een maatschappij waar visus niet het dominante zintuig is, in elkaar zit. En juist daarom was het voor mij een bijzondere ervaring om Koning Eenoog te lezen, een spannende Storytel-original die het verhaal vertelt van een wereld waarin een pandemie er voor zorgt dat de gehele bevolking blind wordt.

Algemene gegevens van Koning Eenoog

Verschenen: 26 februari 2018
Formaat: luisterboek & E-book
Aantal afleveringen: 10
Genre: dystopie

Het verhaal

Koning Eenoog speelt zich af in Polen. Het duurde even voordat ik daar achter was. De hoofdpersoon is Max, een voormalig rechercheur die een grote voorsprong heeft op de meeste van zijn medemensen, omdat hij al blind was voordat de pandemie begon. Als het lichaam van een jonge man dood wordt aangetroffen op het stadsplein, wordt Max betrokken bij het onderzoek. Al snel rijst bij hem het vermoeden dat de moord is gepleegd door iemand die kan zien, maar dat zou onmogelijk moeten zijn. De overheid ontkent stellig het bestaan van “zienden”, mensen die de dans ontsprongen zijn. Slechts een enkeling realiseert zich dat zich tussen de blinde bevolking mensen verschuilen die hun gezichtsvermogen weten te verbergen. Vanuit de algehele duisternis die een ieder omgeeft gluren kwaadwillende ogen, terwijl moord na moord met behulp van de nieuwe onderzoeksmethoden die noodgedwongen zijn ontwikkeld, wordt onderzocht.

Over de voorlezer

Het boek wordt voorgelezen door Sander de Heer, een bekend acteur en stemacteur, niet te verwarren met de voormalige NPO Radio 2 dj. Sander de Heer werd geboren op 17 september 1958 en je kunt hem kennen van zijn rollen als o.a. Marnix Klein in Onderweg naar Morgen, Robert van Galen in Goudkust en gastrollen in Kees & Co en Flikken Maastricht. Binnen de Nederlandse nasynchronisatie is hij onder andere te horen als de stem van de verteller in Ratatouille, Dwaaloog Dolleman in Harry Potter en de Vuurbeker, Mr. Kraps in SpongeBob SquarePants en Asmodeus in Shadowhunters: The Mortal Instruments. Sander heeft een trage en op het eerste gehoor vrij emotieloze manier van voorlezen waar je even aan moet wennen. Toch, als je hier eenmaal aan gewend bent, weet hij je het verhaal naar mijn mening helemaal in te trekken en zijn stem past goed bij de sfeer van het boek. Naast Koning Eenoog heeft hij nog een behoorlijk aantal andere boeken voor Storytel ingelezen.

Mijn mening over het boek

Het is best gaaf om als slechtziende te lezen over een wereld waarin het gezichtsvermogen geen enkele rol meer speelt. En de technologieën die leven in zo’n wereld mogelijk maken, nou, ik wenste dat die echt bestonden. Met behulp van zogeheten bouncers, die obstakels en andere mensen met piep- en trilsignalen aangeven, en een vlekkeloos werkende GPS op je telefoon die daarmee samenwerkt, weten mensen zich zelfstandig en zonder al te veel ongelukken van A naar B te bewegen. Alles is aangepast en iedereen maakt veelvuldig gebruik van de overgebleven zintuigen. Hoe de auteur zo trefzeker een wereld als deze in elkaar heeft weten te flansen, is mij een raadsel, maar ik heb er immens van genoten.

Verder is het verhaal best wel duister en soms ook eng. Je moet er dus wel tegen kunnen dat niet alles even goed afloopt en dat het verhaal een vrij open einde heeft. Als lezer blijf je met vragen achter die je zelf moet beantwoorden. Niet dat alles onopgelost blijft, nee, dat niet. Al zou je misschien bijna wensen dat dat wel zo was…

Foto van robotstofzuiger

Opgeruimd staat netjes, blind of niet

Geschatte leestijd: 4 minuten

“Een opgeruimd huis is een opgeruimde geest.”
Met deze uitspraak ben ik het helemaal eens. Goed, er zijn genoeg mensen die zich fijn voelen in een gestructureerde chaos, maar dat geld niet voor mij. Ik ben het type mens dat na het eten meteen alle vuile vaat in de gootsteen zet en helemaal vrolijk word van een schoon en opgeruimd huis.

Van chaos naar structuur

Mijn ouders leerden me al van jongs af aan dat het erg belangrijk is om een schoon en net huis te hebben, juist als je een visuele beperking hebt. Niet alleen omdat je alles dan makkelijker terug kunt vinden, maar ook zodat je minder werk hebt om alles bij te houden. Ik was daar als kind niet erg van onder de indruk en mijn kamer was dan ook vaak een ware ontploffing. Toen ik ouder werd kwam ik er wel steeds meer achter dat ik beter mijn rust kon vinden als alles in mijn kamer een vaste plek had en hetgeen ik op dat moment niet nodig had gewoon netjes opgeborgen was, en niet ergens onder een kast of onder mijn bureau lag. Mijn moeder leerde me hoe ik zonder zicht toch zo goed mogelijk kon stofzuigen en afstoffen. Bij beiden is het het handigst om echt een beginpunt te hebben en daar systematisch steeds verder vandaan te werken, zodat je zo min mogelijk stukken overslaat. Zo deed ik stukje bij beetje steeds meer zelf.
Nu ik zelfstandiger woon ben ik heel blij dat ik de boel zelf schoon kan houden. Dat is ook niet zo moeilijk, omdat ik heel klein behuisd ben. Maar als ik over een tijdje groter ga wonen is het wel handig als ik huishoudelijke hulp krijg, want ik zie nog wel eens het één en ander over het hoofd en ik wil niet het risico lopen dat als ik van huis ben, de muizen letterlijk op de tafel dansen.

