Home » wonen

Tag: wonen

Foto van robotstofzuiger

Opgeruimd staat netjes, blind of niet

Geschatte leestijd: 4 minuten

“Een opgeruimd huis is een opgeruimde geest.”
Met deze uitspraak ben ik het helemaal eens. Goed, er zijn genoeg mensen die zich fijn voelen in een gestructureerde chaos, maar dat geld niet voor mij. Ik ben het type mens dat na het eten meteen alle vuile vaat in de gootsteen zet en helemaal vrolijk word van een schoon en opgeruimd huis.

Van chaos naar structuur

Mijn ouders leerden me al van jongs af aan dat het erg belangrijk is om een schoon en net huis te hebben, juist als je een visuele beperking hebt. Niet alleen omdat je alles dan makkelijker terug kunt vinden, maar ook zodat je minder werk hebt om alles bij te houden. Ik was daar als kind niet erg van onder de indruk en mijn kamer was dan ook vaak een ware ontploffing. Toen ik ouder werd kwam ik er wel steeds meer achter dat ik beter mijn rust kon vinden als alles in mijn kamer een vaste plek had en hetgeen ik op dat moment niet nodig had gewoon netjes opgeborgen was, en niet ergens onder een kast of onder mijn bureau lag. Mijn moeder leerde me hoe ik zonder zicht toch zo goed mogelijk kon stofzuigen en afstoffen. Bij beiden is het het handigst om echt een beginpunt te hebben en daar systematisch steeds verder vandaan te werken, zodat je zo min mogelijk stukken overslaat. Zo deed ik stukje bij beetje steeds meer zelf.
Nu ik zelfstandiger woon ben ik heel blij dat ik de boel zelf schoon kan houden. Dat is ook niet zo moeilijk, omdat ik heel klein behuisd ben. Maar als ik over een tijdje groter ga wonen is het wel handig als ik huishoudelijke hulp krijg, want ik zie nog wel eens het één en ander over het hoofd en ik wil niet het risico lopen dat als ik van huis ben, de muizen letterlijk op de tafel dansen.

Robotstofzuiger

Stofzuigen zonder zicht is zeker niet onmogelijk, echter is de kans wel groot dat je na verloop van tijd in de war raakt. Want was je nou al wel of niet in dat hoekje geweest, en ligt er echt geen viezigheid meer onder de tafel? Voor dit soort issues is wat mij betreft een robotstofzuiger echt de oplossing. Deze heb je in diverse soorten en maten en dus ook in verschillende prijsklassen. Zelf heb ik de iRobot Roomba 605, één van de simpelste stofzuigers van dit merk. Deze is dus niet te bedienen via een app, of aan te sturen met bijvoorbeeld de Google assistent of Alexa.
Ik merk zeker verschil tussen mijn stofzuigkunsten en die van de robotstofzuiger. Waar ik voorheen nog wel eens vuil op de vloer tegenkwam, is dat nu gewoon verdwenen. De gewone stofzuiger pak ik er enkel nog bij om de plekken schoon te krijgen waar de robotstofzuiger niet bij kan komen.

Helaas zijn er ook wat nadelen te noemen bij een robotstofzuiger. Zo moet je telkens je eetkamerstoelen weghalen als je wilt dat de stofzuiger ook onder de tafel komt en is het raadzaam om stekkers en snoeren die op de grond liggen zo goed mogelijk weg te werken, om te zorgen dat de stofzuiger er niet mee aan de haal gaat. Je kunt hiervoor trouwens ook een zogeheten virtuele muur gebruiken. Dat is een apparaatje dat je voor de plek zet waar de stofzuiger niet mag komen. Doormiddel van verschillende standen kun je het bereik van de virtuele muur groter of kleiner maken. Handig toch?

Het onderhoud aan de stofzuiger zelf is volgens mij ook iets meer werk dan een normale stofzuiger. Aan de onderkant zitten bijvoorbeeld een aantal borstels die de vloer schoon moeten maken. Veel van het vuil komt netjes in het daarvoor bestemde bakje terecht, maar soms blijft er nog wel eens iets achter in de borstels. Daarom is het wel handig om deze ook zelf regelmatig een schoonmaakbeurt te geven, helemaal als je huisdieren hebt.