Robotstofzuiger

Stofzuigen zonder zicht is zeker niet onmogelijk, echter is de kans wel groot dat je na verloop van tijd in de war raakt. Want was je nou al wel of niet in dat hoekje geweest, en ligt er echt geen viezigheid meer onder de tafel? Voor dit soort issues is wat mij betreft een robotstofzuiger echt de oplossing. Deze heb je in diverse soorten en maten en dus ook in verschillende prijsklassen. Zelf heb ik de iRobot Roomba 605, één van de simpelste stofzuigers van dit merk. Deze is dus niet te bedienen via een app, of aan te sturen met bijvoorbeeld de Google assistent of Alexa.
Ik merk zeker verschil tussen mijn stofzuigkunsten en die van de robotstofzuiger. Waar ik voorheen nog wel eens vuil op de vloer tegenkwam, is dat nu gewoon verdwenen. De gewone stofzuiger pak ik er enkel nog bij om de plekken schoon te krijgen waar de robotstofzuiger niet bij kan komen.

Helaas zijn er ook wat nadelen te noemen bij een robotstofzuiger. Zo moet je telkens je eetkamerstoelen weghalen als je wilt dat de stofzuiger ook onder de tafel komt en is het raadzaam om stekkers en snoeren die op de grond liggen zo goed mogelijk weg te werken, om te zorgen dat de stofzuiger er niet mee aan de haal gaat. Je kunt hiervoor trouwens ook een zogeheten virtuele muur gebruiken. Dat is een apparaatje dat je voor de plek zet waar de stofzuiger niet mag komen. Doormiddel van verschillende standen kun je het bereik van de virtuele muur groter of kleiner maken. Handig toch?

Het onderhoud aan de stofzuiger zelf is volgens mij ook iets meer werk dan een normale stofzuiger. Aan de onderkant zitten bijvoorbeeld een aantal borstels die de vloer schoon moeten maken. Veel van het vuil komt netjes in het daarvoor bestemde bakje terecht, maar soms blijft er nog wel eens iets achter in de borstels. Daarom is het wel handig om deze ook zelf regelmatig een schoonmaakbeurt te geven, helemaal als je huisdieren hebt.

Geen dagelijkse bezigheid

Goed, genoeg gezwetst over die robotstofzuiger, anders lijkt dit artikel zo langzamerhand meer op een review voor een elektronica site dan op een EyeOpener.
Je denkt nu misschien dat ik elke dag loop te poetsen en dat alles in m’n huisje blinkt en glimt als een spiegel. Dat laatste zou natuurlijk ideaal zijn, maar ook ik ben gewoon een mens en heb inmiddels geleerd dat één dag in de week schoonmaken echt voldoende is om het netjes te houden, zeker als je zo klein woont als ik. Zo wordt het niet te dwangmatig en blijft het toch netjes, mocht er onverwacht visite komen. En eerlijk is eerlijk, stiekem hoop ik dat ik in de verre toekomst ooit nog eens de trotse eigenaar word van een huishoudrobot. Je weet wel, zo’n robot uit sciencefiction verhalen die je hele huis schoonmaakt, zodat wij nog meer tijd overhouden voor andere dingen

wintersport, GIF van schaatser

Op glad ijs: wintersporten met weinig zicht

Geschatte leestijd: 5 minuten

Zie je het al voor je? Een schaatser die zich aan het tuig van zijn geleidehond over het ijs voortbeweegt, of een skiër die met behulp van een taststok de zwarte piste afdaalt? Nee? Goed, dat ligt niet aan jouw vermogen tot inbeelden, de traditionele hulpmiddelen voor visueel beperkten schieten zeer zeker tekort op een gladde, bevroren ondergrond. Dat wil echter niet zeggen dat blinden en slechtzienden niet aan wintersport kunnen doen. In mijn jeugd heb ik zeer regelmatig mogen skiën en schaatsen. Dankzij verschillende stichtingen en mijn eigen school mocht ik meerdere malen proeven van de wintersport en nog steeds ga ik niet snel zo’n ijskoud avontuur uit de weg.

Schaatslessen op kunstijs

Al op jonge leeftijd begon ik met schaatsen. Er werden voor kinderen met een visuele beperking speciale dagen georganiseerd door een stichting, ik weet helaas niet meer welke, waarbij we op ons eigen tempo kennis konden maken met de sport. We kregen dan vaak één op één les van een instructeur, die al zijn tijd, aandacht en geduld aan zijn of haar leerling wijdde. Eerst leerde ik schaatsen aan zo’n rekje dat je voor je uit duwt om niet onderuit te gaan, maar al snel ging ik zonder hulpmiddel over het ijs.

Ook op latere leeftijd, toen ik al op het voortgezet onderwijs zat, werden er speciale schaatsdagen georganiseerd door mijn school. Omdat ik al enige ervaring had ging ik na korte tijd mijn eigen rondjes op de ijsbaan schaatsen. Het voordeel van schaatsen op zo’n baan is dat je niet kunt verdwalen: je kunt maar één kant op en de baan loopt rond, dus je kunt nooit een verkeerde afslag nemen. Het enige waarvoor ik moest oppassen, waren mijn mede-schaatsers die niet mee waren vanuit mijn school. Zij konden in tegenstelling tot mij prima zien, maar zagen niet aan mij dat dit voor mij niet gold. Dat was de reden dat we knalgele hesjes moesten dragen waarop duidelijk stond aangegeven dat we het slecht zagen.

Vorig jaar was er rond deze tijd een kleine ijsbaan vlak bij mijn huidige woonplek. Ik heb toen ook een paar keer geschaatst zonder instructeur, gewoon met vrienden. Inmiddels had ik letterlijk de slag te pakken. Schaatsen verleer je niet zo snel meer, zeker niet als je in je jonge jaren intensief één op één instructie hebt gehad. Of ik bang ben om te vallen? Ach, natuurlijk ga ik wel eens onderuit, maar dit ligt lang niet altijd aan mijn slechte visus. En zo lang de schaatsers om je heen een beetje rekening met je houden komt het meestal wel goed is mijn ervaring.

Schaatsen op natuurijs

Tja, dit is weer een hele andere tak van de wintersport. Als mijn ouders met mijn zussen op het meer vlak bij ons huis gingen schaatsen, deed ik altijd dapper mee en ik hield ze nog bij ook. Toch voelt schaatsen op natuurijs, hoe gaaf het ook is om te doen, een beetje onveilig voor me. Je kunt makkelijker verdwalen als je op open water schaatst, al hielden mijn ouders me natuurlijk goed in de gaten. Daarbij heeft natuurijs genoeg oneffenheden die ik makkelijk over het hoofd kan zien, zeker als er sneeuw op het ijs ligt. Ondanks dat, ga ik graag mee om te schaatsen. Simpelweg omdat ik het heel erg leuk vind. Ik voel me super vrij en wendbaar op mijn schaatsen, zelfs al hebben mijn knieën vaak genoeg een harde ontmoeting met het bevroren wateroppervlak.

Skikamp in Oostenrijk: next-level wintersport

Skiën is voor mij een soortgelijk verhaal. Ik begon als jonkie met speciale één op één skilessen in Snow World, Zoetermeer. Ook dit skiën vond ik heel erg leuk, alleen dat vallen… Natuurlijk, omdat je je over sneeuw voortbeweegt val je zachter, maar het overeind komen duurt door die lange latten een eeuwigheid. Ook het naar boven gaan, we begonnen natuurlijk wel met een kleine heuvel, vergde tijd. Daar tegenover stond dat het van de heuvel af glijden met een behoorlijke vaart, terwijl de ijzige wind door mijn haren woei, een heerlijke beloning voor mijn zwoegen was.

In 2015 ging ik met de bovenbouw van mijn school een week op skikamp. We verbleven in een hostel hoog in de bergen van Oostenrijk. Vaarwel miniheuvels en kunstsneeuw, nu gingen we voor het echie. We begonnen met skiën vanaf het bospad, een vrij makkelijke en niet al te lange route. Daarvoor moesten we wel met de skilift naar boven. Een heuse skilift, waar je heel snel tegenaan moest leunen voordat hij aan je neus voorbij ging. De lift duwde je dan naar boven, dus je moest opletten dat de latten van je ski’s niet over elkaar heen gingen. Voor de mensen die het echt eng vonden werd de lift af en toe stil gezet

Ook het skiën ging hier één op één, er waren genoeg begeleiders mee. Voor degenen die het echt slecht zagen, zoals ik, werd een hulpmiddel gebruikt dat een pilot werd genoemd. Ik hield een soort beugel vast die voor mijn buik werd gehouden. Achter me skiede iemand met goed zicht, die de twee uiteinden van deze beugel vasthield en indien nodig daarmee de richting kon aangeven. Later voelde ik me zeker genoeg om zonder pilot te skiën en aan het eind van de week ging ik de blauwe piste af. Deze vond ik al best eng met van die scherpe bochten. Hier ben ik het vaakst onderuit gegaan en ik vergeet nooit meer dat moment dat de ski’s van mijzelf en mijn begeleider in elkaar gehaakt zaten en we beide niet konden opstaan. We hebben toen flink gelachen en gevloekt.

Wat een heerlijke week was dat. We hebben niet alleen op de ski’s gestaan, we gingen ook wandelen en langlaufen. ’s Middags wachtte dan vaak een heerlijke, hete soep op ons in het hostel. Nee, met de juiste begeleiding en aanpassingen zijn deze wintersporten erg leuk voor mensen met een visuele beperking. En tijdens deze week heeft niemand een ledemaat gebroken, dat kun je bij veel skivakanties met grote groepen zienden niet zeggen, toch?

Foto van iemand met gesloten ogen

Een onzichtbare blinddoek: als ze niet zien dat jij het niet ziet

Geschatte leestijd: 3 minuten

Het was een zonnige dag en ik was op dat moment bij een goede vriendin. We besloten om een wandeling te gaan maken. Als je het huis uit loopt, vind je daar even later een soort drempel naar beneden. Deze ligt daar al zolang het huis er staat, maar ik had hem nog niet geregistreerd ondanks dat ik daar al meerdere malen langs ben gelopen. Oeps, ik verstapte me. Je hoorde echt een typisch ik val net niet-geluid. We schoten beiden in de lach. Dat had ik makkelijk gezien kunnen hebben, toch? Of is dat toch niet helemaal waar? In dit artikel neem ik jullie mee in mijn belevingswereld. De wereld waarin je zowel onderschat als overschat wordt wat betreft je visuele beperking.

Op het eerste gezicht…

“Ben jij slechtziend dan?” Is de vraag die me vaak gesteld wordt. Het is helemaal niet raar dat mensen die vraag stellen, ondanks dat het me soms mijn neus uitkomt. Ik snap het wel. Als je me van een afstandje bekijkt zal je het ook niet merken. Tot dat je dichterbij komt. Het is me inmiddels goed gelukt om het te kunnen verbergen, maar dit gaat niet meer zodra iemand me in de ogen aankijkt. Dit komt door m’n nystagmus. Dit is er in verschillende varianten, dus wat ik hier schets geldt niet voor iedereen. M’n ogen vergelijk ik af een toe met een flipperkast: mijn ogen zijn soms als het balletje dat alle kanten op vliegt, maar voornamelijk de snelheid waarmee dat gebeurt. Dat is voor mij nystagmus. Ik zie het zelf gebeuren en anderen vragen vaak waarom m’n ogen zo trillen. Ook ben ik met aangeboren staar geboren. Dit houdt in dat ik niks zag toen ik geboren werd. De staar is operatief verwijdert en ik ben weer twee vertelenzen armer. Dit maakt samen mijn slechte zicht.

Overschat of juist onderschat

Of het goed is om je visuele beperking te verbergen, daar valt natuurlijk over te twisten. Dit maakt in mijn situatie ook dat mensen me vaak overschatten. Het heeft ook zijn voordelen. Ik zet me voor 200% in om te kunnen functioneren als iemand met goede ogen. Uit eindelijk heb ik daar de consequenties wel van moeten ondervinden, maar het heeft me wel een aantal mooie ervaringen opgeleverd. Een ander deel dat me overschat zijn de mensen die minder zien dan ik. Voor hen heb ik ‘goede’ ogen. Laten we vooropstellen dat ik zeer tevreden ben dat ik heb wat ik heb, maar dat maakt het des te lastiger om aan te geven dat je iets niet ziet of simpelweg niet kan. Het is niet voor te stellen hoe het is om mijn zicht te hebben en vice versa. Zie daar maar eens een balans in te vinden. De balans tussen zelfacceptatie, aangeven wat je nodig hebt en wat je wel of niet kan doen.