Geen dagelijkse bezigheid

Goed, genoeg gezwetst over die robotstofzuiger, anders lijkt dit artikel zo langzamerhand meer op een review voor een elektronica site dan op een EyeOpener.
Je denkt nu misschien dat ik elke dag loop te poetsen en dat alles in m’n huisje blinkt en glimt als een spiegel. Dat laatste zou natuurlijk ideaal zijn, maar ook ik ben gewoon een mens en heb inmiddels geleerd dat één dag in de week schoonmaken echt voldoende is om het netjes te houden, zeker als je zo klein woont als ik. Zo wordt het niet te dwangmatig en blijft het toch netjes, mocht er onverwacht visite komen. En eerlijk is eerlijk, stiekem hoop ik dat ik in de verre toekomst ooit nog eens de trotse eigenaar word van een huishoudrobot. Je weet wel, zo’n robot uit sciencefiction verhalen die je hele huis schoonmaakt, zodat wij nog meer tijd overhouden voor andere dingen

Gezellige groepsfoto: begeleid wonen

In groepsverband: de ins en outs van begeleid wonen

Geschatte leestijd: 5 minuten

Ongeveer vijf jaar geleden kwam bij mij het besluit om zelfstandiger te willen wonen. Ik woonde toen nog bij mijn ouders en zat nog op het voortgezet speciaal onderwijs (VSO,) ongeveer een uur rijden bij mijn ouders vandaan. Vrienden van mij woonden op een woongroep op het schoolterrein, dus wilde ik daar natuurlijk ook graag heen. Goed, ik wist waar ik wilde wonen, nu nog de juiste stappen zetten om het voor elkaar te krijgen.

In het begin

Na diverse gesprekken met maatschappelijk werk, een rondleiding op de bewuste woongroep en heel wat geharrewar met de gemeente was het dan eindelijk (een jaar later) geregeld. Er was alleen een klein probleem, de groep ging dicht en alle bewoners werden verdeeld over andere groepen. Er was daardoor voorlopig geen plaats meer voor nieuwe bewoners, dus ik moest nog even geduld hebben. Inmiddels zat mijn tijd op het VSO erop en startte ik met een leer/werktraject op een school in Gelderland. Gelukkig was daar in de buurt wel een plek op een geschikte woongroep vrij, dus eindelijk kon ik na lang hopen en wachten verhuizen. Van de gemeente, die voor mij min of meer het begeleid wonen betaalde, mocht ik vier dagen in de week blijven. De rest van de week ging ik terug naar mijn ouders. Dat voelde voor mij in het begin best raar, alsof ik in twee werelden leefde. Het duurde daardoor ook langer voor ik helemaal gewend was aan mijn nieuwe woonomgeving. Gelukkig kwam na een paar maanden het verlossende woord, ik kreeg een indicatie wet langdurige zorg (WLZ). Dit houdt kort gezegd in dat ik zo lang als nodig is binnen de instelling kan blijven wonen. Ik was en ben daar heel blij mee, ik kon daar nu echt een toekomst opbouwen.

Een thuis, geen tehuis

Bij een woongroep zien mensen toch heel snel een soort van ziekenhuisachtig gebouw, ergens ver weg in de bossen voor zich. Aan de ene kant niet heel onterecht, want veel woongroepen waren vroeger ook zo. Gelukkig is dat tegenwoordig een heel stuk minder het geval en staat de woongroep waar ik woon dus ook gewoon midden in een woonwijk. Ook binnen is het alles behalve klinisch. De gemeenschappelijke woonkamer ziet er bijvoorbeeld gewoon uit als de gemiddelde woonkamer, ook zonder hufter proof meubels, want ja, die hebben we niet nodig. Er wonen bij ons enkel mensen met een visuele beperking en we lijden ook niet aan het sloopsyndroom. Nou ja, behalve ik dan in een onhandige bui. Ook nu met de feestdagen in het vooruitzicht wordt alles weer extra gezellig gemaakt, zowel door de begeleiding, als door ons als bewoners. Sowieso hoeft er bij ons niet altijd een reden te zijn voor een gezellige borrel, het weekend is Al een hele goede reden. Toch zijn het kerstdiner en het zomerfeest toch wel de grootste happening en haalt iedereen alles uit de kast om er een gezellige en geslaagde avond van te maken.