Dit brengt me weer bij de andere kant van de medaille. De mensen die je onderschatten. “Dit kun je beter niet doen, want dat zie je niet”, is een zin die ze wat bij betreft helemaal mogen verwijderen uit het woordenboek. Het mag niet meer mogelijk zijn om die zin te maken. Laat niemand je vertellen wat je wel of niet kunt, maar blijf wel realistisch. We weten allemaal dat ik geen piloot zal worden. Ik loop persoonlijk liever tegen een gigantische muur aan, want dan heb ik het tenminste geprobeerd. Ook hier is weer sprake van een balans. Al moet ik zeggen dat het voor de omgeving misschien ook moeilijk is om die te vinden.

Een goed getraind geheugen

And last but not least. Ik ervaar nog wel één groot voordeel. Tijdens mijn behandeling binnen de GGZ, waar ik al eerder dit artikel over geschreven heb, werken ze heel veel met teksten op papier. Tijdens een sessie wordt er vaak geschreven op een groot vel papier, net zoiets als een schoolbord. Ik kan daar helemaal niets van lezen. Zelfs niet als ik dichterbij ga zitten, want het is immers erg onbeleefd om met je hoofd voor je groepsgenoten te zitten. Waar zij ‘even moeten kijken of het al genoemd was’ onthoud ik wat er al genoemd is. Dat is een grote voorsprong en daarmee neem ik genoegen met mijn onzichtbare blinddo

Foto van laptop met schermlezer

De schermlezer als onze digitale gids

Geschatte leestijd: 4 minuten

Of je nu een trouwe lezer van ons blog bent of zo nu en dan een EyeOpener meepikt, als je ons volgt weet je dat blinden en slechtzienden over het algemeen prima met computers en het internet uit de voeten kunnen. Dat is een geruststellende gedachte, want vandaag de dag zijn er nog steeds veel te veel mensen die onterecht geloven dat visueel beperkten volledig afgesneden van het internet leven. Onvoorstelbaar, niet? Ik bedoel, de technologie staat voor niets en wij zijn veelal vindingrijke, oplossingsgerichte denkers. Ook zijn er mensen die wel weten of vermoeden dat wij onze weg online kunnen vinden, maar gewoon niet begrijpen hoe we dat doen. Dat is niet erg, zolang je er niet klakkeloos vanuit gaat dat wij allemaal een stel digibeten zijn leg ik met plezier uit, aan de hand van een situatie die momenteel in mijn leven speelt, hoe blinden en zeer slechtzienden de computer bedienen. Dit doen we met de schermlezer: een stukje super handige software die er voor zorgt dat ik het artikel kan publiceren dat jij nu leest.

Drie manieren van kijken

Globaal gezien kan een schermlezer drie verschillende functies hebben: spraak, braille en vergroting. De spraakfunctie zorgt ervoor dat de tekst op het scherm door een door de computer aangestuurde stem wordt voorgelezen. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de woorden die je typt. De vergrootfunctie vergroot vanzelfsprekend de inhoud op het scherm, maar het is net iets gecompliceerder dan alleen dat. De meeste schermlezers die vergroting ondersteunen bieden de mogelijkheid om alleen bepaalde delen van het scherm te vergroten, de kleuren om te keren of het contrast te verhogen. En uiteraard kun je zelf bepalen hoe zeer je dingen uitvergroot. Als laatste is er nog de braillefunctie. Deze werkt door middel van een brailleleesregel, een klein, smal apparaat dat men voor het toetsenbord plaatst. Het programma vertaalt de woorden die op het scherm te zien zijn naar braille en geeft ze weer op deze brailleleesregel. Natuurlijk past de hele inhoud van een scherm niet altijd op een brailleleesregel en is het onhandig als de spraakfunctie alles voorleest. Daarom werkt een schermlezer met een systeem waarbij steeds een klein deel van de inhoud via braille en spraak aan de gebruiker getoond wordt.

Welke van bovengenoemde functies iemand gebruikt hangt af van diens visus en behoeften. Iemand die volledig blind is heeft bijvoorbeeld geen baad bij vergroting en gebruikt spraak, braille of een combinatie van beide. Ik ben zeer slechtziend en gebruik daarom het liefst alle drie de functies.

Verschillende schermlezers

Zoals het hoort bij een gezonde markt zijn er verschillende schermlezers te verkrijgen, die worden verstrekt door verschillende leveranciers. Een schermlezer is een hulpmiddel en wordt dus in de meeste gevallen vergoed door de zorgverzekeraar of het UWV. En dat is dus precies waar ik momenteel tegenaan loop: welke schermlezer past het best bij mij? Ik dacht de ideale schermlezer gevonden te hebben in Zoomtext Fusion, die spraak, braille en vergroting ondersteunt. Helaas is deze schermlezer een aanslag op de snelheid van mijn pc en zo ook op mijn bloeddruk. Omdat ik alle drie de functies van een schermlezer gebruik, is het programma behoorlijk zwaar en vraagt het veel van het werkgeheugen van mijn laptop. Gelukkig kreeg ik via de leverancier Babbage de mogelijkheid om een demo van de door hen ontwikkelde schermlezer Ultimate Screen Access, kortweg USA, uit te proberen. Dit programma is veel lichter en vertraagt mijn computer nauwelijks. Ik werk er nu al ruim een maand mee en ben zeer tevreden!

Opgelost, zou je denken, maar zo simpel ligt het niet. Zoals ik eerder al schreef worden de schermlezers meestal vergoed, omdat ze vaak aan de prijzige kant zijn. Maar hier zijn wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Het is krap drie jaar gleden dat ik Zoomtext Fusion bij mijn zorgverzekeraar aanvroeg omdat ik gek werd van de schermlezer die ik toentertijd gebruikte. Ik had gehoopt dat Fusion met minder problemen zou werken en mijn computer niet zo ernstig zou vertragen als de andere schermlezer deed. Dit was echter niet het geval. Helaas moet er minstens drie jaar tussen de aanvragen voor gelijksoortige hulpmiddelen zitten, wat natuurlijk ook weer logisch is, omdat je anders kunt blijven wisselen wanneer het jou uitkomt. Het zal er dus om spannen of ik USA vergoed krijg. Maar goed, tot die tijd red ik me met de demo, eventueel Zoomtext Fusion en… had ik al verteld dat de meeste smartphones een ingebouwde schermlezer hebben die super werkt? Je ziet, we redden ons prima online. Als we niet kunnen zien wat er in onze digitale omgeving gebeurt, dan horen of voelen we dat snel genoeg.

Foto van Miranda met de tekst 'Mijn wazige wereld'

Hoe vloggen mijn wazige wereld voor anderen zichtbaar maakt

Geschatte leestijd: 5 minuten

Hallo mooi mens,
Welkom in mijn wazige wereld. Ik ben Miranda. Door de ziekte van Stargardt word mijn centrale gezichtsvermogen sterk aangetast, waardoor ik veel details mis en wazig zie. Ik vlog over hoe ik in het dagelijks leven omga met mijn visuele beperking.

Slechtziend worden

Toen ik zeventien jaar was kreeg ik na onderzoeken te horen dat ik de ziekte van Stargardt heb. Op dat moment kon ik alleen maar denken:
ik ga me niet nu opeens aanpassen aan mijn slechtziendheid. Heb het al die jaren daarvoor toch ook gewoon gered?
Zo gezegd zo gedaan, ik ging na de diagnose gewoon door met hoe ik daarvoor de dingen deed. Op mijn manier, met allerlei trucjes om het zicht dat ik kwijt was te compenseren kon ik mij prima redden… dacht ik. Hier en daar vroeg ik af en toe om hulp en werd ik vanuit Visio ondersteunt tijdens mijn studie en later door een maatschappelijk werkster. Op deze manier hielp ik mezelf om toch verder te gaan. Ik had mijn studie maatschappelijke zorg succesvol afgerond en ging aan het werk als welzijnsmedewerker in een verpleeghuis. Ik heb altijd een fijn en druk sociaal leven gehad. Ik richtte in 2015 samen met andere vrijwilligers de stichting Uniek op, waarmee we doormiddel van bijeenkomsten iets voor jongvolwassenen met een beperking kunnen betekenen en ik ontmoete de liefde van mijn leven. Kortom ik zat niet stil, hield van gezelligheid en betekende graag iets voor anderen.

Ermee leren omgaan

Mijn overlevingsstrategie leek een kracht en heeft mij veel gebracht, maar uiteindelijk in september 2018 was mijn interne batterijtje toch echt helemaal leeg en raakte ik in een depressie. De dipjes waar ik wel eens last van had werden donkere, negatieve buien. Waar ik voorheen na een paar dagen weer vrolijk verder ging bleef ik nu hangen in negatieve gedachten, paniekaanvallen en veel verdriet. Ik was uitgeput en ik raakte me er van bewust dat ik één heel belangrijk persoon al jaren vergat, namelijk Miranda, ik zelf. Ik voelde heel diep van binnen dat ik wilde leren om gelukkig te leven in plaats van overleven. Ondanks de negatieve gedachten was er ook iets in mij dat mij kracht gaf om te beseffen dat juist deze depressie mij sterker kon maken en mij de kans kon geven om dichter bij mezelf te komen.
Ik ging hulp zoeken. Deze vond ik in therapie, medicatie, sporten, steun van vrienden/familie, de natuur in gaan en bloggen. Ik kwam er achter dat het mij in de paniek en heftige emotie buien hielp om alles van me af te schrijven. Dit ben ik ook gaan delen, om wie daar behoefde aan had mee te nemen in mijn donkere tijd. Tijdens het schrijven werd ik rustiger, kon ik verwerken en relativeren. Na een aantal gesprekken met een psychiater kwam ik er achter dat ik mijn visuele beperking nooit heb kunnen accepteren en al die jaren te veel van mezelf gevraagd had, door dat ik weinig hulp vroeg en aannam. Ik wist dat als ik nu niet met mezelf aan de slag zou gaan om leren om te gaan met mijn beperking, ik op een later moment mezelf weer uit zou putten.

Wat vloggen mij brengt

In maart 2019 krabbelde ik langzaam uit de donkere tunnel en begon ik weer wat meer te stralen en energie te krijgen. Ik besloot de moeilijke maar ook mooie stap te maken, ik ging een intensieve revalidatie aan bij Visio het Loo Erf. Nog steeds was ik aan het bloggen, maar ik deed dit allemaal visueel met de restvisus die ik nog heb. Toen ik het eens met iemand over mijn energie had en vertelde dat het schrijven mij toch wel veel moeite koste qua visuele inspanning, zei diegene tegen mij:
“waarom ga je niet vloggen? Vloggen kost minder energie en je laat jezelf nog puurder zien/horen.” Nu volgde ik zelf geen vloggers en had ik daar ook weinig behoefte aan, maar dat wilde natuurlijk niet zeggen dat ik niet kon proberen of vloggen wel bij mij paste. Ik had bedacht dat ik dan wel ging vloggen op mijn eigen manier, zonder filmpjes opnieuw te maken en te bewerken, gewoon zo puur mogelijk. Filmpjes te maken die mij helpen net zoals het bloggen mij hielp, en tegelijkertijd deze te delen, om wellicht anderen te kunnen inspireren en mee te nemen in beide kanten van de medaille in het leven met een visuele beperking.
Ik startte met vloggen op de eerste dag van mijn revalidatie (in juli 2019) en kwam er al snel achter dat dit mij minder energie kost dan het schrijven. Ik gebruik de camera als een soort spiegel waarin ik met mezelf in gesprek ga over hetgeen waar ik op dat moment mee zit, meemaak, voel, denk of doe. Ik ben vanaf dat moment mijn vlogs gaan delen op mijn Facebookpagina en later ook op Youtube en Instagram, allemaal onder de naam: Mijn wazige wereld.
Het vloggen is voor mij niet alleen helpend om dingen te verwerken, te relativeren of te reflecteren, maar het is ook een spiegel van in welk proces ik zit, hoe ik mij voel en wat ik aan het ontdekken ben in het leven. Door dat ik het deel heeft het mij ook bijzondere gesprekken en ontmoetingen gegeven met mensen die mij gingen volgen. Een mooi cadeautje is ook dat het mij zelfs een paar bijzondere vriendschappen heeft gebracht en ik echt voel dat ik andere mensen kan inspireren met mijn vlogs.