Ook mindere kanten

Natuurlijk heeft het wonen op een groep ook z’n mindere kanten. Ik kom uit een rustig gezin, dus was het vooral in het begin erg moeilijk om niet meteen gillend weg te rennen als de groepsdrukte z’n hoogtepunt bereikte tijdens bijvoorbeeld het inruimen van de vaatwasser. Dit komt ook doordat ik door mijn tweede beperking moeilijk tegen stress en drukte kan. Gelukkig zijn mijn huisgenoten en de begeleiding hiervan op de hoogte en ben ik hierin ook wel gegroeid. Ook zijn er natuurlijk bepaalde regels waar je je aan moet houden en met sommige van deze regels ben ik het nog steeds niet helemaal eens, maar gelukkig is er in goed overleg heel veel mogelijk. Ook zorgt het door de organisatie opgelegde coronabeleid voor de nodige spanningen. Maar goed, hopelijk kunnen we dat binnenkort vaarwel zeggen.

Leerdoelen

Op veel woongroepen leer je hoe je zo zelfstandig mogelijk kunt wonen, zo ook op de groep waar ik woon. Je stelt eens in de drie maanden met de begeleiding dingen op die je graag wilt leren, de zogeheten leerdoelen. Deze doelen kies je zelf en als een doel niet is bereikt binnen de drie maanden verlengen ze het net zo lang tot je het helemaal onder de knie hebt. Ik ben wel blij dat dat zo kan, want een doel als bijvoorbeeld leren koken bereik je echt niet binnen drie maanden. Omdat de groep qua mensen nogal groot is kook ik eens in de twee weken. Ik maak dan ook steeds hetzelfde gerecht tot ik de meeste stappen zelf kan uitvoeren. Ik vind deze manier van leren koken erg fijn, want zo kan je op je eigen tempo een gerecht maken en blijven alle handelingen ook beter in je hoofd zitten. Het enige nadeel is wel dat je steeds hetzelfde eet, daarom probeer ik vaak te kiezen voor een gerecht dat qua smaak gevarieerd is. Ik schrijf ook altijd alle stappen op tijdens het koken, zodat ik dat weer kan gebruiken voor later.

Huizenjacht

Inmiddels woon ik bijna vier jaar op deze woongroep en ben ik heel wat zelfstandiger en ook mobieler geworden. Ik ben nu dan ook toe aan de volgende stap: een eigen huis. Het liefst zou ik in mijn huidige woonplaats willen blijven wonen, omdat ik daar helemaal gesetteld ben en dit gewoon een hele fijne omgeving is voor mensen met een visuele beperking. Helaas is het vanwege de woningnood bij de sociale huurwoningen nog niet zo makkelijk om een geschikt huisje te vinden. Ik sta ook op de wachtlijst voor een appartement binnen de organisatie waar ik nu woon, maar ook daar is het nog niet duidelijk wanneer ik aan de beurt ben. Maar goed, komt tijd, komt raad, zullen we maar zeggen.

Tot slot

Ik ben nog altijd heel blij dat ik voor begeleid wonen gekozen heb. Het heeft mijn wereld echt vergroot, zowel op het gebied van zelfstandig wonen als op sociaal gebied. Er bestaan helaas best wel wat vooroordelen over begeleid wonen, zoals dat we betutteld worden en dat we er de rest van ons leven doorbrengen, terwijl we ons er juist ontwikkelen. Ik snap ook zeker dat niet iedereen het ziet zitten om naar een compleet andere omgeving te verhuizen. Toch zou ik de mensen met een (visuele) beperking die hier over twijfelen wel echt aanraden om een keer bij een huis voor begeleid wonen, of bij voorkeur meerdere huizen te gaan kijken. Zo Kan je echt goed kijken en vergelijken of het iets voor je is, want elke groep is ook niet even groot en overal hebben ze weer verschillende manieren om dingen aan te leren.