Acceptatie

Door de revalidatie bij Visio het Loo Erf heb ik mijn visuele beperking kunnen accepteren en ben ik dichter bij mezelf gekomen. Door deze stappen te hebben gemaakt kan ik verder met mijn ware ik te leren accepteren, liefde en rust te vinden in wie ik ben en gelukkig te leven. Gelukkig leven betekent voor mij niet dat het alleen maar fantastisch is, maar dat alles gevoeld mag worden en je daarin leert en ervaart wat je nodig hebt om je dromen waar te maken en te kunnen zijn wie je echt bent. Een visuele beperking is moeilijk, maar als het daarnaast lukt om ook de sterke kanten ervan te voelen is het leven ook heel mooi en interessant.
Mooi mens, we zijn het waard!

Dit artikel werd geschreven door Miranda Blomsma

Foto van Ard achter een piano met een orgel op de achtergrond

Het orgel als inspirerende bron van energie

Geschatte leestijd: 3 minuten

Je hebt ze vast weleens gezien, of beter zelfs weleens gehoord. In de Nederlandse grote steden vind je de mooist klinkende monumenten die al eeuwen hun glans brengen in het centrale gebouw van een stad of dorp. Voor de een is het een centrum van de Nederlandse cultuur, voor de ander is het een kerk. Maar het is en blijft een orgel dat er in staat!

Het pad van improvisatie

Van kinds af aan ben ik gefascineerd door het orgel: de koning der instrumenten. De enorme afmetingen en verscheidene keuzes qua klankkleuren maakte het voor mij één plus één dat ik op les zou gaan om zo’n instrument te leren spelen. Echter, een probleem. Ik kan geen noot visueel lezen. Dit houd in, geen bladmuziek. Dan maar alles zelf bedenken met goede docenten erbij om de juiste bagage toe te voegen om muzikaal vooruit te gaan.

Omdat noten lezen niet mogelijk is ben ik op improvisatieles gegaan. Je leert zo te harmoniseren ( zorgen dat alles muzikaal klopt), je creativiteit gebruiken en techniek toe te passen om het spelen makkelijker en beter te maken.

Verschillende muziekstijlen

Omdat een orgel in een kerk staat speel ik natuurlijk ook kerkelijke muziek, maar ik schuw niet om buiten de lijntjes te gaan. Improviseren op een los thema of op bestaande thema’s zoals filmmuziek of bekende deuntjes is voor mij een leuke afwisseling van het serieuze gedeelte. Maar soms kan je hoofd te vol zitten, dit had ik afgelopen periode. Dit houdt in dat je handen wel willen, maar je hoofd zit nog te vol met thema’s of opgeslagen improvisaties om nieuwe dingen te bedenken.

Leren door te luisteren

Veel mensen met een visuele beperking halen hun steun uit de muziek, of luisteren er graag naar ter ontspanning. Dit ook bij mij: gemiddeld staat de koptelefoon met muziek vijf uur per dag aan en sta en ga ik op met muziek. Ik weet overigens niet of dat gezond is, dat in het midden latend. 😊 Van muziek luisteren word je wijzer, je hoort veel interpretaties, je kan mee luisteren en leren van de grote jongens in de muziekwereld en je kan jezelf beoordelen wat beter kan of goed ging. Dat laatste doe ik veel, met de intentie om er in te blijven, anders blijf je hangen op een niveau. Het niveau van morgen halen is elke dag een doel.

Een eigen album met orgel- en pianomuziek

Omdat het orgel voor mij een plek is waar ik mij thuis voel en mijzelf kan ontplooien heb ik om mijn hoofd vrij te maken voor nieuwe ideeën een eigen album gemaakt genaamd: Opus 1. Dat betekent ‘eerste werk’. Naast orgelmuziek heb ik ook vleugelimprovisaties erbij gevoegd voor de diversiteit. Een eigen album maken is veel werk en kost veel energie en hoewel ik een licht energieprobleem heb in verband met mijn visuele beperking krijg ik van zo’n project juist enorm veel energie en is het voor iets om later trots op te kunnen zijn.

Preview van albumtrack ‘Circus a la Ard”
Preview van albumtrack “Toccatine psalm 33”

Dit artikel werd geschreven door Ard van der Linden

Foto van Moortje voor een vlag: visuele beperking werkveld

Studeren met een visuele beperking #4 – het werkveld in

Geschatte leestijd: 4 minuten

Vandaag word ik officieel uitgeschreven bij Hogeschool Saxion. Vanaf morgen mag ik mezelf dus geen studente meer noemen, want dan… ben ik afgestudeerd! Ik kan het nog steeds maar moeilijk bevatten dat die vier jaar van blunderen en leren, zwoegen en streven en vallen en opstaan zich eindelijk uitbetalen. Ik heb nu gewoon mijn bachelorgraad, mijn diploma! Het heeft me wat bloed, zweet en tranen gekost. De dag dat ik mijn afstudeerproject moest presenteren, een presentatie die zou bepalen of ik wel of niet zou slagen, zit nog vers in mijn geheugen, al is deze alweer drie weken geleden. Ik heb zelden zulke zenuwen gevoeld als toen en hoe ik daar zo kalm kon staan om mijn verhaal te doen zonder een enkele black-out, begrijp ik nog steeds niet helemaal. Maar goed, ik heb het gehaald. En nu? Werk zoeken.