Foto van verhuisdozen - eigen huis

Een eigen huis, een plek onder de zon

Geschatte leestijd: 3 minuten

De tijd van gaan is gekomen. Het was tijd om te gaan verhuizen. Eerst woonde ik begeleid, samen met een flink aantal huisgenoten. Op naar de volgende stap, een eigen huis. Een appartement met begeleiding op oproepbasis.

Zorgen voor jezelf

’s Ochtends stond ik op met het idee om wat broodjes klaar te maken voor onderweg. De zak was nog dicht, maar ik had geen idee wanneer ik de broodjes ook al weer had gekocht. Laten we er maar aan ruiken. Het rook op zich prima. Ook geen groene puntjes gezien. ’s Middags had ik wel zin in dat lekkere broodje met rookvlees en Boursain. Het smaakte een beetje vreemd. Ach, het was toch goed? Op naar het andere broodje. Toch nog maar een keer kijken dan. Daar waren de kleine boosdoeners die mijn moment van glorie aan het bederven waren. Bederven in de letterlijke zin, want het waren groene puntjes. Mijn maag draaide een paar rondjes, maar vervolgens kwam ik tot de conclusie dat ik in ieder geval met dat ene broodje, niet aan voedselverspilling heb gedaan. Toch mis ik op zo’n moment wel even een paar extra ogen die meekijken.

Een flinke upgrade

Kun je je voorstellen dat je eerst alleen een kamer had waar je alles in had staan, een douche en toilet deelde en vervolgens ineens een eigen huisje met een woonkamer, een slaapkamer, een eigen keuken en het meest bevrijdende van allemaal: een eigen toilet. Ik kon het me totaal niet voorstellen. Wat moet ik met deze ruimte? Heb ik überhaupt wel genoeg ruimte voor m’n spullen?

Het huis inrichten

Natuurlijk had ik genoeg ruimte voor alle spullen. Maar welke spullen had ik nog nodig? Zeg maar gerust: voor mijn gevoel een halve inboedel. Mijn eethoek was het eerste wat er in huis stond. Hoe gek het ook klinkt; een eethoek maakt voor mij een huis, een huis. Het voelde gelijk anders aan. De rest volgde al snel. Gelukkig waren er hele lieve mensen om me heen die wilde helpen.

Wanneer je gewend bent om alles in één kamer te proppen, doe je dat uit gewenning gewoon weer. Ik wilde een hoop van m’n spullen weer in m’n kamer neerzetten en in m’n kast stoppen. Deze kast fungeerde voorheen niet alleen als kledingkast, maar ook als snaaikast, elektronicakast en hobby/creativiteitskast. Er werd me gevraagd wat ik aan het doen was. Er was namelijk genoeg ruimte in huis. Na een paar seconden kortsluiting in m’n hoofd, besefte ik dat bepaalde gewoontes en gewenning er zo ingebrand kunnen zitten. En dat blijkt maar weer uit dit verhaal. Maar we waren er nog niet…

Inkopen doen

Het gaat hier om ‘simpele’ aankopen. Dingen die zo vanzelfsprekend zijn, dat je er gewoon niet op kan komen, zoals: een prullenbak. Misschien ben ik de enige die niet gelijk denkt aan een prullenbak hoor. Ik denk vaak als eerst aan een gevulde koelkast. Zout, peper, schoonmaakmiddelen, spatel, pollepel, knoflookpers, scherpe messen, pedaalemmer zakjes… Natuurlijk kan niet alles in één keer. Maar de basis is wel fijn om te hebben. Had ik maar gelijk gedacht aan een spatel. Dan hoorde ik m’n koekenpan nu tenminste niet huilen vanuit de kast om zijn beschadigde anti-aanbaklaag, omdat hij nogal ontdaan was van de ontmoeting met m’n ijzeren lepel.