Stage lopen

Ik heb in mijn derde jaar van het werkende leven kunnen proeven via een intensieve stage van vijf maanden. Ik draaide op fulltime basis mee met de internetredactie van Netwerk Mediawijsheid, waar ik erg veel geleerd heb op het gebied van bloggen, SEO, sociale media en, hoe kan het ook anders, mediawijsheid. Ik kan niet op mijn tien vingers tellen hoeveel van andermans artikelen ik onder leiding van collega’s heb gecorrigeerd en in WordPress heb klaargezet zodat deze door de redactie gepubliceerd konden worden. Ik heb zelf ook een paar artikelen voor het blog mogen schrijven, waaronder een artikel over hoe mensen met een visuele beperking sociale media gebruiken.

Behalve de beroepsmatige dingen die ik heb geleerd, heb ik ook belangrijke dingen geleerd op persoonlijk vlak. Zo ontdekte ik door schade en schande dat veertig uur per week werken te veel voor me was en zal blijven. Ik werd er slordiger van en verloor prioriteiten uit het oog. Bij een visuele beperking, zo legde een begeleidster van me uit, verbruik je meer energie dan de meeste mensen. Goed om te weten! Ook merkte ik dat het geen zin had om mijn beperking minder erg te maken dan deze is. Je werkgever gaat er toch een keer achter komen dat je niet alles kunt en niet zo snel kan werken als andere stagiaires. Ik ben erg dankbaar voor het geduld dat mijn toenmalige stagebedrijf met me had en dat ik mijn stage met een acht kon afsluiten.

Solliciteren

Ik probeer nu natuurlijk zo snel mogelijk een betaalde baan te vinden, al moet ik toegeven dat de tijdelijke rust van het zonder directe verplichtingen leven me ook wel goed doet. Toch moet dit niet al te lang duren, om overduidelijke financiële redenen en omdat ik niet te lang kan ‘stilzitten’. Echter, hoewel ik nu in het bezit ben van een HBO-diploma en er veel vraag is naar tekstschrijvers, redacteuren en social media specialisten, de richting waarin ik vacatures zoek, is dat geen garantie voor me dat ik snel aan een baan kom. Met een zware visuele beperking zoals die van mij sta je toch helaas 1-0 achter bij je mede-sollicitanten, zelfs als je een baan kiest die non-visueel kan, zoals tekstschrijver. Dit in verband met vooroordelen die over ons bestaan en het eerder genoemde energieprobleem waarmee de meeste zeer slechtzienden en blinden te kampen hebben. Gelukkig zijn er via het UWV voorzieningen getroffen, bijvoorbeeld dat werkgevers subsidie krijgen wanneer ze iemand met een beperking aannemen, zodat mensen met een beperking net iets makkelijker aan werk kunnen komen. We zullen zien hoe dit voor mij gaat uitpakken.

Terugkijkend op mijn studie

Via deze blogserie heb ik jullie een kijkje gegeven in de woelige wereld van een studente met een visuele beperking. Zo heb ik in deel één een beschrijving gegeven van mijn moeizame overstap van het voortgezet speciaal onderwijs naar het hoger beroepsonderwijs, was ik in deel twee open over de problemen die ik soms had bij het communiceren met mijn mede-studenten en vertelde ik in deel drie over één van mijn gaafste studie-ervaringen. Uiteraard zijn alle artikelen in deze serie gebaseerd op persoonlijke ervaringen en vanzelfsprekend verloopt ieder individueel studietraject anders. Ik hoop dat mijn artikelen een visueel beperkte lezer die ook graag wil studeren niet afschrikken. Een studie in het vervolgonderwijs zou ik iedereen aanraden, al moet je wel een beetje sterk in je schoenen staan en kunnen incasseren. Mijn eigen opleiding zou ik niet direct aanbevelen voor mensen die blind of zeer slechtziend zijn, omdat deze behoorlijk visueel ingesteld is en ik het maar net heb gehaald. Kun je wat meer op zicht doen en houd je van creatief bezig zijn, dan is deze opleiding wel echt de moeite waard.

Of ik spijt heb van mijn keuze voor deze opleiding? Zeer zeker niet, al is dat natuurlijk makkelijk praten nu ik mijn diploma heb. Ik heb echt af en toe getwijfeld om te stoppen en heb nog steeds spijt van sommige keuzes die ik tijdens mijn studie gemaakt heb. Ook had ik gewild dat ik wat beter op het HBO was voorbereid, maar goed, al met al ben ik blij dat ik deze studierichting gekozen heb en, hoewel ik zeker niet cum laude geslaagd ben, mag het eindresultaat er wat mij betreft zijn.

Ik wil de lezers die mijn serie van begin tot eind gevolgd hebben graag bedanken voor hun steun en interesse. Ik hoop dat deze blogserie op enige wijze een toevoeging aan je leven is geweest, of je er nu van geleerd hebt, er door geamuseerd of geïnspireerd werd.

Gezellige groepsfoto: begeleid wonen

In groepsverband: de ins en outs van begeleid wonen

Geschatte leestijd: 5 minuten

Ongeveer vijf jaar geleden kwam bij mij het besluit om zelfstandiger te willen wonen. Ik woonde toen nog bij mijn ouders en zat nog op het voortgezet speciaal onderwijs (VSO,) ongeveer een uur rijden bij mijn ouders vandaan. Vrienden van mij woonden op een woongroep op het schoolterrein, dus wilde ik daar natuurlijk ook graag heen. Goed, ik wist waar ik wilde wonen, nu nog de juiste stappen zetten om het voor elkaar te krijgen.

In het begin

Na diverse gesprekken met maatschappelijk werk, een rondleiding op de bewuste woongroep en heel wat geharrewar met de gemeente was het dan eindelijk (een jaar later) geregeld. Er was alleen een klein probleem, de groep ging dicht en alle bewoners werden verdeeld over andere groepen. Er was daardoor voorlopig geen plaats meer voor nieuwe bewoners, dus ik moest nog even geduld hebben. Inmiddels zat mijn tijd op het VSO erop en startte ik met een leer/werktraject op een school in Gelderland. Gelukkig was daar in de buurt wel een plek op een geschikte woongroep vrij, dus eindelijk kon ik na lang hopen en wachten verhuizen. Van de gemeente, die voor mij min of meer het begeleid wonen betaalde, mocht ik vier dagen in de week blijven. De rest van de week ging ik terug naar mijn ouders. Dat voelde voor mij in het begin best raar, alsof ik in twee werelden leefde. Het duurde daardoor ook langer voor ik helemaal gewend was aan mijn nieuwe woonomgeving. Gelukkig kwam na een paar maanden het verlossende woord, ik kreeg een indicatie wet langdurige zorg (WLZ). Dit houdt kort gezegd in dat ik zo lang als nodig is binnen de instelling kan blijven wonen. Ik was en ben daar heel blij mee, ik kon daar nu echt een toekomst opbouwen.

Een thuis, geen tehuis

Bij een woongroep zien mensen toch heel snel een soort van ziekenhuisachtig gebouw, ergens ver weg in de bossen voor zich. Aan de ene kant niet heel onterecht, want veel woongroepen waren vroeger ook zo. Gelukkig is dat tegenwoordig een heel stuk minder het geval en staat de woongroep waar ik woon dus ook gewoon midden in een woonwijk. Ook binnen is het alles behalve klinisch. De gemeenschappelijke woonkamer ziet er bijvoorbeeld gewoon uit als de gemiddelde woonkamer, ook zonder hufter proof meubels, want ja, die hebben we niet nodig. Er wonen bij ons enkel mensen met een visuele beperking en we lijden ook niet aan het sloopsyndroom. Nou ja, behalve ik dan in een onhandige bui. Ook nu met de feestdagen in het vooruitzicht wordt alles weer extra gezellig gemaakt, zowel door de begeleiding, als door ons als bewoners. Sowieso hoeft er bij ons niet altijd een reden te zijn voor een gezellige borrel, het weekend is Al een hele goede reden. Toch zijn het kerstdiner en het zomerfeest toch wel de grootste happening en haalt iedereen alles uit de kast om er een gezellige en geslaagde avond van te maken.

Ook mindere kanten

Natuurlijk heeft het wonen op een groep ook z’n mindere kanten. Ik kom uit een rustig gezin, dus was het vooral in het begin erg moeilijk om niet meteen gillend weg te rennen als de groepsdrukte z’n hoogtepunt bereikte tijdens bijvoorbeeld het inruimen van de vaatwasser. Dit komt ook doordat ik door mijn tweede beperking moeilijk tegen stress en drukte kan. Gelukkig zijn mijn huisgenoten en de begeleiding hiervan op de hoogte en ben ik hierin ook wel gegroeid. Ook zijn er natuurlijk bepaalde regels waar je je aan moet houden en met sommige van deze regels ben ik het nog steeds niet helemaal eens, maar gelukkig is er in goed overleg heel veel mogelijk. Ook zorgt het door de organisatie opgelegde coronabeleid voor de nodige spanningen. Maar goed, hopelijk kunnen we dat binnenkort vaarwel zeggen.

Leerdoelen

Op veel woongroepen leer je hoe je zo zelfstandig mogelijk kunt wonen, zo ook op de groep waar ik woon. Je stelt eens in de drie maanden met de begeleiding dingen op die je graag wilt leren, de zogeheten leerdoelen. Deze doelen kies je zelf en als een doel niet is bereikt binnen de drie maanden verlengen ze het net zo lang tot je het helemaal onder de knie hebt. Ik ben wel blij dat dat zo kan, want een doel als bijvoorbeeld leren koken bereik je echt niet binnen drie maanden. Omdat de groep qua mensen nogal groot is kook ik eens in de twee weken. Ik maak dan ook steeds hetzelfde gerecht tot ik de meeste stappen zelf kan uitvoeren. Ik vind deze manier van leren koken erg fijn, want zo kan je op je eigen tempo een gerecht maken en blijven alle handelingen ook beter in je hoofd zitten. Het enige nadeel is wel dat je steeds hetzelfde eet, daarom probeer ik vaak te kiezen voor een gerecht dat qua smaak gevarieerd is. Ik schrijf ook altijd alle stappen op tijdens het koken, zodat ik dat weer kan gebruiken voor later.

Huizenjacht

Inmiddels woon ik bijna vier jaar op deze woongroep en ben ik heel wat zelfstandiger en ook mobieler geworden. Ik ben nu dan ook toe aan de volgende stap: een eigen huis. Het liefst zou ik in mijn huidige woonplaats willen blijven wonen, omdat ik daar helemaal gesetteld ben en dit gewoon een hele fijne omgeving is voor mensen met een visuele beperking. Helaas is het vanwege de woningnood bij de sociale huurwoningen nog niet zo makkelijk om een geschikt huisje te vinden. Ik sta ook op de wachtlijst voor een appartement binnen de organisatie waar ik nu woon, maar ook daar is het nog niet duidelijk wanneer ik aan de beurt ben. Maar goed, komt tijd, komt raad, zullen we maar zeggen.

Tot slot

Ik ben nog altijd heel blij dat ik voor begeleid wonen gekozen heb. Het heeft mijn wereld echt vergroot, zowel op het gebied van zelfstandig wonen als op sociaal gebied. Er bestaan helaas best wel wat vooroordelen over begeleid wonen, zoals dat we betutteld worden en dat we er de rest van ons leven doorbrengen, terwijl we ons er juist ontwikkelen. Ik snap ook zeker dat niet iedereen het ziet zitten om naar een compleet andere omgeving te verhuizen. Toch zou ik de mensen met een (visuele) beperking die hier over twijfelen wel echt aanraden om een keer bij een huis voor begeleid wonen, of bij voorkeur meerdere huizen te gaan kijken. Zo Kan je echt goed kijken en vergelijken of het iets voor je is, want elke groep is ook niet even groot en overal hebben ze weer verschillende manieren om dingen aan te leren.